Archive for the ‘disciplines’ Tag

Weekendvitaminen #31

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Het bericht stond gisteren plompverloren opeens prominent op de universitaire website:

Zwaar weer Amsterdam University Press
Onder meer als gevolg van sterk toenemende verliezen is Amsterdam University Press in zwaar weer terecht gekomen. Teneinde de continuïteit van het bedrijf te waarborgen is besloten de huidige statutaire directie te vervangen. Over de nieuwe directie volgen op korte termijn nadere berichten.
De Universiteit van Amsterdam is er trots op een instituut als de Amsterdam University Press in zijn gelederen te hebben en realiseert zich dat dit een unieke situatie is waar andere universiteiten in binnen- en buitenland met enige afgunst naar kijken. Alle inspanningen zijn er dan ook op gericht AUP als podium voor wetenschappers te behouden.

Dat universitaire uitgeverijen het moeilijk hebben is genoegzaam bekend, maar dat het blijkbaar zo slecht gaat met onze eigen AUP verraste me wel. Enkele weken geleden maakte het bericht dat de University Press of Missouri haar deuren moest sluiten een fikse discussie los bij onze Amerikaanse collega’s, waarbij nog maar eens op de discrepantie werd gewezen tussen de bedragen die nodig zijn om deze universiteitsuitgeverij overeind te houden ($ 400.000) en de bedragen die binnen de Amerikaanse universitaire wereld worden uitgegeven aan de ondersteuning van sportactiviteiten. Bij de UvA is dat niet aan de orde, maar worden hopelijk toch de benodigde gelden gevonden om de AUP in leven te houden. In haar twintig jarig bestaan heeft de uitgeverij een rijk fonds opgebouwd van ca 1.400 titels een een belangrijke bijdrage geleverd aan de discussie over het open access uitgeven van monografieën (het OAPEN-project). Dat zou niet op deze wijze moeten eindigen.

Advertentie

Weekoogst #14

UvA-link
Ik doe het niet zo heel vaak: reclame maken voor de eigen instelling. Maar soms is daar toch echt reden toe, zoals deze week. Tot voor een paar jaar geleden hadden we, samen met ons Informatiseringscentrum, een kwartaalblad voor de universitaire gemeenschap, UvA-link, waarin we medewerkers en studenten op de hoogte konden houden van alle veranderingen en vernieuwingen in de wetenschappelijke informatievoorziening en de bibiothecaire dienstverlening. UvA-link ging echter drie jaar geleden ter ziele, waar bijvoorbeeld het Groningse Pictogram nog steeds bestaat. En nu heeft UvA-link zichzelf opnieuw uitgevonden, als e-zine, en dus gebruikmakend van alle digitale mogelijkheden. Lees dat blad!

Zie je wel!
Het is altijd gevaarlijk, maar soms ontkom je er niet aan in een rapport juist dat te lezen wat je eigenlijk zelf altijd (nou ja, altijd) al gedacht hebt. Het betreft hier een rapport van niet zomaar een organisatie, maar van de respectabele Council on Library and Information Sources, CLIR. Deze week publiceerde CLIR het rapport The Idea of Order. Transforming Research Collections for the 21st Century. Ik heb al flink heen en weer zitten bladeren in de ruim 100 pagina’s, kom er vast nog wel een keer op terug in de komende weken maar geef nu maar alvast een citaat uit de inleiding: our collective relocation from an analog to a digital environment for knowledge access, preservation, and reconstitution is under way and inexorable: the future of libraries and universities is digital. Maar: A new research library cannot presume to be completely reliant on digital resources. A hybrid model of electronic and print materials will need to be juggled and budgeted for the foreseeable future. Lees dat rapport!

En dat is drie!
Hoe gaan wetenschappers met het zoeken, vinden en (her-)gebruiken van informatie om? Duidelijk is dat ‘de wetenschapper’ in dit opzicht niet bestaat en dat er bijvoorbeeld per discipline grote verschillen bestaan. Vorig jaar leidde dat in Engeland tot een uitgebreid onderzoek onder levenswetenschappers, waarover ik al eerder berichtte. Dit kalenderjaar is er een vervolg op dat onderzoek, maar nu bij de geesteswetenschappers. Maar daar zal het nu bij stoppen. Het Engelse Research Information Network meldde afgelopen vrijdag dat een derde groep onder de loep genomen zal gaan worden, de fysici. Blijkbaar doen die dus toch meer dan de hele dag in ArXiv te zoeken.

Bloggen ≠ Schrijven (blijkbaar)
Twee jaar geleden ontstond er heel wat ophef over het besluit van de Duitse uitgever Bertelsmann om een selectie lemma’s uit Wikipedia in gedrukte vorm op de markt te brengen. Was dit nu niet een stap terug in plaats van vooruit? Maar Bertelsmann zag er blijkbaar commercieel brood in en dus kwam Wikipedia, digital born, ook gewoon op de boekenplank te staan. ’t Is natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar, maar ik moest hier deze week wel aan denken toen ik het bericht langs zag komen dat er een WordPress-plugin ontwikkeld is die het mogelijk maakt je blog, of geselecteerde posts, te converteren naar het epub-format waarmee je je eigen e-book vervolgens kunt uitgeven. Geschikt voor iPad, iPhone of elke andere e-reader. You are now a blogger and a writer. (???) Ik blijf me verbazen. Ik heb de plugin overigens niet kunnen testen. WordPress.com laat nu eenmaal het installeren van plugins niet toe.

Weekoogst #4

Nederland repositoryland
Met DARE en Keur der Wetenschap heeft Nederland in het buitenland een naam opgebouwd op het gebied van de institutionele repositories. De coördinerende rol van SURF heeft daarbij een essentiële rol gespeeld, zo ook nu weer in het SURFshare programma dat van 2008 tot en met 2011 loopt. Om t.z.t. de effecten van dat programma goed te kunnen meten is er eind 2008 een nulmeting verricht waarvan nu pas de uitkomsten zijn gepubliceerd. Uit die meting komt o.a. naar voren dat in 2007 10% van de Nederlandse wetenschappelijke publicaties via een van die repositories open access beschikbaar was.

Open Access Wars
De gemoederen lopen soms hoog op rond Open Access, zo ook deze week rond een studie waarin het citatie-voordeel van open access gepubliceerde artikelen opnieuw werd aangetoond. Phil Davis zette daar op de Scholarly Kitchen-blog methodologische vraagtekens bij, die vervolgens leidden tot pogingen Davis de mond te snoeren, felle kritiek van Davis’ langjarige tegenstander Stevan Harnad en uiteindelijk een wat lamme voorlopige slotreactie van Davis: “I have students to teach and a dissertation to write.”

Datahergebruik
Het Britse Digital Curation Centre publiceerde een eindrapport over het delen, bewaren en hergebruiken van onderzoeksdata, gericht op discipline-specifieke afwijkingen en vereisten. Uit de samenvatting: “However the case
studies illustrate that the discipline is too broad a level to understand data curation practices or requirements. The diversity of data types, working methods, curation practices and content skills found even within specialised domains means that requirements should be defined at this or even a finer-grained level, such as the research group.”

Rankings met een korreltje zout
Ik meldde al eerder dat de UvA maar wat trots is op haar plaats, als enige Nederlandse universiteit, in de top-50 van Times Higher Education. Deze ranking is al eerder op verschillende gronden bekritiseerd en nu steekt THE de hand in eigen boezem.  “I have a confession. The rankings of the world’s top universities that my magazine has been publishing for the past six years, and which have attracted enormous global attention, are not good enough. In fact, the surveys of reputation, which made up 40 percent of scores and which Times Higher Education until recently defended, had serious weaknesses.” Aldus Phil Baty van THE. Hij belooft beterschap dit jaar. Als dat maar niet ten koste van de ranking van de UvA gaat. 😉

Different, not the same

Ik heb het blijkbaar nog niet vaak en hard genoeg geroepen. Want wat lees ik n.a.v. een brainstormbijeenkomst van een aantal Amsterdamse informatiespecialisten? “It was also good to realize that the needs differ per discipline. Some scientists still rely very much on books, whereas medical researchers rely mostly on online articles.” Die verschillen in informatiebehoefte zijn er inderdaad, en zelfs binnen afzonderlijke disciplines kunnen er nog aanzienlijke verschillen zijn in de wijze waarop informatie wordt verzameld, beheerd en gedeeld. Zelfs binnen de groep medische onderzoekers.

Dat wordt nog eens duidelijk uit weer zo’n uitstekend onderzoek waar de Britten de laatste tijd het patent op hebben. In november van het vorig jaar verscheen Patterns of information use and exchange: case studies of researchers in the life sciences. Het betreft een etnografisch onderzoek naar de wijze waarop zeven verschillende onderzoeksgroepen uit de levenswetenschappen met hun informatie-huishouding omgaan. Aan alle betrokken wetenschappers is gevraagd gedurende vijf werkdagen een gestructureerd dagboek bij te houden waarna op basis van de bevindingen individuele interviews gehouden zijn en focusgroep gesprekken.

Ik zal niet uitvoerig uit het rapport gaan citeren (lezen jullie het lekker maar een keertje zelf), maar twee citaten zal ik jullie toch niet onthouden. Ze komen uit de samenvatting van het rapport voor de RINews van december. Onder de kop ‘Life scientists’ information use – one size does not fit all’.

There are marked differences in the patterns of information use and exchange between research groups in different areas of the life sciences, reinforcing the need to avoid standardised policy approaches.

The use of social networking tools for research purposes is far more limited than expected.

Het woord ‘library’ komt in het hele rapport nauwelijks keer voor. Dat zou verontrustend kunnen zijn, ware het niet dat er in het rapport veelvuldig over ‘information service providers’ (een veel bredere term) gesproken wordt. Maar toch. Alleen de botanici noemen expliciet de bibliotheek als een van hun belangrijkste bronnen van informatie.

Dit eerste onderzoek zal dit jaar gevolgd worden naar een tweede, vergelijkbaar onderzoek maar dan onder geesteswetenschappers. Ik kan bijna niet wachten op de resultaten.

P.S. Verder natuurlijk geen kwaad woord over collega Jacqueline a.k.a. Laika. Ze heeft net voor het tweede achtereenvolgende jaar met Laika’s MedLibLog een nominatie in de wacht gesleept voor een van de Medical Weblog Awards. Een prestatie die weinig (ik denk eigenlijk: geen) Nederlandse blogger haar na zal doen. We gaan dus weer duimen voor Jacqueline…

Garbage In, Garbage Out

Je kunt soms toch zo op het verkeerde been gezet worden. Via een van mijn rss-feeds werd ik geattendeerd op een nieuw artikel, ‘Information-Seeking Behavior in the Digital Age: A Multi-Disciplinary Study of Academic Researchers’ geschreven door Xuemei Ge. Geaccepteerd voor publicatie door College & Research Libraries, geplande publicatiedatum: september 2010 (sic). Het is het soort titel waardoor ik altijd meteen getriggered word, al is het maar om m’n eigen vooroordeel dát er inderdaad belangrijke discipline-gebonden verschillen zijn nog eens bevestigd te krijgen.

Dat doet Ge dan ook, maar al lezende raakte ik toch steeds meer teleurgesteld over het gebodene. Dat betreft in de eerste plaats de conclusies die een zeer hoog open deur-gehalte hebben. “All the participants surveyed utilize electronic resources for their research at least some of the time, and will continue to use them as a means of gathering information.” Nee toch? denk je dan. En dan die deelnemers aan het onderzoek zelf. Dat blijken dertig medewerkers te zijn van Tennessee State University, 23 sociale wetenschappers en 7 geesteswetenschappers (en uiteraard ontbreken de uitsplitsingen naar geslacht en functie niet). Die zijn op basis van een standaard vragenlijst van 13 open en gesloten vragen bevraagd over hun methodes van informatie zoeken en verwerken. En dan komt op pagina 11 van de preprint de volgende aap uit de mouw: de interviews hebben plaatsgevonden in de periode juni-december 2004! (u leest het goed: 2004). Alsof er zich in de tussentijd geen veranderingen in de wetenschappelijke informatievoorziening hebben voorgedaan.

Ge is zich dat uiteraard ook bewust en dus besteedt hij in de laatste drie alineas kort aandacht aan een aantal van die recente ontwikkelingen (repositories, Web 2.0, Google Books), zonder er zich echter echt rekenschap van te geven wat de relevantie ervan is voor zijn onderzoekje en zijn artikel. Verder dan de obligate opmerking dat “it would be of interest to conduct additional studies to investigate how researchers’ use of these rseources continue to adapt as they continue to conduct research in the fluid world of electronic information resources.” komt hij niet. Een slappe variant op wat er ook al twintig pagina’s eerder staat: “More studies are needed to verify the results reported in this study.”

