Charleston dag #2: Tja, e-books…

Het aantal sessies over PDA is dit jaar niet meer op twee handen te tellen. PDA is nog steeds hot, maar iedereen (bibliotheken, uitgeverijen én intermediairs) is nog steeds druk aan het experimenteren zonder dat daar tot nu toe een ‘one size fits all’-oplossing uit komt. Lokale omstandigheden blijven doorslaggevend.

En de e-books zelf dan? In een van de ochtend-sessies werd in de discussies opgemerkt dat we wat betreft e-books toch nog steeds aan het begin staan van full-scale implementatie. Voor de commerciële uitgeverijen zijn e-books eigenlijk pas vanaf 2008 echt interessant geworden (Amazon, Kindle) en voor de academische wereld lijkt de introductie van tablets voor de grote doorbraak te gaan zorgen (overigens blijkt uit gebruikersonderzoek dat het bezit daarvan zich toch vooral nog beperkt tot faculty; studenten doen het toch hoofdzakelijk nog met laptops, en daarop lezen blijft een mixed blessing). Maar we zijn nog maar aan het begin en veel zal nog veranderen.

’s Middags werd dat in drie sessies waarbij ik aanwezig was alleen maar bevestigd. Hoe meten we eigenlijk het gebruik van e-books en welk effect heeft de beschikbaarheid van e-books op het gebruik van hun gedrukte equivalant en de noodzaak die al dan niet in druk (en al dan niet in een consortium) te bewaren? Aangezien de zaalindeling niet overeen kwam met de aard van deze sessie werd met vereende krachten een kleine verbouwing gerealiseerd waarna in een informele setting input voor en ideeën over het te ondernemen onderzoek naar deze twee vragen werden uitgewisseld. Je realiseert je dan hoeveel er aan dergelijk ‘bibliotheek-onderzoek’ door de sector zelf wordt gedaan in de VS en de (uitermate) bescheiden bijdrage die wij daaraan in Nederland leveren. Een van mijn takeaways van de workshop was het belang van het onderscheiden van verschillende use cases bij de beoordeling van de vraag of een overstap van p-books naar e-books zinvol is en wat de mogelijke effecten op het gebruik van de p-collecties kunnen zijn.

Bob Kieft onderscheidde de volgende vijf use cases:

  • pile it up use (de boekenverzamelaar)
  • immersive reading use (het ‘ware’ studeren)
  • indexical use (word ik in het boek genoemd?)
  • evaluative use (kan ik dit boek gebruiken?)
  • negative use (is dit boek inderdaad niet van belang?)

Voor de ene use case is een e-versie van een boek een meer dan adequate vervanger voor een p-versie, terwijl m.n. voor immersive reading de full Monty op papier toch nog steeds de preferente vorm is.

Kunnen we überhaupt in de academische wereld al van p- naar e-books overstappen? Vier jaar geleden werd die vraag met een ‘nou, nee’ beantwoord. Uit een vergelijking van de daadwerkelijke aanschaf van monografieën door vijf bibliotheken in een bepaald jaar met wat er op dat moment bij de vier grote aggregatoren beschikbaar was aan e-books, bleek dat van de 80.000 aangeschafte gedrukte boeken gemiddeld een kleine 30% als e-book geleverd had kunnen worden. Is dat in de afgelopen vier jaar fundamenteel veranderd? Dat is maar hoe je het bekijkt. Van de 34.000 aangeschafte boeken met imprint 2006 en 2011 bleek nu bij de vier grote aggregatoren 37% als e-book leverbaar te zijn. Dat is een aanzienlijke stijging, maar nog lang niet de helft van wat er aangeschaft wordt. Het gedrukte boek is dus nog wel een tijdje onder ons. het aanbod aan wetenschappelijke e-books is in die vier jaar overigens wel verdubbeld, de collecties van de aggregatoren zijn meer op elkaar gaan lijken, máár de helft van het aanbod is maar via een van de vier aggregatoren leverbaar. De new kids on the block, het aanbod van de universitaire uitgeverijen via bijvoorbeeld Project Muse, is ook minder uniek dan soms gedacht wordt of voorgesteld: 80% van het materiaal is ook via een aggregator beschikbaar.

Wordt het onderwijs en onderzoek beter van al die beschikbaarheid van elektronische bronnen? De bekende vraag naar de return on investment, krijgen we voldoende waarde voor ons geld? Onderzoekers en bibliothecarissen van de universiteiten van Tennessee en North Carolina presenteerden de resultaten van hun onderzoek naar de ervaringen van hun studenten. Die bleken bijna zonder uitzondering positief te zijn. Opvallend was het ‘gemak’ waarmee observaties van de ondervraagde studenten werden gepresenteerd als ‘waar’, terwijl het gehalte politiek-correct en/of sociaal-gewenst daarin toch aanzienlijk was (althans in mijn beleving).  Maar goed, het betrof een onderzoek in het kader van het LIBvalue-project, dus het zal allemaal wel verantwoord zijn. Meer kritische geesten zouden zich denk ik echter goed kunnen vinden in de volgende observatie (overigens niet hier gedaan, maar eerder deze week elders):

Een mooie gedachte om de dag mee te eindigen.😉

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: