Archive for the ‘publiceren’ Tag

De lange staart

Reynolds

Het zal ergens aan het eind van de jaren tachtig geweest zijn (vorige eeuw) dat ik, met m’n toenmalige partner-in-crime Cees Wiebes, benaderd werd door de Cambridge-historicus David Reynolds om een bijdrage te schrijven voor een bundel over de vroege jaren van de Koude Oorlog. Reynolds hadden we leren kennen tijdens een conferentie over de NAVO, hij was geïnteresseerd geraakt in ons werk en toen hij op zoek ging naar geschikte auteurs uit kleinere West-Europese staten was 1+1 inderdaad 2 en kwam hij al snel bij ons uit. En als je zoiets gevraagd wordt, zeg je natuurlijk niet nee. Nóg mooier is natuurlijk zelf een boek publiceren uitgegeven door Yale University Press, maar een bijdrage leveren aan een boek van deze prestigieuze uitgeverij telt toch als second best.

The Origins of the Cold war in Europe: International Perspectives verscheen in 1994, kreeg een goed onthaal in de vakpers en is volgens WorldCat inmiddels in zo’n 550 bibliotheken in gedrukte vorm beschikbaar. Een digitale versie is er (nog) niet; Google Books geeft desgevraagd alleen bibliografische gegevens en een link naar een aantal verkoopsites. De verwante publicaties zijn overigens allemaal redelijk to the point, maar de auteursinformatie is werkelijk onzin. Het betreft hier waarschijnlijk een naamgenoot, maar met een wat ander interessegebied:

David Reynolds has been a Mac head since 1985, when he first got his hands on a Fat Mac. He was editor-in-chief of MacAddict magazine, and has contributed to the” Macintosh Bible,” and co-authored “AppleWorks: The Missing Manual,” and “Office 2001: The Missing Manual,” Currently, his .Mac account plays host to family photos, movies, and a Web cam.

Tja, Google Books…

Waarom dit nu allemaal opgerakeld? Dat komt omdat ik een keer per jaar, ook nu bijna 20 jaar na verschijning, nog een nette brief krijg van Yale University Press met de royalty-afrekening voor het afgelopen fiscale jaar. In de eerste jaren na verschijning ging die brief gepaard met een Amerikaanse bankcheque die ik vervolgens tegen gigantische kosten moest inwisselen bij mijn eigen lokale bank. Dat kostte me vaak al bijna de helft van mijn zuurverdiende honorarium.

Over 2012 ziet de afrekening er als volgt uit:

  • verkochte exemplaren: 5 in de VS en 19 daarbuiten; totaal 24 exemplaren
  • royalties: $ 0.75 (!)

Het zal niemand verbazen dat er dit keer geen cheque was bijgesloten.

Moraal van dit verhaal: de lange staart bestaat echt. Boeken in de geesteswetenschappen, maar ook daarbuiten, worden ook na langere periodes nog verkocht, maar vaak in uitermate kleine hoeveelheden. Wat dat betreft hoeft Yale University Press van mij niet te wachten met dit boek open access digitaal aan de wereld beschikbaar te stellen. Graag zelfs. Die 75 dollarcent lever ik er onmiddellijk voor in. 😉

LongTail

Advertenties

Librarians’ Spring

Gebalde vuist

Een aantal weken geleden berichtte ik over een themanummer van het Journal of Library Administration, uitgegeven door Taylor & Francis. Het betrof een themanummer over digital humanities in bibliotheken, dat – helaas – niet vrij beschikbaar was op één bijdrage na (en die dan ook nog eens uiterlijk tot 31 maart). De auteurs van de verschillende bijdragen waren er ook weinig gelukkig mee, getuige hun actie hun bijdragen ook open access beschikbaar te stellen. Dat gebeurde hier. Een van de auteurs van een bijdrage deed daarnaast nog eens uitgebreid verslag van zijn persoonlijke ervaringen, ondersteund door JLA-editor Damon Jaggers, om voor zijn eigen bijdrage niet de standaard-voorwaarden van T&F te ondertekenen, maar om als auteur zoveel als mogelijk rechten op de eigen bijdrage te behouden. Het resultaat was een combinatie van wins-losses-fails. Tot de niet door deze auteur geaccepteerde mogelijkheden was $ 3.250 te betalen aan T&F om zijn artikel open access te kunnen publiceren.

Gisteren was het Journal opnieuw in het nieuws, maar nu omdat de voltallige redactie is teruggetreden. De redenen daarvoor worden uitvoerig beschreven in een artikel in the Chronicle van Brian Mathews, een van de auteurs en gast-redacteur voor een van de nieuwe afleveringen van de Journal. Zijn chagrijn over het niet doorgaan van een themanummer waar hij heel enthousiast over is klinkt in het artikel iets te veel door, maar de beweegredenen van de redactie verdienen het integraal hier overgenomen te worden:

The Board believes that the licensing terms in the Taylor & Francis author agreement are too restrictive and out-of-step with the expectations of authors in the LIS community.

A large and growing number of current and potential authors to JLA have pushed back on the licensing terms included in the Taylor & Francis author agreement. Several authors have refused to publish with the journal under the current licensing terms.

Authors find the author agreement unclear and too restrictive and have repeatedly requested some form of Creative Commons license in its place.

After much discussion, the only alternative presented by Taylor & Francis tied a less restrictive license to a $2995 per article fee to be paid by the author.  As you know, this is not a viable licensing option for authors from the LIS community who are generally not conducting research under large grants.

Thus, the Board came to the conclusion that it is not possible to produce a quality journal under the current licensing terms offered by Taylor & Francis and chose to collectively resign.”

Nadere details zijn terug te lezen in twee blogposts van JLA-redactielid Chris Bourg en auteur Jason Griffey.

’t Is dat het buiten nog steeds Siberisch koud is maar anders zou je bijna aan een Librarians’ Spring gaan denken.

Weekendvitaminen #2

Op het nachtkastje

  • Daar kwam ik ‘m weer tegen, de zinsnede “one size does not fit all”.  Deze keer in een nieuw onderzoek van het Britse RIN en de British Library naar het gebruik van informatie en informatiemanagement in samenwerkingsprojecten (m.n. in dit geval tussen publieke en private instellingen). Eerste onderzoeksresultaat: Information handling practices were shaped by the particular conditions and pressures found within each collaboration. In workshop discussions, funders and policymakers recognised the need for flexibility to meet individual circumstances and rejected the notion of a one-size-fits-all solution.” Het eeuwige dilemma tussen confectie en maatwerk.
  • Mark Bauerlein is weer eens op oorlogspad. Deze keer richt hij zijn pijlen op het publicatiegedrag van letterkundige onderzoekers. Op basis van een wat dun onderzoekje volgen gepeperde conclusies, zoals:  “There is a glaring mismatch between the resources these universities and faculty members invest and the impact of most published scholarship. (…) A university’s resources and human capital is thereby squandered as highly-trained and intelligent professionals toil over projects that have little consequence.” Veel op af te dingen, maar ja, af en toe een knuppel in het hoenderhok…
  • Ik ken haar vooral van haar over-enthousiaste Open Access-posts en discussiebijdragen, Heather Morrison (van The Imaginary Journal of Poetic Economics). Maar je moet haar toegeven, ze brengt het ook in de praktijk, zelfs met haar dissertatie. Via de website van de School of Communication van de Simon Fraser University kun je de wording van die dissertatie op de voet volgen en zo nodig de verschillende hoofdstukken ook al van commentaar voorzien. Nog weinig gedaan, maar wellicht de trend voor de toekomst?
  • de HathiTrust groeit niet alleen door als kool, maar maakt ook werk van een goede user experience (UX in het jargon).  Met het oog daarop is nu een zevental personas samengesteld die richting moeten gaan geven aan de ontwikkeling van de database, de webinterface en de gebieden waar nader onderzoek noodzakelijk is. Zo heeft de HathiTrust nog weinig zicht op het gebruik van de database buiten de Verenigde Staten. Zowel the making of als de personas zelf zijn beschikbaar.

