Archive for the ‘uitleningen’ Tag

TWIT #28

TWIT

https://twitter.com/EricHennekam/status/399124857192841216

Advertenties

Nostalgie

Eerlijk gezegd had ik niet meer verwacht er nog ooit een onder ogen te krijgen, laat staan een die ook nog eens recent daadwerkelijk gebruikt zou zijn. Maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit, evenals sommige hardnekkige bibliotheekgebruiken.

Herinnert u zich deze nog? Ik kon m’n ogen eigenlijk niet geloven:

En netjes afgetekend op 23 september 2012.
De universiteitsbibliotheek anno nu. Er is dus nog steeds ruimte voor verbetering, ook in Enschede…

80/6 in beeld gebracht

In m’n vorige post kwam het meest besproken resultaat van het OCLC-onderzoek naar het uitlenen van bibliotheekmateriaal al ter sprake: 6% van de collectie zou verantwoordelijk zijn voor 80% van de uitleningen. Rick Lugg weidde er een uitgebreide post aan, uiteraard ter ondersteuning van zijn stelling dat menige open opgestelde bibliotheekcollectie probleemloos in omvang verkleind kan worden, zonder dat de gebruikers van die collectie daar nadelige gevolgen van ondervinden.

Vandaag kreeg ik een presentatie onder ogen waarin de resultaten van de OCLC-studie op een leuke wijze gevisualiseerd worden, namelijk aan de hand van een van de boeksculpturen van Matej Kren: Idiom

De volledige presentatie van Tod Colegrove is hier te raadplegen, Idiom is in de eerste acht slides verwerkt.

Met dank aan John Robert Lang die een fijne neus heeft voor infographics en ander beeldmateriaal uit de bibliotheek- en informatiewereld.

Weekoogst #65

3 jaar HathiTrust
De HathiTrust vierde deze week haar derde verjaardag. En het olifantje is flink gegroeid. Van net 2 miljoen gedigitaliseerde boeken in het archief in 2008 naar bijna 10 miljoen nu. In terabyte: van 80 naar 435 TB. Ruim 2,5 miljoen boeken zijn uit het publieke domein (volgens het Amerikaanse copyright, dus gepubliceerd voor 1923) en vrij raadpleegbaar. En er zitten op dit moment 38.625 Nederlandstalige titels in de HathiTrust, 0,68% van het totaal.
Afgelopen weekend vond de HathiTrust Constitutional Convention plaats, ook al teken van de groei die wordt doorgemaakt. Ter voorbereiding van deze bijeenkomst is een terugblik op de afgelopen drie jaar samengesteld waarin uiteraard wat bereikt is een belangrijke plaats geeft gekregen. Maar deze derde verjaardag is natuurlijk wel een beetje verpest door de rechtszaak die door de Authors Guild is aangespannen. The Orphan Wars have just begun.

Zeven jaar Google Books
Volgens Jon Orwant van Google Books is Google al aanzienlijk verder met het digitaliseren en digitaal beschikbaar stellen van Nederlandstalig materiaal. Hij schat dat van de 3,1 miljoen Nederlandstalige boeken er op dit moment zo’n 168.000 door Google zijn gescand (4x het aantal van de HathiTrust). Daar kan overigens materiaal tussen zitten dat in de VS wel wordt getoond, maar daarbuiten niet. Iedereen die van Google Books gebruik heeft gemaakt zal dat wel een keertje tegengekomen zijn. Orwant verklaart dat uit voorzichtigheid van Google: mensen procederen graag tegen Google en Google is niet altijd zeker van het feit of een werk rechtenvrij is. Better safe than sorry.
Volgens de Gentse catalogus zijn er nu bijna 100.000 door Google gedigitaliseerde boeken uit haar collectie beschikbaar, op twee na alle gepubliceerd voor 1900: een herdruk uit 1942 van een boek uit 1613 en een boek gepubliceerd in het jaar 5609. Dat laatste blijkt uiteraard volgens de Joodse jaartelling te zijn; in onze tijdrekening dus 1849. Ruimschoots in het publieke domein zou je zeggen (Gent lijkt voor het jaar 1871 gekozen te hebben als scheidslijn voor wel/niet in het publieke domein). Maar probeer deze publikatie maar eens full text te raadplegen: Image Not Available is alles wat je te zien krijgt. De wegen van Google, en haar partners, blijven ondoorgrondelijk…

