Archive for the ‘peer review’ Tag

Weekendvitaminen #30

Op het nachtkastje

  • One Culture. Computationally Intensive Research in the Humanities and Social Sciences. Report on the Experiences of First Respondents to the Digging Into Data Challenge (rapport van CLIR)
  • Bo-Christer Björk, The Hybrid Model for Open Access Publication of Scholarly Articles: A Failed Experiment? In: JASIST (2012).
  • Heather Hessel & Janet Fransen, Resource Discovery: Comparative Results on Two Catalog Interfaces. In: Information Technology and Libraries (2012). Data in artikel dateren uit 2009 (vòòr de opkomst van de discovery tools), maar de observaties over verschillen in het zoeken tussen gebruikersgroepen, inclusief bibliothecarissen, snijden nog steeds hout.
  • Mary Francis, Peer Reviewers of Academic Journals. Who is Responisble for our Professional Literature. In: College & Research Libraries(2012). Twijfelgeval, want mijn wenkbrauwen gingen wel omhoog toen ik las: “From the editor surveys there were six responses for a 54% response rate.”

Beeld van de week

Data gepresenteerd door het Canadese onderzoeksinstituut Higher Education Strategy Associates op basis van een database met gegevens over 47.000 personen. Gelukkig voegen ze er de volgende kanttekeningen aan toe:

There are three reasons why a scholar might have an H-index of zero. The first is age; younger scholars are less likely to have published, and their publications have had less time in which to be cited. The second is prevailing disciplinary norms. There are some disciplines – English/Literature would be a good example – where scholarly communication simply doesn’t involve a lot of citations of other scholars’ work. The third is simply that a particular scholar might not be publishing anything of particular importance, or indeed publishing anything at all.

Ik vond op hun website ook meteen een recent rapport over de Canadese wetenschappelijke productie, Making Research Count: Analyzing Canadian Academic Publishing Cultures, waarin op basis van de h-index met naam en toenaam de beste Canadese wetenschappers per discipline en de best scorende Canadese universiteit worden berekend.

Advertenties

Weekoogst #49

Open access tijdschriften in de geesteswetenschappen
Het blijft een ongemakkelijke combinatie, NWO en communicatie. Maakt men zich sterk voor open access, stellen ze extra geld beschikbaar voor geesteswetenschappelijke OA-tijdschriften, worden die extra gelden toegekend en … is daar niets van op de eigen website terug te vinden. ’t Is dat ik ook nog steeds geabonneerd ben op het kwartaaalblad Geestesoog, waar in het laatste nummer die toekenningen worden gemeld (in totaal 17, waarvan 8 voor het omvormen van een bestaand tijdschrift naar OA en 9 voor nieuwe OA-tijdschriften). Op de NWO-site lezen we ondertussen nog rustig “Naar verwachting zal het gebiedsbestuur Geesteswetenschappen in de tweede helft van februari 2011 tot een besluit komen.” Geestesoog is weliswaar inmiddels ook digitaal beschikbaar, maar toch. NWO zou hier toch meer aandacht aan moeten besteden. Deze vorm van subsidiëring is  redelijk uniek in OA-land.

QR-codes
SURF heeft een rapport uitgebracht over het gebruik van QR-codes in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De bibliotheek ontbreekt in de voorbeelden, maar wel wordt bijvoorbeeld het gebruik in syllabi en verrijkte publicaties toegelicht. Het bijbehorende filmpje maakt een en ander nog eens inzichtelijker. ‘k Raak nu toch wel steeds meer geïnteresseerd in het gebruik van de QR-codes in onze eigen catalogus. Wie zou daar iets over kunnen zeggen?
Hier trouwens nog een aardig filmpje over het gebruik van QR-codes bij een bibliotheekrondleiding.

Onderzoek gebruik e-readers
Volgens een nieuw artikel in Information Technology and Libraries vormen e-readers, ook onder studenten, nog steeds een niche markt. De early adopters hebben er uiteraard een, maar slechts een derde van hen geeft de voorkeur aan een e-reader boven papier. Kunnen de late adopters dus rustig achterover blijven leunen? Nee, beslist niet. Zoals de auteur van dit artikel terecht opmerkt: de markt is sterk in beweging (het onderzoek vond plaats voor de introductie van de iPad…), prijzen van e-readers dalen nog steeds en uitgevers zullen op het terrein van DRM in moeten binden (laat HarperCollins dat overigens maar niet horen).

