Bravo!

Vooruitgang noemde ik het onlangs, de digitale beschikbaarheid van mijn proefschrift van 17 jaar geleden dat tot nu toe alleen maar in fysieke vorm te raadplegen was in zo’n 25 bibliotheken. Aan dat proefschrift lag jarenlang onderzoek ten grondslag, o.m. in een groot aantal binnen- en buitenlandse archieven waaronder een aantal Belgische. Dat archiefonderzoek in België was in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw beslist geen sinecure. Ten eerste moest je, ook voor de reguliere overheidsarchieven van zo’n veertig jaar oud, beschikken over de juiste connecties in de Belgische historische en overheidswereld. Die hadden we destijds gelukkig. En daarnaast moest je beschikken over voldoende tijd en geld, want lange dagen maken was er in die Belgische archieven niet bij. Laat beginnen, een gedwongen lunchpauze van enkele uren en aan het eind van de middag weer snel naar buiten. Nu zijn er slechtere plaatsen dan Brussel om een lunch te moeten gebruiken, maar om nu te zeggen dat het effectief bestede dagen waren, nee. Neem dan het archiefonderzoek in Canada, in de National Archives in Ottawa. Daar konden we 25 jaar geleden al 24/7 terecht, ongelogen. En dat allemaal vanuit de idee dat ’s lands papieren historie te allen tijde beschikbaar moest zijn voor de Canadese burgers (en de verdwaalde historicus van elders, die hier uiteraard ook van profiteerde).

Waarom nu deze oude koe uit de sloot gehaald? Ik moest hier vanmiddag aan denken toen ik het bericht onder ogen kreeg dat de Belgische ministerraadsnotulen voor de jaren 1918-1979 gedigitaliseerd zijn en vrij toegankelijk via het web. Ook dat is vooruitgang, dacht ik meteen. Want in het kader van mijn promotieonderzoek had ik destijds maar wat graag die notulen voor de jaren 1940-1949 willen raadplegen, iets dat in Nederland ook toen al de normaalste zaak van de wereld was, al ging het toen nog allemaal netjes van papier. Die achterstand is nu in een klap goedgemaakt, want de Nederlandse ministerraadsnotulen zijn volgens mij nog niet tot het web doorgedrongen. Chapeau dus, voor die Belgen.

Uiteraard heb ik snel even een blik in de notulen geworpen, en trof daar o.a. de volgende passage uit in de minsterraadsvergadering van 12 maart 1948 aan. We zitten dan midden in de eerste jaren van de Koude Oorlog, de West-Europese landen zijn bezig zich militair aaneen te sluiten tegen de veronderstelde Sovjet-dreiging en eind februari lijkt die dreiging door de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije een heel manifeste vorm aan te nemen.

En wat spreekt de Belgische minister-president en minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak dan uit tegen zijn ministersploeg:

Passant en revue la situation internationale, il estime que la paix n’est pas immédiatement menacé. Des informations qu’il a et qui sont confirmées à un autre titre par M. le Ministre de la Défense Nationale, il ressort que ni l’U.R.S.S. ni les Etats-Unis ne sont prêts ni ne désirent un conflit armé pour le moment. (…) M. le Premier Ministre, Ministre des Affaires Etrangères, souligne que l’émoi causé par les événements de Tchécoslovaquie a été excessif. Ces événements n’ont rien modifié au point de vue international.

Kijk, dat over dat citaat had ik twintig jaar geleden graag beschikt. Het zou linea recta en met stip in de tekst terecht gekomen zijn als ondersteuning voor de nu vaak met indirecte bewijsvoering gesteunde stellingname dat de Sovjet-dreiging destijds een veel kleinere rol speelde in de politiek van West-Europese staten dan later vaak betoogd is. Vooruitgang dus, en een schouderklopje voor onze zuiderburen.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: