Archive for the ‘JISC’ Tag

Weekendvitaminen #33

Op het nachtkastje

  • Assessing the role of librarians in an Open Access world (InTech Open, June 2012)
  • Survey Report on Digitisation in European Cultural Heritage Institutions 2012 (ENUMERATE)
  • Onderzoekscoördinatie in de gouden driehoek. Een geschiedenis (Harry Lintsen & Evert-Jan Velzing). Een beetje off topic, maar gelet op alle aandacht voor topsectoren en wat dies meer zij niet onbelangrijk.
  • The European Library Standards Handbook, Version 1.0 (Europeana). Voor de liefhebbers…
  • Kirk Hess, Discovering Digital Library User Behavior with Google Analytics (Code4Lib, Issue 17)
  • JISC Inform (Summer 2012) met o.m. artikelen over de entrepreneurial spirit in bibliotheken en het inmiddels al vaak genoemde Researchers of Tomorrow.

Beeld van de week

Bovenstaand beeld komt uit een op auteurs gerichte Prezi van SAGE waarin advies gegeven wordt over wat je moet doen om een artikel te schrijven dat geciteerd gaat worden (afgezien uiteraard van het feit dat de inhoud iets om het lijf heeft en het goed geschreven is): How to Publish a Discoverable Journal Article: Tips for Writing a Paper that will Get Cited. Ik kan me niet herinneren eerder een dergelijk cijfer gelezen te hebben (maar dat kan uiteraard aan mij liggen): in 60% van de gevallen komen informatie-zoekenden via Google (Scholar) bij de artikelen van SAGE terecht. Dat doet natuurlijk de vraag rijzen: komen die resterende 40% via de websites/discovery tools/linkresolvers van wetenschappelijke instellingen, of is dat 25%, of 10%, of … Iemand bekend met andere cijfers over dit fenomeen? Ik houd me aanbevolen. #dtv

The plural of anecdote is (not) data

Hoe gaan onze studenten, docenten en onderzoekers met informatie om? Van welke instrumenten maken ze gebruik om informatie te verzamelen, te beoordelen, te verwerken en te archiveren? En wat doen ze eigenlijk met al die mooie hulpmiddelen (catalogi, discovery tools, bibliografische software, samenwerkingsomgevingen, etc.) die wij ze daarbij ter beschikking stellen, onder de neus houden danwel door de strot duwen? Het blijven interessante en vaak eigenlijk toch ook onbeantwoorde vragen. Nieuw onderzoek naar dat daadwerkelijke gebruik en de daadwerkelijke behoeftes kan bij mij daarom altijd op warme aandacht rekenen, en dat geldt dus ook voor het nieuwe JISC-rapport Researchers of Tomorrow. Extra interessant vanwege de focus op de jonge onderzoekers, de promovendi van dit moment en daarmee de hoogleraren en P.I.’s van morgen en overmorgen. Ik heb nog geen tijd gevonden om het rapport van kaft tot kaft te lezen (doet trouwens iemand dat tegenwoordig nog?), maar heb wel flink virtueel heen en weer gebladerd (scrollen dus, wat toch nog steeds een mindere leeservaring is dan het fysieke bladeren) en inmiddels wat krenten in de pap gevonden.

Ik knip-en-plak er even twee passages (van resp. p. 33 en p. 59) uit onder het motto ‘The plural of anecdote is data’:

Nou vooruit, je moet er terughoudend mee zijn, maar toch: verplichte leesvoer!

Weekendvitaminen #22

Op het nachtkastje

Beeld van de week

 
Een slide uit een ook verder zeer bekijkenswaardige presentatie.

Weekendvitaminen #3

Op het nachtkastje

  • FinELib geldt als een van de succesvolste voorbeelden van een nationale digitale bibliotheek. Ierland heeft er ook één, nl. IReL (Irish Research eLibrary), maar daarvan is het voortbestaand hoogst onzeker. Moest er twee jaar geleden al 20% van het aanbod aan digitale bestanden geschrapt worden vanwege bezuinigingen, de actuele economische crisis maakt mogelijk een einde aan IReL. Monica Crump schrijft in Serials over de ontwikkelingen tot nu toe.
  • Research Libraries UK gaat onderzoek doen naar bijzondere collecties, om hun waarde te maximaliseren en hun kosten te minimaliseren. In het project wordt niet langer over special collections gesproken, maar over Unique and Distinctive Collections. De afkorting UDC wordt daarmee nieuw leven ingeblazen. Kennen we ‘m nog, de UDC?
  • Verwachte publicatiedatum (in druk) november 2012! Maar gelukkig biedt College & Research Libraries geaccepteerde manuscripten ook al als pre-print aan. En dus kunnen we nu al bijdragen lezen over factoren die het gebruik van een e-bookcollectie beïnvloeden en het copyright-moeras van het aanbieden van digitaal lesmateriaal (electronic reserves) in plaats van over een jaar. Alsof in de tussentijd de tijd stil zou staan…
  • Volgende maand zitten we natuurlijk allemaal te wachten op de publicatie van Horizon 2012, de jaarlijkse vooruitblik op te verwachten technologische vernieuwing in onderwijs en onderzoek. Op de 2012-wiki is natuurlijk al het een en ander terug te vinden. De Britse JISC publiceert nu al in haar e-zine JISC Inform haar blik op Technologies to watch in the next five years. Wie laat zich nog verrassen?

Beeld van de week

Ranglijstjes, we worden er deze week weer mee doodgegooid. Het Leidse CWTS kwam ook met een nieuwe editie van haar ranking waaruit onderstaande vier lijstjes voor de Nederlandse universiteiten. Afhankelijk van de keuze voor een bepaalde maat is er voor bijna elke universiteit wel een lijstje uit te kiezen waar ze in de top-3 terecht komt. Gelukkig maar.

Proportioneel aandeel van top 10-publicaties: UT, WUR, EUR

Totaal aantal publicaties 2005-2009: UU, UvA, RUG

Gemiddeld aantal citaties: EUR, UL, VU

Gemiddeld aantal citaties (genormaliseerd): UU, WUR, TUe

Alleen voor Delft, Maastricht en Nijmegen is hier geen eer te behalen. En trouwens, waar is Tilburg eigenlijk gebleven…

Weekoogst #18

Strategienota NWO
Vorige week verscheen de nieuwe strategienota van NWO voor de jaren 2011-2014, Groeien met kennis. Tegen beter weten in doorzoek ik dergelijke nota’s altijd eerst op ‘bibliotheek’ en ‘informatievoorziening’. Tot mijn geruststelling kon ik ook deze keer weer constateren dat beide termen schitteren door afwezigheid. Wel komt open access een aantal keer voor, NWO wil daar ook in de komende jaren werk van blijven maken. Verder nog opvallende zaken? Nou, mij viel wel op dat de geesteswetenschappen een bescheiden rol in dit meerjarenperspectief spelen. De meeste voorbeelden van aansprekend onderzoek komen zoals gebruikelijk uit de (bio-)medische en exacte wetenschappen, terwijl in de afgelopen jaren toch ook drie geesteswetenschappers een Spinoza-premie hebben gewonnen. Ook in de zes maatschappijgeïnspireerde thema’s waarin de komende jaren extra geïnvesteerd gaat worden, komen de geesteswetenschappers er bekaaid af. Met enige fantasie kunnen zij zich terugvinden en herkennen in het speerpunt Samenleven onder spanning, maar verder is het allemaal toch de ver-van-m’n-bèta-show.

Excelleren met SURF
Een week eerder kwam SURF ook al met een nieuw meerjarenplan voor eveneens de periode 2011-2014. In de afgelopen jaren hebben we bij de UvA al Leren Excelleren, dus we kunnen nu naadloos aansluiten bij het Samen Excelleren van SURF. ‘Bibliotheek’ en ‘informatievoorziening’ komen wel voor in dit SURF-meerjarenplan, maar slechts in de verklarende woordenlijst. Open Access heeft een prominente plaats in het plan en wordt ook gepresenteerd als een van de 15 pareltjes die het meerjarenplan larderen. Op het web biedt SURF iedereen de mogelijkheid z’n eigen versie van het meerjarenplan samen te stellen door een persoonlijke selectie te maken in de vorm van een digitaal boekje. Ik vind dat een wat curieuze benadering. Juist bij dit soort meerjarenplannen gaat het toch vooral om de samenhang tussen de verschillende onderdelen en de totaalvisie. Om dan (als tegemoetkoming aan de recente hapklare brokken cultuur?) als SURF op deze wijze het pick-and-choose te faciliteren valt me tegen. Een keer in de vier jaar 60 pagina’s lezen moet toch nog kunnen!

