Archive for the ‘kwaliteit’ Tag

TWIT #31

TWIT

Advertenties

TWIT #29

TWIT

https://twitter.com/blogpartyned/status/403112216352026624

Weekendvitaminen #38

Op het nachtkastje

Beeld van de week


Twitter op nr. 1, dat verrast me toch wel; Facebook op nr. 9 en Google Scholar pas op nr. 52.

Over dit soort lijstjes blijft altijd discussie, maar het is aardig om deze weer eens door te lopen. Er is zo veel, misschien wel te veel…

En deze mag natuurlijk niet ontbreken, de Boekenberg in Spijkenisse:

Snel een keer gaan kijken!

Geesteswetenschappen worden volwassen

Vorige week stond de KNAW met een symposium stil bij de afronding van het Alfalab-project en de voortzetting ervan in de vorm van het eHumanities samenwerkingsverband. Tijdens het symposium werden enerzijds de resultaten gepresenteerd van Alfalab; anderzijds plaatsten sprekers van buiten het project de digitale ontwikkelingen in de geesteswetesnchappen in een breder (zowel internationaler als discipline-overschrijdend) perspectief. Digitale, of computationele, geesteswetenschappen begint langzamerhand ook in Nederland vaste voet aan de grond te krijgen. Dit afsluitende symposium was daar een teken van, net zoals de recente benoeming van Rens Bod (ja, die van de mooie boek De vergeten wetenschappen) tot hoogleraar computationele en digitale geesteswetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. In het komende semester worden er aan de UvA meerdere modules digital humanities aangeboden, zowel voor bachelor- als masterstudenten.

Maar er zijn meer tekenen dat de geesteswetenschappen langzamerhand zich als discipline aan het ontwikkelen zijn, zich meer en meer manifesteren als een discipline die op haar eigen merites beoordeeld moet worden en niet langs dezelfde meetlat gelegd moet worden als andere disciplines. En dus wordt er in het nieuwe rapport Waardevol. Indicatoren voor valorisatie expliciet gekozen voor een model waarin de discipline een van de bepalende dimensies is: “Valorisatie vindt plaats in alle disciplines en domeinen van onderzoek en zowel in monodisciplinair als in multidisciplinair onderzoek. Voor iedere discipline bestaan geëigende vormen van valorisatie: van octrooien en spin-offs, via advies over nieuwe wetgeving tot het samenstellen van een tentoonstellingscatalogus.” (p.18)

Ook bij een ander heikel onderwerp, kwaliteitsmeting, worden stappen vooruit gezet. Vlak voor de zomer verscheen het rapport Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de geesteswetenschappen van de KNAW. Uiteraard wordt daar opnieuw in geconstateerd dat “Een systeem van indicatoren dat vrijwel alleen onderzoeksoutput meet in de vorm van Engelstalige artikelen in Angelsaksische tijdschriften die bibliometrisch met vrucht onderzocht kunnen worden, is voor de meeste geesteswetenschappelijke disciplines niet adequaat.” (p.30), maar daar blijft het deze keer niet bij. In het rapport wordt een nieuwe set kwaliteitsindicatoren voor de beoordeling van geesteswetenschappelijk onderzoek gepresenteerd die via twee pilots in de komende tijd getest zullen worden. Die set indicatoren mist de eenvoud van een impact factor of een h-index, maar doet nu wel recht aan “de diversiteit aan producten, doelgroepen, en publicatieculturen die men binnen het gebied aantreft.” Maar eens kijken hoe dat in die pilots uit gaat werken.

Weekoogst #31

Als je niet kunt kiezen…
Wat zal ik kopen? Een netbook, een laptop of toch maar een tablet? Niet langer twijfelen: koop een tabtop! (of laplet?) Ik zou ‘m in ieder geval graag een keertje in m’n handen willen houden.

Kassa!
Ik volg, van enige afstand en in alle bescheidenheid, de ontwikkelingen in het Amerikaanse hoger onderwijs en de Amerikaanse bibliotheekwereld. Een feed op The Chronicle (of Higher Education) is daarbij essentieel. Deze week werd ik via die feed geattendeerd op een nieuwe publicatie van de Chronicle, Information Technology in Higher Education: 2010 Survey of Chief Information Officers. Ha, dacht ik meteen, kijken. Dat viel dus tegen. Deze digitale  publicatie is niet online in te zien, of je moet bereid zijn de portemonnee te trekken: de standaard prijs is slechts $ 3.500! Ben je verbonden aan een hoger onderwijsinstelling dan krijg je een korting van $ 1.000. Koopje toch!

Open deuren
Ik meld hier wel vaker iets in kritische zin over de publicaties van twee LIS-coryfeeën, Carol Tenopir en Donald King. They did it again, deze week. In het rapport Research Publication Characteristics and Their Relative Values: A Report for the Publishing Research Consortium hebben ze onderzocht waardoor wetenschappers zich laten leiden bij hun keuze welke artikelen wel en welke artikelen niet te lezen uit het overvloedige aanbod. De voornaamste conclusie:  een wetenschappers kiest allereerst voor een inhoudelijk relevant artikel “Written by an author I recognize as a top scholar, in a top-tier peer-reviewed journal, and available online at no [personal] cost”. Het minste kans maakt een artikel ‘Written by an author I recognize as a weaker scholar, in a journal that is not peer-reviewed, and available online at some cost.”

Misschien oordeel ik te hard en te snel, maar daar had je volgens mij geen wereldwijde survey onder 445 respondenten voor hoeven te houden. Hetgeen overigens niet weg neemt dat er ook best nuttige informatie in het rapport staat, zoals het gegeven dat wetenschappers online beschikbaarheid belangrijker vinden in hun overwegingen een artikel te lezen dan de tijdschrifttitel of de uitgever.

Aanmaakhout
Nog wat boeken over die uit de collectie verwijderd moeten worden? Er is nu een Amerikaans bedrijf dat er graag ‘aanmaakboekjes’ van maakt. Handig met de Kerst in aantocht!

                            

De firma “LibriLoop, at your service.

Lonely at the …?

Een jaar geleden heb ik een paar keer bericht over het medewerkerstevredenheid onderzoek van de UvA en het uitroepen van de UB tot beste dienstverlener van de universiteit. Het betrof toen een eerste meting, met de belofte van het College van Bestuur dat de meting ieder jaar herhaald zou gaan worden. En dus hangen er nu weer in alle universitaire gebouwen banieren, staan er paginagrote oproepen in Folia en worden alle medewerkers ook via de mail opgeroepen om opnieuw een vragenlijst over de kwaliteit van de dienstverlening van de ondersteunende diensten in te vullen. Van harte aanbevolen door CvB en de Centrale Ondernemingsraad.

Leidinggevenden hebben nog een extra taak te vervullen. Zij krijgen wekelijks de stand van zaken m.b.t. het percentage medewerkers van hun dienst of faculteit dat de enquête heeft ingevuld, gecombineerd met de aanmaning hun eigen personeel nog eens een zetje in de goede richting te geven. Daar doe ik graag aan mee, want na de nulmeting van vorig jaar hebben dit soort enquêtes alleen maar zin als ze periodiek herhaald worden en als in de tussentijd gericht gewerkt wordt aan de verbeterpunten. De enquête staat nu ruim één week open en we zitten gemiddeld op zo’n 16% score, uiteraard met uitschieters naar boven en beneden. Maar er zijn nog twee weken te gaan, dus dat percentage kan nog flink omhoog.

Een punt in de aanmaningsmail van het CvB intrigeert me mateloos. In het responsoverzicht wordt netjes uitgesplitst naar faculteit, dienst en ander onderdeel van de UvA het responsepercentage gegeven. De opsomming eindigt met de groep “Anders”: een groep van 40 personeelsleden waartoe o.a. de medewerkers van het Amsterdam University College, een samenwerkingsverband met de Vrije Universiteit, behoren “aangevuld met 1 losse medewerker die niet in te delen is.” De UvA heeft bijna 5.250 medewerkers waarvan er één nergens bij hoort. Hoe lonely kun je zijn? Wie is deze medewerker? In welke verborgen krochten van de UvA brengt hij of zij in lijdzaamheid en isolement z’n dagen door? Want het zal toch niet de voorzitter van het College van Bestuur zijn? Toch?

Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet

De UvA Medewerkersmonitor blijft nog even de gemoederen bezighouden. Naast het publiciteitsoffensief via spandoeken, paginagrote advertenties in Folia (Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet) en een persoonlijk mailtje van rector Dymph van den Boom, wordt er in de wandelgangen en ver daarbuiten wat afgemopperd op deze meningspeiling. Ik vrees dat zelfs het ‘Ook de Centrale Ondernemingsraad ondersteunt dit initiatief’ uiteindelijk niet echt de laatste twijfelaars over de brug zal weten te trekken. Maar goed, ze hebben nog tot en met 24 november 2008 tot 24.00 uur de tijd.

Collega Renze Brandsma van ons Digitaal Productiecentrum uit in Folia van deze week in een ingezonden brief nog zijn ongenoegen over het feit dat hij zijn frustraties over de centrale automatiseringsafdeling van de UvA, het Informatiseringscentrum, en over de financiële administratie niet kwijt kan in zijn antwoorden. Blijkbaar heeft hij dus een zet vragen over andere centrale diensten voorgelegd gekregen, misschien zelfs over zijn eigen UB. Gelukkig maar, want als iedere medewerker alle vragen voorgelegd zou hebben gekregen, had het beantwoorden van de enquête waarschijnlijk niet dertig minuten maar zeker een uur gekost. En daar hebben al die drukke UvA-medewerkers natuurlijk de tijd niet voor, ook al omdat de Medewerkersmonitor niet de enige peiling is die deze weken aan hen voorgelegd wordt. Zo heb ik afgelopen week ook nog moeten reageren op mijn ervaringen met de tijdens de zomer ingevoerde UvAwerkplek. Typisch gevalletje van slechte coördinatie. Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet.

