Archive for the ‘citaties’ Tag

TWIT #37

TWIT

TWIT #30

TWIT

De ene citatie is de andere niet

Via de blog van Paul Wouters, van het Leidse CWTS, werd ik geattendeerd op een Zweeds proefschrift over citatiegedrag in de geesteswetenschappen, getiteld Following the Footnotes. Belangrijk zijn niet zozeer de nieuwe inzichten van Björn Hammarfelt, als wel de empirische onderbouwing die hij levert voor ideeën en inzichten over het van (natuur-) wetenschappers afwijkende citeergedrag van geesteswetenschappers en de noodzaak daar bij onderzoeksevaluaties terdege rekening mee te houden. Paul Wouters vat dat als volgt samen:

Hammarfelt’s thesis confirms that the humanities can be characterized as divergent (rather than convergent), as very wide ranging and interdisciplinary (proven by the reference analysis performed by Hammarfelt), as rural in the sense of sparsely populated villages of researchers focusing on a particular topic (rather than busy laboratories that are more like bustling cities), and as fragmented (scholars are quite independent of each other which gives them a lot of freedom, but also makes it more difficult to speak with a common voice regarding resources). The interdisciplinary nature of literary studies seems to be rising, and Hammarfelt even detects a turn to the social, because he sees more connections between the humanities and specific fields in the social sciences such as gender studies, and post-colonial studies. So there might be a social turn after the linguistic turn some decades ago. Overall, the thesis concludes that three features are most important to understand referencing and citations in the humanities: the strong independence of humanities scholars; the rural organization; and the diverse audiences of the fields. The latter goes together with a rather low codification of the literature because it needs to be understood by a wide range of people.

Hammerfelt concludeert zelf aan het eind van zijn proefschrift:

In het huidige universitaire klimaat is daar echter betrekkelijk weinig gehoor voor. Ten onrechte dus.

Weekendvitaminen #17

Op het nachtkastje

Beeld van de week

citation-style2_615.jpg

How Do You Cite a Tweet in an Academic Paper? Gelukkig hebben we daar de Modern Language Association voor.

Week(end)vitaminen #15

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Op deze kaart zijn de locaties te zien waar op dit moment een Espresso Book Machine beschikbaar is, in een bibliotheek of in een boekhandel. In Latijns-Amerika moet de eerste nog aangeschaft worden (Brazilië?); in Australië, Azië, Afrika en Europa zijn er in de afgelopen jaren enkele geplaatst (waarvan twee in Nederland, in Amsterdam en Den Haag), maar de EBM is vooralsnog vooral een Noord-Amerikaans ding. En daarmee, hoe tegenstrijdig dat misschien ook klinkt, ook een goede indicator van de voortschrijdende digitalisering en de groei van de markt voor e-books.

Beeld van de komende week

Een h-index van 6

Niets menselijks is mij vreemd, en dus ook niet enige ijdelheid. En zo pleitte ik 2,5 jaar geleden op deze plek voor een creatief gebruik van Google Books voor een realistischer beeld van het aantal citaties in de geesteswetenschappen. Puur uitgaan van citaties in peer-reviewed artikelen uit tijdschriften met een impact factor levert namelijk een nogal vertekend beeld op van het citeergedrag in de humaniora. ’t Gebeurt niet zo heel vaak, maar nu is er door Google naar me geluisterd. Daar kwam ik achter toen ik, ik zei al: niets menselijks is mij vreemd, mijn eigen naam invoerde bij Google Scholar Citations. Deze week werd deze dienst voor iedereen opengesteld.

Om te beginnen was ik aangenaam verrast door mijn h-index van 6, hetgeen zoveel betekent dat zes artikel die ik geschreven heb minimaal 6 keer geciteerd zijn. Op de i10-index (het aantal publicaties met minimaal 10 citaties) scoor ik een 2. De eerlijkheid gebiedt wel daar aan toe te voegen, dat doet Google ten slotte ook, dat als die twee indexen voor de laatste vijf jaar genomen worden de scores zakken naar respectievelijk 3 en 0. Daar staat dan weer tegenover dat ik op de z-index bijna 26 scoor. Z-index? Ja, die heb ik zelf even bedacht: het aantal jaren dat je zonder onderbreking minimaal 1 keer geciteerd wordt. Maar ik zei al: bijna. Helaas zit er sinds 1986 een jaar zonder citaties tussen, nl. 2007. Je kunt niet alles hebben.

