Archive for the ‘HRM’ Category

TWIT #24

TWIT

https://twitter.com/EricHennekam/status/389683701719638016

Advertenties

TWIT #22

TWIT

https://twitter.com/SimonXIX/status/354222901551038464

Weekendvitaminen #47

Op het nachtkastje (Kerst-editie)

Beeld van de week

Aan het eind van dit jaar toch nog maar een keer iets ‘uit eigen doos’. Zo maar gevonden in een kast waarvan de sleutel zoek was, unieke 17e eeuwse koperplaten met Amsterdamse plattegronden. Niet een kast bij ons, maar bij de voormalige Amsterdamse Stadsdrukkerij. Maar de komende weken wel bij ‘ons’ te zien, aan de Oude Turfmarkt:

BC koperplaat

Weekendvitaminen #39

Op het nachtkastje

Beeld van de week

En lees de bijbehorende blogpost van David Smith.

“The future of information isn’t about refinements in search and retrieval sprinkled with dustings of presentation magic. It’s about active systems; predictive systems; things that model and monitor what a person is doing and accessing (watch as Google Goggles reads the academic paper at the same time as you do), and how we’ll build and deliver to those systems.”

What’s in a Name?

Ryan Opiz

Chris Bourg is werkzaam bij Stanford University Libraries. Zij blogt over haar werkzaamheden op de Feral Librarian. In haar meest recente post doet zij verslag van haar pogingen een nieuw service-model in te voeren, gebaseerd op de conciërge. Niet de Nederlandse school-conciërge, maar de Franse huis-conciërge. De steun en toeverlaat waar bewoners met al hun vragen en problemen terecht kunnen en die binnen de kortste tijd vervolgens opgelost zijn. De conciërge als het centrale contactpunt voor de onderzoeker, zonder dat hij zich vooraf moet afvragen waar hij met z’n vraag terecht kan. Dit concept is uit en te na binnen de organisatie besproken, iedereen is er enthousiast over, behalve … behalve over de naam: “librarians and other staff really, really, really dislike the Concierge metaphor. (…) The primary objection to the term Concierge is that it implies a much more subservient relationship to the client/guest/scholar than the kind of collaborative and collegial relationships that we foster within our community.” En dus moest er een andere term gezocht worden:

  • Ambassador
  • Sherpa
  • Docent
  • (River) Guide
  • Steward
  • Advocate
  • Champion
  • Ally
  • Match-Maker

En uiteraard kwam de suggestie naar boven om gewoonweg librarian te gebruiken. 😉

Er is nog geen knoop doorgehakt in Stanford, maar men heeft ondertussen wel de belangrijkste eigenschappen van de bibliothecaris-nieuwe-stijl geïdentificeerd:

  1. They are active and pro-active in identifying a full range of Library resources and services that would support a scholar’s research and teaching needs.
  2. They have expertise and “insider knowledge” of our organization and of our business — from trends in scholarly communication, to internal and external digitization efforts, to developments in e-book publishing, etc.
  3. They work collaboratively with scholars, contributing their particular expertise to a project as a colleague.
  4. They provide seamless and efficient access to the very broad array of services and resources offered by the libraries.
  5. When acting as the “Champion” for a particular project, they assume responsibility and leadership for the project.

Dit komt natuurlijk allemaal bekend voor: het herformuleren van onze kerntaken en de onvermijdelijke discussie over de naam van ons beroep. Een tijdje geleden suggereerde ik zelf al de embedded content curator. Ik zal Chris een mailtje sturen…

Afko #6: UP

Dit is er eentje uit de universitaire HRM-hoek. UP staat voor UFO Platform. En UFO dan? UFO staat voor Universitair Functie Ordenen, het uniforme systeem van functieprofielen en functiewaardering dat zo’n tien jaar geleden na een gezamenlijke actie van de VSNU (de universitaire werkgevers) en de vakbonden bij alle Nederlandse universiteiten is ingevoerd. Ook alle bibliotheekfuncties zijn destijds volgens dezelfde Hay-systematiek in het bouwwerk van universitaire functies opgenomen, wat er in essentie op neerkwam dat aan de wildgroei van functies, functiebenamingen en -waarderingen een einde kwam met de invoering van twee generieke functieprofielen: die van bibliotheek-technisch medewerker (met drie niveaus) en die van informatie-/collectiespecialist (met vier niveaus).

