Archive for the ‘digitale hulpmiddelen’ Tag

Weekendvitaminen #49

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Geinig. En met dank aan Stephen Abram.

Help, de informatiespecialist verzuipt!

Vanmiddag bekroop me even het in de titel verwoorde gevoel: er kwam van alle kanten zoveel lezenswaardige informatie op me af dat ik me even in gemoede afvroeg: hoe kom ik hier in hemelsnaam doorheen? (mede gegeven de verschillende stapeltjes pdf’s die ik thuis en op m’n werkplek ook nog ongelezen heb liggen).

Wat vraagt dan allemaal m’n aandacht? Een korte opsomming:

  1. de Periodicals Price Survey 2011 uit Library Journal
  2. het rapport Preservation of Digitized Books and Other Digital Content Held By Cultural Heritage Organizations van Portico
  3. het rapport Maximizing the Impacts of Your Research van de London School of Economics
  4. het rapport Scan and Deliver van OCLC Research
  5. het eindrapport van de HvA over het gebruik van e-readers door gemeenteraadsleden (koei van een taalfout in de inleiding; vreemde aanbevelingen: schaf alle printers af; conclusies die niet door de bevindingen ondersteund worden; kortom, heel veel over te zeggen)
  6. de Society Journal Pricing Study van de Allen Press
  7. de Environmental Scan opgestelde voor ABES door Hans Geleijnse (TICER)
  8. het artikel over de zichtbaarheid van Open Access tijdschriften in de JASIST
  9. het rapport Recommendations for Implementation of Open Access in Denmark van de DEFF
  10. de artikelen over geesteswetenschappelijke tijdschriften en rankings in de Journal of Scholarly Publishing

Zo veel te lezen en zo weinig tijd (als je tenminste ook nog andere dingen wilt doen). Ik kies nu de Environmental Scan er maar even uit en ben benieuwd of ik ooit nog aan die andere negen toekom…

Meest gebruikte devices bij ALA MidWinter

Het echte nieuws komt deze dagen natuurlijk uit Las Vegas, van de Consumer Electronics Show. Maar ook hier in San Diego kun je de laatste ontwikkelingen op het gebied van devices goed volgen. Het meest gebruikt worden:

3) ex aequo tablets

en laptops (bij voor keur van Apple)

2) Smartphones

1) Ballpoints

                                      
                           Ballpoint Pen With Rubber Grip, Promotional Gifts, Ballpoint Pens

Weekoogst #20

Mobiel
De California Digital Library publiceerde afgelopen week een rapport over het gebruik van mobiele apparaten en mobiele diensten door studenten en medewerkers van de University of California. Door middel van surveys en gesprekken is geprobeerd een goed beeld te krijgen van de behoefte aan digitale, mobiele bibliotheekdiensten van academici. Al te gecompliceerd moeten die diensten niet zijn, daar leent een mobieltje zich nu eenmaal (nog?) niet goed voor. Een van de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport is dan ook (althans volgens mij): Keep in mind that high ownership of mobile devices with internet and high usage of personal apps or mobile sites may not translate to high usage of academic mobile tools. Zoals door veel respondenten wordt aangegeven: (wetenschappelijk) onderzoek is een moeilijke activiteit die op een mobieltje alleen nog maar moeilijker zou zijn.

iPad
En hoe zit het dan met de iPad in het hoger onderwijs? Het is natuurlijk nog veel te vroeg om daar nu al iets gefundeerds over te zeggen en op dit moment moeten we het vooral nog doen met individuele ervaringen. Maar ook hier is het zaak de vinger aan de pols te houden en goed te monitoren wat er elders gebeurt. Ipad Talk. The iPad in Education  kan daar wellicht van nut in zijn.

Intute
Intute, de Britse dienst van geselecteerde hoogwaardige internetbronnen, staat nu ruim een maand op eigen benen, nadat financier JISC in december 2009 had aangekondigd de stekker eruit te zullen trekken. Afgelopen week leidde de onzekere toekomst van Intute opeens tot een fikse discussie op de repositories-discussielijst van JISC. Twee elementen stonden daarin centraal: enerzijds nut en onnut van het aanbieden van geselecteerde kwaliteitsbronnen en anderzijds de levensvatbaarheid van projecten na afronding van het project. Een eenduidige conclusie is er uit de discussie nog niet voortgekomen, maar vooralsnog sympathiseer ik met diegenen die de bibliotheek niet alleen een taak op het terrein van het informatievaardigheden-onderwijs toebedelen maar ook de waarde erkennen van een internetbronnendienst die zich specifiek richt op materiaal voor het hoger onderwijs. We zijn zelf tenslotte ook nog met zoiets bezig…

Zweden wint de wereldbeker!
Je komt ze vaak genoeg tegen, die filmpjes op YouTube waarin prachtige vergezichten worden geboden op toekomstige gebruiksmogelijkheden van de digitale technologie. M.n. over het gebruik van touchscreens in allerlei soorten en maten bestaan de meest leuke voorbeelden. Wil je daarin opvallen, dan zul je een extra twist aan je filmpje moeten geven. Het Zweedse bedrijf TAT (The Astonishing Tribe) is daarin goed geslaagd. Zweden is de nieuwe wereldkampioen voetbal in 2014. Beslissende doelpunt: Henke Larsson!

A Day in the Life (op herhaling)

Vorig jaar was het voor het eerst: A Day in the Life of the Digital Humanities. En vandaag volgt de tweede editie. Opnieuw gaan digital humanists van over de gehele wereld 24 uur lang documenteren hoe zij deze, een reguliere werkdag doorbrengen.

Aanmelden kan inmiddels niet meer en de deelnemerslijst toont het gebruikelijke Angelsaksische overwicht (slechts één vertegenwoordiger uit Nederland, Joris van Zundert van de KNAW), maar is toch internationaler dan het afgelopen jaar.

In 2009 leverde het project uiteindelijke 591 blogposts op die naast hun documentatiewaarde als ruwe data beschikbaar gesteld werden voor “further visualization or ethnographic experiments”. Daar is volgens mij uiteindelijk weinig van terecht gekomen, maar als dataverzameling bieden deze gegevens voor een wetenschapshistoricus of de schrijver van een geschiedenis van het vakgebied informatie uit de eerste hand van waar beoefenaren van dit vakgebied in 2009 en 2010 mee bezig waren.

Wie vandaag de ontwikkelingen op de voet wil volgen: twitter-hashtag #dayofdh

A Day in the Life

Vandaag is het zo ver: het project A Day in the Life of the Digital Humanities is gisteravond (althans bij ons) in Australië begonnen en loopt nog tot ver na middernacht (althans bij ons) door tot in Hawaï. Op deze dag documenteren digital humanists van over de hele wereld wat zij op een willekeurige werkdag doen om aldus een gezamenlijk antwoord te geven op de vraag: “Just what do computing humanists really do?”

Er hebben zich een kleine honderd digital humanists voor deze dag aangemeld die via verschillende feeds de hele dag gevolgd kunnen worden. Op Google Maps valt precies te zien uit welke landen diegenen die zich aangemeld hebben afkomstig zijn. En dan blijkt digital humanities opeens een discipline te zijn die vooral aan de oostkust in de Verenigde Staten, de westkust van Canada en in West-Europa wordt beoefend. Uit andere werelddelen hebben zich in ieder geval (bijna) geen deelnemers gemeld.

Navelstaren

Twee recente initiatieven maken nog eens duidelijk wat ik vorig jaar, tijdens mijn verslagen van de Digital Humanities-conferentie in Oulu, ook al constateerde: digital humanists zijn druk op zoek naar wat hen bindt en verbindt en naar wat hen onderscheidt van die andere, meer traditionele geesteswetenschappers.