Maar nu waar het echt om gaat: ik ben natuurlijk ook even die citaties gaan checken en daar werd ik aangenaam verrast. het betreft namelijk niet alleen maar citaties in andere artikelen (zoals in Web of Knowledge) maar ook citaties uit boeken die voor Google Books gedigitaliseerd zijn. Kijk, dat is nu iets waar ik vrolijk van word. Eindelijk de integratie van twee produkten die daadwerkelijke meerwaarde oplevert. Het is natuurlijk geen toeval dat Thomson Reuters op hetzelfde moment druk bezig is zijn Book Citation Index te pushen. Gelukkig is er nog sprake van enige concurrentie op dit terrein.

Weekoogst #57

Journal TOCs
JournalTOCs is een gratis attenderingsdienst op ca. 16.500 tijdschriften van alle grote wetenschappelijke uitgeverijen. Geen noodzaak dus om je op iedere afzonderlijke website van een uitgeverij te abonneren op nieuwe inhoudsopgaven van specifieke tijdschriften, maar één site die toegang biedt tot de relevante en belangrijke tijdschriften in alle disciplines. Op haar homepage biedt JournalTOCs ook een overzicht aan van de meest gevolgde tijdschriften. Hoe verbazingwekkend is het dat van de top-20 tijdschriften er 15 in de categorie Library and Information Science vallen? Library Hi Tech heeft de meeste followers (176). Nature moet het met een derde plaats doen (137) en Science met een 15e plaats (84). Blijkbaar heeft deze dienst de echte doelgroep nog niet bereikt.

Publish or Perish
In april publiceerde de London School of Economics Maximizing the Impacts of Your Research. A Handbook for Social Scientists. Op de bijbehorende blog worden onderwerpen uit het handbook nader toegelicht en/of verder uitgewerkt. Zo worden Web of Science, Google Scholar en Google Book Search als citation tool vergeleken met het programma Publish or Perish van Anne Harzing. De titel van de post “Why ‘Publish or Perish’ has the edge over Google Scholar and Scopus” wordt in de post zelf echter niet waargemaakt; het komt toch weer neer op het gebruiken van een combinatie van tools, afhankelijk van de discipline en het onderwerp.

GBS-zaak sleept zich voort
Google is er in de VS nog niet uit met de schrijvers en uitgevers. Tijdens de status hearing vorige week kon er nog geen overeenkomst gemeld worden over een aanpassing van de Google Books Settlement die tegemoet komt aan de bezwaren van rechter Chin. Een hervatting van de oorspronkelijke rechtszaak behoort dan ook nadrukkelijk weer tot de mogelijkheden. Chin heeft de betrokken partijen nu tot 19 juli uitstel gegeven. Publishers Weekly vat de stand van zaken alsvolgt samen:

While the hearing itself was uneventful, statements made by publishers and authors after the hearing were perhaps more telling. “The parties have held conversations to determine if a revised agreement is possible,“ said AAP president and CEO Tom Allen in s statement. “Those conversations are ongoing and if not successful, the litigation will resume.” In a brief statement, Authors Guild executive director Paul Aiken said authors were “giving settlement discussions a fair shot before pressing ahead with our litigation.” Google had no statement at press time.
Those statements stand in contrast to statements made just after the settlement’s rejection on March 22, when publishers and authors expressed eagerness to strike a revised deal.

Coming Soon: BkCI

De eerste aankondiging dateert inmiddels al weer van driekwart jaar geleden en het promotiemateriaal belooft nog steeds: Coming in 2011. En wat komt er dan precies? Een nieuw onderdeel van Web of Science, de Book Citation Index (BkCI). Bij de eerste release zal het gaan om 28.000 geïndexeerde boeken, maximaal 5 jaar oud voor de exacte wetenschappen (2005 en later) en maximaal 7 jaar oud (2003 en later) voor de sociale en geesteswetenschappen. Na deze eerste release belooft Thomson Reuters jaarlijks 10.000 boeken te selecteren voor opname in de BkCI. Deze boeken worden op hoofdstukniveau ontsloten en volledig geïntegreerd in het reeds bestaande Web of Science van tijdschriftartikelen en conferentie proceedings.