Meten is weten

Onze personeelskantine is een weinig uitnodigende voorziening. Dat was-ie ook twintig jaar geleden al toen ik bij de UB begon te werken, maar toen zat hij op vaste tijdstippen toch vaak stampvol met vaste clubjes die gezamenlijk koffie of thee dronken. Tegenwoordig is dat beperkt tot een aantal diehards die die traditie niet op willen geven en, zoals nu, tot groepen Aleph-cursisten die in hun lunchpauze de beschikbare tafels bezetten.

uva-monitor-gecentreerd

Sinds een paar dagen wordt de kantine nu opgesierd door een spandoek van twee meter bij een halve meter waarin de UvA Medewerkersmonitor extra onder onze aandacht wordt gebracht. Ruim een week geleden hebben alle medewerkers van de UvA via de mail een uitnodiging ontvangen de online enquête in te vullen. Dat zou zo’n 20 minuten moeten duren, maar mij kostte het al gauw 50% extra tijd, 30 minuten dus, en dat is een behoorlijke tijdsinvestering. Desondanks heb ook ik natuurlijk mijn medewerkers opgeroepen mee te doen, want zo vaak word je niet in de gelegenheid gesteld je oordeel over je eigen werkgever te geven. En de uitvoering van deze monitor, een soort nulmeting die de komende jaren periodiek herhaald zal worden, is in handen van het IVA, een zeer gerenommeerd onderzoeksinstituut. Maar na een week blijkt toch pas zo’n 15% van de medewerkers de enquête ingevuld te hebben en dus is het blijkbaar tijd voor een extra publicitair offensief.

Vast weer bedacht door ons onvolprezen Bureau Communicatie. Maar ik kan me op geen enkele manier voorstellen dat door het ophangen van deze spandoeken op plekken waar veel UvA-personeelsleden rondlopen het percentage veel op zal lopen. Dat werkt toch echt anders. Het enige positieve dat ik aan dat spandoek kan ontdekken is dat we in 2010 de achterkant kunnen gebruiken voor de aankleding van de personeelskantine voor de dan onvermijdelijke WK-voetbalpoule (zonder of met Oranje). Dat is de enige tijd dat de personeelskantine tegenwoordig nog het brandend middelpunt van de bibliotheek is, inclusief het kartonnen scorebord waarop ieders score door het zetten van kruisjes dagelijks wordt bijgehouden.

Afscheid

Gistermiddag was de afscheidsreceptie voor onze vakreferent Nederlandse taal- en letterkunde Els van Hulsteijn. Na 37 jaar trouwe dienst gaat ze met pensioen, en dat valt haar zwaar. Het is ook niet niks als je zoveel jaren met weliswaar steeds wisselende generaties studenten en medewerkers, maar toch vooral ook met die ene collectie bezig bent geweest. Het kan niet anders of ieder boek in de collectie is in al die jaren minstens een aantal keren door haar handen gegaan en er is dan ook geen enkele collectie in de bibliotheek van het PC Hoofthuis die er zo verzorgd bij staat als juist die collectie Nederlandse taal- en letterkunde. Zoals ik in mijn toespraak tot Els ook zei: wellicht kan de collectie straks zonder Els, het is echter de vraag of Els zonder haar collectie kan.

Belangrijk bij de receptie was vooral de aanwezigheid van veel medewerkers van de afdeling Neerlandistiek van de faculteit, de mensen waarvoor Els al die jaren dag en nacht heeft klaargestaan. Lia van Gemert nam ruim de tijd om de verdiensten van Els voor juist die medewerkers voor het voetlicht te brengen. Niet voor niets begon zij haar toespraak met de constatering dat een nieuwe medewerker in zijn eerste werkdagen geen betere investering kan doen dan een goede relatie op te bouwen met de medewerkers van de bibliotheek; daar kan later alleen maar van geprofiteerd worden. Dat gold ook voor Els. Alhoewel haar eigen generatie wetenschappelijk medewerkers zo successievelijk ook al de actieve dienst heeft verlaten, is ze er toch ook steeds in geslaagd met nieuwe generaties medewerkers, vaak veel jonger dan zijzelf, een goede band op te bouwen. Haar ongeëvenaarde kennis van de collectie Nederlandse taal- en letterkunde en haar onomstreden kunde in het bibliotheekvak vormden daarvoor de twee belangrijkste pijlers. Gelukkig heeft ze in de afgelopen maanden haar opvolgster, Esther ten Dolle, goed kunnen inwerken zodat we de periode na het vertrek van Els weliswaar met een weemoedig gevoel, maar toch ook met vertrouwen tegemoet kunnen zien.

Tijdens deze receptie bleek (gelukkig) weer hoe goed de bibliotheek momenteel aangeschreven staat bij de medewerkers. De decaan van de faculteit, José van Dijck, gaf daar afgelopen zomer ook al blijk van. Ik kijk dan ook met vertrouwen uit naar de komende UvA Medewerkersmonitor, waarin met name de dienstverlening van de ondersteunende diensten (inclusief de Universiteitsbibliotheek) aan het oordeel van alle universitaire medewerkers wordt onderworpen. Dit alles in het kader van het streven van het College van Bestuur naar excellent onderwijs, excellent onderzoek én excellente ondersteuning van die beide processen. Unieke en excellente medewerkers zoals Els zijn daarbij cruciaal.