Meten is weten: het gebruik van de collectie
Ten aanzien van het gebruik van gedrukte collecties bestaan in bibliotheekland twee vuistregels: de 20/80 regel en de 60/40 regel. De eerste vuistregel zegt dat twintig procent van de collectie verantwoordelijk is voor 80 procent van de uitleningen; de tweede dat over een langere termijn gemeten (10 à 15 jaar) zestig procent van de collectie minimaal één keer blijkt te zijn uitgeleend, terwijl 40 procent nog op die eerste uitlening zit te wachten.
De eerste vuistregel is onlangs door een grootschalig onderzoek van OCLC ter discussie komen te staan. Uit één kalenderjaar uitleengegevens van de 90 OhioLINK-bibliotheken blijkt namelijk dat slechts 6% van de collectie verantwoordelijk is voor 80% van de uitleningen. Verdere uitwerking van de gegevens uit dit onderzoek moet nog plaatsvinden (de data worden overigens vrij beschikbaar gesteld voor dat nadere onderzoek), maar het maakt mij toch met name benieuwd naar die resterende 20% uitleningen. Hoe verspreid zijn die over de resterende collectie? Het gaat in dit geval om een gezamenlijke collectie van 30 miljoen verschillende titels. Voldoende reden dus om OCLC Research in dit opzicht te blijven volgen.
Wat die tweede vuistregel betreft, die zag ik zelf deze week via een quick and dirty-onderzoekje van onze eigen uitleencijfers nog eens bevestigd. Van onze open opgestelde collecties voor de verschillende geesteswetenschappelijke disciplines blijkt in de afgelopen 15 jaar gemiddeld 40% niet uitgeleend (hetgeen, ook dat moet hierbij steeds benadrukt worden, niet betekent dat de betreffende boeken niet gebruikt zijn; ze hebben alleen de bibliotheek niet verlaten). Er zijn uiteraard aanzienlijke verschillen te constateren tussen de deelcollecties: betrekkelijk jonge collecties, die vaak ook in omvang betrekkelijk klein zijn, blijken veel lager te scoren op de niet-uitgeleend schaal, terwijl collecties van oudere geesteswetenschappelijke disciplines (vaak ook met veel materiaal dat de status ‘niet-uitleenbaar’ heeft) vaker hoger scoren. In ieder geval weer nuttige gegevens, hoe ruw ook, voor nader onderzoek naar de ideale open opgestelde collectie van de toekomst. Chris Bourg postte daarover twee maanden geleden een aantal heel zinnige gedachten.

Van slakken en zout

Enkele posts geleden kwam de Pittsburgh Study uit 1979 ter sprake. Het is een veel gebruikte mijlpaal waar ook in recente studies graag nog aan gerefereerd wordt. Zo ook in Challenges and Possibilities for Collection Management in a Digital Age van Tony Horava. Daar wordt in de volgende passage aan 1979 herinnerd:

In the era of information abundance and multiple pressures on collection building practices, significant portions of our collections are rarely or never used, and this is becoming a risky liability. This issue is not new (the 1979 Kent study at the University of Pittsburgh, found that 26.8 percent of the monographs in the University of Pittsburgh library accounted for 82.2 percent of the use), but we are only beginning to address it.

Hé, dat is een ander cijfer dan ik in mijn post opnam. Volgens mijn gegevens was ruim 40% van de collectie verantwoordelijk voor 80% van de uitleningen (dat scheelt toch bijna een factor 2). Horava geeft geen verantwoording voor zijn data, anders dan een algemene verwijzing naar de Pittsburgh Study. Laat ik dan maar hier de tabel opnemen waaruit mijn gegevens afkomstig waren.

De percentages van Horava heb ik verder in de gauwigheid niet terug kunnen vinden. Kwestie van klok en klepel en geen zin om het nog even te controleren? (of misschien toch van slakken en zout). Verder overigens een lezenswaardig artikel over de uitdagingen waar collection management voor staat.