Top 5
Nog even op NWO terugkomend: ook NWO wil graag bijdragen aan de ambitie om Nederland naar de mondiale top vijf van kennislanden in de wereld te leiden. Zoeken in Groeien met kennis naar ‘top’ en alle varianten daarop die met ‘top’ beginnen, leidt dan ook tot een overvloed aan zoekresultaten. Ook het voormalig Innovatieplatform, nu de Kennis en Innovatie Agenda (KIA) coalitie, herhaalde deze week die ambitie. Zijn ze dan bij NWO en KIA wel of niet content met berichten als laatst in Times Higher Education waaruit zou blijken dat we altijd al / weer / nog steeds (doorstrepen wat niet gewenst is) in die mondiale top 5 figureren, deze keer van de Most-Cited Nations. NWO verwijst zelf ook naar soortgelijke uitkomsten uit andere onderzoeken.

Economen nader onderzocht
Er is weer zo’n mooi Brits rapport. Deze keer van JISC over het zoekgedrag van en gebruik van digitale bronnen door economen en bedrijfskundigen. De onderzoeksresultaten worden afgezet tegen het gedrag van wetenschappers uit andere disciplines, waardoor een mooi beeld ontstaat over specifieke kenmerken van het omgaan met informatie door studenten en onderzoekers die in deze twee vakgebieden actief zijn. De belangrijkste conclusies:

a) they are heavier users of e-textbooks and e-books generally;
b) they tend to search off campus and out of office hours more (the fact that many are part-time provides part of then explanation);
c) their searches and visits are even more abbreviated than the virtual scholar norm – they are the archetypal ‘bouncers’;
d) Google and Google Scholar are even more popular, as too is abstract viewing;
e) they have a marked preference for current material.

Nu ook snel zo’n vergelijkend onderzoek naar geesteswetenschappers, het liefst met onderscheid naar subdiscipline. Ik ben benieuwd wat het nu lopende RIN-onderzoek gaat opleveren.

Weekoogst #12

[Er gaat iets heerlijk dwangmatigs van uit, van die weekberichten. Gewoon elke week even je best doen. Maar soms lukt dat ook gewoon een keer niet. En dus deze week een 'tweewekenbericht'. Moet ook kunnen.]

E is for Eternity
Elke dag worden we voor onze informatievoorziening meer en meer afhankelijk van digitale bronnen. Digital born is de norm aan het worden, met gedrukte versies als afgeleide daarvan. Wereldwijd zijn universiteitsbibliotheken bezig met het ontdubbelen en afstoten van hun papieren (tijdschrift-)collecties, omdat in veel gevallen inmiddels digitale archieven daarvan beschikbaar zijn. Maar hoe voorkom je dat die e in e-journals en e-books niet de e van for eternity maar die voor ephemeral wordt? Daarover is een nieuw rapport van JISC verschenen waarin de grootschalige diensten voor het preserveren van digitale collecties, LOCKSS, CLOCKSS en Portico, de revue passeren.

QR
QR-codes (waarbij QR staat voor Quick Response) staan de laatste tijd meer en meer in de belangstelling, ook in de bibliotheekwereld. De stormachtige groei van de markt voor smartphones heeft daar natuurlijk alles mee te maken; de code zelf bestaat al sinds 1994. Plak ergens een QR-code op en je trekt de aandacht, zo lijkt het wel. Dat deden we dus in Amsterdam bij een poging respons van gebruikers te genereren op onze nieuwe mobiele website. Een paar dagen later waren we ‘wereldnieuws’ op Resource Shelf. ‘t Kan raar lopen.

Digital Curation Bibliography
Ik blogde al eerder over Charles Bailey Jr, die onvermoeibare informatieprofessional die dagelijks zo’n 5 à 6 nieuwe berichten plaatst op zijn blog DigitalKoans, variërend van simpele vacaturemeldingen over web- en ict-gerelateerde bibliotheekfuncties tot signaleringen van nieuw verschenen rapporten en artikelen over alles wat met digitale informatievoorziening te maken heeft. Daarnaast stelt hij al sinds jaar en dag belangrijke bibliografische overzichten samen over digitaal publiceren, repositories, Google Book Search en sinds vorige week ook over digital curation and preservation. Net als bij die andere onderwerpen zal het wel niet bij een versie blijven.

