Archief voor de ‘Verenigde Staten’ Tag

TWIT #25

TWIT

https://twitter.com/rschon/status/3927440722614190082

TWIT #23

TWIT

Gebruikers bevraagd

Hswe

Bovenstaande slide komt uit een presentatie van Patricia Hswe van Penn State Libraries. Om nog maar even te benadrukken waar het in ons werk om gaat en wie daarbij in het centrum dienen te staan.

Onderzoek naar wat die gebruikers willen kan dan ook altijd op mijn warme belangstelling rekenen, en wat dat betreft was het tot nu toe een goede week. Afgelopen dagen vond in het Britse Bournemouth de jaarlijkse UKSG-conferentie plaats die ik alleen via de tweets (#uksglive) heb gevolgd. Een van de presentaties die de meeste aandacht trok was niet van iemand uit de bibliotheek- of uitgeefwereld, maar door een jonge wetenschapper. Daarover in een volgende post. Afgelopen maandag vond namelijk ook de presentaties van het driejaarlijkse onderzoek van de Amerikaanse organisatie Ithaka S+R naar de mening van Amerikaanse wetenschappers over hun onderwijs en onderzoek, de ondersteuning die ze daarbij ondervinden (o.a. van de bibliotheek) en hun gebruik van digitale technologie (op de kop af drie jaar geleden blogde ik over de 2010-editie). Hierbij zowel een directe link naar het rapport zelf als de presentatie over het rapport op de halfjaarlijkse CNI-meeting in San Antonio.

Ithaka

Ithaka2

Het aardige is dat deze keer hetzelfde onderzoek ook door JISC onder Britse wetenschappers is uitgezet. Volgende maand zijn de resultaten daarvan te verwachten.

Big Deal

BigDeal

Ruim drie jaar geleden onderhandelden de Nederlandse universiteitsbibliotheken in UKB-verband over een nieuwe licentie met Elsevier over toegang tot het volledige pakket aan elektronische tijdschriften op het ScienceDirect-platform, de zgn. Freedom Collection (what’s in a name?). Tijdens de onderhandelingen konden de bibliotheken hun front gesloten houden, hetgeen uiteindelijk resulteerde in twee opties: een contract met Elsevier voor vijf of voor drie jaar. Acht bibliotheken kozen voor de lange periode, vijf (Groningen, Utrecht, Nijmegen, de VU en de UvA) voor de kortere. En dus moesten die vijf afgelopen najaar, kort na de Academische Lente, opnieuw in de slag met Elsevier omdat hun contract in december afliep. Niet zonder slag of stoot werd er rond Nieuwjaar overeenstemming bereikt over, opnieuw, toegang tot de volledige Freedom Collection voor een periode van twee jaar. Dat betekent dat de UKB-bibliotheken in 2014 opnieuw gezamenlijk de onderhandelingen met Elsevier in kunnen gaan voor de jaren daarna.

Vraag is dan wel of de omstandigheden tegen die tijd ingrijpend veranderd zullen zijn, zoals sommige optimisten nu al durven te voorspellen, of dat ook dan de Big Deal nog steeds domineert. Dat dat laatste op dit moment in ieder geval nog steeds zo is, blijkt uit een recente inventarisatie van de Amerikaanse Association of Research Libraries. Daaruit blijkt dat licenties op volledige bundels elektronische tijdschriften van grote uitgeverijen nog zeer wijdverbreid zijn. Voor de grootste en belangrijkste uitgeverijen zijn dit de percentages van big deal-contracten onder die Amerikaanse bibliotheken:

  • American Chemical Society  97%
  • Wiley-Blackwell                   96%
  • Springer                             95%
  • Elsevier                              92%
  • Sage                                   89%
  • Nature                                86%
  • Taylor & Francis                  57%

Dat zijn geen percentages die eenvoudig gewijzigd zullen worden.

antiElsevier

Fact checking (3): E-books

Fact-checking-

Ik zag ‘m die dag wel tig keer voorbij komen: de infographic A Look at Students Using eTextbooks van de leverancier van zowel nieuwe als gebruikte én elektronische tekstboeken eCampus. Volgens de producent van de infographic blijkt er vooral uit dat studenten steeds meer etextbooks gebruiken en dat meer dan de helft dat vooral doet vanwege de gunstige prijs (t.o.v. gedrukte textbooks). Degenen die over deze infographic tweetten of er een blogpost aan wijdden, zoals Raymond Snijders op zijn Vakblog, gingen vaak wat verder in hun commentaar: etextbooks kennen in de VS een “enorme populariteit” en met het juiste aanbod en de juiste prijsstelling staan ons in Nederland “Amerikaanse toestanden” te wachten.

