Archive for the ‘adjunct’ Category

Minder is meer

Less is More, het is al aan menige auteur voorgehouden. Of in een van de vele varianten, zoals Kill Your Darlings en, in het Nederlands, schrijven is schrappen. Maar ook bijvoorbeeld in de schilderkunst, architectuur en mode wordt het less is more, een beetje afhankelijk van de heersende trends, veelvuldig beleden. Maar in de wetenschappelijke informatievoorziening? We willen toch juist alleen maar echt méér. Geen giga-, tera-, peta- of exabytes aan informatie, maar liever zetta- of yottabytes.

En dan nu een rapport uit Engeland met als titel Less is More. Het is de weerslag van een discussiedag in de Britse bibliotheekwereld over nut en noodzaak van een gezamenlijke aanpak van het bewaren van gedrukte monografieën. Met als uitkomst een wellicht verrassende conclusie: “The steer from the delegates was though it would be useful to address these issues collaboratively it was not currently top of their institution’s priorities.” Uiteraard kan er doorgeborduurd worden op bestaande kleinere, m.n. regionale initiatieven maar een nationaal initiatief wordt niet nodig geacht. Er zijn dan ook geen concrete aanbevelingen uit de studiedag voortgekomen, bijvoorbeeld om langs de lijnen van de UK Research Reserve voor tijdschriften iets gelijksoortigs voor monografieën op te zetten. De belangrijkste reden? Deze lijkt het: “For journals releasing space by deduplicating long print runs was a relatively easy quick win. There may be no such incentive to rationalise monograph collections.”

Dat deed me nog een keer achter de oren krabben wat betreft de titel van de rapportage: Less is More. Toen ik het rapport nog niet gelezen had, dacht ik: ‘ja, (gezamenlijk) minder dezelfde monografieën bewaren, dat levert meerwaarde (namelijk besparingen) op.’ Ná lezing blijf ik wat in verwarring achter. Hoezo Less is More? Heeft dat alleen betrekking op minder centrale sturing dat tot betere resultaten zou leiden? Maar misschien schiet m’n Engels, of m’n fantasie, hier wel gewoon tekort.

Overigens, één citaat uit dit rapport mag hier niet ontbreken:

The meeting closed with a straw poll. This revealed no clear wish to pursue the idea on a national scale at this time. However a clear message resounded in delegates’ ears as they left. Whatever happened next a ‘doing no harm’ principle in holistic collection management local initiatives must be preserved.

Hear, Hear!

Advertenties

Patrons Prefer Paper

Al weer een paar weken geleden publiceerde de California Digital Library (CDL) de resultaten van haar onderzoek naar het gebruik van e-books van Springer door studenten en onderzoekers. Als zoiets gebeurt, weet je dat je er in de dagen na publikatie vele malen via rss en Twitter op geattendeerd zult worden. De CDL is tenslotte een van de grootste en belangrijkste digitale bibliotheken, heeft een reputatie op het gebied van gebruikersonderzoek, én de Springer e-books collecties behoren tot de meest en hoogst gewaardeeerde in bibliotheekland vanwege de gebruiksmogelijkheden die in veel opzichten tegemoet komen aan de minimale wensen die vanuit de wetenschappelijke bibliotheken zijn geformuleerd.

Het is vervolgens aardig om te zien welke (hoofd-)conclusies naar voren gehaald worden door de bloggers/twitterati, tenminste als ze verder gaan dan alleen maar het willen attenderen op het verschijnen van het rapport. Sue Polanka (No Shelf Required) blogt: “UC Libraries academic ebook use survey available, 58% use ebooks.” Roger Schonfeld (Ithaka S+R) kiest voor de volgende quote: “Undergraduates ‘commented on the difficulty they have learning, retaining, & concentrating…in front of a computer'” En Library Journal kiest weer voor een andere teaser:  “UC Libraries Ebook Usage Survey Shows Undergraduate Preference for Print”. Wat opvalt (of juist niet) is dat betrokkenen zich vooral gericht lijken te hebben op de executive summary en blijkbaar nog niet dieper in de materie gedoken zijn.