Maar nu terug naar het UP. Bij een landelijk systeem hoort landelijke regie. Die wordt uitgeoefend door het UP en op verzoek van het UP was ik gisteren in Utrecht voor een paneldiscussie over aanpassingen van de twee bibliotheekprofielen aan de veranderingen die zich in het afgelopen decennium in de wereld van de wetenschappelijke informatievoorziening hebben voltrokken. Daarvan moesten de aanwezige bibliothecarissen de aanwezige UFO-vertegenwoordigers eerst in een BOA-achtige verkenning (BOA = BedrijfsOmgevingsAnalyse) zien te overtuigen, maar dat bleek gezien de grote mate van overeenstemming tussen de bibliotheken zelf over die veranderingen geen probleem.

Vervolgens konden we het ook redelijk snel eens worden over de noodzaak van actualisering van de beide profielen en de richting waarin die verandering zou moeten gaan. Bij de UvA hadden we daar al wat voorwerk voor gedaan, waar instemmend op gereageerd werd. Meer discussie ontstond over de wenselijkheid een vierde niveau aan het functieprofiel bibliotheek-technisch medewerker toe te voegen. Daar verschilden de meningen over en is het maar de vraag of er de noodzakelijke steun van minimaal vijf bibliotheken voor te vinden is. Vervolgens, als die steun er is, moet de ‘landelijke onderhoudscommissie’ zich erover buigen, alle afzonderlijke universiteiten, de VSNU, de vakbonden; kortom in de tijd zijn we dan wel een flink aantal maanden verder en zullen we waarschijnlijk de deadline voor versie 5 van UFO niet halen. Versie 6 staat voor ultimo 2012 op de rol. Polderende molens draaien nu eenmaal traaaaaaaaaag.

Vorige aflevering: UCSD

OBO in Delft

Gisteren was ik de hele dag in Delft voor het halfjaarlijkse overleg van de UKB-onderbibliothecarissen. Josje Calff uit Leiden is Marjolein Nieboer, na haar promotie naar het allerhoogste gremium, opgevolgd als voorzitter van ons overleg. Zoals het een goede voorzitter betaamt, wilde ze meteen een aantal veranderingen doorvoeren. OBO vond ze te o(u)bollig, maar een alternatief bleek niet eenvoudig te vinden. NOBO, UKB2, UKB 2.0 en nog wat varianten passeerden de revue, maar deze korte discussie eindigde toch met de conclusie dat bij gebrek aan beter we voorlopig het bij OBO zullen houden en voor de volgende bijeenkomst een prijsvraag zullen uitschrijven.

De bijeenkomst had een hoog HRM-gehalte en niet alleen omdat bij de helft van de vertegenwoordigde bibliotheken (5 van de 10) meer en minder ingrijpende reorganisaties voor de deur stonden of in een vergevorderd stadium van uitvoering zijn. Een van de andere gesprekspunten in de ochtend betrof het functieprofiel voor informatie-/collectiespecialist dat alle universiteitsbibliotheken sinds de invoering van de zgn. Hay-systematiek voor de Nederlandse universiteiten hanteren. Op dat profiel is inmiddels het nodige aan te merken, zowel wat de inhoud van dat profiel zelf betreft als de relatie tot het tweede belangrijke bibliotheekprofiel in de Hay-systematiek, het profiel voor bibliotheek-technisch medewerker. Voor dat laatste profiel is al een voorstel voor modernisering en aanpassing geformuleerd en bij de UBA zijn we intern bezig ook naar dat profiel van informatie-/collectiespecialist te kijken. De ideeën die we daarover inmiddels ontwikkeld hebben, bleken voor een aanzienlijk deel aan te sluiten bij de onvrede en mogelijke aanpassingen die andere bibliotheken eigenlijk gerealiseerd zouden willen zijn. Er lijkt in ieder geval een brede basis aanwezig om tot een gezamenlijk voorstel te komen.