Zou hoofdredacteur Joseph Branin zich dit nu ook niet afgevraagd hebben? Wat is de relevantie van dit artikel nu, laat staan wanneer het over een jaar officieel als artikel zal verschijnen? Ge zelf zal ongetwijfeld wijzen op zijn bijdrage aan de verdere ontwikkeling van het model voor informatie zoeken door sociale wetenschappers van David Ellis uit 1993. Dat is echter allemaal nogal ‘dun’. Maar goed, misschien is mijn ‘garbage in, garbage out’ ook niet helemaal terecht. Ik kon het echter niet nalaten het te gebruiken nadat ik het op pagina 27 tegenkwam.

Rooie oortjes

Ik geef het onmiddellijk toe: ik heb een zwak voor studies waarin de verschillen in wetenschapsbeoefening en publicatiecultuur van alfa’s, bèta’s en gamma’s, en de consequenties die die verschillen voor de rol van de bibliotheek in hun informatiehuishouding hebben, breed uitgemeten worden. Of het nu gaat om boeken, zoals recent Christine Borgmans Scholarship in the Digital Age. Information, Infrastructure, and the Internet (MIT Press,  2007), of artikelen, zoals ‘User diversity: as demonstrated by deep log analysis‘ van David Nicholas en collega’s uit 2008, of rapporten. Een voorbeeld van die laatste categorie is Scholarly Information Practices in the Online Environment. Themes from the Literature and Implications for Library Service Development dat afgelopen week verscheen. Ik heb er al met rooie oortjes in zitten bladeren, af en toe een stukje lezend, en ik kom zeker nog een keer op dit rapport terug.

Maar waarom die voorliefde? Ik denk dat het hier aan ligt. Ik ben sociale wetenschapper van origine (politicoloog, om precies te zijn); het is de omgeving waarin de eerste 15 jaar van mijn academische loopbaan heb doorgebracht. De afgelopen jaren ben ik vooral in, misschien nog wel beter: voor, de geesteswetenschappen in Amsterdam werkzaam geweest. En in een bibliotheekomgeving waarin in diezelfde tien jaar veel verandering is gerealiseerd, en vaak ook geëntameerd, vanuit de STM- of bèta-hoek. Denk maar aan de zegetocht van elektronische tijdschriften, internet in het algemeen en de laatste jaren Open Access. Het heeft me in ieder geval bewust gemaakt van die soms fundamentele verschillen tussen, ruwweg, alfa’s, bèta’s en gamma’s.

Nu bestaat zeker in een centrale universiteitsbibliotheek de neiging vooral te willen streven naar generieke, voor alle disciplines toepasbare en werkbare oplossingen en toepassingen. Het wordt met zoveel woorden ook in ons nieuwe Informatiebeleidsplan gezegd: “De UBA zal de digitale dienstverlening primair blijven richten op generieke diensten.” Maar toch, dergelijke generieke toepassingen staan vaak op gespannen voet met de wensen, soms ook vereisten, die afzonderlijke disciplines aan hun informatiehuishouding stellen. En dus hebben we naast onze Digitale Bibliotheek (met hoofdletters) nog twee andere digitale bibliotheken, die van de Medische Bibliotheek (veilig achter de firewall van het AMC) en die van de Juridische Bibliotheek. MetaLib biedt voor hen te weinig meerwaarde. De eerlijkheid gebiedt echter ook te zeggen dat in datzelfde Informatiebeleidsplan bovenstaande uitspraak onmiddellijk gevolgd wordt door “maar zal die in toenemende mate zó inrichten dat faculteitsbibliotheken, onderzoeksgroepen of externe partijen, erop kunnen aansluiten en er gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld voor het inrichten van disciplinespecifieke of (inter-)nationale diensten.” Nog altijd makkelijker gezegd dan gedaan, maar ook een onderkenning van het one size does not fit all.

Overigens, met dit soort indelingen in alfa, bèta en gamma moet je nog voorzichtig zijn ook, zeker als je de grens over gaat. Toen ik vorige maand in België was merkte ik dat dit voor ons zo duidelijke onderscheid, daar op een geheel andere manier wordt gehanteerd. In Gent ziet de onderverdeling in alfa, bèta en gamma er namelijk alsvolgt uit:

  • Alfa wetenschappen: Letteren en Wijsbegeerte, Rechtsgeleerdheid, Economie en Bedrijfskunde, Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, Politieke en Sociale Wetenschappen
  • Bèta wetenschappen : Wetenschappen, Ingenieurswetenschappen, Bio-ingenieurswetenschappen
  • Gamma wetenschappen : Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen, Diergeneeskunde en Farmaceutische wetenschappen