Cijfers in context

Noem in Amerikaanse bibliotheekkringen de ‘Pittsburgh Study’ en iedereen weet waarover je het hebt. In 1979 verschenen onder de titel Use of Library Materials. The University of Pittsburgh Study de resultaten van een uitgebreid onderzoek naar het gebruik van de (toen nog bijna uitsluitend) gedrukte collectie van de University of Pittsburgh. Meest geciteerde resultaten uit dit onderzoek van Allen Kent et al. zijn 1) uitleengegevens over zeven jaar tonen aan dat in die periode ruim 50% van de collectie werd uitgeleend (en krap 50% dus niet) en 2) dat 40% van de uitgeleende werken verantwoordelijk was voor 80% van de uitleningen (in afwijking van de meer bekende 20/80 regel).

Binnenkort zullen we het wellicht in bibliotheekkringen (en niet alleen de Amerikaanse) hebben over de ‘Cornell Study’. Daar heeft een werkgroep, gebruik makend van 20 jaar uitleendata, diepgaand onderzoek gedaan naar het gebruik van de collecties van Cornell University. De resultaten bevestigen en verdiepen de inzichten van de Pittsburgh Study. Van de totale collectie blijkt na 20 jaar ruim 55% minimaal éénmaal uitgeleend te zijn. Dat niveau van 55% wordt na ongeveer 15 jaar bereikt en stijgt daarna nauwelijks meer. Als we naar de taal van de publicaties kijken, dan zijn er enorme verschillen. De Engelstalige collectie is na 20 jaar voor ruim 60% minimaal één keer van de plank gekomen, maar van de Duits- en Spaanstalige boeken is dat ‘slechts’ 20%. Zes procent van de Cornell-collectie is in het Chinees, qua omvang het derde taalgebied (na Engels en Duits), maar in de top-20 van ‘uitgeleende talen’ komt de Chinese collectie niet voor. De Nederlandstalige overigens wel. Qua omvang op plaats 20; qua uitleenpercentage op plaats 13.

Er zijn meer interessante resultaten. Als naar het aantal geregistreerde uitleningen op één dag wordt gekeken, blijken graduate students de grootste leners te zijn (met bijna 1/3 van alle uitleningen) gevolgd door faculty (bijna 1/4) en undergraduates (10%). Wanneer echter gekeken wordt naar aan wie boeken aangeschaft in 2001 in de afgelopen 10 jaar zijn uitgeleend, dan blijken opeens de undergraduates het hoogste te scoren, gevolgd door de graduate students en faculty. De onderzoekers presenteren daarnaast nog allerlei uitsplitsingen van het uitgeleende materiaal naar discipline (op basis van de Library of Congress Classification codes). De resultaten daarvan bevestigen dat alfa’s en gamma’s van een veel bredere range aan materiaal gebruik maken dan béta’s die veel dichter bij hun leest blijven.

Welke conclusies verbinden de onderzoekers nu aan hun studie? Uiteraard de aanbeveling dat statistische gegevens over het gebruik van de collectie veel meer gebruikt gaan worden door diegenen die verantwoordelijk zijn voor de collectievorming. En de aanbeveling om bij plaatsing van gedrukt materiaal in open opstelling, magazijn of extern depot veel meer rekening te houden met de gebruiksdata die uit dit onderzoek naar voren komen. Bepaald materiaal komt eerder voor plaatsing in het magazijn in aanmerking dan ander. Maar het opvallendste zijn wellicht de ‘waarschuwingen’ van de onderzoekers om niet al te verstrekkende en drastische conclusies uit de data te trekken. In de executive summary wordt nog eens bijzondere aandacht voor het volgende gevraagd:

  • High or low circulation rates should not be attributed to a single straightforward cause, particularly in light of wide variation in the role of print monographs in different disciplines.
  • The Library should not adopt specific across-the-board targets for the circulation rate of print monographs acquired for the collection.
  • The Library should not halt or diminish acquisitions in particular non-English languages absent a detailed understanding of language distribution among the disciplines and across the broad patron base on campus.

Kortom, verzamel data, interpreteer die data, maar vergeet daarbij nooit die data in hun context te plaatsen.

Lees dit rapport!