Archief voor de ‘tijdschriften’ Tag

Nieuwe bron, nieuwe kansen

Zo’n kleine 20 jaar geleden publiceerde ik een biografische schets van de doopsgezinde predikant Christiaan Nicolaas Wybrands, uiteraard in de Doopsgezinde Bijdragen. Deze schets is het buitenbeentje in een verder redelijk coherente publicatielijst. Waarom heb ik hem dan geschreven? Zoals altijd is dat een kwestie van geld. Bij zijn overlijden in 1913 heeft Wybrands namelijk een legaat aan zijn alma mater, de Universiteit van Amsterdam, nagelaten waarvan de renteopbrengsten aangewend dienden te worden voor de boekencollectie van de UB. Van 1989 tot 1997 was ik voor de jaarlijkse besteding daarvan (ca. 2000 €) verantwoordelijk, hetgeen een mooie reden was om ook de legator een keer voor het voetlicht te brengen.

Een heel eenvoudige zaak was dat destijds niet. Afgezien van enkele korte lemmata in biografische woordenboeken was het vooral een (overigens heel leuke en leerzame) speurtocht in de rijke collecties van de UB. Menige band is destijds voor mij uit het magazijn opgehaald, waarna ik na korte raadpleging alles weer linea recta terug kon sturen omdat mijn studieobject er toch niet in terug te vinden was of er toch niet in gepubliceerd bleek te hebben.

Ik moest hier aan denken toen ik afgelopen week het bericht over de nieuwe KB-website Tijdschriften 1850-1940 onder ogen kreeg. Bijna automatisch voerde ik de zoekterm ‘Wybrands’ in, net zoals ik bij meer internationale zoeksystemen standaard altijd een keer op ‘Bouvet’ zoek (maar daarover een andere keer). Binnen no time vond ik meer, en leukere, verwijzingen dan ik destijds na maandenlang ook leuk maar soms ook frustrerend geploeter in catalogi en gedrukte bibliografieën bijelkaar wist vinden. Zo blijkt Wybrands niet zijn gehele bibliotheek aan de UB nagelaten te hebben, maar is er een deel na zijn dood via antiquariaat R.W.P. de Vries te koop aangeboden, en blijkt het de toenmalige rijksarchivaris Robert Fruin zelf geweest te zijn die zeven jaar na diens dood Wijbrands’ afscherming van zijn bronnen hekelde met “Een historicus, wien het meer om eigen roem den om bevordering der historische kennis te doen was.” Als ik overigens wil weten welke boeken van Wybrands precies geveild zijn in 1916, dan moet ik me in Leiden bij de bibliotheek van het KITLV vervoegen; dat dan weer wel.

Nog wat 21e eeuwse kanttekeningen bij deze onmiskenbare vooruitgang? Vooruit nog twee:

OCR, het blijft behelpen. Je zult mij niet horen zeggen dat de KB niet moet doen wat ze op dit moment voor Nederlandse begrippen op mega-schaal aan het doen is: digitaliseren! Maar blijf er vooral rekening mee houden dat het nog wel eens mis gaat. Dit was het resultaat van mijn eerste zoekactie op Wijbrands:

Wijbrands

En tja, er is tegenwoordig toch geen boek meer out-of-print, althans geen boek uit het publieke domein? Direct leverbaar door onze eigen Amsterdamse Atheneaum-boekhandel: een vers-van-de-pers exemplaar van Wybrands Het Amsterdamsche Tooneel Van 1617-1772 uit 1873. Van uitgeverij Kessinger Publishing uit Whitefish, Montana. Mag ik dat in het huidige tijdsgewricht een “predatory publisher” noemen? Of loop ik dan het gevaar een proces aan m’n broek te krijgen? Ook overigens verkrijgbaar via eBay: “Brand New: A new, unread, unused book in perfect condition with no missing or damaged pages.”

Wijbrands2Wijbrands3

Doorbraak?

De Koninklijke Bibliotheek maakte vanmorgen bekend bij de digitalisering van Nederlandse tijdschriften uit de jaren 1850 tot 1940 niet langer vooraf toestemming te vragen van eventuele nog levende rechthebbenden, maar uit te gaan van het ‘opt out’-principe: iedere rechthebbende die bezwaar heeft tegen de digitale openbaarmaking kan zich bij de KB melden en dan zal het betreffende materiaal ontoegankelijk worden gemaakt.

Door te kiezen voor dit ‘opt out’-principe is de KB in staat grootscheeps en voortvarend te gaan digitaliseren zonder dat er vooraf rekening gehouden hoeft te worden met eventuele rechthebbenden. In een toelichting geeft KB-directeur Bas Savenije de volgende redenen voor deze handelswijze:

Het paradoxale is: hoe ouder het materiaal en hoe lager de economische waarde ervan is, hoe meer tijd –en dus geld– het zoeken naar rechthebbenden kost. Voor deze vooroorlogse tijdschriften kiest de KB daarom een andere weg. Op onze website publiceren we de komende weken een lijst met titels van de gedigitaliseerde tijdschriften. En we roepen rechthebbenden op, zich bij ons te melden als ze bezwaar hebben tegen het online plaatsen van hun bijdragen. In dat geval maken we de betreffende bijdrage(n) ontoegankelijk. Ook als de tijdschriften over een paar weken zelf online komen, blijft bezwaar maken mogelijk.

Het gaat in totaal om ruim 80 tijdschriften (klik hier voor de volledige lijst), waaronder bijvoorbeeld De Communistische Gids, Hollandsche Revue, De Maasgouw, het Nederlandsch Archievenblad en Volkskunde, uitsluitend de jaargangen tot en met 1939.

Een dappere stap die, als hij succesvol blijkt te zijn, uiteraard consequenties zal krijgen voor al die andere massadigitaliseringsprojecten waarmee de KB momenteel bezig is.

Ouwe meuk

“Ah joh, gooi toch weg die ouwe meuk. Onderzoekers zijn toch alleen maar geïnteresseerd in de laatste jaargang van dat tijdschrift.” We hebben het allemaal de laatste jaar wel eens gehoord.

Maar zijn onderzoekers dan alleen maar geïnteresseerd in ‘jonge meuk’? Niet als je de cijfers van de bX recommender dienst van Ex Libris moet geloven. Als Hot Articles tonen ze daar de 10 meest gebruikte artikelen van de afgelopen maand in een bepaald vakgebied. Een keuze uit de aangeboden data voor de maand juli:

  • Natuurkunde: oudste artikel: 1935; jongste artikel: 2012
  • Biologie: oudste artikel: 1977; jongste artikel: 2012
  • Psychologie: oudste artikel 1943; jongste artikel: 2012
  • Geneeskunde: oudste artikel 1983; jongste artikel: 2012
  • Bibliotheek- & Informatiewetenschap: oudste artikel: 2005; jongste artikel: 2012
  • Bedrijfskunde: oudste artikel: 1979; jongste artikel: 2009
  • Alle disciplines: oudste artikel 1977; jongste artikel: 2012

Ouwe meuk, jonge meuk, het maakt niet zo veel uit. Als het maar met één muisklik bereikbaar is.

Weekendvitaminen #26

Op het nachtkastje

Pfff. Gelukkig is dit een lang weekend! ;-)

Beeld van de week


Eerder waarschijnlijk gemist, maar vandaag weer op geattendeerd: de Kansas City Public Library

Weekendvitaminen #23

Op het nachtkastje

Beeld van de (afgelopen en de komende) week


(dus even geen tijd voor andere zaken)

Weekoogst #59

DH in de lage landen
Digital humanities is langzamerhand wortel aan het schieten in Nederland. Het begon dit jaar met de vorming van de eHumanities Group van de KNAW, een samenwerkingsverband van onderzoekers bij verschillende KNAW-instituten en wetenschappers van verschillende universiteiten. En afgelopen week zag ik de eerste advertentie bij een Nederlandse universiteit die op de digital humanities is toegesneden: de UvA vraagt een universitair docent die zich specifiek met digitale corpora bezig gaat houden. Tevens wordt er ook gewerkt aan een honours-programma Digital Humanities voor bachelor-studenten. Hoe staat dat eigenlijk bij andere Nederlandse universiteiten?

Georganiseerde terugtocht
Bijna zeven jaar geleden verscheen in D-Lib Magazine een artikel onder de titel ‘An Orderly Retreat from the Big Deal’  Een jaar later varieerde Nol Verhagen daarop met ‘All or Nothing: towards an orderly retreat from big deals.’ Ondertussen zitten we al die jaren later nog middenin in de big deals, en zijn er maar weinig instellingen die de keuze hebben gemaakt afscheid te nemen van de big deal en weer overgegaan zijn op de traditionele titel-voor-titel selectie voor tijdschriften. Maar het zijn krappe financiële tijden en zo hebben de Britse universiteitsbibliotheken aangegeven dit jaar geen prijsverhogingen te zullen accepteren bij heronderhandelingen over big deals. Ook de Nederlandse UBs zetten in op de nullijn. Deze presentatie (en deze preprint) beschrijft zo’n succesvolle terugtocht van de big deal (Elsevier, Springer en Wiley): minder kosten, minder toegang tot elektronische tijdschriften en geen protesten van wetenschappers. Belangrijkste boodschap: ‘Don’t fear the downloads’. Downloads zijn slechts een indicator van het gebruik, een indicator die omstandig gehanteerd moet worden.

De eerste, de beste
De borstklopperij was afgelopen weken weer niet van de lucht. M.n. Leiden en de UvA waren blij over de nieuwste QS World University Rankings per discipline. Ook de geesteswetenschappen worden steeds meer in de ranking mania meegetrokken en het is dan ook geen wonder dat aan een van de pijlers onder de rankings, citaties en publikaties in toptijdschriften, driftig wordt doorgewerkt. Afgelopen maand leidde dat tot de publikatie, na jaren van Europees overleg, van nieuwe lijsten van de belangrijkste tijdschriften per deeldiscipline van de geesteswetenschappen. Deze lijsten zullen ongetwijfeld in de komende jaren een belangrijke rol gaan spelen in de beoordeling van geesteswetenschappelijk onderzoek en de aandrang van faculteitsbestuurders om toch vooral in die toptijdschriften te publiceren. Trouwens, ook voor de beoordeling van het lokale tijdschriftenaanbod kunnen ze natuurlijk gebruikt worden.

De nog heel fysieke bibliotheek

Vanmorgen was ik voor een projectteamvergadering in Amsterdam-Zuidoost, in ons hulpmagazijn (het IWO) waar eerst alleen maar de minder geraadpleegde werken en het (nog) ongecatalogiseerde materiaal werd geplaatst maar dat vanaf september ons belangrijkste boeken- en tijdschriftenmagazijn wordt. Dan wordt namelijk het magazijn in de UB aan het Singel ontruimd; de ca. 16 km. materiaal die daar nu nog staat wordt dan in twee maanden naar het IWO overgebracht. Voortaan wordt dan al het niet-bijzondere materiaal uit onze collectie uit dit ene magazijn uitgeleverd; het écht bijzondere materiaal staat natuurlijk bij de Bibliotheek Bijzondere Collecties aan de Oude Turfmarkt.

In de afgelopen maanden is door medewerkers uit alle afdelingen van de UB-organisatie gewerkt aan het selecteren, controleren en vervolgens daadwerkelijk van de planken verwijderen van ongeveer 8,5 km. tijdschriftbanden in het IWO. Als ik me dat probeer voor te stellen denk ik elke dag maar aan de afstand die ik naar en van werk moet fietsen; dat is nl. ook 8,5 km. En dan dus één aangesloten rij tijdschriftbanden waar je in zo’n 25 minuten langsfietst. Goed, al dat materiaal is in de afgelopen weken afgevoerd en dat heeft in een geweldige gatenkaas in het magazijn geresulteerd. Onderstaande foto geeft daar maar een heel gebrekkig beeld van.

