Archief voor de ‘UKB’ Tag

Dubbele update

Discovery

Ruim een jaar geleden inventariseerde ik de stand van zaken m.b.t. de implementatie van zogenaamde discovery tools bij Nederlandse universiteitsbibliotheken. Dat beeld was destijds nog niet compleet; een aantal bibliotheken moest nog een keuze maken. Inmiddels is dat totaalbeeld wel te geven:

Primo – ExLibris

Summon – Serials Solutions

  • Erasmus Universiteit Rotterdam - sEURch
  • Technische Universiteit Eindhoven - Focus
  • Radboud Universiteit Nijmegen – RUQuest
  • Maastricht Universiteit: Quick Search

WorldCat Local – OCLC

EBSCO Discovery Service – EBSCO

  • nog geen UB

Twee bibliotheken ontbreken in bovenstaande opsomming. De UB Utrecht heeft haar voornemen van ruim een jaar geleden om te stoppen met haar zelf ontwikkelde zoekmachine Omega en geen vervangende, nieuwe discovery tool aan te schaffen per september ten uitvoer gebracht. De homepage van de bibliotheek biedt nu de wat ongebruikelijke aanzicht zonder zoekbalkje en in plaats daarvan via de trits zoeken – verwerken – publiceren handreikingen voor de beste keuze. Bij zoeken wordt nadrukkelijk voor Google Scholar en PiCarta gekozen.

Gegeven deze keuze is het met name interessant wat de andere ontbrekende bibliotheek, die van de TU Delft, gaat doen. Uitfasering van de eigen zoekmachine Discover lijkt slechts een kwestie van tijd, en wat dan: de keuze voor een commercieel product of de ‘Utrechtse’ weg?

jaarverslag2

Ook een andere inventarisatie kan inmiddels wat verder aangevuld worden, nl. die van jaarverslagen van de Nederlandse UBs. Aan het rijtje

kunnen inmiddels de volgende toegevoegd worden:

Dan ontbreken nog steeds Eindhoven, Maastricht, Tilburg en Twente. Misschien heb ik niet goed gezocht (dan graag aanvulling!), maar wellicht produceren deze bibliotheken geen jaarverslagen (meer) omdat zij opgenomen zijn in een bredere, ondersteunende dienst.

Overigens presenteerde Nijmegen, net als Utrecht eerder, niet alleen een tekstueel jaarverslag maar ook een infographic:

RU2012

Mogelijke een nieuwe trend want ook andere bibliotheken experimenteerden dit jaar met alternatieven (zoals de KB en Leiden).

Een olifant in de bibliotheek? Één? Nee, 60!

Elephant_in_library

Ja, wat hebben bibliotheken toch met olifanten? Met grote regelmaat wordt de olifant als logo of boegbeeld naar voren geschoven. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de HathiTrust:

HathiTrust

met een toelichting die aan duidelijkheid niets te wensen over laat:

Hathi (pronounced hah-tee) is the Hindi word for elephant, an animal highly regarded for its memory, wisdom, and strength. Trust is a core value of research libraries and one of their greatest assets. In combination, the words convey the key benefits researchers can expect from a first-of-its-kind shared digital repository.

Maar HathiTrust is zeker niet de enige. Wat te denken van deze zoekmachine voor historisch krantenmateriaal, Elephind:

Overigens valt het met die ‘wereld’ nog wel mee. Het gaat vooralsnog vooral om gedigitaliseerde kranten uit het Angelsaksisch taalgebied: Australië, Nieuw-Zeeland, Singapore en de Verenigde Staten.

De Koninklijke Bibliotheek bevindt zich dus in goed gezelschap met haar keuze voor de olifant als blikvanger voor het jaarverslag over 2012. Reden? Aan het eind van 2012 had de KB 45 miljoen pagina’s gedigitaliseerd, twee keer de lengte van de Chinese Muur en … gelijk aan het gewicht van 60 olifanten.

Naast het filmpje is er uiteraard ook een uitvoerig tekstueel jaarverslag, hier aangevuld met de recente jaarverslagen van de andere UKB-bibliotheken:

Big Deal

BigDeal

Ruim drie jaar geleden onderhandelden de Nederlandse universiteitsbibliotheken in UKB-verband over een nieuwe licentie met Elsevier over toegang tot het volledige pakket aan elektronische tijdschriften op het ScienceDirect-platform, de zgn. Freedom Collection (what’s in a name?). Tijdens de onderhandelingen konden de bibliotheken hun front gesloten houden, hetgeen uiteindelijk resulteerde in twee opties: een contract met Elsevier voor vijf of voor drie jaar. Acht bibliotheken kozen voor de lange periode, vijf (Groningen, Utrecht, Nijmegen, de VU en de UvA) voor de kortere. En dus moesten die vijf afgelopen najaar, kort na de Academische Lente, opnieuw in de slag met Elsevier omdat hun contract in december afliep. Niet zonder slag of stoot werd er rond Nieuwjaar overeenstemming bereikt over, opnieuw, toegang tot de volledige Freedom Collection voor een periode van twee jaar. Dat betekent dat de UKB-bibliotheken in 2014 opnieuw gezamenlijk de onderhandelingen met Elsevier in kunnen gaan voor de jaren daarna.

Vraag is dan wel of de omstandigheden tegen die tijd ingrijpend veranderd zullen zijn, zoals sommige optimisten nu al durven te voorspellen, of dat ook dan de Big Deal nog steeds domineert. Dat dat laatste op dit moment in ieder geval nog steeds zo is, blijkt uit een recente inventarisatie van de Amerikaanse Association of Research Libraries. Daaruit blijkt dat licenties op volledige bundels elektronische tijdschriften van grote uitgeverijen nog zeer wijdverbreid zijn. Voor de grootste en belangrijkste uitgeverijen zijn dit de percentages van big deal-contracten onder die Amerikaanse bibliotheken:

  • American Chemical Society  97%
  • Wiley-Blackwell                   96%
  • Springer                             95%
  • Elsevier                              92%
  • Sage                                   89%
  • Nature                                86%
  • Taylor & Francis                  57%

Dat zijn geen percentages die eenvoudig gewijzigd zullen worden.

antiElsevier

Bewaarbeleid toegelicht

Vanmiddag was ik te gast bij de herfst-vergadering van de Vereniging voor het Theologisch Bibliothecariaat (VThB), het samenwerkingsverband van wetenschappelijke en speciale bibliotheken in Nederland (en Vlaanderen, bleek mij tijdens de bijeenkomst) met belangrijke theologische collecties. Mij was gevraagd een toelichting te komen geven op het bewaarbeleid van de 14 UKB-bibliotheken t.a.v. gedrukt materiaal, een verzoek waaraan je als voorzitter van de UKB-werkgroep Collectiemanagement uiteraard graag voldoet. Het UKB-bewaarbeleid is tenslotte een van de belangrijke aandachtspunten van genoemde werkgroep.

Op de website van UKB staat de nodige informatie over dat bewaarbeleid; onderstaande presentatie voegt daar nog de nodige detaillering aan toe.

Belangrijkste discussiepunt na de presentatie betrof de vraag in hoeverre niet-UKB-bibliotheken zich bij het UKB-bewaarbeleid kunnen aansluiten. Deze bibliotheken beschikken vaak over unieke collecties gedrukte monografieën en tijdschriften waarvan behoud voor de collectie-Nederland ook in het belang is van de universiteitsbibliotheken. Laat dit nu juist een van de agendapunten op de komende vergadering van de werkgroep zijn. ;-) (en toeval bestaat uiteraard niet)

Harvard in last

De Amerikaanse bibliotheekwereld volgt momenteel met argusogen de ontwikkelingen bij de grootste, rijkste en beste (?) research library, nl. die van Harvard. Het conglomeraat van bibliotheken dat gezamenlijk de Harvard University Libraries (HUL) vormt staat namelijk voor een ingrijpende reorganisatie. Het systeem van coordinated decentralization van 73 afzonderlijke bibliotheken is niet meer te handhaven en zal plaats moeten maken voor een meer gecentraliseerd, universiteitsbreed bibliotheeksysteem. Een van de redenen die Harvards president Drew Faust daarvoor aanvoert is de volgende: “only 29 percent of Harvard’s total library budget goes to materials, while for our peers, the average is 41 percent. We have not been using our resources to maximum advantage.” De onderbouwing voor die claim is terug te vinden in de jaarlijkse statistieken van de Association of Research Libraries (ARL). Daaruit blijkt dat het budget van Harvard in 2008-2009 ca. $ 120 miljoen was, waarvan ‘slechts’ $ 35 miljoen besteed werd aan de koop van en licenties op informatiebronnen. Dat betekent overigens wel dat “Harvard spends on average more than twice as much as its peer universities on its libraries, devoting 3.3% of its overall budget to libraries while its peers spend on average 1.9% of their budgets.” Maar blijkbaar gaat veel van dat geld dus niet in toegang tot informatie zitten en dáár moet ingrijpend verandering in komen.

Hoe verhoudt zich dat nu tot de Nederlandse situatie? Welk percentage van hun budget besteden de Nederlandse universiteitsbibliotheken eigenlijk aan content? De jaarlijkse benchmark van UKB biedt daarvoor enig houvast al blijft het met dit soort gegevens altijd moeilijk vergelijken. Uit het overzicht voor de jaren 2006-2010 blijkt dat in die jaren de 13 UKB-bibliotheken gezamenlijk gemiddeld 35% van hun budget aan content besteedden. Het laagste percentage voor een van de UBs is in deze vijf  jaren 25%, het hoogste 54%. De Nederlandse UBs komen gezamenlijk dus niet aan het percentage van de peers van Harvard, maar ze zitten gemiddeld behoorlijk boven het percentage van datzelfde Harvard. Of dat ze nu rijp maakt voor een reorganisatie zoals bij Harvard is natuurlijk een heel andere vraag.

Ook bewaren is samenwerken

Vandaag de hele dag in Leiden voor overleg met landelijke collega’s in de UKB-werkgroep Collectiemanagement. Kennisdeling is een belangrijke doelstelling van deze werkgroep en vanuit Leiden werden vandaag de implementatie van Primo als hun nieuwe discovery & delivery tool en de keuze voor de Library of Congress Classification als nieuwe plaatsingssysteem voor de open opgestelde collectie in de Leidse UB toegelicht. Aangezien beide onderwerpen op dit moment ook in Amsterdam ter hand worden genomen en er de nodige afstemming plaatsvindt met Leiden, leverde dit voor mij niet al te veel nieuwe gezichtspunten op maar voor onze collega’s uit andere UBs des te meer. Zo installeren we beide op dit moment Primo, maar blijken wij (en ook anderen die daarmee bezig zijn – geweest -  zoals Wageningen en de VU) soms toch heel verschillende keuzes te maken. Voor die instellingen die nog niet zo ver zijn, levert dat interessante input voor hun eigen keuzetraject.

Het is echter niet alleen maar kennisdeling, er wordt soms ook ‘echte’ besluiten voorbereid voor UKB. Deze keer konden we tevreden vaststellen dat onze voorstellen t.a.v. het bewaarbeleid voor monografieën (‘boeken’) door UKB zijn aanvaard. Dat is een belangrijke mijlpaal. Vijf jaar geleden zijn de bewaarregels t.a.v. gedrukte tijdschriften vastgesteld: de UKB-bibliotheken hebben toen afgesproken gezamenlijk minimaal één gedrukte reeks van elk tijdschrift te behouden voor de Wetenschappelijke Collectie Nederland. Daarvoor zijn bewaarafspraken per wetenschappelijke discipline afgesproken, waardoor de ‘bewaarlast’ over alle UKB-bibliotheken is verdeeld. Voor gedrukte boeken is nu de afspraak gemaakt dat er van ieder gedrukt boek minimaal twee exemplaren (op twee verschillende locaties) bewaard moeten worden voor de WCN. Zolang er ergens bij de UKB-bibliotheken nog twee exemplaren aanwezig zijn, kunnen de andere bibliotheken hun exemplaar van die titel uit hun collectie verwijderen, als zij daar reden toe zien. Dat laatste is niet zonder belang: het gaat niet om een ‘opdracht’ van UKB om nu op te gaan ruimen, het gaat alleen om een stelsel van afspraken dat toegepast moet worden op het moment dat een bibliotheek in haar collectie materiaal wil gaan afstoten (deselecteren in het jargon). Daarmee is een gemeenschappelijke basis gecreëerd voor het bewaarbeleid van individuele instellingen, en dat is winst. De nieuwe afspraken komen binnenkort op de UKB-website beschikbaar.

Twee dagen UKB

In de afgelopen twee dagen veel op stap geweest voor overleg in UKB-verband. Gisteren naar m’n ‘eigen’ club, de UKB-werkgroep Collectiemanagement in Groningen, en vandaag als vervanger van Nol naar UKB Plenair in Utrecht. In Groningen was het volle bak, alleen Twente ontbrak op het appèl. Naast de gebruikelijke uitwisseling van lokale ontwikkelingen en ervaringen (e-books, discovery tools, workflows) stond een eerste voorstel voor gezamenlijk UKB-bewaarbeleid voor gedrukte monografieën op de agenda. Vijf jaar geleden zijn in UKB-verband de eerste afspraken gemaakt over het bewaren van het laatste gedrukte exemplaar van elke tijdschrifttitel bij de gezamenlijke UKB-bibliotheken (ook wel aangeduid als de Wetenschappelijke Collectie Nederland) en nu, onder de gecombineerde druk van vollopende magazijnen, bezuinigingen en toenemende digitalisering, heeft UKB aan de werkgroep ook om een regeling voor monografieën gevraagd. Over de uitgangspunten konden we het betrekkelijk snel eens worden en met wat kleinere aanvullingen zal de notitie nu aan UKB Plenair worden voorgelegd. Een mooi voorbeeld van concrete samenwerking tussen de 14 UKB-bibliotheken en mogelijk de basis om in de komende jaren nog de vervolgstap te zetten naar een (of meerdere) gezamenlijke depots voor minder gebruikt materiaal.

Waar levert samenwerking meerwaarde op en hoe ver zijn bibliotheken bereid om gezamenlijke belangen te laten prevaleren boven hun eigen particuliere belangen? Dat vormde het onderliggende thema bij de bespreking vandaag in UKB Plenair van het concept-beleidsplan voor de periode 2011-2015. In een terugblik op het vorige beleidsplan werd geconstateerd dat de vier jaar geleden geformuleerde ambities op het gebied van intensieve(re)  samenwerking duidelijk niet gerealiseerd zijn. Daarom wordt voor de komende jaren voor een lager en realistischer ambitieniveau gekozen, met onderwerpen waarop die samenwerking over de volle breedte van UKB gezocht wordt en onderwerpen waarop die samenwerking eerder in kleiner verband (gelijkgestemden; gelegenheidscoalities) gerealiseerd zal worden. Tevens werd geconstateerd dat samenwerking geen doel op zich is, maar altijd in relatie gezien moet worden met de opdracht waar alle UBs voor staan: het ondersteunen van het lokale onderwijs en onderzoek op een kostenefficiënte wijze.

Die kosten kwamen in de middagsessie nadrukkelijk aan de orde toen door alle aanwezige bibliothecarissen een korte presentatie werd verzorgd over de actuele financiële situatie binnen hun instelling (inclusief bibliotheek) en de verwachte bezuinigingen in de komende jaren. De Erasmus Universiteit kon als enige een lichte stijging van het budget melden; overal elders wordt er meer of minder ernstig bezuinigd op de universitaire bibliotheekvoorzieningen in de komende jaren. De verschillen zijn overigens groot tussen de verschillende bibliotheken, niet alleen qua omvang van hun budget, maar ook wat betreft de wijze van financiering van de bibliotheek en welke kosten wel/niet in dat budget zijn meegenomen. Een constante kwam echter steeds terug: het aandeel van de kosten van de ‘big deals’ voor elektronische tijdschriften in het totale collectievormingsbudget is overal zo groot geworden dat verdere stijging van die kosten eigenlijk niet meer mogelijk is. Dat is dan ook de boodschap die aan de uitgevers is meegegeven in de onderhandelingen over de ‘big deals’ die dit jaar verlengd moeten worden (met Springer, Wiley-Blackwell en Sage). Dat zullen geen eenvoudige onderhandelingen worden.

De worsteling met e-books

In een eerdere post besteedde ik al een keer aandacht aan een van de masterscripties uit ons digitale scriptiebestand, Scripties Online. Inmiddels worden daar op jaarbasis ca. 400 masterscripties voor de geesteswetenschappen opgenomen die open access raadpleegbaar zijn; daarnaast worden er nog eens ruim 100 masterscripties in het bestand gearchiveerd waarvoor de auteur geen toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking. Per masteropleiding verschillen de aantallen beschikbare scripties overigens aanzienlijk, een getrouwe afspiegeling van de verschillen in populariteit tussen de masteropleidingen.

Een van de laatste aanwinsten is de scriptie E-books in Nederlandse universiteitsbibliotheken van Marieke Doornbos. Het geeft de stand van zaken met betrekking tot het aanbod en de wijze van beschikbaarstelling van e-books bij de UKB-bibliotheken. Het totaalbeeld dat daaruit oprijst zal niet onbekend voorkomen: alle UBs zijn voorzichtig bezig e-books in hun aanbod van wetenschappelijke informatie op te nemen, experimenten vieren hoogtij en de UBs zijn alle nog zoekende naar de beste wijze van ontsluiting en beschikbaarstelling. Zoals gezegd, dat verrast allemaal niet heel erg, maar Doornbos heeft het wel allemaal heel systematisch uitgezocht voor de betrokken bibliotheken en dat zal toch voor de afzonderlijke bibliotheken informatie opleveren waar ze hun voordeel mee kunnen doen.

Jammer is wel dat de scriptie de situatie beschrijft van een jaar geleden, in mei 2009 (en zoals bekend gaan de ontwikkelingen rond e-books razendsnel), en dat Doornbos zich exclusief baseert op informatie die beschikbaar was op de websites van de betrokken bibliotheken en niet heeft geprobeerd haar inzichten te verdiepen door bijvoorbeeld interviews met beleidsbepalende medewerkers uit de verschillende bibliotheken. Maar misschien leg ik dan m’n persoonlijke lat voor afstudeerscripties wel weer te hoog.

OBO in Delft

Gisteren was ik de hele dag in Delft voor het halfjaarlijkse overleg van de UKB-onderbibliothecarissen. Josje Calff uit Leiden is Marjolein Nieboer, na haar promotie naar het allerhoogste gremium, opgevolgd als voorzitter van ons overleg. Zoals het een goede voorzitter betaamt, wilde ze meteen een aantal veranderingen doorvoeren. OBO vond ze te o(u)bollig, maar een alternatief bleek niet eenvoudig te vinden. NOBO, UKB2, UKB 2.0 en nog wat varianten passeerden de revue, maar deze korte discussie eindigde toch met de conclusie dat bij gebrek aan beter we voorlopig het bij OBO zullen houden en voor de volgende bijeenkomst een prijsvraag zullen uitschrijven.

De bijeenkomst had een hoog HRM-gehalte en niet alleen omdat bij de helft van de vertegenwoordigde bibliotheken (5 van de 10) meer en minder ingrijpende reorganisaties voor de deur stonden of in een vergevorderd stadium van uitvoering zijn. Een van de andere gesprekspunten in de ochtend betrof het functieprofiel voor informatie-/collectiespecialist dat alle universiteitsbibliotheken sinds de invoering van de zgn. Hay-systematiek voor de Nederlandse universiteiten hanteren. Op dat profiel is inmiddels het nodige aan te merken, zowel wat de inhoud van dat profiel zelf betreft als de relatie tot het tweede belangrijke bibliotheekprofiel in de Hay-systematiek, het profiel voor bibliotheek-technisch medewerker. Voor dat laatste profiel is al een voorstel voor modernisering en aanpassing geformuleerd en bij de UBA zijn we intern bezig ook naar dat profiel van informatie-/collectiespecialist te kijken. De ideeën die we daarover inmiddels ontwikkeld hebben, bleken voor een aanzienlijk deel aan te sluiten bij de onvrede en mogelijke aanpassingen die andere bibliotheken eigenlijk gerealiseerd zouden willen zijn. Er lijkt in ieder geval een brede basis aanwezig om tot een gezamenlijk voorstel te komen.

Gastvrouw Wilma van Wezenbeek van de TU Delft presenteerde daarnaast de aanpassingen die momenteel in het bibliotheekgebouw in Delft worden doorgevoerd. Nog geen tien jaar na oplevering is geconstateerd dat het gebruik van de bibliotheek zeker niet slechts is, maar dat met name in de periodes tussen de tentamens het bezoek te wensen over laat. Dat poogt men in Delft nu te veranderen door niet alleen de inrichting van de bibliotheek aantrekkelijker te maken (inclusief het inmiddels onvermijdelijke café), maar ook door de bibliotheek meer dan in het verleden tot kloppend hart van de campus te maken door het organiseren van allerlei activiteiten (zoals de Delftse alumnidag) die voorheen aan de bibliotheek voorbij gingen. Ambitie is de bibliotheek voor iedere technisch geïnteresseerde een onmisbare plek te maken, bij wijze van spreken van de wieg tot het graf.

Wilma had deze presentatie ook vorige week al in Madrid verzorgd en daarom was het nu des te leuker om de reeds doorgevoerde veranderingen in het echt te kunnen zien. Het project moet dit jaar afgerond worden en dus moet er vooral ‘deze zomer’ nog heel veel gebeuren. Maar het blijft opvallend dat zelfs zo’n recent opgeleverde bibliotheek nu al weer met zulke ingrijpende veranderingen bezig is. Wat betekent dat wel niet voor een bibliotheek die nu al 15 jaar op de tekentafel ligt, zoals die nieuwe Amsterdamse UB?

De UB onzichtbaar

Gistermiddag organiseerde de UKB-werkgroep Learning Spaces (voorheen Digitale LeerOmgeving) een workshop over de rol van de universiteitsbibliotheek in de ondersteuning van het academisch onderwijs. Een afwisseling van korte presentaties, demo’s en posters afgesloten door een zaaldiscussie. Voor echte diepgang was de uitgetrokken tijd, krap 2,5 uur, aan de te korte kant maar dat er in alle universiteitssteden hard en enthousiast gewerkt wordt om een bijdrage te leveren aan het studiesucces van de eigen instelling was overduidelijk.

Ondertitel van de workshop luidde:  Of hoe (on)zichtbaar zijn UB’s in het onderwijs? Af en toe kwam die (on-)zichtbaar zijdelings aan de orde, maar heel expliciet in de einddiscussie. Platformmanager Tom Dousma (ICT & Onderwijs, SURF) stelde onomwonden de vraag: ‘moet de UB niet gaan verdwijnen?’ Er werd vanuit de zaal nauwelijks op de vraag gereageerd, alsof we bang waren de vraag echt onder ogen te zien. Maar is het echt zo’n probleem, het onzichtbaar worden van die UB? We weten uit gebruikersonderzoek dat veel onderzoekers zeggen de (digitale)  bibliotheek in het geheel niet meer te gebruiken omdat ze via Google (Scholar) ook overal bij komen. Ze zien dan het Brought to you by: Universiteit van Amsterdam van ScienceDirect over het hoofd. Elektronische tijdschriften lijken gewoon vrij beschikbaar, terwijl het wel de bibliotheek is die voor die ‘vrije’ toegang gezorgd heeft. Zij krijgt er echter niet meer de ‘credits’ voor.

Een dergelijk scenario is ook heel goed denkbaar in de ondersteuning van het onderwijs. Als informatiespecialisten geïntegreerd in het curriculum een bijdrage leveren aan de informatievaardigheid van studenten dan is het helemaal niet noodzakelijk dat daar het etiket bibliotheek op wordt geplakt. Het instituut bibliotheek wordt daarmee misschien minder (of zelfs on-) zichtbaar, maar de ervaring en specifieke deskundigheid waarvoor de bibliotheek staat vindt wel een natuurlijk plek in het primaire proces.

De UB onzichtbaar… Erg? Nee hoor, waarom eigenlijk?

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 47 andere volgers