Archive for the ‘Verenigd Koninkrijk’ Tag

Weekendvitaminen #43

Op het nachtkastje

Beeld van de week

We hebben inmiddels allemaal een discovery tool geïnstalleerd (nou ja, bijna iedereen; Utrecht bijvoorbeeld niet). En we worstelen nog allemaal in meerdere en mindere mate met de positionering ervan, ook in relatie tot die goede ouwe traditionele catalogus. De bedoeling is een Google-like experience voor de gebruikers te creëren, maar dan alleen in kwalitatief hoogwaardige, wetenschappelijke informatie.

Maar toch lijken we daar maar niet in te slagen. Bovenstaand beeld is van de Primo-installatie van Newcastle University LibrarySearch. Een pagina vol informatie over wat er allemaal wel en niet hiermee te vinden is en, oh ja, ook nog een zoekbalkje. Het verschil met de Google-homepage kan niet groter zijn. We zijn er nog niet echt, zullen we maar zeggen.

Klik hier voor andere voorbeelden.

Advertentie

Tussen droom en werkelijkheid

Iedereen die denkt dat de introductie van e-books in het hoger onderwijs een kwestie is van de portemonnee trekken (sowieso natuurlijk al niet zo gemakkelijk vandaag de dag) en licenties afsluiten, doet er goed aan dit recente rapport van JISC Observatory te lezen: TechWatch Preview: Preparing for Effective Adoption and Use of eBooks in Education.

’t Is een beetje een zwaktebod, maar ik beperk me hier tot twee uitvoerige passages uit het rapport te citeren: het slot van de executive summary en de aanbevelingen waarmee het rapport eindigt:

Key priorities for institutions are:
1. Acknowledging that ebooks are not necessarily a replacement for printed books, but allow for a more diverse range of reading opportunities for students.
2. Planning for students arriving with a range of mobile devices and laptops from which they will want access to ebooks, and preparing for how this will affect the institution’s choice of ebook platforms and formats.
3. Considering how, although it is very easy for academics to create and publish ebooks, institutional policies should best approach the issue of intellectual property in relation to academic self-publishing.
4. Focusing on the need for responsiveness and agility as they adopt and use ebooks, because the landscape for ebook formats, standards and licensing is still in flux.
5. Maintaining the institutional library as a key focal point for the adoption of ebooks, as academics and students look to their library for access and support.
6. Paying attention to the importance of cultural change, as the expectations and perceptions of academic staff and students are challenged and accommodated.

Recommendations
As with any emerging technology, technical issues in terms of standards and formats can cause problems and frustration to learners. Cultural barriers to the successful adoption of ebooks also need to be overcome. As the JISC National E-books Observatory Project (JISC Collections, 2009) observes, “we know very little about student purchasing behavior with regard to course texts in either print or electronic forms.”

Higher and Further Education institutions can start to prepare and ensure that processes and systems are in place to take advantage of the benefits that ebooks can bring to education whilst minimising the potential problems that adopting new formats and technologies can bring.

Looking to prepare for developments over the next five years, Higher and Further Education institutions should take into consideration these factors:

• Institutions need to be responsive and agile as they adopt and use ebooks, because the ebook landscape is an evolving one: formats, standards and licensing are not yet in a stable position.
• Institutions need to prepare for new subscription, purchasing and licensing models as the current ones are in an embryonic stage (often following traditional printed book business models). If ebooks follow a similar pattern to music and films, these subscription, purchasing and licensing models will evolve and change.
• Institutions should ensure that their users are fully aware of the possibilities and limitations with any collections or subscriptions, as many technical issues need to be overcome when adopting ebooks. Specifically, incompatibilities between readers, devices and ebooks need to be identified and addressed whilst users should be made aware of potential issues.
• Institutions need to consider the importance of cultural change as they challenge and allow for expectations and perceptions of academic staff and students adopting and using ebooks.

Het rapport is vooral sterk in het belichten van de technologische problematiek m.b.t. formats en readers, die voor de consument van voornamelijk fictie al niet zonder obstakels is maar die in een hoger onderwijs setting helemaal tot vooralsnog nauwelijks oplosbare problemen leidt. Het wordt kernachtig samengevat in de observatie “Although ebooks have been around for some time, the current technologies and business models for usage of ebooks in academic institutions can still be described as anything between archaic and embryonic.” Overigens besteedt auteur James Clay minder aandacht aan die financiële kant van de zaak (al merkt hij terecht op dat er geen sprake is van vervanging maar van én-én) en wordt zijn blik wel heel erg bepaald door de Angelsaksische markt. Maar als zelfs op die markt we nog oplopen tegen de problemen die Clay zo uitvoerig belicht dan ligt de brede toepassing en gebruik van e-books in het hoger onderwijs op dit moment nog ver achter de horizon.

The plural of anecdote is (not) data

Hoe gaan onze studenten, docenten en onderzoekers met informatie om? Van welke instrumenten maken ze gebruik om informatie te verzamelen, te beoordelen, te verwerken en te archiveren? En wat doen ze eigenlijk met al die mooie hulpmiddelen (catalogi, discovery tools, bibliografische software, samenwerkingsomgevingen, etc.) die wij ze daarbij ter beschikking stellen, onder de neus houden danwel door de strot duwen? Het blijven interessante en vaak eigenlijk toch ook onbeantwoorde vragen. Nieuw onderzoek naar dat daadwerkelijke gebruik en de daadwerkelijke behoeftes kan bij mij daarom altijd op warme aandacht rekenen, en dat geldt dus ook voor het nieuwe JISC-rapport Researchers of Tomorrow. Extra interessant vanwege de focus op de jonge onderzoekers, de promovendi van dit moment en daarmee de hoogleraren en P.I.’s van morgen en overmorgen. Ik heb nog geen tijd gevonden om het rapport van kaft tot kaft te lezen (doet trouwens iemand dat tegenwoordig nog?), maar heb wel flink virtueel heen en weer gebladerd (scrollen dus, wat toch nog steeds een mindere leeservaring is dan het fysieke bladeren) en inmiddels wat krenten in de pap gevonden.

Ik knip-en-plak er even twee passages (van resp. p. 33 en p. 59) uit onder het motto ‘The plural of anecdote is data’:

Nou vooruit, je moet er terughoudend mee zijn, maar toch: verplichte leesvoer!

Weekendvitaminen #31

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Het bericht stond gisteren plompverloren opeens prominent op de universitaire website:

Zwaar weer Amsterdam University Press
Onder meer als gevolg van sterk toenemende verliezen is Amsterdam University Press in zwaar weer terecht gekomen. Teneinde de continuïteit van het bedrijf te waarborgen is besloten de huidige statutaire directie te vervangen. Over de nieuwe directie volgen op korte termijn nadere berichten.
De Universiteit van Amsterdam is er trots op een instituut als de Amsterdam University Press in zijn gelederen te hebben en realiseert zich dat dit een unieke situatie is waar andere universiteiten in binnen- en buitenland met enige afgunst naar kijken. Alle inspanningen zijn er dan ook op gericht AUP als podium voor wetenschappers te behouden.

Dat universitaire uitgeverijen het moeilijk hebben is genoegzaam bekend, maar dat het blijkbaar zo slecht gaat met onze eigen AUP verraste me wel. Enkele weken geleden maakte het bericht dat de University Press of Missouri haar deuren moest sluiten een fikse discussie los bij onze Amerikaanse collega’s, waarbij nog maar eens op de discrepantie werd gewezen tussen de bedragen die nodig zijn om deze universiteitsuitgeverij overeind te houden ($ 400.000) en de bedragen die binnen de Amerikaanse universitaire wereld worden uitgegeven aan de ondersteuning van sportactiviteiten. Bij de UvA is dat niet aan de orde, maar worden hopelijk toch de benodigde gelden gevonden om de AUP in leven te houden. In haar twintig jarig bestaan heeft de uitgeverij een rijk fonds opgebouwd van ca 1.400 titels een een belangrijke bijdrage geleverd aan de discussie over het open access uitgeven van monografieën (het OAPEN-project). Dat zou niet op deze wijze moeten eindigen.

Different, not the same

Ik heb het blijkbaar nog niet vaak en hard genoeg geroepen. Want wat lees ik n.a.v. een brainstormbijeenkomst van een aantal Amsterdamse informatiespecialisten? “It was also good to realize that the needs differ per discipline. Some scientists still rely very much on books, whereas medical researchers rely mostly on online articles.” Die verschillen in informatiebehoefte zijn er inderdaad, en zelfs binnen afzonderlijke disciplines kunnen er nog aanzienlijke verschillen zijn in de wijze waarop informatie wordt verzameld, beheerd en gedeeld. Zelfs binnen de groep medische onderzoekers.

Dat wordt nog eens duidelijk uit weer zo’n uitstekend onderzoek waar de Britten de laatste tijd het patent op hebben. In november van het vorig jaar verscheen Patterns of information use and exchange: case studies of researchers in the life sciences. Het betreft een etnografisch onderzoek naar de wijze waarop zeven verschillende onderzoeksgroepen uit de levenswetenschappen met hun informatie-huishouding omgaan. Aan alle betrokken wetenschappers is gevraagd gedurende vijf werkdagen een gestructureerd dagboek bij te houden waarna op basis van de bevindingen individuele interviews gehouden zijn en focusgroep gesprekken.

Ik zal niet uitvoerig uit het rapport gaan citeren (lezen jullie het lekker maar een keertje zelf), maar twee citaten zal ik jullie toch niet onthouden. Ze komen uit de samenvatting van het rapport voor de RINews van december. Onder de kop ‘Life scientists’ information use – one size does not fit all’.

There are marked differences in the patterns of information use and exchange between research groups in different areas of the life sciences, reinforcing the need to avoid standardised policy approaches.

The use of social networking tools for research purposes is far more limited than expected.

Het woord ‘library’ komt in het hele rapport nauwelijks keer voor. Dat zou verontrustend kunnen zijn, ware het niet dat er in het rapport veelvuldig over ‘information service providers’ (een veel bredere term) gesproken wordt. Maar toch. Alleen de botanici noemen expliciet de bibliotheek als een van hun belangrijkste bronnen van informatie.

Dit eerste onderzoek zal dit jaar gevolgd worden naar een tweede, vergelijkbaar onderzoek maar dan onder geesteswetenschappers. Ik kan bijna niet wachten op de resultaten.

P.S. Verder natuurlijk geen kwaad woord over collega Jacqueline a.k.a. Laika. Ze heeft net voor het tweede achtereenvolgende jaar met Laika’s MedLibLog een nominatie in de wacht gesleept voor een van de Medical Weblog Awards. Een prestatie die weinig (ik denk eigenlijk: geen) Nederlandse blogger haar na zal doen. We gaan dus weer duimen voor Jacqueline…

E-books: de Britse praktijk (III)

Welke specifieke lessen zijn er nu voor bibliotheken en uitgevers uit het JISC-onderzoek te trekken? Wat de bibliotheken betreft, op het belang van een goede ontsluiting van de e-books in de catalogus heb ik in een eerdere post al gewezen. Maar uit het oogpunt van marketing van de e-books blijkt de website van de bibliotheek nog veel belangrijker: die blijkt volgens de enquêtes onder de Britse studenten de belangrijkste bron van informatie over de beschikbaarheid van e-books. Raar maar waar: in een tijd van overvloed aan e-informatie, blijkt promotie van dat materiaal nog steeds essentieel. Niet alleen om het vindbaar te maken in die overvloed, maar ook gewoon om het bestaan van deze specifieke vorm kenbaar te maken.

Uitgevers zouden verder, althans op basis van dit onderzoek, niet bevreesd moeten zijn voor een inzakkende verkoop van hun textbooks (toch vaak een melkkoe voor menige uitgeverij). Voor de gebruikte titels is die verkoop in ieder geval gedurende de onderzoeksperiode niet significant gedaald, wat door de onderzoekers vooral wordt toegeschreven aan het verschillende gebruik van de twee vormen: de e-versie vooral om snel feiten op te zoeken of te controleren, te-knippen-en-te-plakken (voor zover toegestaan) en de p-versie voor langdurige studie en lezen: “The two formats appear, from this evidence, to be complementary and to stimulate overall use for the content.”

De onderzoekers komen vervolgens meteen met een lijst van 10 desiderata waaraan een effectief en goed werkend e-booksplatform zou moeten voldoen. Beschikbaarheid van de meest recente editie (zonder embargo), zo min mogelijk beperkingen t.a.v. (her-)gebruik van de tekst, snel laden van nieuwe pagina’s, garantie op toegang tot het eenmaal gekochte materiaal en een ontwerp dat uitgaat van de gebruiker waarvoor geen enkele training of instructie nodig is: “no-one receives training to use Amazon!”

De JISC E-books Working Group knoopt tot slot een aantal voor de hand liggende conclusies aan dit onderzoek. Gegeven het feit dat e-books zich nog duidelijk in hun teenage years bevinden en er zelfs op de Engelstalige textbook-markt nog sprake is van een lack of critical mass, roept zij bibliotheken en uitgevers op te blijven experimenteren met e-booksmodellen. Iedereen wil tenslotte die kant op, niet alleen op onze desk- en laptops, maar in toenemende mate ook op onze mobiele en andere draagbare apparaten. Dat dat ook nog eens vraagt om aanvullend en nieuw onderzoek is een conclusie die uiteraard ook niet mag ontbreken. We weten gewoon nog te weinig af van hoe al dat digitale materiaal in de dagelijkse praktijk door diegenen voor wie het allemaal bedoeld is daadwerkelijk gebruikt wordt.

(wordt nog één keer vervolgd)

E-books: de Britse praktijk (II)

Wat gebeurt er als je gedurende veertien maanden 36 verplicht voorgeschreven textbooks onbeperkt beschikbaar maakt op 127 universiteiten? Het valt niet moeilijk te raden: ze worden gebruikt, en nog intensief ook. Tien procent van het gebruik speelt zich zelfs tussen twaalf uur ´s nachts en zes uur ´s ochtends af. De piek van het gebruik ligt uiteraard rond het middaguur maar 24/7 bewijst zich wel degelijk. 24/7/52 (24 uur beschikbaar per etmaal, zeven dagen per week, 52 weken per jaar) ook, maar wel met de pieken die eigen zijn aan juist dit soort textbooks: intensief gebruik aan het begin van het studiejaar en aan het begin van het tweede semester, maar daartussenin beduidend lager gebruik (zes tot acht maal intensiever gebruik in de drukke periode).

Het gebruik is daarnaast vooral kort van karakter. Uit de deep log analysis blijkt dat 85% van de gebruikers minder dan één minuut op een pagina verblijft, tegen slechts 5% meer dan vijf minuten per pagina. Er wordt snel gezocht, er wordt kort gelezen, geknipt en geplakt en vervolgens wordt er weer uitgelogd. De onderzoekers typeren dit gedrag als het consumeren van kleine brokken:

Currently the use of e-books mostly satisfies the need for brief information and rapid fact extraction. This may be due to poor usability (…) but suggests that print titles are required and that e-books complement the use of print.

Om e-books vindbaar te maken voor gebruikers zijn, naast hoogwaardige metadata, vooral opname in de lokale catalogus en vermelding op de website van de bibliotheek essentieel. “Federated search is little used by students, and, indeed, appears to be a source of confusion rather than a useful discovery tool as far as e-books are concerned.” Deze bevinding komt overeen met wat in bijna alle onderzoeken over het gebruik van e-books steeds weer terugkeert: de essentiële rol van de catalogus in het gebruik ervan. In het artikel E-Books in the Sciences’ wordt het als volgt geformuleerd:

A majority of the faculty members and graduate students were using the catalogue to find e-books. If an e-book is not catalogued they may have the misperception that there are fewer e-books in their subjects. E-books that are indexed in the catalogue are more likely to be used than e-books which are promoted by e-mail and other avenues and have not been indexed in the catalogue.