Beeld van de week

Tegelijkertijd met zijn besluit geen vast prijs voor e-boeken in te voeren, zond staatssecretaris Halbe Zijlstra een rapport van SEO en IVIR over de actuele situatie rond e-boeken in Nederland naar de Tweede Kamer: Digitaal gebonden. Volgens mij zeer het lezen waard. Deze grafiek kwam ik er bij het doorbladeren o.a. in tegen:

Dat deed mij herinneren aan een tweet van Euro-commissaris Neelie Kroes begin deze week:Ik zou zeggen: Hup Neelie! En vergeet bij de e-books ook de BTW op e-journals niet. Enneh, we willen natuurlijk dat lage tarief, maar dat was natuurlijk ook het plan, toch?

Weekoogst #56

Soundbites-edition
De afgelopen weken heb ik af en toe geprobeerd enkele conferenties via Twitter te volgen. Niet aanwezig zijn, maar toch je kennis verrijken. Tot op zekere hoogte lukt dat ook wel is mijn ervaring. Je krijgt alleen via Twitter wel een soort soundbites-versie voorgetoverd waardoor je vaak op hoofdlijnen een conferentie wel kunt volgen, maar toch met alle beperkingen vandien. Aan de andere kant, het levert altijd minimaal één nuttige verwijzing op en de nodige quotes waar je weer her en der mee kunt rondstrooien. Tijd misschien voor een nieuwe rubriek, de congrestweet van de week?
Hier vast #1:

Nog een gevalletje WC-eend
Welk antwoord krijg je als je open access-publicerende wetenschappers vraagt of ze open access ondersteunen? Juist, ze ondersteunen open access! Het onderzoek dat ten grondslag ligt aan deze wereldschokkende bevinding wekte recent de nodige hoon op verschillende discussielijsten op (zoals hier op LibLicense) en niet ten onrechte. Rijp voor de prullenbak. Veel beter en inzichtelijker is een nieuwe rapportage vanuit een JISC-project over de redenen waarom wetenschappers ondanks hun brede steun voor open access, zelf toch liever niet in open access-tijdschriften publiceren. De dominante publicatiecultuur is daarbij de doorslaggevende factor en zoals de onderzoekers concluderen: “For OA to advance, even with mandates and supportive policies, authors’ perceptions of journal brand centrality have to change; and changing attitudes to brands is the stuff of commercial advertising.” Komen we toch via een omweg weer bij WC-eend terecht. 😉

Neerlands bescheiden bijdrage aan OA (vervolg)
Aansluitend aan mijn eerdere blogpost kwam ik nu op de landelijke Open Access-site een handig overzicht tegen van alle inspanningen die de Nederlandse universiteiten en de KNAW zich getroosten om open access te bevorderen in Nederland. Zeker op het beleidsmatige vlak is er nog ruimte voor verbetering, om het voorzichtig uit te drukken.

Canada, Here We Come!
Dit weekend vertrekken 38 collega’s uit de wereld van de hogeschool- en universiteitsbibliotheken voor hun studiereis naar Toronto. Dit tweejaarlijkse evenement, georganiseerd door een inmiddels bijna professionele reiscommissie, vindt nu al voor de 25e keer plaats en kan op onverminderde belangstelling rekenen. Wie onze collega’s in Canada wil volgen kan terecht op hun weblog, een speciale Netvibes-pagina of via Twitter op #nvbcan.

Vacatures
Sinds deze week is bekend wie de opvolger van Graham Jefcoate wordt als bibliothecaris van de UB Nijmegen. Na een kort uitstapje buiten de bibliotheekwereld keert Natalia Grygierczyk weer terug bij haar oude stiel. De volgende vacature dient echter al weer vervuld te worden. Maria Heijne verruilt de bibliotheek van de TU Delft voor het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken.  De vacature in Delft is inmiddels vrijgegeven.

De toekomst van uitgeven

Hij is saai (duh, lettertjes, zwart-wit, geen muziek), maar zit o zo clever in elkaar. Blijf kijken, het duurt maar net twee-en-een-halve minuut.

Het kon niet uitblijven dat dit filmpje al snel ook elders aandacht trok, bijvoorbeeld hier of bij Wilma van den Brinks Je Bibliotheek.

Even onvermijdelijk was de ‘ontdekking’ dat het allemaal al een keer eerder gedaan was:

Maar knap blijft het.

Garbage In, Garbage Out

Je kunt soms toch zo op het verkeerde been gezet worden. Via een van mijn rss-feeds werd ik geattendeerd op een nieuw artikel, ‘Information-Seeking Behavior in the Digital Age: A Multi-Disciplinary Study of Academic Researchers’ geschreven door Xuemei Ge. Geaccepteerd voor publicatie door College & Research Libraries, geplande publicatiedatum: september 2010 (sic). Het is het soort titel waardoor ik altijd meteen getriggered word, al is het maar om m’n eigen vooroordeel dát er inderdaad belangrijke discipline-gebonden verschillen zijn nog eens bevestigd te krijgen.

Dat doet Ge dan ook, maar al lezende raakte ik toch steeds meer teleurgesteld over het gebodene. Dat betreft in de eerste plaats de conclusies die een zeer hoog open deur-gehalte hebben. “All the participants surveyed utilize electronic resources for their research at least some of the time, and will continue to use them as a means of gathering information.” Nee toch? denk je dan. En dan die deelnemers aan het onderzoek zelf. Dat blijken dertig medewerkers te zijn van Tennessee State University, 23 sociale wetenschappers en 7 geesteswetenschappers (en uiteraard ontbreken de uitsplitsingen naar geslacht en functie niet). Die zijn op basis van een standaard vragenlijst van 13 open en gesloten vragen bevraagd over hun methodes van informatie zoeken en verwerken. En dan komt op pagina 11 van de preprint de volgende aap uit de mouw: de interviews hebben plaatsgevonden in de periode juni-december 2004! (u leest het goed: 2004). Alsof er zich in de tussentijd geen veranderingen in de wetenschappelijke informatievoorziening hebben voorgedaan.

Ge is zich dat uiteraard ook bewust en dus besteedt hij in de laatste drie alineas kort aandacht aan een aantal van die recente ontwikkelingen (repositories, Web 2.0, Google Books), zonder er zich echter echt rekenschap van te geven wat de relevantie ervan is voor zijn onderzoekje en zijn artikel. Verder dan de obligate opmerking dat “it would be of interest to conduct additional studies to investigate how researchers’ use of these rseources continue to adapt as they continue to conduct research in the fluid world of electronic information resources.” komt hij niet. Een slappe variant op wat er ook al twintig pagina’s eerder staat: “More studies are needed to verify the results reported in this study.”

Zou hoofdredacteur Joseph Branin zich dit nu ook niet afgevraagd hebben? Wat is de relevantie van dit artikel nu, laat staan wanneer het over een jaar officieel als artikel zal verschijnen? Ge zelf zal ongetwijfeld wijzen op zijn bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het model voor informatie zoeken door sociale wetenschappers van David Ellis uit 1993. Dat is echter allemaal nogal ‘dun’. Maar goed, misschien is mijn ‘garbage in, garbage out’ ook niet helemaal terecht. Ik kon het echter niet nalaten het te gebruiken nadat ik het op pagina 27 tegenkwam.

Meestal? Neeeuuuuhhhhh!

Het kwam vanmiddag een paar keer in m’n mailbox voorbij: de aankondiging van de Surf Academy Autumn School Tools voor onderzoekers van 2 tot en met 4 november a.s. in Leiden. Prima initiatief; niets mis mee.

Maar blijkbaar loopt het nog niet storm en moeten er nog wat deelnemers geworven worden. Dat zal niet meevallen zo midden in het academisch jaar en op deze korte termijn, zelfs niet voor bibliotheekmedewerkers (een van de doelgroepen).

