Archive for the ‘openbaarheid’ Tag

TWIT #17

TWIT

https://twitter.com/EricHennekam/status/341642632470093825

Advertenties

Lang leve de openbaarheid!

De Koninklijke Bibliotheek heeft eieren voor haar geld gekozen, al zal ze dat zelf ongetwijfeld anders zien. Vanmiddag publiceerde de KB op haar website het contract dat met Google vorig jaar is afgesloten voor de digitalisering van een groot deel van de historische collectie van de KB.  “Het is niet gebruikelijk dat de KB contracten met partners publiceert; tegelijkertijd zijn er geen zwaarwegende belangen die algemene bekendmaking in de weg staan. De KB heeft daarom besloten de WOB-verzoeken te honoreren, en het contract voor belangstellenden beschikbaar te stellen.”, verklaart de KB op haar website. Er kan in een paar maanden toch veel veranderen. 😉

En wat wordt nu duidelijk uit de publicatie van het contract met Google? In de gauwigheid vallen een aantal zaken op (bij uitgebreidere bestudering en vergelijking misschien nog andere zaken):

  1. Google gebruikt blijkbaar een standaard-contract voor haar overeenkomsten met bibliotheken: qua opbouw en inhoud is het contract met de KB grotendeels identiek aan het contract met de British Library
  2. het contract met de KB vertoont, in de nu gepubliceerde versie, niet het keurmerk Google Confidential dat zo prominent op het contract met de BL aanwezig is
  3. bij onderlinge geschillen beslist in dit geval de Amerikaanse rechter in Santa Clara County (California), en niet de Nederlandse. Maar ook niet de Ierse (of Britse) terwijl de overeenkomst afgesloten wordt met Google Ireland Ltd.
  4. artikel 12.1 in het contract met de British Library staat ook ongewijzigd in het (eerdere) contract met de Koninklijke Bibliotheek

Ik ben benieuwd wat de echte contract-experts hier nog aan bijzonderheden weten uit te halen. Zij en wij zijn in ieder geval dank verschuldigd aan diegenen die de WOB-verzoeken bij de KB hebben ingediend, Ingmar Koch voorop.

Weekoogst #29

Focus op data
Het beheer van onderzoeksdata wordt als een van de mogelijke, nieuwe taken van de universiteitsbibliotheek gezien. Data curation en data management staan volop in de belangstelling. SURF publiceerde deze week algemene richtlijnen voor het bewaren van onderzoeksdata, een korte checklist waar onderzoekers te rade kunnen gaan. De checklist maakt onderdeel uit van het SURFshare-programma en is tegelijkertijd met nog drie andere rapporten gepubliceerd. Een daarvan trok meteen mijn aandacht, data curation in de kunstgeschiedenis en mediastudies. Ik trof in de managementsamenvatting, vind ik althans, een wat curieuze passage aan: “Publicaties kunnen bijvoorbeeld worden verrijkt met databestanden, en in dat geval kan de wetenschappelijke tekst worden gezien als documentatie bij deze data.” Is dat niet een beetje de omgekeerde wereld?

Storm in glas water
Het was opeens hot news (inclusief de voorpagina van de NRC) afgelopen week: censuur door de gemeente Utrecht. Een masterscriptie zou op verzoek van de gemeente ontoegankelijk gemaakt zijn vanwege voor de gemeente onwelgevallige informatie. Niet alleen de gemeente Utrecht, maar ook de UB Utrecht, werd binnen de kortste keren aan de schandpaal genageld. Terwijl het uiteindelijk slechts bleek te gaan om een ten onrechte vrijgegeven versie waarin namen van personen en bedrijven niet waren geanonimiseerd. Dat verzuim is inmiddels goedgemaakt en op het interne communicatie-blog van de UB wordt teruggekeken hoe deze storm zo snel op kon steken. 

