Archive for the ‘enquête’ Tag

Fact checking (3): E-books

Fact-checking-

Ik zag ‘m die dag wel tig keer voorbij komen: de infographic A Look at Students Using eTextbooks van de leverancier van zowel nieuwe als gebruikte én elektronische tekstboeken eCampus. Volgens de producent van de infographic blijkt er vooral uit dat studenten steeds meer etextbooks gebruiken en dat meer dan de helft dat vooral doet vanwege de gunstige prijs (t.o.v. gedrukte textbooks). Degenen die over deze infographic tweetten of er een blogpost aan wijdden, zoals Raymond Snijders op zijn Vakblog, gingen vaak wat verder in hun commentaar: etextbooks kennen in de VS een “enorme populariteit” en met het juiste aanbod en de juiste prijsstelling staan ons in Nederland “Amerikaanse toestanden” te wachten.

eCampus

Maar wat staat er nu eigenlijk echt in die infographic, en waarop is die informatie gebaseerd? Wat die laatste vraag betreft, onderaan de infographic staan twee bronnen genoemd: een ‘independent survey’ van eCampus zelf en een link naar de volgende website: http://www.coursesmart.com/media#pr12. Die ‘independent survey’ is op de website nergens terug te vinden en ook via andere, bredere zoekacties ben ik er nog niet in geslaagd het onderzoek boven water te krijgen. Volg je de link naar de website van CourseSmart dan kom je bij een promo-bericht over een nieuw ereading-platform uit maart 2012. Al met al niet meteen een overtuigende onderbouwing van de gegevens zoals die in de infographic staan gepresenteerd. Maar goed, dan die gegevens zelf.

De infographic bestaat eigenlijk uit zeven afzonderlijke onderdelen:

  1. 98% van de studenten is in het bezit van een digitaal apparaat (niet meer echt verrassend; het bezit van smartphones, tablets en laptops onder studenten is bijna universeel)
  2. 73% van de studenten zegt niet zonder technologie te kunnen studeren (een kwart kan dat blijkbaar nog steeds wel; en was dit in het tijdperk van de elektrische typemachine – bijvoorkeur een IBM met ‘bolletje’ – al niet anders?)
  3. 48% van de studenten gaven de voorkeur aan een etextbook in plaats van een gedrukt exemplaar vanwege de lagere prijs; 25% kozen voor e vanwege de onmiddellijke toegang, 19% vanwege de ‘portability’ en 6% vanwege hun voorkeur voor digitaal lezen
  4. 52% van de studenten vindt de doorzoekbaarheid het belangrijkste feature van etextbooks (en 20% de mogelijkheid tot accentueren, 14% de copy/paste mogelijkheden en 12% de interactieve toevoegingen zoals quizes).
  5. aantallen uren bespaard gedurende het semester door het gebruik van etextbooks: 29% nul uur; 17% één uur; 23% twee uren; 11% drie uren; en 17% meer dan drie uren
  6. 64% van de studenten gebruikte een laptop om hun etextbooks te lezen en te raadplegen; 18% een tablet, 15% een desktop en 2% hun mobiele telefoon
  7. zouden de studenten het volgende semester opnieuw etextbooks aanschaffen? 38% zei zonder meer ‘ja’ en 7% zondermeer ‘nee’; de grootste groep , 54%, zei ‘misschien’, afhankelijk van de gekozen onderwijsmodule.

eCampus2

Verrassende resultaten? Nou, nee. Een glanzende ‘overwinning’ voor het etextbook? Nee, ook niet echt. Een meerderheid weet nog niet wat ze een volgende module zullen doen en niet de extra’s die een etextbook kunnen bieden (zoals de interactieve toevoegingen) zijn doorslaggevend voor de keuze maar – hoe Hollands – de prijs!

Je begint je af te vragen waar al die aandacht voor nodig is geweest. Dat ga je je nog meer afvragen als je constateert dat deze infographic al in maart (!) op het web geplaatst werd. De ‘boosdoener’ lijkt de site Edudemic te zijn waar op 11 december deze infographic als ‘new’ werd gepresenteerd. Goed voor inmiddels 388 tweets en een ontelbaar aantal retweets. Van oud nieuws dus.