eCampus

Maar wat staat er nu eigenlijk echt in die infographic, en waarop is die informatie gebaseerd? Wat die laatste vraag betreft, onderaan de infographic staan twee bronnen genoemd: een ‘independent survey’ van eCampus zelf en een link naar de volgende website: http://www.coursesmart.com/media#pr12. Die ‘independent survey’ is op de website nergens terug te vinden en ook via andere, bredere zoekacties ben ik er nog niet in geslaagd het onderzoek boven water te krijgen. Volg je de link naar de website van CourseSmart dan kom je bij een promo-bericht over een nieuw ereading-platform uit maart 2012. Al met al niet meteen een overtuigende onderbouwing van de gegevens zoals die in de infographic staan gepresenteerd. Maar goed, dan die gegevens zelf.

De infographic bestaat eigenlijk uit zeven afzonderlijke onderdelen:

  1. 98% van de studenten is in het bezit van een digitaal apparaat (niet meer echt verrassend; het bezit van smartphones, tablets en laptops onder studenten is bijna universeel)
  2. 73% van de studenten zegt niet zonder technologie te kunnen studeren (een kwart kan dat blijkbaar nog steeds wel; en was dit in het tijdperk van de elektrische typemachine – bijvoorkeur een IBM met ‘bolletje’ – al niet anders?)
  3. 48% van de studenten gaven de voorkeur aan een etextbook in plaats van een gedrukt exemplaar vanwege de lagere prijs; 25% kozen voor e vanwege de onmiddellijke toegang, 19% vanwege de ‘portability’ en 6% vanwege hun voorkeur voor digitaal lezen
  4. 52% van de studenten vindt de doorzoekbaarheid het belangrijkste feature van etextbooks (en 20% de mogelijkheid tot accentueren, 14% de copy/paste mogelijkheden en 12% de interactieve toevoegingen zoals quizes).
  5. aantallen uren bespaard gedurende het semester door het gebruik van etextbooks: 29% nul uur; 17% één uur; 23% twee uren; 11% drie uren; en 17% meer dan drie uren
  6. 64% van de studenten gebruikte een laptop om hun etextbooks te lezen en te raadplegen; 18% een tablet, 15% een desktop en 2% hun mobiele telefoon
  7. zouden de studenten het volgende semester opnieuw etextbooks aanschaffen? 38% zei zonder meer ‘ja’ en 7% zondermeer ‘nee’; de grootste groep , 54%, zei ‘misschien’, afhankelijk van de gekozen onderwijsmodule.

eCampus2

Verrassende resultaten? Nou, nee. Een glanzende ‘overwinning’ voor het etextbook? Nee, ook niet echt. Een meerderheid weet nog niet wat ze een volgende module zullen doen en niet de extra’s die een etextbook kunnen bieden (zoals de interactieve toevoegingen) zijn doorslaggevend voor de keuze maar – hoe Hollands – de prijs!

Je begint je af te vragen waar al die aandacht voor nodig is geweest. Dat ga je je nog meer afvragen als je constateert dat deze infographic al in maart (!) op het web geplaatst werd. De ‘boosdoener’ lijkt de site Edudemic te zijn waar op 11 december deze infographic als ‘new’ werd gepresenteerd. Goed voor inmiddels 388 tweets en een ontelbaar aantal retweets. Van oud nieuws dus.

Reizen met Geert (2)

Eerder nog geen tijd voor gevonden, maar nu dan toch nog even een korte terugblik op het tweede deel van Geert Maks Reizen zonder John. Mak constateert zelf als hij met zijn vrouw Californië verlaat: “Steinbeck was nog maar nauwelijks op de helft, en tegelijk was het zo’n beetje afgelopen met zijn reis.” Dit tweede deel van Reizen zonder John is dan ook veel minder Steinbeck en veel meer beschouwingen over de VS zelf. In die zin keert de ‘breuk’ die Mak in Steinbecks Travels with Charley constateert op een bijna natuurlijke wijze in Reizen zonder John terug. Het laatste kwart van Steinbecks rondreis (van New Orleans naar New York) vindt Mak zelfs zo oninteressant dat hij zelf vanaf New Orleans direct naar Nederland terugkeert in plaats van Steinbeck tot het laatst in zijn voetsporen te volgen.

Nee, dan Maks ‘concurrent‘, de Amerikaanse journalist Bill Steigerwald, die een paar uur voor Mak in september 2010 aan Steinbecks ronde van de Verenigde Staten begon en daarvan verslag deed in zijn krant. Steigerwald volgde Steinbeck wel tot de finish:

Steigerwald

Drie weken geleden verscheen zijn boek, Dogging Steinbeck, waarin hij zijn zoektocht naar de waarheid achter Travels with Charley nog eens dunnetjes over doet. En hé, Geert Mak wordt zo maar opgevoerd als een van de auteurs die Steigerwalds boek moeten aanprijzen. Het is en blijft een kleine wereld.

Dogging Steinbeck

Reizen met Geert

Reizen zonder John is geen spectaculair boek. Geert Mak besluit in het najaar van 2010 de reis die de Amerikaanse auteur John Steinbeck 50 jaar geleden maakte, en wat uitmondde in Travels with Charley, nog eens dunnetjes over te doen. Kernvraag daarbij: wat is er nog overgebleven van het babybooming Main Street USA waarvan Steinbeck verslag deed? Mak komt er al snel achter dat hij niet de enige is die op dit lumineuze idee is gekomen. Hij heeft ‘concurrentie’ van twee Amerikaanse journalisten, waarvan er één nog geen paar uur voor hem vertrokken is en al bloggend op de site van zijn krant Steinbeck de maat neemt. Want dat is wat Mak zelf ook na een weekje in de sporen van Steinbeck rondgetrokken te hebben moet constateren: Travels with Charley is minder dan Steinbeck ons wil doen geloven een waarheidsgetrouw verslag van zijn reiservaringen langs de noord-, west- en zuidgrens van de Verenigde Staten maar eerder een geromantiseerde odysee door een Amerika in de greep van de stembusstrijd tussen Richard Nixon en Jack Kennedy.

En ondanks dat het geen spectaculair boek is heb ik Reizen zonder John het grootste gedeelte van mijn vlucht naar Atlanta meer dan geboeid zitten lezen. Niet alleen Steinbeck gaat voor je leven, Mak weet ook door een combinatie van rake observaties over het Amerikaanse landschap en haar bewoners, het putten uit de rijke collectie van andere Amerika-reizigers waaronder uiteraard Alexis de Tocqueville maar ook minder bekende als John Gunther, en het larderen daarvan met saillante ‘weetfeitjes’ over dit immense en zo afwisselende land zijn zoektocht naar Amerika van bladzijde tot bladzijde levend en intrigerend te houden. Uit de aanloop naar de presidentsverkiezingen staat me nog goed een rapportage van Eelco Bosch van Rosenthal voor ogen voor het NOS Journaal over de desolate toestand in Detroit, ooit als Motor Town het kloppend hart van de Amerikaanse automobielindustrie. Mak voegt daar met zijn beschrijving van de desolate omgeving van de omgeving van Michigan Central Station, en de vergelijking met zowel de megalomane Roemeense dictator Ceausescu als Hitlers bouwmeester Albert Speer, nog een extra dimensie aan toe.

In het vliegtuig ben ik net op de helft van Reizen zonder John gekomen. De komende dagen verwacht ik weinig meer aan lezen toe te komen. Eigenlijk kan ik nu al niet meer wachten op de terugvlucht, voor de tweede helft van Reizen met Geert. ;-)

Weekendvitaminen #42

Op het nachtkastje

Beeld van de week

De adoptie van e-books in Nederland blijkt sneller te gaan dan in de Verenigde Staten. Althans, dat is de stelling van Timo Boezeman in een blogpost deze week.

We zijn een paar jaar later begonnen, maar groeien nu harder.

Ik moest daar aan denken toen we tijdens een landelijk overleg deze week moesten constateren dat bij een strikte controle van de verplichte tentamenliteratuur die de diverse Nederlandse universiteiten aan hun studenten voorschrijven in de dagelijkse praktijk vaak slechts een bescheiden percentage van tussen de 10 en 15% daadwerkelijk digitaal beschikbaar blijkt te zijn. Het blijft dus noodzakelijk goed onderscheid te maken naar de verschillende e-books marktsegmenten. En het ‘alles-is-toch-digitaal-beschikbaar’-ideaal blijft vooralsnog een verleidelijke stip aan de horizon.

Her Master’s Voice

Ruim een maand geleden alweer lanceerde de Universiteit van Amsterdam haar nieuwe website; het eindresultaat van een meerjarig project. De bibliotheek participeerde vanaf het begin in dat project en kwam dus ook tegelijk met de moederinstelling met een vernieuwde website. Daarmee werd afscheid genomen van een succesvolle homepage van de bibliotheek, die altijd op veel positieve reacties kon rekenen. Vanaf die homepage kon je namelijk letterlijk met één muisklik bij alle belangrijke diensten en zoekmogelijkheden die de UB aanbood. Die homepage maakte overigens geen onderdeel uit van het vorige content management systeem waarop de universitaire website gebouwd was, maar was een aparte html-pagina die in feite voor het cms was geplaatst (die oude homepage is overigens al uit de lucht, maar is gelukkig nog via de Wayback Machine gewoon op te roepen). Kroon op de homepage was the tabbed multi-search box, in een recent artikel over website design van universiteitsbibliotheken de de facto standaard genoemd.