Waar ik vanmiddag over viel was een van de argumenten waarmee het belang van de herfstschool wordt benadrukt: “Onderzoekers werken meestal samen in nationale en internationale teams. Deze samenwerking kan met collaboratories worden ondersteund.” Het gaat me om dat ene woordje meestal.

Nu weet ik dat in de bèta- en (bio-)medische wetenschappen dat samenwerken bijna tot norm verheven is, dat subsidie-verstrekkende instellingen waaronder NWO onderzoekers graag in dat ‘samenwerk’-keurslijf willen dwingen en dat ook universitaire bestuurders daar een handje van hebben. Maar is het ook de realiteit? Mijn ervaring is juist dat onderzoekers in andere disciplines betrekkelijk solitair, of hoogstens in losse samenwerkingsverbanden, onderzoek verrichten en daarover publiceren.

Hoe weet ik dat zo zeker? Nou, kijk eens goed om je heen op een brede of klassieke universiteit waar alle disciplines vertegenwoordigd zijn. Geen wetenschappelijke onderbouwing, inderdaad, maar doe dan maar een greep uit de literatuur. Één voorbeeld slechts uit een recent rapport, dat overigens om veel meer redenen het lezen waard is:  Report on User Needs Concerning Digital Monographs in Humanities and Social Sciences, geschreven in het kader van het OAPEN-project en nog niet vrijgegeven voor publicatie (dat gebeurt waarschijnlijk eind deze maand).

Uit de Executive Summary: “The literature study shows HSS (= Humanities and Social Sciences) scholars still fit into their ‘traditional’ field profile, which is characterized by an individual approach, a preference for the monograph format (still deemed very important when it comes to their careers) and a focus on primary and secondary sources from a broad age spectrum.” (mijn onderstreping; ook de twee volgende observaties zijn natuurlijk niet zonder belang).

I rest my case.

Knuppel in het hoenderhok

Mark Bauerlein is hoogleraar Engelse letterkunde aan Emory University en auteur van het vorig jaar verschenen The Dumbest Generation (ondertitel: Don’t Trust Anybody Under 30!) In Professors on the Production Line, Students on Their Own houdt hij een sympathiek betoog tegen de persistente Publish-or-Perish-cultuur aan Amerikaanse universiteiten. Enerzijds onderbouwt hij zijn betoog met opvallende cijfers over het gebrek aan contacturen tussen docenten en bachelor-studenten en anderzijds maakt hij zich vrolijk en tegelijkertijd ongerust over de almaar stijgende hoeveelheid publicaties over een en hetzelfde onderwerp, juist ook in veel geesteswetenschappelijke disciplines zoals de Engelse letterkunde waarin hij zelf werkzaam is. Is daarmee onze kennis nu zoveel groter mee geworden? Wie zijn nu eigenlijk de winnaars van deze publish-or-perish zonder einde? Wie de slachtoffers zijn is volgens Bauerlein in ieder geval overduidelijk: dat zijn al die bachelor-studenten die veel te weinig betekenisvolle contacturen hebben met die op onderzoek gefocuste jonge docenten op zoek naar een vaste aanstelling.

Bauerleins betoog eindigt met een pleidooi voor een rem op die drang naar steeds maar meer publicaties, en vooral ook voor andere criteria bij de aanstelling van nieuw universitair personeel. Niet het aantal publicaties moet daarin doorslaggevend zijn, maar de mate waarin iemand aantoonbaar breed inzetbaar is in het onderwijs. In een begeleidend interview zegt hij het nog wat botter:

“I’ll tell you, I think we should have maybe 20 to 25 research institutions in language and literature in this country. I do not think that we should have professors at 500 universities who conceive of themselves primarily as researchers,” said Bauerlein. “We should really say that for the vast, vast majority of language and literature professors, your job is primarily an educational one, a teaching one, and that your main job is to reach the entire undergraduate population and acquaint them with the literary and language inheritance.”

Niet langer Publish-or-Perish, maar Teach-or-Tremble! Of: Teach-or-Tumble. Of: …