*bloos*

Terug van vakantie, en dus de draad weer op zien te pakken. Maar waar te beginnen? M’n feedreader (zie voor het belang daarvan deze post van Raymond Snijders) heb ik nog niet kunnen ‘legen’, dus welk onderwerp als eerste aan te pakken? Gelukkig heb je dan een aantal collega’s die je de weg wijzen: dank Anneke, Hubert, Wouter en Edwin!

Vorige week publiceerde OCLC namelijk de uitslag van een enquête onder Nederlandse bibliothecarissen onder de titel Bibliotheken in Nederland. Prioriteiten & Perspectieven in Vogelvlucht. Het is een rapportje van 4 pagina’s waarvan m.n. de laatste pagina voor mij een aantal verrassingen bevatte. Daar wordt weergegeven hoe de respondenten op de hoogte blijven van ontwikkelingen in ons vak en, zoals ook al uit eerder onderzoek is gebleken, ook bij informatiespecialisten spelen sociale media daarin nog steeds maar een bescheiden rol: 37% van de respondenten leest blogs om bij te blijven en 31% gebruikt Twitter om op de hoogte te blijven van trends.

De verrassing zit ‘m natuurlijk in de vermelding van Zeemanspraat in de top-3 van de blogs en, nog verrassender voor mij althans, het feit dat ik tot de drie meest gevolgde twitteraars in bibliotheekland zou behoren.

Nu weet ik ook wel, het is ‘maar’ de mening van 152 collega’s. Maar toch. Zoals (bijna) iedere blogger/twitteraar vraag ik me regelmatig af, en zeker na een lange vakantie, ‘moet ik hiermee wel doorgaan?’ De uitslag van deze enquête is in ieder geval voor een tijdje weer voldoende om dat soort twijfels ver weg te stoppen. Dus, collega’s in den lande: hartelijk dank voor deze steun in de rug. En ik weet: adel verplicht!

P.S. OCLC heeft soortgelijke enquêtes ook uitgevoerd in de Verenigde Staten,Groot-Brittannië en Duitsland. Het is aardig de resultaten daarvan naast elkaar te leggen.

Lonely at the …?

Een jaar geleden heb ik een paar keer bericht over het medewerkerstevredenheid onderzoek van de UvA en het uitroepen van de UB tot beste dienstverlener van de universiteit. Het betrof toen een eerste meting, met de belofte van het College van Bestuur dat de meting ieder jaar herhaald zou gaan worden. En dus hangen er nu weer in alle universitaire gebouwen banieren, staan er paginagrote oproepen in Folia en worden alle medewerkers ook via de mail opgeroepen om opnieuw een vragenlijst over de kwaliteit van de dienstverlening van de ondersteunende diensten in te vullen. Van harte aanbevolen door CvB en de Centrale Ondernemingsraad.

Leidinggevenden hebben nog een extra taak te vervullen. Zij krijgen wekelijks de stand van zaken m.b.t. het percentage medewerkers van hun dienst of faculteit dat de enquête heeft ingevuld, gecombineerd met de aanmaning hun eigen personeel nog eens een zetje in de goede richting te geven. Daar doe ik graag aan mee, want na de nulmeting van vorig jaar hebben dit soort enquêtes alleen maar zin als ze periodiek herhaald worden en als in de tussentijd gericht gewerkt wordt aan de verbeterpunten. De enquête staat nu ruim één week open en we zitten gemiddeld op zo’n 16% score, uiteraard met uitschieters naar boven en beneden. Maar er zijn nog twee weken te gaan, dus dat percentage kan nog flink omhoog.

Een punt in de aanmaningsmail van het CvB intrigeert me mateloos. In het responsoverzicht wordt netjes uitgesplitst naar faculteit, dienst en ander onderdeel van de UvA het responsepercentage gegeven. De opsomming eindigt met de groep “Anders”: een groep van 40 personeelsleden waartoe o.a. de medewerkers van het Amsterdam University College, een samenwerkingsverband met de Vrije Universiteit, behoren “aangevuld met 1 losse medewerker die niet in te delen is.” De UvA heeft bijna 5.250 medewerkers waarvan er één nergens bij hoort. Hoe lonely kun je zijn? Wie is deze medewerker? In welke verborgen krochten van de UvA brengt hij of zij in lijdzaamheid en isolement z’n dagen door? Want het zal toch niet de voorzitter van het College van Bestuur zijn? Toch?

Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet

De UvA Medewerkersmonitor blijft nog even de gemoederen bezighouden. Naast het publiciteitsoffensief via spandoeken, paginagrote advertenties in Folia (Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet) en een persoonlijk mailtje van rector Dymph van den Boom, wordt er in de wandelgangen en ver daarbuiten wat afgemopperd op deze meningspeiling. Ik vrees dat zelfs het ‘Ook de Centrale Ondernemingsraad ondersteunt dit initiatief’ uiteindelijk niet echt de laatste twijfelaars over de brug zal weten te trekken. Maar goed, ze hebben nog tot en met 24 november 2008 tot 24.00 uur de tijd.

Collega Renze Brandsma van ons Digitaal Productiecentrum uit in Folia van deze week in een ingezonden brief nog zijn ongenoegen over het feit dat hij zijn frustraties over de centrale automatiseringsafdeling van de UvA, het Informatiseringscentrum, en over de financiële administratie niet kwijt kan in zijn antwoorden. Blijkbaar heeft hij dus een zet vragen over andere centrale diensten voorgelegd gekregen, misschien zelfs over zijn eigen UB. Gelukkig maar, want als iedere medewerker alle vragen voorgelegd zou hebben gekregen, had het beantwoorden van de enquête waarschijnlijk niet dertig minuten maar zeker een uur gekost. En daar hebben al die drukke UvA-medewerkers natuurlijk de tijd niet voor, ook al omdat de Medewerkersmonitor niet de enige peiling is die deze weken aan hen voorgelegd wordt. Zo heb ik afgelopen week ook nog moeten reageren op mijn ervaringen met de tijdens de zomer ingevoerde UvAwerkplek. Typisch gevalletje van slechte coördinatie. Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet.

Meten is weten

Onze personeelskantine is een weinig uitnodigende voorziening. Dat was-ie ook twintig jaar geleden al toen ik bij de UB begon te werken, maar toen zat hij op vaste tijdstippen toch vaak stampvol met vaste clubjes die gezamenlijk koffie of thee dronken. Tegenwoordig is dat beperkt tot een aantal diehards die die traditie niet op willen geven en, zoals nu, tot groepen Aleph-cursisten die in hun lunchpauze de beschikbare tafels bezetten.

uva-monitor-gecentreerd

Sinds een paar dagen wordt de kantine nu opgesierd door een spandoek van twee meter bij een halve meter waarin de UvA Medewerkersmonitor extra onder onze aandacht wordt gebracht. Ruim een week geleden hebben alle medewerkers van de UvA via de mail een uitnodiging ontvangen de online enquête in te vullen. Dat zou zo’n 20 minuten moeten duren, maar mij kostte het al gauw 50% extra tijd, 30 minuten dus, en dat is een behoorlijke tijdsinvestering. Desondanks heb ook ik natuurlijk mijn medewerkers opgeroepen mee te doen, want zo vaak word je niet in de gelegenheid gesteld je oordeel over je eigen werkgever te geven. En de uitvoering van deze monitor, een soort nulmeting die de komende jaren periodiek herhaald zal worden, is in handen van het IVA, een zeer gerenommeerd onderzoeksinstituut. Maar na een week blijkt toch pas zo’n 15% van de medewerkers de enquête ingevuld te hebben en dus is het blijkbaar tijd voor een extra publicitair offensief.

Vast weer bedacht door ons onvolprezen Bureau Communicatie. Maar ik kan me op geen enkele manier voorstellen dat door het ophangen van deze spandoeken op plekken waar veel UvA-personeelsleden rondlopen het percentage veel op zal lopen. Dat werkt toch echt anders. Het enige positieve dat ik aan dat spandoek kan ontdekken is dat we in 2010 de achterkant kunnen gebruiken voor de aankleding van de personeelskantine voor de dan onvermijdelijke WK-voetbalpoule (zonder of met Oranje). Dat is de enige tijd dat de personeelskantine tegenwoordig nog het brandend middelpunt van de bibliotheek is, inclusief het kartonnen scorebord waarop ieders score door het zetten van kruisjes dagelijks wordt bijgehouden.