Het ene initiatief is het Digital Humanities Manifesto, opgesteld door een aantal medewerkers van het Center for Digital Humanities van UCLA. Het manifest maakt gebruik van de CommentPress-blogsoftware ontwikkeld door het Institute for the Future of the Book. Daardoor is het mogelijk in een langere blogtekst per paragraaf commentaar toe te voegen, en daar wordt al intensief van gebruik gemaakt.

Het andere initiatief is A Day in the Life of the Digital Humanities, woensdag 18 maart, een dag waarop wereldwijd digital humanists gaan documenteren “Just what do computing humanists really do” op een reguliere werkdag. Zij zullen dat ieder in de vorm van een soort dagboek gaan doen, daar beeldmateriaal aan toe voegen en alle dagboeken gezamenlijk zullen (uiteraard) online gepubliceerd en van commentaar voorzien worden. Het resultaat zal enerzijds kunnen dienen als bron voor nadere studie en anderzijds bij kunnen dragen aan “what it means to self-identify as a digital humanist.” Aanmelden voor deelname aan ADLDH kan nog tot 30 januari.

Pliny bekroond

In juni van het afgelopen jaar maakte ik in een post melding van het software-programma Pliny, ontwikkeld door de Britse digital humanist John Bradley. Pliny stelt onderzoekers in staat annotaties en aantekeningen te koppelen aan digitale en niet-digitale objecten. Later die maand was ik in de gelegenheid tijdens het Digital Humanities-congres in Oulu een presentatie bij te wonen van Bradley over zijn programma. Bradley bleek een gedreven geesteswetenschapper, die met een open oog voor alle beperkingen en valkuilen van digitale toepassingen zijn leven als onderzoeker inmiddels bijna volledig wijdde aan het vervolmaken van zijn Pliny.

Hij heeft inmiddels ook loon naar werken gekregen. In december heeft Bradley namelijk een Mellon Award for Technology Collaboration (groot $ 50.000) toegekend gekregen voor de ontwikkeling van Pliny. Uit de laudatio:

‘Within the crowd of scholarly annotation tools, Pliny stands out for at least two reasons. First, it can handle both direct annotation, marking up content which the scholar is permitted to modify, and indirect annotation, storing annotations separately from content. Second, and in contrast to many annotation tools, it has received widespread praise for working in ways that humanists actually work. Our Committee also praised Pliny for its re-use of widely available open source technology, the Eclipse project, as a foundation.’ 

Zie verder het bericht op de Humanist.

Overigens, ook twee bibliotheken vielen in de prijzen bij de toekenning van de Mellon Awards, nl. de Nieuw-Zeelandse University of Waikato voor Project Greenstone, open source software voor digitale bibliotheken, en Villanova University voor de verdere ontwikkeling van VuFind.

Caroline, nogmaals over Oulu

Hoewel Bert zijn blog over Oulu al heeft beëindigd volgt hier toch nog een PS van Caroline.
Van de door mij op vrijdag en zaterdag bezochte presentaties was die op vrijdagochtend vroeg meteen een van de interessantste en vooral ook leukste. Ook hier ging het over digitale tekstedities. Hanno Biber van de Österreichische Akademie der Wissenschaften vertoonde de online edities van twee belangrijke Duitse tijdschriften, Die Fackel, destijds vrijwel  in zijn eentje volgeschreven door Karl Kraus, en Der Brenner. Voor beide online uitgaven, met zeer innovatieve zoek- en bladermogelijkheden, moet de gebruiker zich voorlopig nog registeren. Dat had vooral te maken met copyrightkwesties en met de wens van de makers om te zien hoeveel er daadwerkelijk gebruik gemaakt zou worden van de online versies. Biber kon met enige trots melden dat zich binnen enkele weken al ruim 20.000 gebruikers hadden geregistreerd. Later sprak ik hem ook nog bij de koffie en vroeg hem of het daarmee voor bibliotheken onmogelijk werd om de online versie op te nemen in hun catalogus. Dezelfde vraag hadden enige Amerikaanse bibliotheken ook al gesteld, vertelde Biber, en de Oostenrijkse Academie had er inmiddels een oplossing voor gevonden. Binnenkort zullen beide digitale tijdschriften dus ook bij ons opgenomen zijn.

