Charleston dag #1: collectiemanagement, semantiek en Roger Rabbit

 

Aan de hand van twee concrete voorbeelden uit de praktijk, één uit Michigan en één uit Maine, kwamen vandaag de ins en outs van het gezamenlijk bewaren van gedrukte monografieën (‘shared print management’) in een pre-conference sessie uitvoerig aan de orde.

De succesfactoren van dergelijke initiatieven zijn duidelijk:

  • er moet al een gedeelde cultuur van samenwerking tussen de deelnemende instellingen zijn, een vertrouwensbasis
  • een gedeelde (regionale of nationale) catalogus helpt
  • er moeten voldoende data beschikbaar zijn over de aanwezigheid én het gebruik (= uitleningen) van de in aanmerking komende collecties
  • een robuust systeem van interbibliothecair leenverkeer waarin snelle levering voorop staat

Daarnaast helpt (‘carrot‘) een subsidie of andere separate financiering om het proces op gang te helpen en anders (‘stick’) het simpele probleem van tekort schietende ruimte voor concurrerende gebruiksdoeleinden.

Deze preconference werd georganiseerd door SCS, Sustainable Collection Services, het bedrijf van Rick Lugg en Ruth Fischer waarvoor ik wel vaker hier aandacht heb gevraagd. SCS heeft zich gespecialiseerd in het langs geautomatiseerde weg selecteren van titels die in aanmerking komen om afgestoten te worden én van titels die juist in aanmerking komen voor langdurige bewaring. Feitelijk gaat het bij shared print management om twee zijden van dezelfde medaille: zodra je gezamenlijk afspraken maakt om een bepaald minimum aantal exemplaren van elke titel beschikbaar te houden voor de groep die samen wil werken (= bewaren), identificeer je meteen de exemplaren van diezelfde titel die eventueel in aanmerking komen om gedeselecteerd te worden (= afstoten). Verschillende deelnemers bepleiten tijdens de discussies het belang van het benadrukken van dat positieve element, het bewaren, tegenover het meer negatieve, het ‘weggooien’, zeker in communicatie over dit onderwerp met facultaire gebruikersgroepen. Je zou dat een kwestie van semantiek kunnen noemen, maar met minstens net zoveel kracht van argumenten ook een nuchtere weergave van wat er feitelijk gebeurt.

En hoe zit het dan met Roger Rabbit? Een van de sprekers tijdens de preconference verzorgde enkele presentaties. Na zijn eerste daarvan twijfelde ik nog, maar na de tweede wist ik het zeker: dit was de reïncarnatie van Judge Doom uit Who Framed Roger Rabbit?! De gelijkenis was overweldigend.

2 comments so far

  1. Lidie Koeneman on

    Die semantische kwestie is interessant. Maar nog interessanter vind ik ‘de day after’ … 🙂 Hoe is de sfeer? Was men bij jullie net zo euforisch over de overwinningsspeech van Obama als hier? Veel plezier nog!

    • zeemanspraat on

      Euforisch? Nee, eerder verrast dat het uiteindelijk toch nog zo gemakkelijk ging. Er is hier veel ontzag voor Obama’s campagneteam, minder voor de president zelf. Van hem woedt nu vooral verwacht dat hij een brug (!) weet te slaan naar de republikeinen om te voorkomen dat de boel de komende vier jaar alleen maar zal stagneren.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: