Archief voor de ‘monografieën’ Tag

Waar is het feestje? Hier is het feestje!

Ik werd er even door op het verkeerde been gezet: op 1 juli a.s. vindt de official launch van de Directory of Open Access Books plaats. Hoezo? Die directory bestaat toch al ruim een jaar of heb ik het nu zo mis? Nee, ik heb het niet mis en dat van die official launch klopt óók. DOAB werd voor het eerst gelanceerd op 12 april 2012, maar nu is het blijkbaar tijd voor een officieel feestje, zoals ook al in het jaarverslag 2012 van OAPEN, de organisatie achter de DOAB, werd aangekondigd. OAPEN organiseert op 1 en 2 juli samen met Jisc Collections een conferentie over het open access publiceren van monografieën voor de geestes- en sociale wetenschappen en  je moet nooit een goede gelegenheid om een feestje te vieren voorbij laten gaan. Toch?

Maar hoe gaat het nu eigenlijk met de DOAB en OAPEN? Ruim een jaar geleden begon de directory met zo’n 750 open access monografieën. Inmiddels zijn dat er ruim 1400, dus zeg maar een verdubbeling van het aanbod. Is dat spectaculair? Ik zou het denk ik eerder substantieel willen noemen. De groei is er, maar we zitten duidelijk nog in de beginfase. Dat valt ook af te leiden uit de raadpleeggegevens van de OAPEN Library zoals die deze week in de nieuwsbrief worden gegeven onder het kopje Positive trends in usage:

OAPEN

Het gebruik vertoont inderdaad, grosso modo, een stijgende lijn (maar wat als deze grafiek afgesloten was in december 2012?). Het totaal aantal downloads is indrukwekkend: meer dan 750.000. Maar je kunt ook anders naar de grafiek kijken: sinds april 2012 schommelt het aantal unieke bezoekers maandelijks tussen de 20.000 en 40.000. Daar zit nog niet echt een trendmatige stijging in. En hetzelfde geldt voor het totaal aantal bezoeken: dat varieert ruim een half jaar nu al maandelijks rond de 45.000 bezoeken. Ik weet het, dergelijke statistieken zijn altijd moeilijk interpreteerbaar (wat wordt er nu precies gemeten?), maar ook hier is het duidelijk dat we nog in de beginfase van een ontwikkeling zitten. Ik ben echt benieuwd hoe we hier over een jaar tegenaan zullen kijken.

TWIT #12

TWIT

Charleston dag #1: collectiemanagement, semantiek en Roger Rabbit

 

Aan de hand van twee concrete voorbeelden uit de praktijk, één uit Michigan en één uit Maine, kwamen vandaag de ins en outs van het gezamenlijk bewaren van gedrukte monografieën (‘shared print management’) in een pre-conference sessie uitvoerig aan de orde.

De succesfactoren van dergelijke initiatieven zijn duidelijk:

  • er moet al een gedeelde cultuur van samenwerking tussen de deelnemende instellingen zijn, een vertrouwensbasis
  • een gedeelde (regionale of nationale) catalogus helpt
  • er moeten voldoende data beschikbaar zijn over de aanwezigheid én het gebruik (= uitleningen) van de in aanmerking komende collecties
  • een robuust systeem van interbibliothecair leenverkeer waarin snelle levering voorop staat

Daarnaast helpt (‘carrot‘) een subsidie of andere separate financiering om het proces op gang te helpen en anders (‘stick’) het simpele probleem van tekort schietende ruimte voor concurrerende gebruiksdoeleinden.

Deze preconference werd georganiseerd door SCS, Sustainable Collection Services, het bedrijf van Rick Lugg en Ruth Fischer waarvoor ik wel vaker hier aandacht heb gevraagd. SCS heeft zich gespecialiseerd in het langs geautomatiseerde weg selecteren van titels die in aanmerking komen om afgestoten te worden én van titels die juist in aanmerking komen voor langdurige bewaring. Feitelijk gaat het bij shared print management om twee zijden van dezelfde medaille: zodra je gezamenlijk afspraken maakt om een bepaald minimum aantal exemplaren van elke titel beschikbaar te houden voor de groep die samen wil werken (= bewaren), identificeer je meteen de exemplaren van diezelfde titel die eventueel in aanmerking komen om gedeselecteerd te worden (= afstoten). Verschillende deelnemers bepleiten tijdens de discussies het belang van het benadrukken van dat positieve element, het bewaren, tegenover het meer negatieve, het ‘weggooien’, zeker in communicatie over dit onderwerp met facultaire gebruikersgroepen. Je zou dat een kwestie van semantiek kunnen noemen, maar met minstens net zoveel kracht van argumenten ook een nuchtere weergave van wat er feitelijk gebeurt.

En hoe zit het dan met Roger Rabbit? Een van de sprekers tijdens de preconference verzorgde enkele presentaties. Na zijn eerste daarvan twijfelde ik nog, maar na de tweede wist ik het zeker: dit was de reïncarnatie van Judge Doom uit Who Framed Roger Rabbit?! De gelijkenis was overweldigend.

Weekendvitaminen #41

Op het nachtkastje

Beeld van de week

In de Open Access Week kan een OA-gerelateerd beeld natuurlijk niet ontbreken. Deze sluit een reeks OA-visualistaies gebaseerd op data afkomstig van de Bielefeld Academic Search Engine (BASE) af in het tijdschrift LIBREAS.

Ook bewaren is samenwerken

Vandaag de hele dag in Leiden voor overleg met landelijke collega’s in de UKB-werkgroep Collectiemanagement. Kennisdeling is een belangrijke doelstelling van deze werkgroep en vanuit Leiden werden vandaag de implementatie van Primo als hun nieuwe discovery & delivery tool en de keuze voor de Library of Congress Classification als nieuwe plaatsingssysteem voor de open opgestelde collectie in de Leidse UB toegelicht. Aangezien beide onderwerpen op dit moment ook in Amsterdam ter hand worden genomen en er de nodige afstemming plaatsvindt met Leiden, leverde dit voor mij niet al te veel nieuwe gezichtspunten op maar voor onze collega’s uit andere UBs des te meer. Zo installeren we beide op dit moment Primo, maar blijken wij (en ook anderen die daarmee bezig zijn – geweest -  zoals Wageningen en de VU) soms toch heel verschillende keuzes te maken. Voor die instellingen die nog niet zo ver zijn, levert dat interessante input voor hun eigen keuzetraject.

Het is echter niet alleen maar kennisdeling, er wordt soms ook ‘echte’ besluiten voorbereid voor UKB. Deze keer konden we tevreden vaststellen dat onze voorstellen t.a.v. het bewaarbeleid voor monografieën (‘boeken’) door UKB zijn aanvaard. Dat is een belangrijke mijlpaal. Vijf jaar geleden zijn de bewaarregels t.a.v. gedrukte tijdschriften vastgesteld: de UKB-bibliotheken hebben toen afgesproken gezamenlijk minimaal één gedrukte reeks van elk tijdschrift te behouden voor de Wetenschappelijke Collectie Nederland. Daarvoor zijn bewaarafspraken per wetenschappelijke discipline afgesproken, waardoor de ‘bewaarlast’ over alle UKB-bibliotheken is verdeeld. Voor gedrukte boeken is nu de afspraak gemaakt dat er van ieder gedrukt boek minimaal twee exemplaren (op twee verschillende locaties) bewaard moeten worden voor de WCN. Zolang er ergens bij de UKB-bibliotheken nog twee exemplaren aanwezig zijn, kunnen de andere bibliotheken hun exemplaar van die titel uit hun collectie verwijderen, als zij daar reden toe zien. Dat laatste is niet zonder belang: het gaat niet om een ‘opdracht’ van UKB om nu op te gaan ruimen, het gaat alleen om een stelsel van afspraken dat toegepast moet worden op het moment dat een bibliotheek in haar collectie materiaal wil gaan afstoten (deselecteren in het jargon). Daarmee is een gemeenschappelijke basis gecreëerd voor het bewaarbeleid van individuele instellingen, en dat is winst. De nieuwe afspraken komen binnenkort op de UKB-website beschikbaar.

Weekoogst #50

Cancellara, le favori de Paris-Roubaix

Fabian Cancellara, vorig jaar de ongenaakbare winnaar van Parijs-Roubaiax. Vandaag mocht hij niet winnen (en dus werd hij 2e).

Het was vandaag veel te mooi weer, Parijs-Roubaix veel te spannend en Ajax toch weer met zicht op de landstitel, dus deze keer moet de weekoogst maar in telegramstijl:

  • Een aantal Britse organisaties komt met een genuanceerd rapport over de meest waarschijnlijke en levensvatbare vormen van het publiceren van wetenschappelijke artikelen. Dergelijke nuancering wordt zelden echt gewaardeerd. Alle protagonisten gaan met de hen welgevallige conclusies aan de haal, zoals hier
  • Het Britse RIN komt met een tweede studie naar de actuele onderzoekspraktijk van wetenschappers, deze keer met een focus op de geesteswetenschappen. Het verwondert mij niet dat het afwijzen van een one-size-fits-all benadering voor onderzoeksondersteuning (opnieuw) een van de belangrijkste conclusies is.
  • Gaat Microsoft nu echt de concurrentie aan met Google Scholar? Het heeft er, gelet op de recente aanvullingen, verbeteringen en uitbreidingen van Microsoft Academic Search (onder beheer van Microsoft Asia) alle schijn van.
  • Enkele weken geleden vond er in London een studiedag plaats over de noodzaak niet alleen voor tijdschriften maar ook voor papieren monografieën sluitend afspraken te maken m.b.t. de permanente bewaring. Klik hier voor de resultaten van die conferentie. Dit onderwerp neemt overigens ook een prominente plaats in in James Neals bijdrage aan Educause Review over Prospects for Systemic Change across Academic Libraries. Het instemmend getwitter was niet van de lucht.

Volgende week weer een reguliere oogst.

Afko #8: LARCH

Graag had ik vanmorgen in Londen aangeschoven bij het Strategic Management of Monographs Discussion Forum. Toen ik er echter hoogte van kreeg, was het maximum aantal deelnemers (60) al bereikt en kon ik alleen aanschuiven op een wachtlijst. Tevergeefs, want ik heb geen bericht meer ontvangen dat er een plaatsje was vrijgevallen. En dat is jammer, want niet alleen in Engeland maar ook in ons eigen land begint na de discussie over het bewaren van reeksen papieren tijdschriften nu ook de discussie over het langdurig bewaren van monografieën voorzichtig op gang te komen. In opdracht van UKB ben ik bezig met drie collega’s uit andere universiteitsbibliotheken om de eerste contouren van een landelijk bewaarbeleid voor monografieën te formuleren en ik had me daarbij graag laten inspireren door de Britse discussie daarover.

De bijeenkomst in Londen wordt georganiseerd door RIN, RLUK en UKRR. Die laatste is het Britse samenwerkingsverband voor de bewaring van papieren tijdschriftenreeksen, minimaal drie voor het Verenigd Koninkrijk waarvan één altijd bij het British Library Document Supply Centre. De United Kingdom Research Reserve heeft daarvoor uitvoerige afspraken op papier gezet en een online tool ontwikkeld dat de deelnemende bibliotheken kunnen gebruiken bij de voorbereiding van de deselectie van papieren tijdschriften. Jaarlijks zijn er daarvoor twee rondes waarin bibliotheken titels in kunnen voeren in LARCH, Linked Automated Register of Collaborative Holdings. Helaas is LARCH alleen voor leden toegankelijk, maar uit de beschikbare documentatie wordt duidelijk dat aan de UKRR een weldoordacht concept ten grondslag ligt dat vervolgens in de uitvoering ook wel de nodige overhead genereert. En als de eerste tien pagina’s van de user manual van 60 pagina’s alleen maar over het inloggen gaat, krab ik me ook wel even achter de oren.

Daartegenover staat dan wel dat het aantal ingebouwde veiligheidskleppen garanties bieden voor een verantwoorde deselectie, waarbij ik overigens de geformuleerde doelstelling eigenlijk nogal bescheiden vind: in vijf jaar tijd hoopt men 100 km plankruimte bij de aangesloten bibliotheken vrij te maken. Dat doel moet ultimo 2013 bereikt zijn. Wat er daarna gebeurt is nog onzeker, want de financiering van de UKRR loopt ook maar tot die datum…

Vorige aflevering: OACA

Weekoogst #28

Book Citation Index
Ik ben nog niet eens met m’n nieuwe serie begonnen, of er bood zich deze week meteen al een kandidaat aan: BCI, het nieuwe broertje (of zusje?) van de SCI, de SSCI en de A&HCI, oftewel de Book Citation Index. Thomson Reuters, eigenaar van de uitvinders van de citatie-indexen, ISI, heeft bekendgemaakt dat in het tweede kwartaal van 2011 deze nieuwe index gelanceerd zal worden. Het is vooralsnog een bescheiden begin, met ca. 25.000 geindexeerde boeken gepubliceerd sinds 2003, maar de ambities gaan veel verder zoals uit het interview met VP James Testa duidelijk wordt. ISI-grondlegger Eugene Garfield schreef al in 1996 dat “Undoubtedly, the creation of a Book Citation Index is a major challenge for the future and would be an expected by-product of the new electronic media with hypertext capability!” Vijftien jaar later gaat het dan eindelijk gebeuren.

Alfa’s doen het weer goed
Toen zeven weken geleden de nieuwe Times Higher Education ranking bekend werd gemaakt, heerste in Nederland verbazing (de TU Eindhoven de beste universiteit van Nederland) en tevredenheid (alle Nederlandse universiteiten in de top-200). Sindsdien zijn door THE zes nieuwe rankings gepresenteerd van de vijftig beste universiteiten, steeds voor een conglomeraat van wetenschapsgebieden. Aangezien die Nederlandse universiteiten in de overall top-100 ontbraken, hoeft het niet te verrassen dat ze ook niet prominent figureerden in de discipline-rankings. Delft sleepte nog een 33e plaats in de wacht bij de technische wetenschappen, maar voor de rest niets. Behalve deze week bij die vermaledijde geesteswetenschappen: Leiden op plaats 34, Amsterdam op 39 en … Tilburg op de 48e plaats. Met de helft van het aantal plaatsen bezet door Amerikaanse universiteiten is dat een prima score, al geeft die klassering van Tilburg toch ook wel weer te denken.

Overigens, in de laatste rankings van het Duitse CHE scoort de UvA opnieuw louter de kwalificatie excellent, en bevindt zich daarmee in het illustere gezelschap van de universiteiten van Bristol. Leuven, Londen, Manchester, München en Oxford. De verantwoordelijke beleidsmedewerker heeft deze wapenfeiten al snel opgenomen in de UvA-rankingspagina.

Digital classics
Ze hebben misschien hun naam tegen, maar classici behoren tot de geesteswetenschappers die vooraan liepen en lopen bij het omarmen van de digitale mogelijkheden. In het lijvige rapport Rome Wasn’t Digitized in a Day van de Amerikaanse Council on Library and Information Resources wordt de actuele stand van zaken gepresenteerd én wordt naar de toekomstige behoeftes op het terrein van de cyberinfrastructure gekeken. Zeker niet een rapport dat alleen voor classici van belang is, maar breder in de geestewetenschappen gebruikt kan en in ieder geval gelezen moet worden.

Tweet
Via het artikel van Wilma van den Brink in de laatste Informatie Professional belandde ik op de top 100 van bibliotheek-twitteraars. Twee dingen vielen me aan deze lijst op. In de eerste plaats bestaat de lijst uit twitterende bibliotheekmedewerkers en twitterende bibliotheekinstellingen (waar zich uiteraard ook weer medewerkers achter verbergen). Het zijn vooral de usual suspects, althans als je er van uitgaat dat diegenen die actief zijn in de blogosphere ook in de twittersphere hun weg zullen weten te vinden. Daarnaast valt het op dat veel twitteren geen enkele garantie is voor veel volgers. De aantal tweets – aantal volgers ratio varieert ontzettend, van 183 – 885 voor de OB Amsterdam tot 34.315 – 887 voor Jouke uit Enschede. Dat geeft wel te denken als je de afweging maakt, als instelling maar ook als individu, of je wel of niet gaat twitteren. Om nog even op dat artikel van Wilma terug te komen, zij haalt daar o.a. het succesvolle gebruik door Museum Boerhaave aan. Daar staat echter wel een dagelijkse investering van gemiddeld drie uur tegenover.

Sesam, OAPEN u!

                                         

Het is vandaag een spannende dag voor de Amsterdam University Press, haar directeur Saskia de Vries en uitgever digitale projecten Eelco Ferwerda. Op de Frankfurter Buchmesse wordt namelijk de OAPEN Library gelanceerd, de vrij toegankelijke digitale bibliotheek van ruim 650 monografieën op het terrein van de geestes- en sociale wetenschappen. Het is het voorlopige eindproduct van het met Europese gelden gesteunde OAPEN-project (Open Access Publishing in European Networks), een samenwerkingsverband van de AUP, het Digitaal Productiecentrum van de UB Amsterdam en zes andere universitaire uitgeverijen uit Europa.

Doel van OAPEN is een, ook economisch, levensvatbaar platform te bieden voor het in open access publiceren van digitale monografieën. Technisch is dat allemaal wel in orde, maar die economische levensvatbaarheid zal zich nog moeten bewijzen. OAPEN is niet het eerste initiatief op dit terrein (zie het overzicht in de september-aflevering van College and Research Libraries News, waarin de ‘worthy efforts’ van OAPEN ook vermeld worden), maar OAPEN lijkt de wind in de rug te hebben. Het integraal meenemen van publicatiekosten in subsidie-aanvragen, het gebruikmaken van stimuleringsfondsen als dat van NWO en een actief OA-beleid van universiteiten moeten ertoe leiden dat ook voor de traditionele monografie de overstap naar digitaal en vrije beschikbaarheid gemaakt kan worden. Dat is in ieder geval de ambitie van Saskia de Vries.

Weekoogst #6

Digital Scholarship 2009
Charles Bailey publiceert al sinds mensenheugenis een aantal heel relevante bibliografische overzichten, over wetenschappelijk publiceren, over Google Book Search, over institutionele repositories. Online te raadplegen en met grote regelmaat geactualiseerd. Toch komt hij toch ook jaarlijks met de ‘aanbieding’ van een gedrukt exemplaar. Voor de versie 2009 gaat het daarbij om een dikke pil van ruim 500 pagina’s. Beschikbaar als paperback en binnenkort ook als e-book voor de Kindle. Wie heeft voor een dergelijk papieren product nog 19 dollar over tegenwoordig? Is het niet veel meer een kwestie van de website van Bailey bookmarken? Wat me echter wel weer voor hem inneemt, is de vermelding van de royalties die hij zelf per verkocht exemplaar ontvangt. Hij zal er, vrees ik, niet veel rijker van worden.

OAPEN
In het kader van het OAPEN-project (Open Access Publishing in European Networks) zijn recent twee nieuwe rapporten verschenen over de mogelijkheden van en de voorwaarden voor het open access publiceren van monografieën in de geestes- en sociale wetenschappen. Digital Monographs in the Humanities and Social Sciences: Report on User Needs en Overview of Open Access Models for eBooks in the Humanities and Social Sciences laten zien dat we het tijdperk van experimenten nog lang niet gepasseerd zijn, maar dat er langzamerhand levensvatbare modellen van de grond beginnen te komen. Zo kan de Amsterdam University Press inmiddels bogen op 485 open access monografieën.

1 April
Het was de week van de 1 aprilgrappen. The Scholarly Kitchen maakte vorig jaar veel reacties los met het bericht over de megafusie van Elsevier, Springer en Wiley-Blackwell. Dit jaar probeerden de jongens van TSK ons met drie berichten op het verkeerde been te zetten: een nieuw programma van Elsevier om universiteiten open access toegang te bieden tot het kookboek van het bedrijf om met de verkoop van koekjes nieuwe inkomsten te genereren voor het betalen van de Big Deal; de eigen tablet van TSK, de  briSKet of binary roaming integrated Scholarly Kitchen electronic tablet; en wat mij betreft de leukste: de OAapp, voor 99 dollarcent een open access publicatie-applicatie voor de iPhone.
Google bleef niet achter met het aanbieden van Google Book Search in 3D. Menigeen trapte daar met open ogen, maar op 2 april was de knop die die 3D-beelden mogelijk maakte al weer van de website verdwenen. Google zette daarmee een langjarige traditie succesvol voort.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 43 other followers