1 April
Terwijl in de blogo- en twittersphere vooral de vele 1 aprilgrappen van Google de aandacht trokken, vond ik deze op een ouderwetse discussielijst de aardigste: de Digital Humanities Quarterly maakte op 1 april via de discussielijst Humanist bekend over te gaan op een systeem van Peer Review with Advanced Technology (PRAT): “a new computational peer review system based on text analysis. This new approach to peer review will enable DHQ to process vastly increased numbers of submissions, speeding up time to publication and ensuring consistency of review criteria, compared with results from human peer reviewers.” Blijkens de reacties die de volgende dagen gepubliceerd zijn, was ik niet de enige die (ondanks alles) toch eerst even op het verkeerde been gezet was.

Geniaal

Ook altijd al een keer willen publiceren in het meest prestigueze tijdschrift, nl. het tijdschrift met het hoogste percentage afwijzingen? Ook niet in de zenuwen willen zetten over de vraag of je artikel wel of niet geaccepteerd zal worden? Je artikel eigenlijk ook meteen aan een ander tijdschrift ter beoordeling voor willen leggen? En ben je niet bereid voor de publicatie van je meesterwerk de steeds meer gebruikelijke author processing fee te betalen? Dan is er nu het tijdschrift dat al je wensen verhoort: het Journal of Universal Rejection! Inmiddels al aan de derde jaargang toe en een groot succes.

Vergroot je kansen op publicatie door eerdere afwijzingen van artikelen goed te bestuderen.

The JofUR solicits any and all types of manuscript: poetry, prose, visual art, and research articles. You name it, we take it, and reject it.

Pure genius! Ik kan niet op het volgende nummer wachten!

Washington in de ban van EB en PR

Morgen zijn er belangrijke verkiezingen in de Verenigde Staten. Houden de Democraten hun meerderheid in Huis van Afgevaardigden en Senaat, of verliezen ze die meerderheid aan de Republikeinen en is Barack Obama de resterende twee jaar van zijn eerste (en enige?) termijn als president overgeleverd aan de nukken van zijn politieke tegenstanders? De campagne is fel geweest en afgelopen weekend verzamelden zo’n 200.000 Amerikanen zich op de Washingtonse Mall om zich ondermeer daar tegen uit te spreken, onder het motto Rally to Restore Sanity and/or Fear. Onderstaande foto van een van de vele plakkaten en spandoeken is waarschijnlijk exemplarisch voor het apolitieke karakter van de bijeenkomst. Maar voor onze professie wel zo aardig.

                   

Bron: Inside Higher Ed

Mosterd na de maaltijd?

Afgelopen maandag was ik bij een door de KNAW georganiseerd symposium over peer review (de presentaties zijn inmiddels beschikbaar op het web). Het ging overigens niet alleen over peer review van wetenschappelijke artikelen, maar ook over peer review in de vorm van visitatiecommissies en beoordeling van onderzoeksubsidies. In zijn inleiding stelde KNAW-president Robbert Dijkgraaf dat congresthema’s die met een vraagteken besluiten, zoals het thema van dit symposium ‘Does Peer Review still have a future?’, meestal als achterliggende gedachte een bevestigend antwoord hebben. Hetgeen door de daaropvolgende presentaties inderdaad onderstreept werd. Ja, peer review heeft nog toekomst, al zal het soms wat anders moeten.

Geldt dat nu ook voor het vraagteken achter Mosterd na de maaltijd? Is het nieuwe initiatief van SURF voor een eigen variant van de 23 dingen, deze keer 21 edingen, een (te) laat aanschuiven bij een trend die al weer over z’n hoogtepunt heen is? Hier is het denk ik nog te vroeg voor een bevestigend antwoord. SURF richt zich in ieder geval met dit programma op een nieuwe doelgroep (ICTO-medewerkers en docenten in het hoger onderwijs), in potentie een hele grote maar ook een waarvan ik verwacht dat ze nu niet heel erg zitten te wachten op een programma van ongeveer een half jaar tussen alle drukke onderwijs- en onderzoeksbesognes door. Maar goed, ik ben benieuwd welke ‘dingen’ er nog meer gaan volgen behalve de zeven die nu al op de website vermeld staan. Het biedt in ieder geval aan al de spijtoptanten in de universiteitsbibliotheken die in de afgelopen jaren hun eigen lokale variant gemist hebben vanaf januari 2010 een mogelijkheid alsnog de inmiddels niet meer zo wondere wereld van web 2.0 te betreden.