Hoe de BkCI precies gepositioneerd gaat worden is mij nog niet helemaal duidelijk. Het wordt een apart onderdeel van Web of Science (maar tegen welke prijs?), maar in een van de beschikbare promotie-folders wordt ook al gesproken van een Science Edition en een Social Sciences & Humanities Edition (zelfde vraag: tegen welke prijs?). Afgezien van het feit dat ik dan uiteraard benieuwd ben wat in dit geval nu weer onder ‘Humanities’ geschoven gaat worden, doet ook de uitspraak van Thomson Reuters dat zij zich zullen focussen op Engelstalig materiaal (“Because English is the universal language of science at this time”) mij enigszins huiveren.

Kortom nog vragen genoeg over een produkt dat potentieel natuurlijk veel kan gaan betekenen. Coming Soon … wat mij betreft hoeft het niet langer te duren, net als voor die uitgeverijen, zoals IGI, die nu al hun publicaties mede aanprijzen met “This publication has been indexed in the Book Citation Index Humanities and Social Sciences Edition and the Book Citation Index Science Edition”. Rijkelijk vroeg lijkt me.

Checking footnotes

Het is monnikenwerk en ik lust er wel pap van: datagebaseerd onderzoek naar het gebruik van informatiebronnen door onderzoekers. Deze keer gaat het om PhD-studenten van de University of Notre Dame. Drie jaar proefschriften is doorgespit (resultaat ruim 39.000 referenties) en vervolgens is gekeken naar de herkomst, disciplinaire verschillen en beschikbaarheid van de gebruikte literatuur. Dat laatste is minder interessant, maar die andere twee punten zijn dat wel.

De belangrijkste resultaten: 55% van de referenties betreft tijdschriftartikelen en 37% boeken. Maak je echter een uitsplitsing naar discipline, dan blijken de percentages bij geesteswetenschappen respectievelijk 23% en 73% te zijn en bij de bèta’s 78% en 14%. Geen verrassing, maar toch. De gemiddelde leeftijd van de referenties varieert van 11 jaar bij de bèta’s via 19 jaar bij de gamma’s tot 33 jaar bij de alfa`s. Historici spannen de kroon met een gemiddelde referentieleeftijd van liefst 43 jaar. Ook hier: niet echt iets nieuws onder de zon, maar meer een herbevestiging van eerder onderzoek. Dat je echter altijd met een zekere bias in dit soort onderzoek rekening moet houden blijkt uit de top-25 geciteerde items. Bij de bèta’s zijn dat gewoon Science, Nature en PNAS, maar bij de geesteswetenschappers betreft het hoofdzakelijk theologische titels. Gelet op de katholieke signatuur van de University of Notre Dame verbaast ook dat natuurlijk niet.

P.S. de pre-print van dit artikel is nu, in april al, beschikbaar. Verwachte officiële publicatiedatum in de gedrukte versie van College & Research Libraries is november 2011! Lang leve elektronisch publiceren en open access.

How to Lie with Statistics

Ik ben jammergenoeg geen statisticus, en al helemaal niet iemand die goed thuis is in statistische onderzoeksmethoden, en dus al snel geïmponeerd door fraaie tabellen, grafieken en daarop gebaseerde ferme conclusies. En dus ‘geloof’ ik waarschijnlijk meer dan gerechtvaardigd is.

Bijvoorbeeld het onderzoek naar Twitter waaruit blijkt dat 0.05% van de twitterati verantwoordelijk is voor 50% van het Twitter-verkeer. En dat bloggers een belangrijke rol spelen in het retweeten en in die zin belangrijke filters zijn voor hun volgers. En dat Twitter eigenlijk helemaal geen sociaal netwerk is, maar gewoon een middel om informatie te delen. Dat laatste is echter niet wetenschappelijk bewezen (maar komt wel overeen met mijn eigen observaties).

Tevens ben ik bereid Phil Davis te geloven dat Open Access-publicaties weliswaar leiden tot meer downloads maar niet per sé tot meer citaties. De verklaring? In mijn woorden samengevat: de citerende gemeente heeft toch al toegang tot de benodigde artikelen. Open Access helpt dus de wetenschap zelf niet vooruit, maar verbreedt alleen de toegang tot wetenschappelijke informatie (wat op zich natuurlijk een nastrevenswaardig doel is). Davis’ onderzoek is (uiteraard) niet onomstreden en hij heeft alle OACA-aanhangers, inclusief Stevan Harnad, al over zich heen gekregen. En op dat moment betreur ik dus dat ik geen statisticus ben, want Davis’ cijfers en onderzoeksmethode zijn toch echt heel overtuigend.