Jamie Norrish van het New Zealand Electronic Text Centre demonstreerde vervolgens op een ongelooflijk grappige en inspirerende manier de nieuwste mogelijkheden m.b.t. interlinking tussen verschillende teksten. De online beschikbaar gemaakte teksten – in dit geval de cultural heritage van Nieuw-Zeeland – worden met geavanceerde open source software met elkaar verbonden, waardoor onvermoede verbanden en samenhangen zichtbaar worden: van een , een gewone digital library naar een model voor digital humantities.
Daarna lieten Ollivier Dyens en Dominic Forest, ook al twee jonge honden, tijdens een minstens zo geestige en inspirerende demonstratie hun nieuwe information discovery tool zien. Met gebruikmaking van de software van Google Earth was een visuele manier van text mining ontwikkeld. Het onderwerp posthumanisme kon op een fictieve kaart, die ze “the inhuman continent” genoemd hadden en in Google Earth over Antarctica heen geplakt, doorzocht worden: http://www.theinhumancondition.org/. Enkele “kleinigheden” moesten nog wel ontwikkeld worden, o.a. een zgn. dynamic RSS feed clustering system.

Ook bekeek ik vrijdag de Universiteitsbibliotheek van Oulu. Op het eerste gezicht leken de boeken volgens Dewey geplaatst te ziijn, maar daar had men toch een eigen draai aan gegeven. Daar bleken plotseling drie boeken van Emile Zola, weliswaar vertaald in het Duits, broederlijk alfabetisch tussen de Duitse auteurs Eva Zeller en Carl Zuckmayer te staan. En een vertaling van William Faulkner in het Estisch bevond zich netjes tussen native speaker schrijvers in het Estisch. Even wennen natuurlijk, maar gelukkig bleek Zola ook nog op de Franse plank terecht gekomen te zijn en Faulkner op de Engelse. Ander opvallende verschijnsel van deze bibliotheek: er waren nog jaloersmakend veel lege kasten beschikbaar…

Zaterdag ging het onder andere over woordenboeken: het meer als kunst dan serieus bedoelde Dictionary of Words in the Wild, een social network waarin de deelnemer foto’s van woorden kan plaatsen, inclusief tags. Verder het nieuwe Mittelhochdeutsches Wörterbuch, dat ook gratis online beschikbaar wordt gemaakt. En ten slotte een Spaanse thesaurus over kunst, de TTC (Terminological Conceptual Thesaurus), die helaas nog niet openbaar toegankelijk is.

En ten slotte natuurlijk op zondag het al door Bert geroemde uitstapje naar de poolcirkel: zo’n 700 kilometer in de bus doorgebracht en enorm veel geleerd. Niet zozeer over digital humanities, maar wel over Finland, dankzij onze geweldige gids. Deze man, een bioloog, onderhield ons urenlang over uiteenlopende onderwerpen als: hoe te komen aan de noodzakelijke boodschappen, nl. wijn en bier, wanneer je je in een onderzoeksstation bevindt in de uiterste noordpunt van Finland bij de grens met Noorwegen en Rusland. En: wat voor bessen kun je vinden in Noord-Finland (“let’s talk about berries”); er zijn geen ijsberen in Finland (“because of why”: de Golfstroom zorgt voor een te mild klimaat voor een ijsbeer). Er groeien drie soorten bomen in Finland. Maar ook meer serieuze en zeer herkenbare zaken als de ontvolking van het noorden van Finland, het ontbreken van behoorlijk openbaar vervoer in het noorden, het verdwijnen van industrieën en waarom rendieren bij voorkeur op open stukken land te vinden zijn. Kortom een waardig einde van enkele zeer leerzame dagen!