Archive for the ‘communicatie’ Tag

TWIT #7

TWIT

Advertenties

eScholarship

Kijk, daar kan ik dan toch wel een beetje moedeloos van worden. Word je geattendeerd op een nieuw onderzoek naar de wensen en noden van wetenschappers op het gebied van wetenschappelijke communicatie (gebaseerd op uitvoerige interviews met 160 Amerikaanse wetenschappers uit zeven verschillende disciplines, netjes verdeeld over alfa, bèta en gamma), blijkt het onderzoeksrapport liefst 733 pagina’s te beslaan! Natuurlijk, er is een executive summary van 20 pagina’s maar daarin gaat toch weer veel van de detaillering en de nuance verloren. Ik denk dat ik daarom eerst maar eens één hoofdstuk over één discipline op m’n nachtkastje leg. En als ik daar heel enthousiast over word, dan volgen die andere hoofdstukken misschien vanzelf nog wel.

Maar natuurlijk kan ik het niet laten een paar citaten uit die executive summary te halen:

Our work has confirmed the important impact of each discipline’s nature, culture, and traditions on many scholarly communication habits in research universities; the peerreviewed journal article is the primary mode of scholarly dissemination in the sciences and the quantitative social sciences, while the more interpretive, historical, and qualitative disciplines rely heavily on the university press monograph with a varying mix of journal articles, critical editions, and other publications. These traditions, which rely heavily on various forms of peer review, may override the perceived “opportunities” afforded by new technologies, including those falling into the Web 2.0 category.

We found no evidence to suggest that “tech-savvy” young graduate students, postdoctoral scholars, or assistant professors are bucking traditional publishing practices. In fact, as arguably the most vulnerable populations in the scholarly community, one would expect them to hew to the norms of their chosen discipline, and they do. Established scholars seem to exercise significantly more freedom in the choice of publication outlet than their untenured colleagues, although in the sciences, high-impact publications remain important for garnering research grants throughout a career.

Scholars must balance concerns about prestige and impact factor with considerations of audience and the technical affordances of particular media when choosing a publication outlet. The inherent diversity in publication practices makes precise terminology absolutely imperative. Such precision includes being clear about what is meant by “open access” publishing (…) Although there is a universal embrace of the rapidly expanding body of digital “primary” sources and data, there is an equally strong aversion to a “glut” of unvetted secondary publications and ephemera. The degree to which peer review, despite its perceived shortcomings, is considered to be an important filter of academic quality, cannot be overstated.

we caution against assumptions that “millennials” will change the social landscape of scholarship by virtue of their facility with cell phones and social networking sites. There is ample evidence that, once initiated into the profession, newer scholars—be they graduate students, postdoctoral scholars, or assistant professors—adopt the behaviors, norms, and recommendations of their mentors in order to advance their careers.

In sum, our research suggests that enthusiasm for the development and adoption of technology should not be conflated with the hard reality of tenure and promotion requirements (including the needs and goals of final archival publication) in highly competitive and complex professional environments. Experiments in new genres of scholarship and dissemination are occurring in every field, but they are taking place within the context of relatively conservative value and reward systems that have the practice of peer review at their core. Perhaps, as a consequence, we found that young scholars can be particularly conservative in their research dissemination behavior, and that established scholars can afford to be the most innovative with regard to dissemination practices.

Although robust infrastructures are needed locally and beyond, the sheer diversity of scholars’ needs across the disciplines and the rapid evolution of the technologies themselves means that one-size-fits-all solutions will almost always fall short. As faculty continue to innovate and pursue new avenues in their research, both the technical and human infrastructure will have to evolve with the ever-shifting needs of scholars. This infrastructure will, by necessity, be built within the context of disciplinary conventions, reward systems, and the practice of peer review, all of which undergird the growth and evolution of superlative academic endeavors.

Oh ja, de titel van het rapport luidt: Assessing the Future Landscape of Scholarly Communication: An Exploration of Faculty Values and Needs in Seven Disciplines.