Tegenover de voordelen van de permanente (digitale) beschikbaarheid en het gemak van de doorzoekbaarheid van teksten, komen uit het gebruikersonderzoek ook (uiteraard) de nodige ongemakken nog naar voren; ongemakken die ook voor het overgrote deel bekend zijn: beperkingen ten aanzien van het downloaden en printen van, delen van de, e-books; beperkingen wat betreft het gelijktijdig gebruik; en een ‘poor reading experience’ vanwege gebrekkige schermindelingen. Maar dat alles weegt niet op tegen wat een van studenten uit het onderzoek als volgt onder woorden brengt:

However, when I am not able to go to the library, or all copies are out, the electronic version is a true salvation, as I am able to use it wthout competing with other students, and have it at my disposal 24/7.

(wordt vervolgd)

E-books: de Britse praktijk (I)

      

Her en der zijn in de afgelopen maanden al wat voorlopige resultaten gepresenteerd, maar nu is dan het eindrapport beschikbaar van het waarschijnlijk tot nu toe omvangrijkste onderzoek naar het gebruik van e-books in het wetenschappelijk onderwijs: het JISC national e-books observatory project. Oorspronkelijk opgezet in 2007 is in de daaropvolgende twee jaren diepgaand onderzoek gedaan naar het daadwerkelijke gebruik van 36 textbooks (verdeeld over de vakgebieden bedrijfskunde, mediastudies, engineering en geneeskunde) die in deze periode vrij ter beschikking werden gesteld aan alle medewerkers en studenten van Britse universiteiten (in totaal 127 instellingen). E-bookgebruikers werden twee keer geënquêteerd, er vonden foucsgroep-gesprekken plaats, de leveranciers van de e-books stelden hun log files beschikbaar voor deep log analysis (een specialiteit van een van de betrokken onderzoekspartners, CIBER), uitgevers hun verkoopcijfers en de betrokken universiteiten hun uitleengegevens. Kortom, een overvloed aan relevant cijfermateriaal en daarmee een solide basis voor gefundeerde conclusies.

JISC kon voor dit project beschikken over een projectbudget van meer dan 1 miljoen €, waarvan meer dan de helft werd ingezet voor de licenties voor de 36 e-books. Na een tender-procedure werden twee platforms geselecteerd, MyiLibrary en WoltersKluwer/Ovid. De laatste keuze bleek uiteindelijk niet zo’n gelukkige. Het wordt in het eindrapport op een wat onopvallende wijze gepresenteerd, maar op de voorlaatste pagina komt onder het kopje Study limitations de aap uit de mouw: “Unfortunately, due to technical issues at WoltersKluwer / Ovid, CIBER was unable to undertake a deep log analysis of the medical titles.” En dat waren er toch 10 van de 36! Platform-specifieke zaken komen daardoor niet aan de orde, maar CIBER kreeg van MyiLibrary wel toegang tot de logdata van andere (ruim 10.000) titels die via dit platform beschikbaar worden gesteld, zodat de onderzoekers de beschikking kregen over een controle groep.

Uit de overvloed aan gegevens (het eindrapport zelf is daarin sober, maar op de projectsite staan de volledige versies van de onderliggende rapportages):

  • 5 van de geselecteerde 26 e-books genereerden gezamenlijk meer dan 50% van het daadwerkelijke gebruik; de 10 meest gebruikte titels gezamenlijk 80% van het gebruik.
  • de meest populaire titel (Organisational Behaviour and Analysis: An Integrated Approach) was verantwoordelijk voor 11% van het gebruik.
  • in het totale e-books aanbod van MyiLibrary voor de onderzoeksperiode behoren zeven van de tien meest gebruikte e-books tot de door JISC vrij beschikbaar gestelde collectie. Niet ten onrechte beschouwen de onderzoekers dit als “an extraordinary performance”.

(wordt vervolgd)