Gastvrouw Wilma van Wezenbeek van de TU Delft presenteerde daarnaast de aanpassingen die momenteel in het bibliotheekgebouw in Delft worden doorgevoerd. Nog geen tien jaar na oplevering is geconstateerd dat het gebruik van de bibliotheek zeker niet slechts is, maar dat met name in de periodes tussen de tentamens het bezoek te wensen over laat. Dat poogt men in Delft nu te veranderen door niet alleen de inrichting van de bibliotheek aantrekkelijker te maken (inclusief het inmiddels onvermijdelijke café), maar ook door de bibliotheek meer dan in het verleden tot kloppend hart van de campus te maken door het organiseren van allerlei activiteiten (zoals de Delftse alumnidag) die voorheen aan de bibliotheek voorbij gingen. Ambitie is de bibliotheek voor iedere technisch geïnteresseerde een onmisbare plek te maken, bij wijze van spreken van de wieg tot het graf.

Wilma had deze presentatie ook vorige week al in Madrid verzorgd en daarom was het nu des te leuker om de reeds doorgevoerde veranderingen in het echt te kunnen zien. Het project moet dit jaar afgerond worden en dus moet er vooral ‘deze zomer’ nog heel veel gebeuren. Maar het blijft opvallend dat zelfs zo’n recent opgeleverde bibliotheek nu al weer met zulke ingrijpende veranderingen bezig is. Wat betekent dat wel niet voor een bibliotheek die nu al 15 jaar op de tekentafel ligt, zoals die nieuwe Amsterdamse UB?

Mosterd na de maaltijd?

Afgelopen maandag was ik bij een door de KNAW georganiseerd symposium over peer review (de presentaties zijn inmiddels beschikbaar op het web). Het ging overigens niet alleen over peer review van wetenschappelijke artikelen, maar ook over peer review in de vorm van visitatiecommissies en beoordeling van onderzoeksubsidies. In zijn inleiding stelde KNAW-president Robbert Dijkgraaf dat congresthema’s die met een vraagteken besluiten, zoals het thema van dit symposium ‘Does Peer Review still have a future?’, meestal als achterliggende gedachte een bevestigend antwoord hebben. Hetgeen door de daaropvolgende presentaties inderdaad onderstreept werd. Ja, peer review heeft nog toekomst, al zal het soms wat anders moeten.

Geldt dat nu ook voor het vraagteken achter Mosterd na de maaltijd? Is het nieuwe initiatief van SURF voor een eigen variant van de 23 dingen, deze keer 21 edingen, een (te) laat aanschuiven bij een trend die al weer over z’n hoogtepunt heen is? Hier is het denk ik nog te vroeg voor een bevestigend antwoord. SURF richt zich in ieder geval met dit programma op een nieuwe doelgroep (ICTO-medewerkers en docenten in het hoger onderwijs), in potentie een hele grote maar ook een waarvan ik verwacht dat ze nu niet heel erg zitten te wachten op een programma van ongeveer een half jaar tussen alle drukke onderwijs- en onderzoeksbesognes door. Maar goed, ik ben benieuwd welke ‘dingen’ er nog meer gaan volgen behalve de zeven die nu al op de website vermeld staan. Het biedt in ieder geval aan al de spijtoptanten in de universiteitsbibliotheken die in de afgelopen jaren hun eigen lokale variant gemist hebben vanaf januari 2010 een mogelijkheid alsnog de inmiddels niet meer zo wondere wereld van web 2.0 te betreden.

Ook (net) beschikbaar:

Lonely at the …?

Een jaar geleden heb ik een paar keer bericht over het medewerkerstevredenheid onderzoek van de UvA en het uitroepen van de UB tot beste dienstverlener van de universiteit. Het betrof toen een eerste meting, met de belofte van het College van Bestuur dat de meting ieder jaar herhaald zou gaan worden. En dus hangen er nu weer in alle universitaire gebouwen banieren, staan er paginagrote oproepen in Folia en worden alle medewerkers ook via de mail opgeroepen om opnieuw een vragenlijst over de kwaliteit van de dienstverlening van de ondersteunende diensten in te vullen. Van harte aanbevolen door CvB en de Centrale Ondernemingsraad.

Leidinggevenden hebben nog een extra taak te vervullen. Zij krijgen wekelijks de stand van zaken m.b.t. het percentage medewerkers van hun dienst of faculteit dat de enquête heeft ingevuld, gecombineerd met de aanmaning hun eigen personeel nog eens een zetje in de goede richting te geven. Daar doe ik graag aan mee, want na de nulmeting van vorig jaar hebben dit soort enquêtes alleen maar zin als ze periodiek herhaald worden en als in de tussentijd gericht gewerkt wordt aan de verbeterpunten. De enquête staat nu ruim één week open en we zitten gemiddeld op zo’n 16% score, uiteraard met uitschieters naar boven en beneden. Maar er zijn nog twee weken te gaan, dus dat percentage kan nog flink omhoog.