UVASTART

Ik kreeg vandaag UVASTART onder ogen, het glossy magazine dat bij het begin van dit nieuwe studiejaar aan alle ca. 6.000 eerstejaars (en andere nieuwe) studenten van de UvA is uitgedeeld. Jaargang 1, nummer 1, staat er wat potsierlijk in het colofon. Het magazine zal maar één keer per jaar verschijnen, maar goed. Aan het magazine is overigens een website gekoppeld waar veel van de gedrukte informatie nog een keer is terug te vinden.

Twee opvallende zaken:

1) onder het kopje Dit biedt de UvA jou wordt uitvoerig stilgestaan bij alle voorzieningen die de UvA haar studenten aanbiedt, variërend van een eigen homepage tot de studentenpsychologen. Als eerste worden echter de bibliotheken van de UvA genoemd met hun indrukwekkende omvang van vier miljoen banden. Waarom? Het is geen kwestie van alfabet want na de Mediatheek volgt vrolijk Cultuur en Crea. Ik weet dat we een goede naam hebben bij onze medewerkers en studenten. Maar ligt het nu dáár aan dat we als eerste genoemd worden? Of aan het feit dat een van de samenstellers van het magazine een oud-medewerker van de UB is die inmiddels bij Bureau Communicatie werkzaam is?

2) iets serieuzer: ook in dit magazine aandacht voor Fraude en plagiaat. Onder het motto ‘Bij een academische attitude horen bepaalde regels’ wordt nog eens stilgestaan bij het verschil tussen met knip-en-plakwerk samengestelde Studiehuis-werkstukken en een op basis van eigen gedachtegoed geschreven, controleerbaar werkstuk. Met uiteraard een link naar de speciaal ingericht website over fraude en plagiaat en de per 1 september afgekondigde regeling. Dit is allemaal nieuw, althans de mate van aandacht die er aan besteed wordt. En blijkbaar is daar dus reden toe. Dat laatste stemt dan weer een beetje somber…

Interne communicatie

Vanmiddag gebrainstormd met Angélique over mogelijke verbeteringen aan ons interne nieuwsblog UBA E-Informatie. Binnen een jaar hebben we de overgang gemaakt van een vier maal per jaar verschijnend, gedrukt nieuwsblad voor medewerkers via een driewekelijkse via de mail toegezonden elektronische nieuwsbrief naar een blog-gebaseerd intern communicatiekanaal. Aan kopij geen gebrek, er gebeurt momenteel genoeg in de Amsterdamse bibliotheken. Maar: bereiken we wel iedereen die we willen bereiken? Medewerkers moeten nu zelf de informatie naar zich toe halen (via rss) of ernaar op zoek gaan (via hun favorieten). Dat is wat anders dan vier keer per jaar een gedrukt exemplaar op je bureau of een mailtje in je IN-box. Problemen met de statistieken verhinderen dat we een goed zicht hebben op de raadpleging door de tijd heen en volgens nogal hardnekkige wandelgangen-geruchten dringt het nieuws niet in alle geledingen van de bibliotheek voldoende door. Het SPOETNIK-programma heeft waarschijnlijk wel een groot aantal medewerkers een zet in de goede richting gegeven, maar het programma is nog te kort afgelopen om nu al de effecten ervan te kunnen meten. En dan is er natuurlijk ook nog een ander probleem: de UBA is een grote bibliotheekorganisatie, zeer verspreid gehuisvest, (nog) niet onder één hoofdige leiding van de bibliothecaris van de UvA en nu moet binnen afzienbare termijn ook nog eens de mediatheekorganisatie van de HvA geïntegreerd worden. Met name ook het betrekken van die organisatie-onderdelen die niet in de centrale UB in de Amsterdamse binnenstad zijn gehuisvest en die voor hun dagelijkse werkzaamheden (vaak schijnbaar) niet zo afhankelijk zijn van wat er aan het Singel gebeurt is niet eenvoudig. Maar daar zou ik juist nu, als ‘beetje adjunct’, in de komende periode iets aan moeten doen…