In datzelfde artikel wordt een interessante analyse gegeven van het ruimtegebruik op 50 websites van Amerikaanse universiteitsbibliotheken en lezing ervan kan ik iedereen aanraden. Hier gaat het mij met name om een opmerking in het artikel die slechts zijdelings gemaakt wordt. Deze nl.:

The researchers recognize that some institutions require the library to use the university Web site header, usually for uniformity across the institution’s entire Web site. Because this requirement has the potential to negatively affect a library’s design options, the researchers checked how many pages had this requirement. Upon review, only 4.1 percent of libraries were affected, and this small number did not appear to alter the results in any way that the researchers felt required further investigation.

Hoe zit dan nu eigenlijk bij de Nederlandse universiteitsbibliotheken? Ik vroeg me dat vooral af omdat wij ons in het recente vernieuwingsproject zo nauwkeurig en netjes mogelijk aan de vormgeving en andere vereisten van de universitaire moedersite hebben geconformeerd (niet alleen wat betreft de header). Klik nu van de homepage van de UvA op ‘Bibliotheek’ en de homepage vloeit als het ware bijna onzichtbaar over in de homepage van de bibliotheek. Mooi om te zien.

Bij alle Nederlandse UBs is het niet anders: de site van de bibliotheek is geheel uitgevoerd volgens de vormgeving en in de huisstijl van de universiteit zelf. Dat betekent in de praktijk dus binnen die vormgeving en huisstijl je bibliotheekdiensten en -informatie zien te positioneren, en dat valt in de praktijk lang niet altijd mee. We hadden bij ons vorige cms tenslotte niet voor niets gekozen voor die homepage-buiten-het-cms-om.

Hoe anders is het dus bij Amerikaanse universiteitsbibliotheken. Die trekken zich in de regel niets aan van de website van hun moederinstelling, maar maken gewoon iets uitgaande van hun eigen ideeën over wat een goede website is. Met af en toe natuurlijk wel een knipoog naar of lippendienst aan de universitaire website (m.n in de kleurstelling). Maar kijk eens naar onderstaande, betrekkelijk willekeurig gekozen voorbeelden (doorklikken kan):

Yale

MIT

Stanford

Duke

NCSU

Hamvraag is natuurlijk: hoe is dat fundamentele verschil te verklaren? Laat ik een voorzichtige poging doen:

  • vanuit hun professionaliteit zijn Amerikaanse bibliotheken (bibliothecarissen) veel meer geneigd uit te gaan van hun eigen kracht en kiezen zij zelfbewust(er) voor de positionering van de bibliotheek als onderdeel van, maar niet ondergeschikt aan, de universiteit
  • marketing en PR is bij Amerikaanse bibliotheken veel verder ontwikkeld dan bij de Nederlandse UBs, met meer kennis van zaken en meer expertise in huis zodat het opzetten en onderhouden van een eigen website een haalbare kaart is
  • (meer speculatief) wij zijn meer van polderen en compromissen sluiten, Amerikanen meer van vasthouden aan eigen standpunten
  • een veel hiërarchischer en centralistischer universitaire organisatiecultuur in Nederland waarin communicatie-afdelingen zich kunnen positioneren als hoeder van het corporate image en toepassing universiteitsbreed kunnen afdwingen (‘t zou me overigens wel verbazen als dit de hoofdreden zou zijn)

Andere ideeën?

Weekend(= vakantie)vitaminen #35

Op het nachtkastje

  • D-Lib Magazine (July/August 2012). Special issue over data mining.
  • SPEC Kit 328: Collaborative Teaching and Learning Tools (ARL)
  • Digitale drempels. Knelpunten voor legaal digitaal aanbod in de creatieve industrie (SEO)
  • Print Management at “Mega-scale”: a Regional Perspective on Print Book Collections in North America (OCLC Research)
  • David A. Bell, ‘The Bookless Library’ (The New Republic)
  • Brian Cox & Margi Jantti, ‘Discovering the Impact of Library Use and Student  Performance’ (EDUCAUSEreview Online)
  • Milena Dobreva e.a., User Studies for Digital Library Development, Facet Publishing, 2012

Beeld van de (komende) week (weken)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 47 andere volgers