Ik heb uiteraard ook mijn eigen favoriete passages, maar geef hier toch vooral de volledige eindconclusie van het rapport:

Academic users approach e-books with a range of needs, expectations, and workflows. Understanding how users interact with e-books and uncovering useful e-book functionalities are essential to providing library services to the academic community and help inform future purchasing decisions. Respondents to this survey offer a valuable window into the nuances of utilizing e-books for academic work. The consequences of the transition from a print- to a digital-based study environment are not always predictable – witness the undergraduate who prefers print books for reading and deep study because the computer presents too many distractions or the faculty member who uses a digital copy of a title for search and discovery tasks, then moves to a corresponding paper copy for note taking and text comparison.

Adoption of academic e-books and the movement away from print books remains a complex dynamic that is significantly influenced by one’s area of study or research. Comments by survey respondents who both use and prefer academic e-books over print books remind us that the transition is far from easy. Users need e-books that present usable interfaces, quality content, high resolution illustrations, access at the chapter and book level, and importantly, that are easily discoverable through both the library catalog and commercial search engines. As academic e-books become more broadly available and sophisticated in presentation and functionality, users’ expectations and acceptance of them will necessarily evolve. It is essential that those providing library and information services to the academic community continue to monitor and develop innovative services in support of the changing patterns of e-book use.

Ik kan lezing van dit rapport aan iedereen aanraden. Met name diegenen die al te gemakkelijk de voordelen en verworvenheden van het e-book bezingen, want zonder die beide te ontkennen komt uit dit rapport vooral naar voren dat het allemaal nog niet zo ver is, dat onze gebruikers nog maar in heel wisselende mate de transitie naar e-books aan het maken zijn, dat (vooralsnog?) p-books naast e-books een eigen functie blijven vervullen en dat ondanks de onmiskenbare voortschrijding van de digitalisering dat geenszins betekent dat we al op heel korte termijn afscheid van het papier kunnen nemen (als we dat ooit al zullen doen). We zijn in een overgangsperiode die anders van karakter is en langer in duur zal zijn dan de transitieperiode van papieren naar elektronische tijdschriften. Dat is niet alleen ongemakkelijk(er); het is in tijden van financiële krapte ook nog eens onhandig(er).

Beetje reclame tenslotte: in de nieuwe aflevering van Informatie Professional wordt die transitieperiode, en alle problemen (lees: uitdagingen) die daarmee gepaard gaan, ook nog eens vanuit de context van de Nederlandse universiteitsbibliotheken belicht.

Twee dagen UKB

In de afgelopen twee dagen veel op stap geweest voor overleg in UKB-verband. Gisteren naar m’n ‘eigen’ club, de UKB-werkgroep Collectiemanagement in Groningen, en vandaag als vervanger van Nol naar UKB Plenair in Utrecht. In Groningen was het volle bak, alleen Twente ontbrak op het appèl. Naast de gebruikelijke uitwisseling van lokale ontwikkelingen en ervaringen (e-books, discovery tools, workflows) stond een eerste voorstel voor gezamenlijk UKB-bewaarbeleid voor gedrukte monografieën op de agenda. Vijf jaar geleden zijn in UKB-verband de eerste afspraken gemaakt over het bewaren van het laatste gedrukte exemplaar van elke tijdschrifttitel bij de gezamenlijke UKB-bibliotheken (ook wel aangeduid als de Wetenschappelijke Collectie Nederland) en nu, onder de gecombineerde druk van vollopende magazijnen, bezuinigingen en toenemende digitalisering, heeft UKB aan de werkgroep ook om een regeling voor monografieën gevraagd. Over de uitgangspunten konden we het betrekkelijk snel eens worden en met wat kleinere aanvullingen zal de notitie nu aan UKB Plenair worden voorgelegd. Een mooi voorbeeld van concrete samenwerking tussen de 14 UKB-bibliotheken en mogelijk de basis om in de komende jaren nog de vervolgstap te zetten naar een (of meerdere) gezamenlijke depots voor minder gebruikt materiaal.

Waar levert samenwerking meerwaarde op en hoe ver zijn bibliotheken bereid om gezamenlijke belangen te laten prevaleren boven hun eigen particuliere belangen? Dat vormde het onderliggende thema bij de bespreking vandaag in UKB Plenair van het concept-beleidsplan voor de periode 2011-2015. In een terugblik op het vorige beleidsplan werd geconstateerd dat de vier jaar geleden geformuleerde ambities op het gebied van intensieve(re)  samenwerking duidelijk niet gerealiseerd zijn. Daarom wordt voor de komende jaren voor een lager en realistischer ambitieniveau gekozen, met onderwerpen waarop die samenwerking over de volle breedte van UKB gezocht wordt en onderwerpen waarop die samenwerking eerder in kleiner verband (gelijkgestemden; gelegenheidscoalities) gerealiseerd zal worden. Tevens werd geconstateerd dat samenwerking geen doel op zich is, maar altijd in relatie gezien moet worden met de opdracht waar alle UBs voor staan: het ondersteunen van het lokale onderwijs en onderzoek op een kostenefficiënte wijze.

Die kosten kwamen in de middagsessie nadrukkelijk aan de orde toen door alle aanwezige bibliothecarissen een korte presentatie werd verzorgd over de actuele financiële situatie binnen hun instelling (inclusief bibliotheek) en de verwachte bezuinigingen in de komende jaren. De Erasmus Universiteit kon als enige een lichte stijging van het budget melden; overal elders wordt er meer of minder ernstig bezuinigd op de universitaire bibliotheekvoorzieningen in de komende jaren. De verschillen zijn overigens groot tussen de verschillende bibliotheken, niet alleen qua omvang van hun budget, maar ook wat betreft de wijze van financiering van de bibliotheek en welke kosten wel/niet in dat budget zijn meegenomen. Een constante kwam echter steeds terug: het aandeel van de kosten van de ‘big deals’ voor elektronische tijdschriften in het totale collectievormingsbudget is overal zo groot geworden dat verdere stijging van die kosten eigenlijk niet meer mogelijk is. Dat is dan ook de boodschap die aan de uitgevers is meegegeven in de onderhandelingen over de ‘big deals’ die dit jaar verlengd moeten worden (met Springer, Wiley-Blackwell en Sage). Dat zullen geen eenvoudige onderhandelingen worden.

De nog heel fysieke bibliotheek

Vanmorgen was ik voor een projectteamvergadering in Amsterdam-Zuidoost, in ons hulpmagazijn (het IWO) waar eerst alleen maar de minder geraadpleegde werken en het (nog) ongecatalogiseerde materiaal werd geplaatst maar dat vanaf september ons belangrijkste boeken- en tijdschriftenmagazijn wordt. Dan wordt namelijk het magazijn in de UB aan het Singel ontruimd; de ca. 16 km. materiaal die daar nu nog staat wordt dan in twee maanden naar het IWO overgebracht. Voortaan wordt dan al het niet-bijzondere materiaal uit onze collectie uit dit ene magazijn uitgeleverd; het écht bijzondere materiaal staat natuurlijk bij de Bibliotheek Bijzondere Collecties aan de Oude Turfmarkt.

In de afgelopen maanden is door medewerkers uit alle afdelingen van de UB-organisatie gewerkt aan het selecteren, controleren en vervolgens daadwerkelijk van de planken verwijderen van ongeveer 8,5 km. tijdschriftbanden in het IWO. Als ik me dat probeer voor te stellen denk ik elke dag maar aan de afstand die ik naar en van werk moet fietsen; dat is nl. ook 8,5 km. En dan dus één aangesloten rij tijdschriftbanden waar je in zo’n 25 minuten langsfietst. Goed, al dat materiaal is in de afgelopen weken afgevoerd en dat heeft in een geweldige gatenkaas in het magazijn geresulteerd. Onderstaande foto geeft daar maar een heel gebrekkig beeld van.

En dus wordt er nu aan een tweede grote klus gewerkt: aanschuiven van kilometers boeken en tijdschriften op een zodanige wijze dat al het materiaal op een logische plek terecht komt (het meest aangevraagde materiaal bijvoorbeeld niet drie hoog achter), dat er op de juiste plaatsen voldoende ruimte is om groei op te vangen én dat de 16 km. die vanaf juli uit de binnenstad wordt overgebracht op een zodanige wijze wordt geplaatst dat het vanaf 1 september ook weer teruggevonden kan worden en kan worden uitgeleend. Een puzzel die niet eenvoudig valt op te lossen en waar je ook niet graag een foutje maakt dat later weer hersteld moet worden. In het IWO heeft de fysieke bibliotheek namelijk nog steeds een heel letterlijke betekenis. Elke band die verplaatst moet worden gaat door twee handen. Naast het reguliere magazijnpersoneel zijn er dan ook de nodige extra krachten aangetrokken die nu nog een paar weken hebben om deze Herculestaak te volbrengen. Dan volgt in juli en augustus de echte verhuizing, die weliswaar is uitbesteed maar die constant begeleid en gemonitord zal moeten worden. Dit slepen met tonnen boeken en tijdschriften wil je tenslotte maar een keer doen. Op de fiets terug naar de UB kon ik maar een ding denken: petje af voor wat er tot nu toe verricht is. En eigenlijk nog een tweede ding: alle vertrouwen dat het project op tijd en met het gewenste resultaat zal worden afgerond.

Pluim!

Gisteravond besprak de commissie Bouwen en Wonen van het Amsterdamse stadsdeel Centrum de situatie die ontstaan is door de gerechtelijke uitspraak over de nieuwbouw van de Amsterdamse UB op het Binnengasthuisterrein, hartje Amsterdam. Over de inns en outs van dat plan en die uitspraak wil ik het hier niet hebben; wel over de manier waarop de burger over deze kwestie op de hoogte wordt gehouden en geïnformeerd.

Via de website van de gemeente Amsterdam (al meermalen in de prijzen gevallen) was uiteraard op tijd de agenda van de commissievergadering beschikbaar. Maar dat niet alleen. Ook het voornemen van de betrokken stadsdeelwethouder Boudewijn Oranje (hoger beroep aantekenen tegen de beslissing van de rechter) en het raadsadres van de UvA (idem) waren ruim voor aanvang van de vergadering online beschikbaar. Een paar uur voor aanvang van de vergadering volgde ook nog een brief van de Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (mordicus tegen een hoger beroep).

Maar het toefje slagroom op de taart is toch wel de live registratie van de volledige vergadering van de commissie, waardoor iedere geïnteresseerde zich direct op de hoogte kan stellen van hetgeen besproken is, welke posities de verschillende politieke partijen innemen en wat het uiteindelijke besluit van de commissie is (meerderheid is tegen een hoger beroep instellen; de stadsdeelraad zal om een formele stemming gevraagd worden).

We hebben het hier niet over de Tweede Kamer maar over een commissievergadering van een van de vijf commissies van de stadsdeelraad van een van de zeven stadsdelen waaruit de gemeente Amsterdam nog bestaat. Raad in Beeld, ik vind dat een pluim waard.

And the Winner is … Primo!

Na een vergelijkend onderzoek tussen de vier belangrijkste kandidaten (EDS, Primo, Summon en WorldCat Local), een gezamenlijk met de UB Leiden ondernomen voorbereidingstraject én scherpe onderhandelingen met de leverancier is nu de kogel door de kerk: de UB Amsterdam gaat over tot de aanschaf van Primo van Ex Libris als nieuwe discovery tool. Daarmee zijn we niet de eerste in Nederland (Twente en Wageningen gingen ons voor), maar krijgt Primo wel echt vaste grond onder de voeten in de wereld van de Nederlandse universiteitsbibliotheken.

Kopen is één, implementeren is weer heel iets anders. De ambitie ligt wat dat betreft hoog, namelijk om in het najaar (het liefst natuurlijk al bij de opening van het nieuwe academisch jaar) de nieuwe zoekmogelijkheid al beschikbaar te kunnen stellen. Hoe dat er uit kan gaan zien, kan bijvoorbeeld afgeleid worden van de net geïmplementeerde Primo-versie van de UB Twente, FindUT. Het ene strakke zoekbalkje, alle digitale en papieren content in één zoekslag doorzocht en een resultatenlijst die met behulp van facetten eenvoudig in te perken is. Als je het zo formuleert, is die implementatie eigenlijk maar een fluitje van een cent. Maar we zullen zien.

Uiteindelijk zijn de echte winnaars natuurlijk straks onze studenten en medewerkers. Die hebben geen cursus meer nodig om zich de eigenaardigheden van onze Digitale Bibliotheek eigen te maken, althans dat hopen we. Maar de echte proof of the pudding blijft toch altijd in the eating. Ik ben benieuwd hoe we hier aan het eind van dit kalenderjaar tegenaan kijken. Ik zal een aantekening in Outlook maken om hier in december op terug te komen.

Afko #10: NBO

In het laatste nummer van de Informatie Professional staat een bijdrage van John Mackenzie Owen, een bewerking van een lezing die hij vorig najaar in Deventer verzorgde. De bijdrage is een pleidooi voor een NBO, één (digitale) Nederlandse Bibliotheek voor het Onderwijs (van vwo en mbo tot hbo en wo) in plaats van het huidige gefragmenteerde landschap. Dat is in de huidige omstandigheden niet alleen noodzakelijk, maar ook wenselijk. Een gecentraliseerde digitale bibliotheekvoorziening die op lokaal niveau in tot studiecentra omgebouwde ‘traditionele’ bibliotheken overal toegankelijk is. Die traditionele, papieren bibliotheek is inmiddels overbodig. De student van tegenwoordig wil een prettige warme ruimte met pc’s, draadloos netwerk en goede catering; de rest is irrelevant.

Ondanks de pittige uitspraken van Mackenzie Owen en zijn verstrekkende voorstellen is er door de bibliotheekwereld nog maar weinig aandacht aan besteed (uitzondering Leen Liefsoens). Hier dus maar wat gedachten die bij mij opkwamen.

Het voorstel voor een NBO is al weer een paar stappen verder dan de Digitale Wetenschappelijke Bibliotheek Nederland die Mackenzie Owen drie jaar geleden voorstelde. Een verklaring daarvoor kan ik in zijn bijdrage niet terugvinden. Zit het hele Nederlandse onderwijs, van vwo tot wo, op één gecentraliseerde digitale bibliotheekvoorziening te wachten? Doen we middelbare scholieren een plezier met toegang tot de artikelen uit Science Direct? Ik denk dat dit idee toch teveel vanuit de technische mogelijkheden en te weinig vanuit de daadwerkelijke behoeftes van de verschillende gebruikersgroepen van zo’n NBO is bedacht.

Bibliotheken, zeker de hogeschool- en universiteitsbibliotheken die Mackenzie Owen in zijn NBO wil zien opgaan, functioneren niet in een vacuum, maar zijn ondersteunende diensten voor de onderwijsinstellingen waarvan ze onderdeel uitmaken. Die onderwijsinstellingen komen nationaal en internationaal steeds meer in een concurrentiepositie ten opzichte van elkaar te staan, waarbij de lokaal beschikbare faciliteiten een van de punten vormen waarop geconcurreerd wordt. Één NBO zou prima passen bij één NIHMVO, maar stuit in de huidige constellatie al snel op de grenzen van samenwerking. (NIHMVO = Nederlands Instituut voor Hoger, Middelbaar en Voortgezet Onderwijs)

Zijn studenten, docenten en onderzoekers gebaat bij eenheidsworst (een van de illustraties bij Mackenzie Owens artikel is niet voor niets een worstmachine) of juist bij maatwerk? In alle gebruikersonderzoeken die ik onder ogen krijg wordt steeds de nadruk gelegd op diensten en dienstverlening die toegesneden zijn op de specifieke behoeftes vanuit afzonderlijke disciplines. Dat hoeft niet op gespannen voet te staan met een NBO, maar ik weet wel uit eigen ervaring dat het binnen één instelling voor hoger onderwijs al niet eenvoudig is niet alleen maar te vervallen in one-size-fits-all, laat staan in een gecentraliseerde bibliotheekvoorziening voor de gehele onderwijswereld. (trouwens, wie gaat daar de regie voeren?)

Misschien is het slechts bedoeld om enigszins provocatief te zijn, maar laat ik er toch maar op reageren. Op verschillende punten in zijn bijdrage rekent Mackenzie Owen af met de papieren bibliotheek. Kennisdeling in het hoger onderwijs vindt “anno 2011 bijna geheel en bijna probleemloos via het web” plaats. In de huidige universiteitsbibliotheken staat “een enorme collectie waar gemiddeld genomen niemand ooit naar kijkt”.  En als afsluiter: “De rol van bibliotheken in kennisdeling wordt sterk belemmerd door het in stand houden van heel veel overbodigs.” Dat is allemaal iets, om niet te zeggen: veel, te kort door de bocht geformuleerd. Maar Mackenzie Owen zal dat vast als het ontkennen van de werkelijkheid en het vluchten in nostalgie, hoop, hartstocht en verwachtingen aan mijn kant karakteriseren.

Vorige aflevering: HNS

Afko #8: LARCH

Graag had ik vanmorgen in Londen aangeschoven bij het Strategic Management of Monographs Discussion Forum. Toen ik er echter hoogte van kreeg, was het maximum aantal deelnemers (60) al bereikt en kon ik alleen aanschuiven op een wachtlijst. Tevergeefs, want ik heb geen bericht meer ontvangen dat er een plaatsje was vrijgevallen. En dat is jammer, want niet alleen in Engeland maar ook in ons eigen land begint na de discussie over het bewaren van reeksen papieren tijdschriften nu ook de discussie over het langdurig bewaren van monografieën voorzichtig op gang te komen. In opdracht van UKB ben ik bezig met drie collega’s uit andere universiteitsbibliotheken om de eerste contouren van een landelijk bewaarbeleid voor monografieën te formuleren en ik had me daarbij graag laten inspireren door de Britse discussie daarover.

De bijeenkomst in Londen wordt georganiseerd door RIN, RLUK en UKRR. Die laatste is het Britse samenwerkingsverband voor de bewaring van papieren tijdschriftenreeksen, minimaal drie voor het Verenigd Koninkrijk waarvan één altijd bij het British Library Document Supply Centre. De United Kingdom Research Reserve heeft daarvoor uitvoerige afspraken op papier gezet en een online tool ontwikkeld dat de deelnemende bibliotheken kunnen gebruiken bij de voorbereiding van de deselectie van papieren tijdschriften. Jaarlijks zijn er daarvoor twee rondes waarin bibliotheken titels in kunnen voeren in LARCH, Linked Automated Register of Collaborative Holdings. Helaas is LARCH alleen voor leden toegankelijk, maar uit de beschikbare documentatie wordt duidelijk dat aan de UKRR een weldoordacht concept ten grondslag ligt dat vervolgens in de uitvoering ook wel de nodige overhead genereert. En als de eerste tien pagina’s van de user manual van 60 pagina’s alleen maar over het inloggen gaat, krab ik me ook wel even achter de oren.

Daartegenover staat dan wel dat het aantal ingebouwde veiligheidskleppen garanties bieden voor een verantwoorde deselectie, waarbij ik overigens de geformuleerde doelstelling eigenlijk nogal bescheiden vind: in vijf jaar tijd hoopt men 100 km plankruimte bij de aangesloten bibliotheken vrij te maken. Dat doel moet ultimo 2013 bereikt zijn. Wat er daarna gebeurt is nog onzeker, want de financiering van de UKRR loopt ook maar tot die datum…

Vorige aflevering: OACA

Weekoogst #44

Sociale media: gids of druk?
Medewerkers van de universiteiten van Leicester en Derby stelden voor het Britse Research Information Network Social Media. A Guide for Researchers samen. Ondanks alle varianten op 23 dingen, ook SURF doet daar in Nederland aan mee, is de kennis over en het gebruik van sociale media onder wetenschappers nog relatief beperkt. RIN hoopt met deze gids, een combinatie van 40 pagina’s tekst en 1 A4tje met alle relevante links, drempels weg te nemen en aldus bij te dragen aan de ‘huge amount to gain’ die onderzoekers met het gebruik aan sociale media staat te wachten. Ik vraag me af of zo’n gids daarbij veel effect zal hebben. En dat vroeg ik me nog meer af toen ik als een van de resultaten van een onderzoek van de Londense CIBER-groep naar Social media and research workflow het volgende las:

The key driver for the take up of social media is pressure exerted by peers outside of the researcher’s own institution. Social media are helping to fulfill the demand for cheap, instant communication between researchers fuelled by the growth of collaborative and interdisciplinary research.

Daar kan volgens mij geen gids tegenop.

Summon vs. Primo Central: voorlopig onbeslist
In hetzelfde CIBER-rapport dat ik hierboven al aanhaalde, staat ook de volgende wens van onderzoekers met stip op nummer één:

Researchers also sent a clear message to librarians. At the top of their wish list, and by a big margin, is a desire to be able to search across the full text of all locally-held licensed e-content using a simple interface like Google. This is seen as a much greater potential benefit than libraries moving into the social media space by offering users, for example, an opportunity to socially tag the library catalogue.

Het is dus niet verwonderlijk dat alle Nederlandse universiteitsbibliotheken meer en minder vergevorderde plannen hebben om dit jaar in de voetsporen van de UB van de Erasmus Universiteit te stappen en over te gaan tot de aanschaf van een discovery tool. Summon en Primo Central lijken daarbij de hoogste ogen te gooien. Summon deelde de eerste klappen uit door de Erasmus en de TUe voor zich te winnen, maar inmiddels heeft ExLibris teruggeslagen door in ieder geval Twente en Wageningen en mogelijk nog een paar andere instellingen voor Primo te winnen. Delft en Tilburg kijken voorlopig met hun eigen produkt vanaf de zijlijn toe.

Niets menselijks is ons vreemd
Een aantal weken geleden vroeg ik al aandacht voor de resultaten van het SOAP onderzoek en het toch wel, althans voor sommigen, ontnuchterende feit dat open access-overwegingen bij onderzoekers nauwelijks een rol spelen bij de keuze voor het tijdschrift waarin ze willen publiceren. Nee, het gaat om prestige, impact factor en inhoudelijke relevantie van het tijdschrift.
Ook de Nederlandse respons op de internationaal uitgezette enquête is nu aan een nadere analyse onderworpen. En wat blijkt? Niets menselijks is ons Nederlanders vreemd. Ook onze onderzoekers kiezen primair voor tijdschriften die inhoudelijk relevant zijn, goed staan aangeschreven en een hoge impact factor hebben. En open access? Zestig procent van de Nederlandse respondenten vindt dat irrelevant (15%) of minder belangrijk (45%) bij hun keuze voor een tijdschrift. Case closed?

DPLA van start
’t Had een nieuwe aflevering in m’n afko-serie kunnen zijn (maar let op: binnenkort aflevering 8: LARCH), maar ik neem de DPLA nu maar hier op. De Digital Public Library of America. Harvards Robert Darnton stond enkele maanden geleden aan de wieg van dit initiatief dat nu, mede dankzij een subsidie van de Alfred P. Sloan Foundation, de contouren van een volwaardig project begint te krijgen. Er is inmiddels een star-studded stuurgroep, een projectwiki en een discussielijst, dus hier gaan we de komende jaren meer van horen.

Weekoogst #42/43

Terug van even weggeweest… (al is de verbouwing nog niet helemaal af)

In blijde verwachting…
Binnen een week of vijf/zes zal de rechter naar verwachting uitspraak doen over de bezwaren die ingebracht zijn tegen de bouw van een nieuwe UB op het Amsterdamse Binnengasthuis-terrein. We zijn al een tijdje in afwachting van deze uitspraak en de spanning loopt toch langzamerhand op. Ook in Amerikaanse bibliotheekkringen, en ver daarbuiten, bouwt dit spanning zich op, al gaat het om een hele andere zaak. Het is nu al weer een jaar geleden dat de laatste hearing gehouden werd in de Google Books Settlement zaak en rechter Chin is nog steeds niet met een uitspraak gekomen. De Open Book Alliance vat de stand van zaken nog een keer samen.

Aan de horizon
Het rapport is links en rechts al gesignaleerd: de jaarlijkse Horizon-visie op de belangrijkste technologie-trends in het hoger onderwijs. Mobiele apparatuur en e-books scoren dit jaar opnieuw hoog. Dit achtste Horizon-rapport borduurt voort op het oude stramien: twee trends die binnen een jaar breed ingevoerd zullen zijn, twee waarvoor dat binnen 2 à 3 jaar zal duren en twee waarvoor we nog 4 à  5 jaar moeten wachten. Het zou een aardig onderzoekje zijn om al die acht rapporten eens goed tegen het licht te houden op hun voorspellende waarde. Langzamerhand zijn er voldoende data beschikbaar.

De beste tien van tweeduizendtien
Je kunt natuurlijk op dit blog vertrouwen om de belangrijkste publicaties over wetenschappelijke bibliotheken en het hoger onderwijs onder ogen te krijgen (niet doen!), maar je kunt natuurlijk beter vertrouwen op wat er wereldwijd door de community gelezen wordt. Dus klik hier voor de 10 best gelezen (online) artikelen uit Educause Review en hier voor de beste verkochte e-books van de American Library Association. Ik heb er slechts twee van de tien afgelopen jaar onder ogen gehad, en die twee zijn er waarschijnlijk voor iedereen makkelijk tussenuit te halen.