Ook (net) beschikbaar:

Van de pot en de ketel

’t Is al weer een paar weken geleden dat de hele academische wereld (nou ja, vooral dat bibliotheek-hoekje daarvan) zich druk én vrolijk over de onthulling dat Elsevier enkele jaren geleden een aantal tijdschriften heeft gepubliceerd waar de zo veel geprezen peer review niet alleen ontbrak maar die in feite promotiemateriaal waren voor het farmaceutische bedrijf Merck. Dat bedrijf zou Elsevier zelfs betaald hebben om tijdschriften als de Australian Journal of Bone and Joint Medicine uit te geven. Het nieuws was natuurlijk koren op de molen van Open Access-propagandisten. Was hiermee niet definitief bewezen dat we die vermaledijde uitgeefgiganten helemaal niet nodig hebben? Zij die altijd roepen dat ze onmisbaar zijn omdat zij als enigen kunnen zorgen voor het waarborgen van de wetenschappelijke kwaliteit via peer review blijken daar zelf om commerciële redenen een loopje mee te nemen. Of, in de woorden van Peter Suber: “Remember this anecdote the next time someone raises the common myth that OA journals are lower quality or that OA is about bypassing quality control. Closed access does not guarantee high quality, even from the most prominent publishers.”

Maar ja, is die peer review dan wel in goede handen bij Open Access-tijdschriften? Elsevier & co roepen natuurlijk al jaren dat dat niet zo is en ook zij kunnen zich nu weer verheugen in een aansprekend praktijkvoorbeeld: op de Scholarly Kitchen-blog doet Phil Davis verslag van zijn ervaringen met het OA-tijdschrift The Open Information Science Journal dat uitgegeven wordt door Bentham Science op basis van het author-pays model. Davis stuurde een nep-artikel van de auteurs David Phillips en Andrew Kent, beiden verbonden aan het Center for Research in Applied Phrenology (CRAP), in dat na enkele maanden en, volgens Bentham Science, na peer review voor publicatie werd geaccepteerd. Of hij maar even de fee wilde overmaken. Zie je wel, hoor je ze bij Elsevier denken: Open Access staat gelijk aan onbetrouwbaar.

Elsevier was er als de kippen bij om de Merck-onthulling als een incident af te doen, iets wat al weer enkele jaren geleden zich had afgespeeld en in de tussentijd waren de touwtjes uiteraard strakker aangetrokken zodat dit niet nog een keer zou kunnen gebeuren. Hetzelfde zie je gebeuren bij de Bentham-hoax: Peter Suber put zich op zijn blog uit in het beargumenteren dat ook dit een uitzondering is en dat hiermee uiteraard niet de hele Open Access-beweging in diskrediet is gebracht.

Er staat ook veel op het spel. Dat blijkt nog eens uit de nieuwe SURF-studie Costs and Benefits of Research Communication: The Dutch Situation: als alle wetenschappelijke artikelen openbaar beschikbaar zouden zijn, zou dat de Nederlandse samenleving een voordeel op kunnen leveren van 133 miljoen euro per jaar (mijn cursivering). Ik heb de studie nog niet helemaal goed gelezen, maar volgens mij is dat maar de helft van het verhaal: Open Access zou de Nederlandse universiteiten ook zo’n 60 miljoen extra gaan kosten om al hun wetenschappelijke artikelen op basis van het author-pays model gepubliceerd te krijgen. Maar goed, het gaat om grote bedragen en het gaat om een groot goed: de toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie. Voor deze zomer staan voor de Nederlandse universiteitsbibliotheken de onderhandelingen over een nieuwe licentie voor Elseviers ScienceDirect op het programma. Ook daarbij gaat het om een bedrag van vele miljoenen op jaarbasis, waarover dus echt wel even onderhandeld moet worden. Vraag is alleen hoeveel onderhandelingsvrijheid de universiteitsbibliotheken hebben: hun wetenschappers smullen van de onbeperkte toegang tot Elseviers tijdschriften en maken daar meer dan intensief gebruik van. Hoe acceptabel is beperktere toegang indien er in financieel opzicht straks niet met Elsevier uit te komen valt?