Zielig

Wij geesteswetenschappers, wij zijn zielig. Onze tijdschriften worden niet (of nauwelijks) geïndexeerd door Web of Science of Scopus. En dus moeten wij door het leven zonder impact factoren of h-index. Dat valt niet mee in een wereld waarin ‘meten is weten’ en ranglijsten bijna universeel tot dé norm verheven zijn. Want wat als er nu eens niet gemeten kan worden, als er geen ranglijsten samen te stellen zijn? Hebben we dan nog wel met serieuze wetenschapsbeoefening te maken?

Uiteraard wel, maar dat neemt niet weg dat ook in de geesteswetenschappen steeds intensiever gezocht wordt naar meetinstrumenten met het oog op de kwalitatieve beoordeling van onderzoek, onderzoekers en onderzoeksgroepen (want ook die heb je steeds meer in de geesteswetenschappen). En dus is er in de afgelopen jaren onder auspiciën van de European Science Foundation gewerkt aan de totstandkoming van een European Reference Index for the Humanities (ERIH). Eerste stap in dat proces vormde de opstelling van 15 tijdschriftenlijsten, één voor elke subdiscipline van de geesteswetenschappen, waarbij de tijdschriften werden opgedeeld in categorie A (“high-ranking international publications with a very strong reputation among researchers of the field in different countries, regularly cited all over the world”), categorie B (“standard international publications with a good reputation among researchers of the field in different countries”) en categorie C (“research journals with an important local / regional significance in Europe, occasionally cited outside the publishing country though their main target group is the domestic academic community”).

Dat opstellen van die lijsten gebeurt niet zonder protesten. Eerder deze maand tekenden de redacties van 45 tijdschriften op het gebied van de wetenschapsgeschiedenis, en zeker niet de minste, hun bezwaren aan tegen deze lijstjesmakerij en de achterliggende gedachten. Ze formuleren hun bezwaren aldus:

“No indication is given of the means through which the list was compiled; nor how it might be maintained in the future. The ERIH depends on a fundamental misunderstanding of conduct and publication of research in our field, and in the humanities in general. Journals’ quality cannot be separated from their contents and their review processes. Great research may be published anywhere and in any language. Truly ground-breaking work may be more likely to appear from marginal, dissident or unexpected sources, rather than from a well-established and entrenched mainstream. Our journals are various, heterogeneous and distinct. Some are aimed at a broad, general and international readership, others are more specialized in their content and implied audience. Their scope and readership say nothing about the quality of their intellectual content. The ERIH, on the other hand, confuses internationality with quality in a way that is particularly prejudicial to specialist and non-English language journals.”  (Humanist Discussion Group, Vol. 22, No. 279; zie ook het artikel in Times Higher Education)

Koudwatervrees? Of is hier toch meer aan de hand? De ESF heeft in ieder geval in de afgelopen jaren wel geleerd van eerdere protestacties. Op de pagina waar de voorlopige lijsten per subdiscipline staan, dekt men zich bij voorbaat al aldus in:

“As they stand, the lists are not a bibliometric tool for the evaluation of individual researchers. The distinction between the categories A, B and C is to be understood as being not primarily qualitative and the categorisation is determined by issues such as scope and audience as explained in the ERIH Guidelines. Thus, such categorizations of journals do not prejudge the scientific quality of individual articles that appear in those journals.
The ERIH Steering Committee and the Expert Panels advise against using the lists as a basis for assessments of individual candidates, be it for positions, promotions, research grant awards etc.”

1 comment so far

  1. WoW!ter on

    Wanneer het allen maar tijdschirftenlijsten betreft snijd de opmerking “the lists are not a bibliometric tool for the evaluation of individual researchers” totaal geen hout. Het is een wel bekend feit dat de vaak vervloekte lijstjes van impact factoren ook niet gebruikt mogen worden om onderzoekers of onderzoeksgroepen te beoordelen. De impact factoren zijn wat dat betreft de “poor mans” citation analysis.
    Maar wanneer de lijstjes resulteren in een nuttige database voor bibliometrisch ondererzoek dan is het andere koek.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: