Archive for the ‘adjunct’ Category

WIGWezen!

Nee, dit is geen typo. Er staat echt bewust WIGWezen. WIGW is was namelijk de afkorting van de naam van de sector van de bibliotheek waar ik zo’n 14 jaar leiding aan heb gegeven: de sector Wetenschappelijke Informatie Geesteswetenschappen, oftewel de afdeling waarin de vakreferenten werkzaam op het gebied van de geesteswetenschappen in de UB Amsterdam waren ondergebracht. Jarenlang had het interne mededelingenorgaan van de sector de (intern) fameuze naam WIGWijzer, en nu dus WIGWezen. De sector houdt namelijk vandaag, 1 juni 2013, als gevolg van een organisatieverandering waar we al enige tijd mee bezig zijn, op te bestaan. En dat is het waard om even bij stil te staan.

En hoe met het dan verder met het hoofd van die sector? Wel, die begin a.s. maandag aan een nieuw avontuur als adjunct-directeur van de UB Amsterdam. Op een andere plek in de organisatie, met andere medewerkers, met andere verantwoordelijkheden, ennehhhh … met andere uitdagingen.

‘Betekent dat nu ook dat je dat “een beetje adjunct” uit de header van je blog gaat halen?’,  vroeg een van mijn collega’s deze week. Nee, dat ben ik zeker niet van plan. Dat “een beetje adjunct” (al een tijdje voorafgegaan door ‘a.k.a.’,  also known as) is een soort van geuzennaam geworden, waar een deel van mijn blogbekendheid nog steeds van af hangt. Vaak genoeg zie ik dat lezers via een zoekactie op ‘beetje adjunct’ hier terecht zijn gekomen.

Tja, en wat plaats je hier nu als bijpassende illustratie bij? Een biggelende traan? Wijdse vergezichten? Nou, laat ik deze maar nemen:

Like

Advertenties

Charleston dag #3: Beware of the Inflight Magazine Syndrome

Een paar jaar geleden kwamen als gevolg van de economische crisis veel Amerikaanse universiteits- en onderzoeksbibliotheken in de financiële problemen. Niet alleen collectievormingsbudgetten maar ook personeel kwam stevig onder vuur. De situatie nu is iets (maar niet veel) beter en veel bibliotheken staan nog steeds onder sterke druk om hun blijvende, toegevoegde waarde bij hun provost (lees rector) te bewijzen. Voeg daarbij het rapport Redefining the Academic Library dat speciaal voor provosts was samengesteld (en vorig jaar tijdens de Charleston Conference voor het eerst naar buiten kwam) en dus was het een aardig idee om dit jaar die provosts nu eens uit te nodigen om zelf te komen vertellen wat zíj van hun bibliotheken verwachten.

Het bleek geen kritische groep te zijn, de lof aan de bibliotheek was groot en leek ook welgemeend, maar dat neemt het probleem natuurlijk niet weg. Ook met welgevallige provosts moet de bibliotheek zich buigen over vragen als:

  • what do you spend your money on?
  • do you need all that space?
  • are faculty and students getting what they want?
  • do you support enlightened policies regarding research and teaching?
  • do you innovate?

Goede raad was er voldoende: be prepared! In een toenemend digitale bibliotheekwereld komt er in toenemende mate ook data beschikbaar over hoe de bibliotheek gebruikt wordt. Zorg dat je als bibliotheek zelf over die data beschikt en ze analyseert. Voorkom dat het hoofd van de IT-afdeling bij de provost binnenloopt met de boodschap I’ve got the data. I can tell you about the library. Zorg dat je als bibliothecaris dat zelf kan doen.

En wees voorbereid op de provost die op stap geweest is naar het buitenland en je de eerste werkdag na zijn terugkomst bij zich roept en uitroept: ‘Datamining, we must go into datamining!’ Of: ‘MOOCs, the library has to support MOOCs!‘.

Denk als bibliotheken ook strategisch na over de toekomst van je gedrukte collectie. Die zal in toenemende mate onder druk komen te staan en ‘moeilijke’ vragen over nut en noodzaak kun je beter goed voorbereid zelf beantwoorden dan dat je daar op een dag onvermoed mee wordt overvallen. Doe je het niet dan loopt de bibliotheekwereld (of breder: het hoger onderwijs) “the next healthcare industry to be reformed” te worden. En zeg nu niet meer dat je niet gewaarschuwd bent!

Charleston, here I come!

Twaalf jaar geleden was ik met een UB-collega een week te gast bij de Elmer Holmes Bobst Library van New York University. Voornaamste doel destijds was een onderdompeling in het bad van de approval plans (let wel: de bomen groeiden destijds nog tot de hemel en e-books waren een nog onbekend fenomeen). Een van de adviezen die we destijds kregen was ‘Als je in de gelegenheid bent, ga een keer naar de Charleston Conference. Dat is dé conferentie waar alles rond collectievorming en collectiemanagement centraal staat, met input vanuit bibliotheken zelf maar ook door uitgevers en intermediairs’.

Het is er tot nu toe niet van gekomen, maar dit jaar dus wel. Ik ben op weg voor de 32e Charleston Conference Issues in Book and Serial Acquisition. Thema van dit jaar is Accentuate the Positive.

Hashtag: #charleston12

De conference proceedings van de afgelopen drie jaar zijn nu digitaal beschikbaar. De verslagen van de sessies van dit jaar verschijnen eerst de komende maanden ‘gewoon’ in druk in Against the Grain. En natuurlijk hier en elders in de blogosphere. Verwacht overigens geen live blogging; daar ben ik niet geschikt voor (en ik ben dan ook heel jaloers op iemand als Dymphie die dat schijnbaar probleemloos doet).

P.S. twaalf jaar geleden in New York was ik daar tijdens Election Day (Bush vs. Gore; we weten allemaal hoe dat afliep, met de al dan niet geldige stembiljetten in Florida). Nu zit ik in Charleston opnieuw tijdens Election Day (Obama vs. Romney). Wat wordt het effect van Sandy…

The Service Turn

Twee weken geleden organiseerde OCLC in Philadelphia de conferentie Libraries Rebound: Embracing Mission, Maximizing Impact. Tot de sprekers op de conferentie behoorde de Leidse UB-directeur Kurt De Belder. De presentaties zijn inmiddels online beschikbaar; video-opnames volgen binnenkort ook.

De opening keynote van Scott Walter zette de toon: Making the Service Turn. Onderstaande slides komen uit zijn presentatie.

Sarah Pritchard benaderde de problematiek vanuit het ruimtegebruik:

Zodra de video-opnames beschikbaar zijn, ga ik die zeker maar eens rustig bekijken. En in de tussentijd lees ik wel de blogposts over de conferentie die op HangingTogether verschijnen.

Triple A

Het begon bijna een jaar geleden met Halbe Zijlstra’s nota Kwaliteit in verscheidenheid. Daarna volgde in december het Hoofdlijnenakkoord van de VSNU met de staatssecretaris. En nu, vijf maanden later, komen de universiteiten met hun reacties op de uitdaging van Zijlstra. De UvA presenteerde als een van de eerste haar plannen, en als enige tot nu toe in het Engels, waarbij de meeste aandacht vooralsnog niet uitging naar wat de UvA binnen de eigen instelling wil maar vooral naar de intensivering van de samenwerking met die andere Amsterdamse universiteit die er in wordt aangekondigd. Inmiddels zijn afgelopen woensdag de handtekeningen van de beide voorzitters van de Colleges van Bestuur onder de intentieverklaring gezet die moet leiden tot de volgende variant op Triple A. Na de American Anthropological Association, Amalia – Alexia – Ariane en al die andere is het nu de beurt aan de Amsterdam Academic Alliance. In de presentatie aan het personeel van de bèta-faculteit die moet gaan fuseren met die van de VU werd er nog een fonetische variant van Triple A aan toegevoegd: Excellent – Eenduidig – Eenvoudig.

Hier een korte inventarisatie van de universitaire plannen zoals die tot nu toe bekend zijn gemaakt:

Aanvullingen? Graag!

Delen moet, net als samenwerken

Ergens halverwege dit jaar is de UB Amsterdam, net als die van Utrecht, lid geworden van de OCLC Research Library Partnership. Met als kern de bibliotheken van de vroegere Research Library Group (RLG, enkele jaren geleden opgeslokt door OCLC) is dat een samenwerkingsverband van wetenschappelijke en onderzoeksbibliotheken gericht op het gezamenlijk verbeteren van de interne bibliotheekprocessen en de externe dienstverlening. Leden komen vooral uit de Verenigde Staten, maar OCLC doet inmiddels serieuze pogingen het partnership te verbreden naar andere werelddelen.

Wij waren nog maar net lid of werden al door OCLC gevraagd deel te gaan nemen aan een vervolg-project op het onderzoek van Constance Malpas naar de digitale beschikbaarheid (m.n in de HathiTrust) van de gedrukte collecties van Amerikaanse bibliotheken Cloud-sourcing Research Collections (2011). Dat vervolg-project moet leiden tot bibliotheek-specifieke rapportages over de mate waarin de eigen collectie inmiddels digitaal beschikbaar is, zodat eventuele besluitvorming over verkleining van de gedrukte collecties verantwoord en op basis van actuele informatie kan plaatsvinden. Alle 153 OCLC RLP partners krijgen in het voorjaar van 2012 een dergelijke rapportage.

Ik zit met nog vijf collega’s uit de VS en Engeland  in de advisory group van het project. Curieuze bijkomstigheid daarvan is dat een van de andere leden David Seaman van Dartmouth College is. Met zoveel zeelui aan boord moet dat wel tot een goed rapport leiden.

Bovenstaande slide komt uit een presentatie van Merrilee Profitt over een aantal actuele projecten van de Partnership. Zij gaat m.n. in op een nieuw project dat zich richt op born digital materiaal, een tot nu toe nogal verwaarloosde categorie in de bibliotheekwereld. Collecting is generally reactive, sporadic, limited, concludeert zij, terwijl we allemaal weten dat digitaal de toekomst is.

Ik kan niet nalaten nog een slide uit de presentatie op te nemen. Trouwe lezers weten inmiddels dat deze gedachte mij na aan het hart ligt. Managing born-digital content kan naar believen door andere bibliotheek-activiteiten vervangen worden.

Weekendvitaminen #5

Op het nachtkastje

  • De bijbehorende powerpoint circuleerde al enige weken op het internet en ik besteedde er ook al twee keer aandacht aan (hier en hier), maar nu is het onderliggende rapport Redefining the Academic Library integraal voor consumptie vrijgegeven. Ik herhaal het nog maar voor de laatste keer: verplichte leesvoer!
  • Data over onze bibliotheken. In Nederland moeten we het, wat de universiteitsbibliotheken in ieder geval, doen met de jaarlijkse UKB-benchmark waarvan de resultaten niet openbaar worden gemaakt, afgezien van een geanonimiseerd overzicht voor de jaren 2006-2010. Bij onze Amerikaanse collega’s gaat dat toch anders, met uitgebreide jaarlijkse statistieken van de ARL-bibliotheken en afgelopen week het jaarlijkse rapport van het Department of Education.
  • 2012 werpt z’n schaduwen al weer vooruit. In het begin van het nieuwe jaar verschijnt meestal snel het nieuwe Horizon-rapport, de jaarlijkse vooruitblik op de technologische innovaties die ons binnen nu en vijf jaar te wachten staan. Nieuwsgierig? Op de Horizon-wiki is nu al de shortlist van de kandidaten voor 2012 beschikbaar. And the nominees are… Bellen en sms’en is helaas niet mogelijk… 😉
  • In het nieuwe jaarnummer van het tijdschrift Profession van de Modern Language Association zijn zes artikelen open access opgenomen die gewijd zijn aan digital scholarship. Wat gebeurt er inmiddels op dat vlak in een aantal geesteswetenschappelijke disciplines en welke veranderingen zijn er noodzakelijk in bestaande systemen van academische waardering en promotie?

Beeld van de week

Het kan natuurlijk niet anders dan dat de soft launch van onze Primo-installatie het beeld van de week oplevert (overigens roept soft launch bij mij allerlei associaties op met een op halve kracht gelanceerde Space Shuttle die voor het verlaten van de dampkring weer terugvalt naar de aarde, maar dat zal vast niet de bedoeling zijn). We zijn in Nederland zeker niet de eerste; bij de UBs gingen Twente, de VU en Leiden ons voor, terwijl Wageningen nog in de laatste fase van voorbereiding zit.

Voorlopig betreft het nog een bèta-versie die in de komende maanden, mede hopelijk op basis van veel input van onze gebruikers, verder geperfectioneerd moet worden. Daarna volgen besluiten over het al dan niet uitfaseren van de huidige Digitale Bibliotheek en het continueren van licenties op allerlei vakspecifieke bibliografische databases. Grotere duidelijkheid over wat er nu wel (of vooral ook: wat er nu – nog –  niet) door Primo Central gedekt wordt is daarbij essentieel. Concurrent EBSCO doet in ieder geval heel vervelend met de toegang tot haar databases.

The Embedded Content Curator

Vorige week donderdag was ik met veel collega-informatieprofessionals in Ede voor het jaarcongres van onze beroepsvereniging, de NVB. De vereniging is druk bezig uit een diep dal te klimmen onder het enthousiaste voorzitterschap van Michel Wesseling. Volgend jaar bestaat de NVB 100 jaar en dat zal op 15 november 2012 feestelijk gevierd gaan worden. Voorafgaand aan het jaarcongres was er tijd voor afdelingsjaarvergaderingen. Daar werden zonder veel omhaal van woorden de afdelingen Hogeschool Bibliotheken en Wetenschappelijke Bibliotheken (drie jaar geleden vierde zij nog haar 60-jarig bestaan met een knallend feest in Arnhem) opgeheven, om op te gaan in de nieuwe afdeling Onderwijs & Onderzoek. Motto: samen staan we sterker.

Het thema van het congres was Een ander vak. Een buitenstaander zou het idee gekregen kunnen hebben van een vak in disarray. Veel presentaties gingen over nut en noodzaak van de informatieprofessional, tot en met een betrekkelijk zinloze discussie tijdens de Happe.ning-track over of je jezelf nu als bibliothecaris of als informatieprofessional afficheert (@UBABert is gewoon beide). Alle presentaties zijn overigens inmiddels hier te vinden.

Tijdens die laatste track kreeg ik wel de suggestie in de schoot geworden voor de nieuwe naam voor onze professie: the embedded content curator. In een tijd waarin wij ons moeten richten op onze stakeholders (belanghebbenden?), elke stap die we zetten vastgelegd moet zijn in een roadmap (spoorboekje?) en congressen zijn opgedeeld in ik weet niet hoeveel tracks (programmalijn?), moeten wij ook gaan voor een kekke Engelstalige benaming. Dat embedded komt natuurlijk van de nieuwe trend in bibliotheekland: de noodzaak (= de wens?) de bibliotheek en de informatiespecialist zo dicht als mogelijk bij docent, onderzoeker en student te brengen, als het ware embedded in de onderwijs- en onderzoeksomgeving. Dat content curator zette me eerst op het verkeerde been (curator = conservator = Bijzondere Collecties), maar inmiddels ben ik een stuk wijzer: de content curator doet gewoon wat een informatieprofessional altijd al deed: informatie selecteren, beoordelen, ordenen en beschikbaar stellen aan anderen. Alleen klinkt het wat chiquer. We noemen ons dus voortaan embedded content curator, en er zal ons een glanzende toekomst wachten. 😉

Ook bewaren is samenwerken

Vandaag de hele dag in Leiden voor overleg met landelijke collega’s in de UKB-werkgroep Collectiemanagement. Kennisdeling is een belangrijke doelstelling van deze werkgroep en vanuit Leiden werden vandaag de implementatie van Primo als hun nieuwe discovery & delivery tool en de keuze voor de Library of Congress Classification als nieuwe plaatsingssysteem voor de open opgestelde collectie in de Leidse UB toegelicht. Aangezien beide onderwerpen op dit moment ook in Amsterdam ter hand worden genomen en er de nodige afstemming plaatsvindt met Leiden, leverde dit voor mij niet al te veel nieuwe gezichtspunten op maar voor onze collega’s uit andere UBs des te meer. Zo installeren we beide op dit moment Primo, maar blijken wij (en ook anderen die daarmee bezig zijn – geweest –  zoals Wageningen en de VU) soms toch heel verschillende keuzes te maken. Voor die instellingen die nog niet zo ver zijn, levert dat interessante input voor hun eigen keuzetraject.

Het is echter niet alleen maar kennisdeling, er wordt soms ook ‘echte’ besluiten voorbereid voor UKB. Deze keer konden we tevreden vaststellen dat onze voorstellen t.a.v. het bewaarbeleid voor monografieën (‘boeken’) door UKB zijn aanvaard. Dat is een belangrijke mijlpaal. Vijf jaar geleden zijn de bewaarregels t.a.v. gedrukte tijdschriften vastgesteld: de UKB-bibliotheken hebben toen afgesproken gezamenlijk minimaal één gedrukte reeks van elk tijdschrift te behouden voor de Wetenschappelijke Collectie Nederland. Daarvoor zijn bewaarafspraken per wetenschappelijke discipline afgesproken, waardoor de ‘bewaarlast’ over alle UKB-bibliotheken is verdeeld. Voor gedrukte boeken is nu de afspraak gemaakt dat er van ieder gedrukt boek minimaal twee exemplaren (op twee verschillende locaties) bewaard moeten worden voor de WCN. Zolang er ergens bij de UKB-bibliotheken nog twee exemplaren aanwezig zijn, kunnen de andere bibliotheken hun exemplaar van die titel uit hun collectie verwijderen, als zij daar reden toe zien. Dat laatste is niet zonder belang: het gaat niet om een ‘opdracht’ van UKB om nu op te gaan ruimen, het gaat alleen om een stelsel van afspraken dat toegepast moet worden op het moment dat een bibliotheek in haar collectie materiaal wil gaan afstoten (deselecteren in het jargon). Daarmee is een gemeenschappelijke basis gecreëerd voor het bewaarbeleid van individuele instellingen, en dat is winst. De nieuwe afspraken komen binnenkort op de UKB-website beschikbaar.