Archive for the ‘plagiaat’ Tag

TWIT #24

TWIT

https://twitter.com/EricHennekam/status/389683701719638016

TWIT #17

TWIT

https://twitter.com/EricHennekam/status/341642632470093825

Weekendvitaminen #36

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Uit de nieuwste Trends in Beeld van het Ministerie van OCW. De geesteswetenschappers doen weer eens niet mee. Die citeren elkaar nu eenmaal niet. ;-(

Accidental Plagiarism?

cartoon bart simpson

Een half jaar geleden haalde ik wat gegevens aan uit een white paper van de producent van de plagiaatdetectie-software Turnitin. “Je zou willen dat hier meer informatie over wordt vrijgegeven.”, schreef ik toen. De aankondiging van een tweede white paper heb ik dan ook meteen aangegrepen om Plagiarism and the Web. A Comparsion of Internet Sources for Secondary and Higher Education Students op te vragen.

Het is opnieuw een wat dun rapportje. Dun qua omvang, maar ook dun qua diepgang. Ten opzichte van het eerste rapport is er een uitsplitsing van de eerdere resultaten naar middelbare scholieren en studenten gemaakt, waaruit blijkt dat de laatste groep intensiever gebruik maakt van zgn. cheat sites en paper mills (die, meestal tegen betaling, kant-en-klare papers afleveren) en dat bij beide groepen Wikipedia de meest geplagieerde internetbron is (bij de studenten overigens ‘erger’ dan bij de middelbare scholieren).

Zoals gezegd, het rapportje is nogal dun. En ik krijg er ook een wat ongemakkelijk gevoel bij. Niet omdat Turnitin (of andere plagiaatdetectie-software) geen nuttige functie kan vervullen in het signaleren van en attenderen op onjuist bronnengebruik. Maar wel omdat de producent achter Turnitin de onderliggende database (naar verluidt inmiddels opgebouwd uit 150 miljoen papers van studenten, 110 miljoen artikelen en 14 miljard webpagina’s!) niet alleen tegen betaling aan universiteiten aanbiedt om het werk van hun eigen studenten op plagiaat te controleren, maar diezelfde database ook via WriteCheck aan studenten aanbiedt, à raison van $ 7 per paper, om hun papers vòòr inlevering te laten controleren op al te creatief bronnengebruik, To Avoid Accidental Plagiarism! En ondertussen met droge ogen beweren dat het natuurlijk allemaal uitsluitend bedoeld is om de kwaliteit van de papers van al die studenten te verbeteren. Kapitalisme, het vrije ondernemerschap, de gaten in de markt. I love it!

Weekoogst #53

Unoriginal
Turnitin is misschien wel de meest gebruikte plagiaatdetectiesoftware in het hoger onderwijs. De producent ervan zit daarmee op een ongelooflijke hoeveelheid interessante data, waar af en toe iets over naar buiten gebracht wordt. Zoals in het white paper Plagiarism and the Web: Myths and Realities. Terecht wordt er in het white paper geconstateerd dat Turnitin alleen constateert of delen uit een tekst elders al gebruikt zijn op het web (“unoriginal content” zijn); niet of de auteur netjes zijn bronnen heeft verantwoord, of juist niet. Wikipedia blijkt de meest gebruikte bron van unoriginal content, maar sociale netwerk- en content sharing sites (Facebook, Scribd, SlideShare) zijn aan een opmars bezig. In de top-10 van meest populaire sites waaraan materiaal is ontleend komt slechts één site voor die zich expliciet richt op ‘frauduleus’ gebruik (oppapers.com), maar in de top-25 zijn het er al 11. Je zou willen dat hier meer informatie over wordt vrijgegeven.
Overigens wordt er ook gemeld dat door het gebruik van Turnitin het gebruik van unoriginal content zeker niet naar 0% terugloopt. In het eerste jaar na invoering wordt een reductie met 30% geconstateerd; vier jaar na introductie is die reductie maximaal 70%. “A digital culture that promotes sharing, openness and re-use is colliding with one of the fundamental tenets of education – the ability to develop, organize and express original thoughts. “
Fraaie uitdrukking trouwens: unoriginal content

                              

The continuing story of GBS
Afgelopen week had rechter Chin weer met de strijdende partijen om tafel moeten gaan zitten, maar de zitting is voorlopig uitgesteld tot 1 juni. Ongetwijfeld zullen er achter de schermen pogingen ondernomen worden om tot een oplossing te komen die zowel naar de zin van Google als die van de Authors Guild en de uitgevers is, maar eenvoudig zal het niet zijn. Voor ons, eenvoudige stervelingen, zijn er ondertussen al weer voldoende stukken beschikbaar die de uitspraak van Chin moeten duiden en die de meest waarschijnlijke oplossingsrichtingen aangeven. Jonathan Band publiceerde zijn vierde aflevering van Guide for the Perplexed, Pamela Samuelson (een van degenen die bezwaar had aangetekend tegen de overeenkomst) betoogt in een uitvoerig nieuw artikel hoe door nieuwe wetgeving door het Amerikaanse Congress het grote goed van Google Book Search gerealiseerd kan worden zonder alle nadelen die er aan de quasi-monopoliepositie voor Google op basis van de huidige overeenkomst vastzitten en Joe Esposito (We Can’t Put the Google Back in the Bottle) laat nog eens zien wat er allemaal sinds Google in 2004 met digitaliseren begon losgemaakt is in de wereld van uitgevers, bibliotheken en internet-bedrijven. Waarmee hij Google niet wil verdedigen, maar wel het positieve wil benadrukken van hetgeen Google heeft veroorzaakt. Eigenlijk eenzelfde sentiment als Bas Savenije van de KB verwoordde in de laatste aflevering van Digitale Bibliotheek (helaas, deze bijdrage van OA-kampioen Savenije zit achter de veilige pay-wall van Essentials Media).
Laatste vraag: hebben we hier trouwens met een continuing of een never-ending story te maken?

Back to the Future?
SSRN, Social Science Research Network, is het arXiv voor de sociale wetenschappen: een schitterende bron met open access online beschikbaarheid van grote aantallen wetenschappelijke artikelen, pre- en post-prints. SSRN biedt sinds kort iets nieuws, het wordt boven ieder online te raadplegen artikel prominent aangeboden: Purchase Bound Hard Copy. Voor $9.99, en voorlopig alleen nog in de Verenigde Staten, “You will receive a perfect bound, 8.5 x 11 inch, black and white printed copy of this PDF document with a glossy color cover.” Papier, het blijkt toch wel een heel hardnekkig medium te zijn. 😉

| Purchase Bound Hard Copy

CrossCheck

Iedereen in het hoger onderwijs is bekend met de plagiaatdetectie softwareprogramma’s Urkund, Ephorus en Turnitin. Scripties worden door deze programma’s gehaald om te kijken of studenten zich niet al te veel bezondigd hebben aan knip-en-plakwerk en/of gebrekkige bronvermelding. Maar ook hier geldt het gezegde: jong geleerd is oud gedaan. Ctrl-C en Ctrl-V zijn ook in het echte wetenschapsbedrijf geen onbekenden en dus is er nu een volwassen broertje voor de eerder genoemde plagiaatdetectie-software in de vorm van CrossCheck.

CrossCheck is van dezelfde organisatie die al weer een flink aantal jaren CrossRef realiseerde, het linkingmechanisme op basis van unieke Digital Object Identifiers (DOIs) waardoor de elektronische artikelen van de grote wetenschappelijke uitgeverijen naadloos opelkaar aansluiten. CrossCheck maakt gebruik van dezelfde software die ten grondslag ligt aan Turnitin en stelt redacties van wetenschappelijke tijdschriften in staat manuscripten direct te screenen op plagiaat door de aangeleverde tekst te vergelijken met de CrossCheck-database waarin alle grote wetenschappelijke uitgeverijen hun digitale archief hebben gedeponeerd.

Is daarmee plagiaat definitief uitgebannen? Nee, natuurlijk niet. CrossCheck biedt een goede eerste indicatie of er mogelijk sprake is van plagiaat. Maar vervolgens moet er nog altijd door mensenogen naar de verdachte tekst gekeken worden. Zoveel wordt ook wel duidelijk uit enkele recente artikelen over CrossCheck. Kijk bijvoorbeeld in de januari-aflevering van Elseviers Library Connect of het januari-nummer van Learned Publishing (helaas, niet open access).

UVASTART

Ik kreeg vandaag UVASTART onder ogen, het glossy magazine dat bij het begin van dit nieuwe studiejaar aan alle ca. 6.000 eerstejaars (en andere nieuwe) studenten van de UvA is uitgedeeld. Jaargang 1, nummer 1, staat er wat potsierlijk in het colofon. Het magazine zal maar één keer per jaar verschijnen, maar goed. Aan het magazine is overigens een website gekoppeld waar veel van de gedrukte informatie nog een keer is terug te vinden.

Twee opvallende zaken:

1) onder het kopje Dit biedt de UvA jou wordt uitvoerig stilgestaan bij alle voorzieningen die de UvA haar studenten aanbiedt, variërend van een eigen homepage tot de studentenpsychologen. Als eerste worden echter de bibliotheken van de UvA genoemd met hun indrukwekkende omvang van vier miljoen banden. Waarom? Het is geen kwestie van alfabet want na de Mediatheek volgt vrolijk Cultuur en Crea. Ik weet dat we een goede naam hebben bij onze medewerkers en studenten. Maar ligt het nu dáár aan dat we als eerste genoemd worden? Of aan het feit dat een van de samenstellers van het magazine een oud-medewerker van de UB is die inmiddels bij Bureau Communicatie werkzaam is?

2) iets serieuzer: ook in dit magazine aandacht voor Fraude en plagiaat. Onder het motto ‘Bij een academische attitude horen bepaalde regels’ wordt nog eens stilgestaan bij het verschil tussen met knip-en-plakwerk samengestelde Studiehuis-werkstukken en een op basis van eigen gedachtegoed geschreven, controleerbaar werkstuk. Met uiteraard een link naar de speciaal ingericht website over fraude en plagiaat en de per 1 september afgekondigde regeling. Dit is allemaal nieuw, althans de mate van aandacht die er aan besteed wordt. En blijkbaar is daar dus reden toe. Dat laatste stemt dan weer een beetje somber…