Archive for the ‘studenten’ Tag

De bibliotheek als vluchtheuvel

Onderstaande still is afkomstig uit een begeleidende filmpje bij het laatste onderzoek van het PIL-project, waarbij PIL staat voor Project Information Literacy:

Voor het onderzoeksrapport zelf: How College Students Manage Technology While in the Library during Crunch Time.

Het commentaar van Barbara Fister is ook lezenswaardig.

Advertenties

Afko #9: HNS

Het was onvermijdelijk dat na HNW, Het Nieuwe Werken, ook HNS, Het Nieuwe Studeren, ingang zou vinden. Ik werd erop geattendeerd in een uitnodiging voor een congres (onderdeel Het Nieuwe Studeren: makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker?) , maar na wat rondsurfen is mij nog niet helemaal duidelijk wat nu precies het verschil is met dat oude studeren. Wij studeerden vroeger toch ook gewoon 24/7 en plaatsonafhankelijk? ūüėČ

Maar het blijft niet alleen bij het nieuwe studeren, we zullen ook aan de slimmerkunde moeten. Slimmerkunde, de kunst van het slimmer omgaan met internet bij je studie én slimmer leven. Een slimme (zullen we maar zeggem) uitgever heeft een nieuw gat in de onderwijsmarkt ontdekt: de belofte dat je met gebruikmaking van nieuwe, sociale media slimmer kunt studeren zodat je nog voldoende tijd overhoudt voor de leuke dingen in het leven.

Trouwens, deze al gehoord: HNK. HNK? Ja, het nieuwe kamperen! Samen naar de glamping! Gekker moet het toch niet…

Vorige aflevering: LARCH

Space, space, space

Het zou vandaag gaan over Beams and Bytes, de fysieke en de digitale bibliotheek. De ene na de andere mooie karakterisering van deze dubbele realiteit ging over tafel: van Parallel Library Universes tot de ATAP Library (Any Time, Any Place). Uiteindelijk ging het echter vooral over die fysieke verschijningsvorm met het woord space in iedere tweede zin van elke presentatie.

Ook de fysieke bibliotheek verkeert vanaf nu in een fase van permanent beta. Planden we in het verleden voor de eeuwigheid (nou ja, toch minstens voor een jaar of vijftig), bouwen we nu nieuwe bibliotheken, of waarschijnlijker: renoveren we bestaande faciliteiten, dan doen we dat hoogstens voor een jaar of vijf omdat de veranderingen momenteel zo snel gaan dat wat vandaag aansluit op de wensen van onze gebruikers bij wijze van spreken morgen al weer achterhaald kan zijn (“whatever you do, you are going to undo it within a short time”). En dus moeten we bij de inrichting van onze bibliotheken van de toekomst kiezen voor flexibiliteit, modulariteit, mobiliteit¬†en diversiteit. Daarnaast zullen er de komende periode ook nog een aantal zekerheden zijn: de behoefte aan vaste pc’s neemt voorlopig nog niet af (“people will come to the computers how bad the space is”), de behoefte aan elektra-aansluitpunten zal alleen maar blijven groeien, net als de diversiteit aan devices die m.n. studenten in de bibliotheek willen gebruiken,¬†en de vraag naar stille studieplekken.

Met de voortschrijdende digitalisering is er nog een zekerheid: de bibliotheek (welke naam er ook aan gegeven wordt) is er voor studenten, want docenten en onderzoekers komen er niet meer of alleen nog bij uitzondering. Plan je dus een nieuwe bibliotheek of een verbetering van bestaande faciliteiten, dan zul je vooral met die studenten moeten praten. Zij zijn tenslotte de gebruikers (“let the patrons define the space for us”).

We zaten vandaag overigens niet alleen bijelkaar om te luisteren naar presentaties. Er was ook tijd ingeruimd voor een participative activity. Per tafel van 8 deelnemers kregen we de opdracht met papier, rietjes, ijsstokjes, lijm en spelden onze ideale bibliotheekruimte te visualiseren. Het was grappig te zien hoe creatief bibliothecarissen dan blijken te zijn; althans, aan elke tafel bleken enkele creatievelingen te zitten die in een halfuurtje voor de fraaiste bouwwerken wisten te zorgen. Vervolgens zorgden mobiele telefoons (foto’s!), webmail en een groot projectiescherm ervoor dat iedereen al deze bouwwerken kon bewonderen. Het leverde ook de benaming voor een nieuwe bibliotheekruimte op die het meeste enthousiasme onder de aanwezigen losmaakte: the Kitchen Loft. Keuken, omdat er geen informatie geconsumeerd wordt, maar met informatie nieuwe kennis wordt gecre√ęerd; Loft, omdat het een ruimtelijk aantrekkelijke en uitnodigende voorziening moet zijn. In de laatste presentatie van de dag werden vervolgens, naast de alombekende Learning Commons, de Research Commons voor graduate students (“a hub of support for phases of the research process”) en de Virtual Resource Commons (lees: de digitale bibliotheek) gepresenteerd, waarmee we netjes terugkeerden bij het oorsponkelijke thema van de bijeenkomst.

Weekoogst #29

Focus op data
Het beheer van onderzoeksdata wordt als een van de mogelijke, nieuwe¬†taken van de universiteitsbibliotheek gezien. Data curation en data management staan volop in de belangstelling. SURF publiceerde deze week algemene richtlijnen voor het bewaren van onderzoeksdata, een korte checklist waar onderzoekers te rade kunnen gaan. De checklist maakt onderdeel uit van het SURFshare-programma en is tegelijkertijd met nog drie andere rapporten gepubliceerd. Een daarvan trok meteen mijn aandacht, data curation in de kunstgeschiedenis en mediastudies. Ik trof in de managementsamenvatting, vind ik althans, een wat curieuze passage aan: “Publicaties kunnen bijvoorbeeld worden verrijkt met databestanden, en in dat geval kan de wetenschappelijke tekst worden gezien als documentatie bij deze data.” Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld?

Storm in glas water
Het was opeens hot news (inclusief de voorpagina van de NRC) afgelopen week: censuur door de gemeente Utrecht. Een masterscriptie zou op verzoek van de gemeente ontoegankelijk gemaakt zijn vanwege voor de gemeente onwelgevallige informatie. Niet alleen de gemeente Utrecht, maar ook de UB Utrecht, werd binnen de kortste keren aan de schandpaal genageld. Terwijl het uiteindelijk slechts bleek te gaan om een ten onrechte vrijgegeven versie waarin namen van personen en bedrijven niet waren geanonimiseerd. Dat verzuim is inmiddels goedgemaakt en op het interne communicatie-blog van de UB wordt teruggekeken hoe deze storm zo snel op kon steken. 

Must read
De waarheid moet gezegd worden en volgens Barbara Fister op de website van Library Journal levert dat verplichte leesvoer op: een nieuw onderzoek in het kader van het Project Information Literacy, een meerjarig onderzoeksproject van de University of Washington. In Truth Be Told wordt verslag gedaan van een onderzoek onder ruim 8.000 Amerikaanse studenten naar hun zoekstrategie√ęn en de problemen die ze ervaren bij het doen van onderzoek. De onderzoekers kunnen daarbij voortbouwen op een soortgelijk onderzoek van een jaar geleden en dat levert opvallende resultaten op. Hieronder een tabel uit het onderzoek:

Ik denk dat we de trend bij Librarians liever de andere kant op zagen gaan. De post van Raymond Snijders deze week over disintermediation sluit hier goed bij aan.

Mosterd na de maaltijd

Het is al half oktober, we beginnen ons al druk te maken over de donkere dagen rond Kerstmis en … de UvA presenteert vol trots haar jaarverslag over het kalenderjaar 2008! Het colofon mag dan wel ‘augustus 2009’ melden, maar het is toch echt pas in oktober dat het verslag aan de openbaarheid is prijsgegeven. Je vraagt je dan twee dingen af: 1) waarom moet dat zo vreselijk lang duren?; en 2) hoe zinvol is het om op dit tijdstip nog een jaarverslag te presenteren? Er zullen ongetwijfeld allerlei goede, en minder goede, redenen voor aan te voeren zijn, maar het maakt op mij toch allemaal een weinig slagvaardige indruk. Zelf zijn we er dit jaar in geslaagd het jaarverslag van de bibliotheek eind april te presenteren, en ook dat is toch eigenlijk al een beetje aan de late kant.