Een punt in de aanmaningsmail van het CvB intrigeert me mateloos. In het responsoverzicht wordt netjes uitgesplitst naar faculteit, dienst en ander onderdeel van de UvA het responsepercentage gegeven. De opsomming eindigt met de groep “Anders”: een groep van 40 personeelsleden waartoe o.a. de medewerkers van het Amsterdam University College, een samenwerkingsverband met de Vrije Universiteit, behoren “aangevuld met 1 losse medewerker die niet in te delen is.” De UvA heeft bijna 5.250 medewerkers waarvan er één nergens bij hoort. Hoe lonely kun je zijn? Wie is deze medewerker? In welke verborgen krochten van de UvA brengt hij of zij in lijdzaamheid en isolement z’n dagen door? Want het zal toch niet de voorzitter van het College van Bestuur zijn? Toch?

Bijscholing

Vanmorgen voor de vierde keer al weer in de collegebanken. Ik volg dit eerste blok van het eerste semester namelijk een module Auteursrecht. In de afgelopen jaren ben ik daar steeds vaker tegenaan gelopen, niet gehinderd door enige kennis op dat terrein. Dus nu maar eens besloten de broodnodige basiskennis te verwerven over “het werk”, “de maker”, “het verveelvoudigen” en “het persoonlijkheidsrecht”. Ik ben overigens niet als reguliere student aangeschoven, maar als deelnemer van de Illustere School.

De eerste bijeenkomst zat de collegezaal in de Oudemanhuispoort (capaciteit 84 personen) bomvol, een zoveelste bewijs van de spectaculaire groei van het aantal studenten bij de UvA. Daarna zakte de deelname een beetje in, tot vandaag bij het vierde college. Reden: vandaag stond de eerste tussentijdse toets op het programma en die telt voor 25% mee in het eindcijfer. De hele collegereeks bestaat overigens maar uit acht wekelijke bijeenkomsten, dus het is flink aanpoten zowel voor ons studenten als voor de docent die niet veel tijd heeft om het onderwerp, het auteursrecht, uit de verf te laten komen. Overigens een heel prettige docent, met beide voeten stevig in de auteursrechtpraktijk. Het leerboek Auteursrecht in hoofdlijnen combineert hij dan ook met een eigen selectie van relevante uitspraken op het terrein en menige anecdote uit de dagelijkse rechtspraktijk.

Wat die eigen selectie betreft, vooraf was iedereen te verstaan gegeven dat dat materiaal van de website gehaald en geprint kon worden. Tijdens het eerste college constateerde Bruinhof echter dat hij nog maar weinig prints (en wel veel boeken) op de tafels zag, terwijl die bundel toch echt net zo belangrijk was in het college. Als hij achterin de collegezaal was gaan staan, had hij kunnen zien wat (deels) een verklaring was voor dat geringe aantal geprinte versies: zo’n 15 laptop- en notebookgebruikers hadden de bundel gewoon op hun scherm staan. Een deel van de studenten maakt helemaal geen prints meer. Daar moet wel een kanttekening bij gemaakt worden. De groep studenten die deze module volgt is divers samengesteld. Naast allerlei ‘bijvakkers’, is deze module een verplicht onderdeel van de bachelor Algemene Cultuurwetenschappen en van de bachelor Informatiekunde. Er is dan ook  een grote groep studenten van de Faculteit der Geesteswetenschappen (vooral meisjes) en een grote groep studenten van de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (vooral jongens). En laten dat nu juist degenen zijn die, alle vooroordelen bevestigend, met die laptops voor hun neus zitten!

Maar goed, vandaag dus de eerste tussentoets. Twintig meerkeuze-vragen over het werk, de maker, het verveelvuldigen en het openbaar maken. Ben benieuwd hoe me dat is afgegaan. De laatste meerkeuze-toets die ik gedaan heb dateert al weer van zo’n 20 jaar geleden, het theoretisch rijexamen. Dat ging destijds in één keer goed. 😉