En dus wordt er nu aan een tweede grote klus gewerkt: aanschuiven van kilometers boeken en tijdschriften op een zodanige wijze dat al het materiaal op een logische plek terecht komt (het meest aangevraagde materiaal bijvoorbeeld niet drie hoog achter), dat er op de juiste plaatsen voldoende ruimte is om groei op te vangen én dat de 16 km. die vanaf juli uit de binnenstad wordt overgebracht op een zodanige wijze wordt geplaatst dat het vanaf 1 september ook weer teruggevonden kan worden en kan worden uitgeleend. Een puzzel die niet eenvoudig valt op te lossen en waar je ook niet graag een foutje maakt dat later weer hersteld moet worden. In het IWO heeft de fysieke bibliotheek namelijk nog steeds een heel letterlijke betekenis. Elke band die verplaatst moet worden gaat door twee handen. Naast het reguliere magazijnpersoneel zijn er dan ook de nodige extra krachten aangetrokken die nu nog een paar weken hebben om deze Herculestaak te volbrengen. Dan volgt in juli en augustus de echte verhuizing, die weliswaar is uitbesteed maar die constant begeleid en gemonitord zal moeten worden. Dit slepen met tonnen boeken en tijdschriften wil je tenslotte maar een keer doen. Op de fiets terug naar de UB kon ik maar een ding denken: petje af voor wat er tot nu toe verricht is. En eigenlijk nog een tweede ding: alle vertrouwen dat het project op tijd en met het gewenste resultaat zal worden afgerond.

Afko #8: LARCH

Graag had ik vanmorgen in Londen aangeschoven bij het Strategic Management of Monographs Discussion Forum. Toen ik er echter hoogte van kreeg, was het maximum aantal deelnemers (60) al bereikt en kon ik alleen aanschuiven op een wachtlijst. Tevergeefs, want ik heb geen bericht meer ontvangen dat er een plaatsje was vrijgevallen. En dat is jammer, want niet alleen in Engeland maar ook in ons eigen land begint na de discussie over het bewaren van reeksen papieren tijdschriften nu ook de discussie over het langdurig bewaren van monografieën voorzichtig op gang te komen. In opdracht van UKB ben ik bezig met drie collega’s uit andere universiteitsbibliotheken om de eerste contouren van een landelijk bewaarbeleid voor monografieën te formuleren en ik had me daarbij graag laten inspireren door de Britse discussie daarover.

De bijeenkomst in Londen wordt georganiseerd door RIN, RLUK en UKRR. Die laatste is het Britse samenwerkingsverband voor de bewaring van papieren tijdschriftenreeksen, minimaal drie voor het Verenigd Koninkrijk waarvan één altijd bij het British Library Document Supply Centre. De United Kingdom Research Reserve heeft daarvoor uitvoerige afspraken op papier gezet en een online tool ontwikkeld dat de deelnemende bibliotheken kunnen gebruiken bij de voorbereiding van de deselectie van papieren tijdschriften. Jaarlijks zijn er daarvoor twee rondes waarin bibliotheken titels in kunnen voeren in LARCH, Linked Automated Register of Collaborative Holdings. Helaas is LARCH alleen voor leden toegankelijk, maar uit de beschikbare documentatie wordt duidelijk dat aan de UKRR een weldoordacht concept ten grondslag ligt dat vervolgens in de uitvoering ook wel de nodige overhead genereert. En als de eerste tien pagina’s van de user manual van 60 pagina’s alleen maar over het inloggen gaat, krab ik me ook wel even achter de oren.

Daartegenover staat dan wel dat het aantal ingebouwde veiligheidskleppen garanties bieden voor een verantwoorde deselectie, waarbij ik overigens de geformuleerde doelstelling eigenlijk nogal bescheiden vind: in vijf jaar tijd hoopt men 100 km plankruimte bij de aangesloten bibliotheken vrij te maken. Dat doel moet ultimo 2013 bereikt zijn. Wat er daarna gebeurt is nog onzeker, want de financiering van de UKRR loopt ook maar tot die datum…

Vorige aflevering: OACA

Bewaren, maar tot welke prijs?

Hoe gaan we om met de erfenis van ruim vijf eeuwen boekdrukkunst? Dat was eigenlijk de achterliggende vraag bij de informatiebijeenkomst die we vanmorgen georganiseerd hadden voor het Amsterdamse bibliotheekpersoneel. We, dat is het projectteam van het project Concentratie Magazijncollectie in IWO. Doelstelling van dat project is de magazijnfunctie van de UB te concentreren in het depot in Amsterdam-Zuidoost (het IWO), het magazijn in de Amsterdamse binnenstad te ontruimen én, zeker niet het onbelangrijkste, gedurende dat traject minimaal 10 kilometer uit ons huidige bezit van ca. 120 km. te verwijderen.

iwo.jpg

Tien kilometer is omgerekend, bij gemiddeld 40 banden per meter, zo’n 400.000 banden. Een omvangrijk en ingrijpend project dus. Essentieel in de uitvoering ervan zijn de afspraken die enkele jaren geleden in UKB-verband gemaakt zijn over het bewaren van het laatste gedrukte exemplaar van een tijdschrifttitel voor de collectie-Nederland. In het kader van die afspraken heeft iedere UKB-bibliotheek voor bepaalde disciplines de (eeuwige) bewaarplicht op zich genomen, waardoor andere bibliotheken, als zij daar reden toe zien, hun exemplaar af kunnen stoten zonder dat dat nadelige gevolgen heeft voor het totale bezit in die collectie-Nederland. Niet op alle plaatsen hetzelfde bewaren, maar de verantwoordelijkheid daarvoor delen en daarmee de breedte van het aanbod langdurig garanderen.

Die samenwerkingsgedachte achter het landelijke bewaarbeleid appelleert aan de sterk ontwikkelde samenwerking in de Nederlandse universitaire bibliotheekwereld. Maar het afstoten van 10 kilometer tijdschriftbanden staat haaks op de collectioneer- en bewaargedachte waarmee generaties bibliothecarissen zijn opgegroeid en grootgebracht. Dat kwam dan ook duidelijk naar voren in sommige reacties van de aanwezigen tijdens de informatiebijeenkomst. Kunnen we wel vertrouwen op die UKB-afspraken? (ja, maar enige aanscherping is nog wel gewenst) Betekent dit dat we van tijdschriften niet langer altijd meer een volledige reeks in het eigen magazijn hebben staan? (ja!) Gaan we nu geen materiaal afstoten dat achteraf waardevol blijkt te zijn? (nee, dat proberen we uiteraard te voorkomen door allerlei controles in te bouwen, maar een 100% garantie…)

De opkomst bij de bijeenkomst was hoog; het onderwerp leeft duidelijk. Dat legt op het projectteam nog eens een extra verantwoordelijkheid om dit project op een verantwoorde, controleerbare en (nou, vooruit) transparante wijze uit te voeren. Dat gaan we dan ook doen.

Zegt u het maar…

Deze week zijn we ook bij de faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA begonnen met de evaluatie van het huidige tijdschriftenaanbod. De Medische Bibliotheek en de natuurwetenschappers gingen ons al eerder voor, terwijl de economen en sociale wetenschappers op dit moment nog midden in hun evaluatietraject zitten. Tot 1 juli kan een groep van zo’n 150 medewerkers in een door de Medische Bibliotheek ontwikkelde applicatie aangeven wat voor hun onderwijs en onderzoek de tijdschriften zijn die vallen in de categorie ‘onmisbaar’, ‘belangrijk’ en ‘wenselijk’. Of we op dit moment tot die tijdschriften digitaal toegang hebben of (ja, ja, het gaat om de geesteswetenschappen!) een papieren abonnement, doet er verder niet toe. Het is in ieder geval niet informatie die door ons in de applicatie wordt meegegeven; wel laten we van iedere tijdschrifttitel zien of er in de afgelopen jaar door een UvA-medewerker in is gepubliceerd, of er door een UvA-medewerker recent uit is geciteerd of dat er recent uit het betrokken (elektronische) tijdschrift artikelen zijn gedownload.

Vanmorgen sloeg de schrik me even om het hart toen een van de deelnemers verontrust liet weten dat hij het tijdschrift Annales niet terug kon vinden in de selectie historische tijdschriften en als dat al zo was, wat hij dan verder van dit onderzoek moest denken. Gelukkig kon ik hem snel geruststellen. Annales zit wel degelijk in de database, maar behoort niet tot de (langs geautomatiseerde weg gemaakte) voorselecties op onderwerp. Daarnaast heeft het tijdschrift in de afgelopen decennia een aantal titelwijzigingen ondergaan waardoor het inmiddels niet meer onder de oude titel Annales-ESC terug te vinden is. Ik ben benieuwd welke vragen er nog meer los gaan komen in de komende weken. En uiteraard wat de resultaten straks zullen zijn.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 43 other followers