Archive for the ‘proefschriften’ Tag

Weekendvitaminen #2

Op het nachtkastje

  • Daar kwam ik ‘m weer tegen, de zinsnede “one size does not fit all”.  Deze keer in een nieuw onderzoek van het Britse RIN en de British Library naar het gebruik van informatie en informatiemanagement in samenwerkingsprojecten (m.n. in dit geval tussen publieke en private instellingen). Eerste onderzoeksresultaat: Information handling practices were shaped by the particular conditions and pressures found within each collaboration. In workshop discussions, funders and policymakers recognised the need for flexibility to meet individual circumstances and rejected the notion of a one-size-fits-all solution.” Het eeuwige dilemma tussen confectie en maatwerk.
  • Mark Bauerlein is weer eens op oorlogspad. Deze keer richt hij zijn pijlen op het publicatiegedrag van letterkundige onderzoekers. Op basis van een wat dun onderzoekje volgen gepeperde conclusies, zoals:  “There is a glaring mismatch between the resources these universities and faculty members invest and the impact of most published scholarship. (…) A university’s resources and human capital is thereby squandered as highly-trained and intelligent professionals toil over projects that have little consequence.” Veel op af te dingen, maar ja, af en toe een knuppel in het hoenderhok…
  • Ik ken haar vooral van haar over-enthousiaste Open Access-posts en discussiebijdragen, Heather Morrison (van The Imaginary Journal of Poetic Economics). Maar je moet haar toegeven, ze brengt het ook in de praktijk, zelfs met haar dissertatie. Via de website van de School of Communication van de Simon Fraser University kun je de wording van die dissertatie op de voet volgen en zo nodig de verschillende hoofdstukken ook al van commentaar voorzien. Nog weinig gedaan, maar wellicht de trend voor de toekomst?
  • de HathiTrust groeit niet alleen door als kool, maar maakt ook werk van een goede user experience (UX in het jargon).  Met het oog daarop is nu een zevental personas samengesteld die richting moeten gaan geven aan de ontwikkeling van de database, de webinterface en de gebieden waar nader onderzoek noodzakelijk is. Zo heeft de HathiTrust nog weinig zicht op het gebruik van de database buiten de Verenigde Staten. Zowel the making of als de personas zelf zijn beschikbaar.

Beeld van de week

Tegelijkertijd met zijn besluit geen vast prijs voor e-boeken in te voeren, zond staatssecretaris Halbe Zijlstra een rapport van SEO en IVIR over de actuele situatie rond e-boeken in Nederland naar de Tweede Kamer: Digitaal gebonden. Volgens mij zeer het lezen waard. Deze grafiek kwam ik er bij het doorbladeren o.a. in tegen:

Dat deed mij herinneren aan een tweet van Euro-commissaris Neelie Kroes begin deze week:Ik zou zeggen: Hup Neelie! En vergeet bij de e-books ook de BTW op e-journals niet. Enneh, we willen natuurlijk dat lage tarief, maar dat was natuurlijk ook het plan, toch?

Advertenties

Checking footnotes

Het is monnikenwerk en ik lust er wel pap van: datagebaseerd onderzoek naar het gebruik van informatiebronnen door onderzoekers. Deze keer gaat het om PhD-studenten van de University of Notre Dame. Drie jaar proefschriften is doorgespit (resultaat ruim 39.000 referenties) en vervolgens is gekeken naar de herkomst, disciplinaire verschillen en beschikbaarheid van de gebruikte literatuur. Dat laatste is minder interessant, maar die andere twee punten zijn dat wel.

De belangrijkste resultaten: 55% van de referenties betreft tijdschriftartikelen en 37% boeken. Maak je echter een uitsplitsing naar discipline, dan blijken de percentages bij geesteswetenschappen respectievelijk 23% en 73% te zijn en bij de bèta’s 78% en 14%. Geen verrassing, maar toch. De gemiddelde leeftijd van de referenties varieert van 11 jaar bij de bèta’s via 19 jaar bij de gamma’s tot 33 jaar bij de alfa`s. Historici spannen de kroon met een gemiddelde referentieleeftijd van liefst 43 jaar. Ook hier: niet echt iets nieuws onder de zon, maar meer een herbevestiging van eerder onderzoek. Dat je echter altijd met een zekere bias in dit soort onderzoek rekening moet houden blijkt uit de top-25 geciteerde items. Bij de bèta’s zijn dat gewoon Science, Nature en PNAS, maar bij de geesteswetenschappers betreft het hoofdzakelijk theologische titels. Gelet op de katholieke signatuur van de University of Notre Dame verbaast ook dat natuurlijk niet.

P.S. de pre-print van dit artikel is nu, in april al, beschikbaar. Verwachte officiële publicatiedatum in de gedrukte versie van College & Research Libraries is november 2011! Lang leve elektronisch publiceren en open access.

Een tweede leven

Het was op 13 mei 1993 (nee, geen vrijdag, maar een donderdag; er zijn grenzen) dat ik samen met mijn Amsterdamse collega Cees Wiebes in het Leidse Academiegebouw onze gezamenlijke dissertatie Belgium, the Netherlands and alliances 1940-1949 verdedigde. Ook toen al een digitaal product (gemaakt met WordPerfect 4.2), waar destijds nog gewoon een flink aantal gedrukte exemplaren aan de lokale Leidse universiteitsbibliotheek overhandigd moesten worden ten behoeve van het nationale en internationale proefschriftenruilverkeer. Via WorldCat valt inmiddels gemakkelijk te achterhalen waar die exemplaren terecht zijn gekomen: twintig in Nederland bij alle universiteitsbibliotheken en nog wat andere, drie in Frankrijk, één in de VS (Library of Congress), één in Engeland (in Leicester, met dank aan een andere collega waar ik wel eens wat samen mee schreef) en één in Duitsland (in Kiel; daar heb ik verder geen verklaring voor).

Het is er na mei 1993 nooit meer van gekomen een commerciële editie van het proefschrift op de markt te brengen. We hadden wel contacten daarover, maar die liepen (althans wat ons betreft) stuk op de eis dat het manuscript aanzienlijk in lengte teruggebracht moest worden. Als je tien jaar met een onderwerp bent beziggeweest, je ei (wat zeg ik: twee eieren) gelegd hebt, dan ontbreekt daarna eigenlijk de puf om een dergelijk manuscript nog een keer om te werken. En dus bleef het bij die proefschrifteditie die op 26 plekken op de plank kwam te staan, het oorspronkelijke typoscript diep weggestopt in de kast op mijn werkkamer en tien floppies met ieder één hoofdstuk (die inmiddels misschien al lang niet meer leesbaar zijn) in een doos.

Tot de Open Access Week van afgelopen jaar toen aan alle UvA-medewerkers de oproep werd gedaan hun papieren publicaties aan te bieden aan de UB om ze door de UB te laten digitaliseren en vervolgens natuurlijk open access beschikbaar te stellen via ons repository, UvA-DARE. Ik heb ons proefschrift ook aangeboden en nu, aan de vooravond van de Open Access Week 2010, is het ook digitaal beschikbaar gekomen. Netjes gescand, op woordbasis te doorzoeken, kortom veel beter beschikbaar dan het ooit is geweest. Niet alleen in die 26 bibliotheken, maar over het gehele wereldwijde web. Hoe je er verder ook over denkt, dat is toch vooruitgang.

Wie overigens nog per sé naar een gedrukt exemplaar op zoek is: voor 20 pond (“a very nice copy“) te verkrijgen bij Worcester Rare Books of voor ruim 38 dollar bij het hoofdstedelijke antiquariaat Kok. Wiens exemplaren zouden dat nou zijn…