Wel slagvaardig toonde de UvA zich afgelopen week met het inspelen op de resultaten van het jaarlijkse Times Higher Education onderzoek naar de beste universiteiten. Snel een berichtje op het web, een quote van CvB-voorzitter Karel van der Toorn in Folia, een filmpje voor Campus TV en een klein advertentietje op de voorpagina van de Volkskrant. Het is ook een mooi resultaat: een eerste plaats onder de Nederlandse universiteiten en, weliswaar met de hakken over de sloot, in de top 50 van de wereld.

Ik kreeg daar overigens afgelopen weekend wel wat gemengde gevoelens bij toen ik het (nog interne) rapport over het studiesucces aan de UvA aan het lezen was. Daar word je namelijk niet heel enthousiast over. Qua studierendement bungelt de UvA namelijk onderaan het lijstje van Nederlandse universiteiten. We trekken wel veel, en steeds meer, studenten maar het aantal dat daadwerkelijk de eindstreep haalt blijft ver achter bij het landelijk gemiddelde, laat staan bij dat van onze grootste concurrent Utrecht. Dringend advies om het Utrechtse model te gaan volgen is dan ook de kern van het rapport, waarvan de implementatie een kwestie van heel lange adem zal zijn. Die rendementscijfers staan overigens wel netjes in het jaarverslag opgenomen. Ze krijgen echter pas echt betekenis als de cijfers van de andere universiteiten er naast worden geplaatst. Dan krijgen die lijstjes en benchmarks opeeens betekenis.

Eerste cijfers voor 2009 uitgedeeld

Hoe onze UvA-docenten en onderzoekers over de bibliotheekdiensten denken, blijft nog even een vraag, maar voor de studenten is het antwoord met de gelijktijdige publicatie van de bachelorРen mastermonitor voor 2008 al weer een beetje bekend. Hun oordeel is overwegend positief over de UvA-bibliotheken, met uiteraard de bekende uitschieters naar boven en naar beneden. De gemiddelde cijfers van een 6,7 (bij de bachelors) en een 6,8 (bij de masters) liggen echter beduidend onder de 8 die het College van Bestuur voor de komende jaren als doelstelling voor de ondersteunende diensten van de universiteit heeft geformuleerd, dus er is duidelijk nog werk aan de winkel.

Ook de studenten geesteswetenschappen geven de bibliotheek gemiddeld een 6,8. Maar uiteraard zijn er in de cijferbrij van Bureau Bestuursinformatie de nodige opvallende afwijkingen van het gemiddelde te noteren. Ik noem er een paar. Gemiddeld¬†is 68%¬†de UvA-studenten (zeer) tevreden over de bibliotheek en slechts 5% (zeer) ontevreden. Bij geesteswetenschappen slaan de cijfers het verst uit, zowel in positieve als negatieve zin. De bachelor-studenten van het onderwijsinstituut Geschiedenis, Archeologie en Regiostudies zijn nl. voor 84% (zeer) tevreden, met afstand het hoogste percentage voor de UvA. Daartegenover staat echter ook dat de bachelor-studenten van het onderwijsinstituut Kunst-, Religie- en Cultuurwetenschappen maar liefst voor 21% (zeer) ontevreden zijn over hun bibliotheek, ook een percentage dat nergens elders binnen de UvA genoteerd wordt. Dat laatste cijfer is des te opvallender omdat hun master-collega’s¬†juist weer voor liefst 82% (zeer) tevreden zijn. Dat roept om nader onderzoek, zoals meer cijfers vragen oproepen. Zijn de master-studenten Wijsbegeerte bijvoorbeeld relatief (zeer) ontevreden over hun bibliotheek vanwege de recente verhuizing naar de UB? Niet alleen voor de geesteswetenschappen reden genoeg om hier dieper in te duiken. In afwachting van die andere cijfers…

De toekomst voorspellen

Vanmorgen voor de derde keer dit jaar een bijeenkomst met de klankbordgroep studenten van de Faculteit der Geesteswetenschappen. We hadden de laatste keer afgesproken het deze keer vooral over de nieuwbouwplannen voor de bibliotheek Geesteswetenschappen op het BG-terrein te hebben. Beetje gek natuurlijk. De plannen zelf dateren inmiddels uit een periode dat deze studenten nog lekker op de basisschool zaten en de realisatie ervan zullen ze hoogstens als alumni van de universiteit of, wellicht, als een van de nieuwe medewerkers van de faculteit meemaken.

In elke bespreking van de plannen komt dan ook de vraag terug: hoe relevant zijn de uitgangspunten uit 1996 nog voor de huidige situatie? En hoe denken we op dit moment dat een humaniora bibliotheek die over ca. 7 jaar z’n poorten zal gaan openen (alle beroepsprocedures en de mogelijke uitkomsten daarvan even buiten beschouwing latend) er dan eigenlijk uit zou moeten zien?

In de discussie lieten de studenten in ieder geval niets merken van een houding van ‘wij maken dit toch niet meer mee’. Maar ook zij bleken te worstelen met vragen als: is er in 2015 nog behoefte aan werkplekken met vaste desktops? (en zo ja, hoeveel?) Wat is tegen die tijd de juiste verhouding tussen het aantal studieplekken enerzijds en de omvang van de open opgestelde collectie anderzijds? Weliswaar staan de contouren en het bouwvolume van de nieuwbouw inmiddels vast, in het gebouw zelf kunnen we, en moeten we ook waarschijnlijk, nog gaan schuiven met de verschillende functies die er op dit moment in zijn ondergebracht. Zelfbedieningsuitleen m.b.v. RFID was acht jaar geleden nog geen optie, maar we zijn er nu UvA-breed op aan het overstappen. Ook daar zullen we uiteindelijk rekening mee moeten gaan houden.

De discussie was kortom nuttig, omdat het ons eerdergemaakte keuzes opnieuw laat doordenken en zolang er nog geen definitieve bouwvergunning is is daar ook nog ruimte en tijd voor. En we hebben met de studenten afgesproken dit onderwerp ook periodiek op de agenda te plaatsen om¬†aldus de continu√Įteit in de inbreng van studentenzijde te garanderen.

Wat willen ‘de studenten’?

Vanmorgen een eerste kennismakingsbijeenkomst met een groep studenten van geesteswetenschappen. Aanleiding vormde de al langer bestaande behoefte aan onze kant de contacten met deze groep gebruikers te intensiveren. De contacten met de onderzoekers en docenten (door de vakreferenten) en het facultaire management (door mijzelf) zijn wel goed georganiseerd, en leveren ook de nodige feedback over ons functioneren, maar die grote groep studenten blijft toch moeilijk grijpbaar. Het zijn er ook alleen al voor de geesteswetenschappen een kleine 6.500 en hoe bereik je die op een goede manier? We willen nu toch maar weer met een soort klankbordgroep gaan werken en hebben daartoe in overleg met de Facultaire Studentenraad een groep van vijf studenten bijelkaar gebracht.

Deze eerste bijeenkomst stond vooral in het teken van onderling kennismaken en verwachtingen uitwisselen. Tevens hebben we een aantal zaken ge√Įnventariseerd die door de studenten als belangrijke aandachtspunten voor de komende periode worden gezien. Niet geheel verwonderlijk komen daar allerlei heel basale zaken op tafel, zoals draadloos kunnen printen, aantallen beschikbare pc’s, openingstijden van de verschillende locaties en het al dan niet ‘weren’ van studenten die niet aan de UvA of de HvA verbonden zijn. Maar daarnaast hebben we het ook over de rol en inbreng van de bibliotheek in het vaardighedenonderwijs gehad en de verschillende communicatiekanalen die gebruikt kunnen worden om die grote groep studenten te bereiken. Want dat dat laatste nog niet optimaal verloopt is duidelijk.

We hebben afgesproken met een frequentie van eenmaal per twee maanden bijelkaar te komen, zo nodig een extra bijeenkomst in te lassen,¬†en altijd¬†beschikbaar zijn om onderling informatie uit te wisselen. Het contact moet duidelijk beide kanten op gaan werken.¬†Dit begin was goed, nu moeten we voor continu√Įteit gaan zorgen en er duidelijke verbeterpunten uit zien te halen.

’s Middags naar de¬†crematie van oud-collega Ton Heijligers in Leiden. Ton was¬†een vijftal jaren een van mijn directe collega’s in het managementteam van de UB. Altijd scherp, de puntjes op de i zettend, genietend van discussie en consci√ęntieus in het nakomen van afspraken. Voor catalogiserend Nederland was hij jarenlang het gezicht naar de buitenwereld; in IFLA-verband blies hij zijn partijtje meer dan mee. De bekroning daarvan was zijn benoeming tot Ridder in de Orde van¬†de Nederlandse Leeuw¬†vanwege zijn verdiensten voor het bibliotheekvak. De aula was vol in Leiden, en er werd mooi gesproken door zijn vrouw en dochter.