Must read
De waarheid moet gezegd worden en volgens Barbara Fister op de website van Library Journal levert dat verplichte leesvoer op: een nieuw onderzoek in het kader van het Project Information Literacy, een meerjarig onderzoeksproject van de University of Washington. In Truth Be Told wordt verslag gedaan van een onderzoek onder ruim 8.000 Amerikaanse studenten naar hun zoekstrategieën en de problemen die ze ervaren bij het doen van onderzoek. De onderzoekers kunnen daarbij voortbouwen op een soortgelijk onderzoek van een jaar geleden en dat levert opvallende resultaten op. Hieronder een tabel uit het onderzoek:

Ik denk dat we de trend bij Librarians liever de andere kant op zagen gaan. De post van Raymond Snijders deze week over disintermediation sluit hier goed bij aan.

Bravo!

Vooruitgang noemde ik het onlangs, de digitale beschikbaarheid van mijn proefschrift van 17 jaar geleden dat tot nu toe alleen maar in fysieke vorm te raadplegen was in zo’n 25 bibliotheken. Aan dat proefschrift lag jarenlang onderzoek ten grondslag, o.m. in een groot aantal binnen- en buitenlandse archieven waaronder een aantal Belgische. Dat archiefonderzoek in België was in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw beslist geen sinecure. Ten eerste moest je, ook voor de reguliere overheidsarchieven van zo’n veertig jaar oud, beschikken over de juiste connecties in de Belgische historische en overheidswereld. Die hadden we destijds gelukkig. En daarnaast moest je beschikken over voldoende tijd en geld, want lange dagen maken was er in die Belgische archieven niet bij. Laat beginnen, een gedwongen lunchpauze van enkele uren en aan het eind van de middag weer snel naar buiten. Nu zijn er slechtere plaatsen dan Brussel om een lunch te moeten gebruiken, maar om nu te zeggen dat het effectief bestede dagen waren, nee. Neem dan het archiefonderzoek in Canada, in de National Archives in Ottawa. Daar konden we 25 jaar geleden al 24/7 terecht, ongelogen. En dat allemaal vanuit de idee dat ’s lands papieren historie te allen tijde beschikbaar moest zijn voor de Canadese burgers (en de verdwaalde historicus van elders, die hier uiteraard ook van profiteerde).

Waarom nu deze oude koe uit de sloot gehaald? Ik moest hier vanmiddag aan denken toen ik het bericht onder ogen kreeg dat de Belgische ministerraadsnotulen voor de jaren 1918-1979 gedigitaliseerd zijn en vrij toegankelijk via het web. Ook dat is vooruitgang, dacht ik meteen. Want in het kader van mijn promotieonderzoek had ik destijds maar wat graag die notulen voor de jaren 1940-1949 willen raadplegen, iets dat in Nederland ook toen al de normaalste zaak van de wereld was, al ging het toen nog allemaal netjes van papier. Die achterstand is nu in een klap goedgemaakt, want de Nederlandse ministerraadsnotulen zijn volgens mij nog niet tot het web doorgedrongen. Chapeau dus, voor die Belgen.

Uiteraard heb ik snel even een blik in de notulen geworpen, en trof daar o.a. de volgende passage uit in de minsterraadsvergadering van 12 maart 1948 aan. We zitten dan midden in de eerste jaren van de Koude Oorlog, de West-Europese landen zijn bezig zich militair aaneen te sluiten tegen de veronderstelde Sovjet-dreiging en eind februari lijkt die dreiging door de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije een heel manifeste vorm aan te nemen.

En wat spreekt de Belgische minister-president en minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak dan uit tegen zijn ministersploeg:

Passant en revue la situation internationale, il estime que la paix n’est pas immédiatement menacé. Des informations qu’il a et qui sont confirmées à un autre titre par M. le Ministre de la Défense Nationale, il ressort que ni l’U.R.S.S. ni les Etats-Unis ne sont prêts ni ne désirent un conflit armé pour le moment. (…) M. le Premier Ministre, Ministre des Affaires Etrangères, souligne que l’émoi causé par les événements de Tchécoslovaquie a été excessif. Ces événements n’ont rien modifié au point de vue international.

Kijk, dat over dat citaat had ik twintig jaar geleden graag beschikt. Het zou linea recta en met stip in de tekst terecht gekomen zijn als ondersteuning voor de nu vaak met indirecte bewijsvoering gesteunde stellingname dat de Sovjet-dreiging destijds een veel kleinere rol speelde in de politiek van West-Europese staten dan later vaak betoogd is. Vooruitgang dus, en een schouderklopje voor onze zuiderburen.