Early Books
Nu ProQuest/Chadwyck Healey het succes van Early English Books Online (Engelse boeken van voor 1700) wel zo’n beetje uitgemolken heeft, is men druk bezig te focus te verbreden. Al enige tijd wordt Early European Books Online bij bibliotheken onder de aandacht gebracht, tot nu toe hoofdzakelijk bestaand uit Deense boeken uit de 15e en 16 eeuw. Deze week kwam het bericht dat daar binnenkort ook Italiaans materiaal aan zal worden toegevoegd uit de Biblioteca Nazionale Centrale di Firenze. Probleem voor ons met dit soort bestanden is altjd dat de licentiekosten zelden opwegen tegen het verwachte gebruik. De doelgroep is nu eenmaal beperkt. De vrije beschikbaarheid van de Nederlandse oude drukken, in een eerste fase te realiseren via het project Dutch Prints Online, is wat dat betreft veel sympathieker. Al vraag ik me wel af of de recente naamswijziging in Early Dutch Books Online nu zo’n gelukkige is.

E-books: de Britse praktijk (III)

Welke specifieke lessen zijn er nu voor bibliotheken en uitgevers uit het JISC-onderzoek te trekken? Wat de bibliotheken betreft, op het belang van een goede ontsluiting van de e-books in de catalogus heb ik in een eerdere post al gewezen. Maar uit het oogpunt van marketing van de e-books blijkt de website van de bibliotheek nog veel belangrijker: die blijkt volgens de enquêtes onder de Britse studenten de belangrijkste bron van informatie over de beschikbaarheid van e-books. Raar maar waar: in een tijd van overvloed aan e-informatie, blijkt promotie van dat materiaal nog steeds essentieel. Niet alleen om het vindbaar te maken in die overvloed, maar ook gewoon om het bestaan van deze specifieke vorm kenbaar te maken.

Uitgevers zouden verder, althans op basis van dit onderzoek, niet bevreesd moeten zijn voor een inzakkende verkoop van hun textbooks (toch vaak een melkkoe voor menige uitgeverij). Voor de gebruikte titels is die verkoop in ieder geval gedurende de onderzoeksperiode niet significant gedaald, wat door de onderzoekers vooral wordt toegeschreven aan het verschillende gebruik van de twee vormen: de e-versie vooral om snel feiten op te zoeken of te controleren, te-knippen-en-te-plakken (voor zover toegestaan) en de p-versie voor langdurige studie en lezen: “The two formats appear, from this evidence, to be complementary and to stimulate overall use for the content.”

De onderzoekers komen vervolgens meteen met een lijst van 10 desiderata waaraan een effectief en goed werkend e-booksplatform zou moeten voldoen. Beschikbaarheid van de meest recente editie (zonder embargo), zo min mogelijk beperkingen t.a.v. (her-)gebruik van de tekst, snel laden van nieuwe pagina’s, garantie op toegang tot het eenmaal gekochte materiaal en een ontwerp dat uitgaat van de gebruiker waarvoor geen enkele training of instructie nodig is: “no-one receives training to use Amazon!”

De JISC E-books Working Group knoopt tot slot een aantal voor de hand liggende conclusies aan dit onderzoek. Gegeven het feit dat e-books zich nog duidelijk in hun teenage years bevinden en er zelfs op de Engelstalige textbook-markt nog sprake is van een lack of critical mass, roept zij bibliotheken en uitgevers op te blijven experimenteren met e-booksmodellen. Iedereen wil tenslotte die kant op, niet alleen op onze desk- en laptops, maar in toenemende mate ook op onze mobiele en andere draagbare apparaten. Dat dat ook nog eens vraagt om aanvullend en nieuw onderzoek is een conclusie die uiteraard ook niet mag ontbreken. We weten gewoon nog te weinig af van hoe al dat digitale materiaal in de dagelijkse praktijk door diegenen voor wie het allemaal bedoeld is daadwerkelijk gebruikt wordt.

(wordt nog één keer vervolgd)

E-books: de Britse praktijk (II)

Wat gebeurt er als je gedurende veertien maanden 36 verplicht voorgeschreven textbooks onbeperkt beschikbaar maakt op 127 universiteiten? Het valt niet moeilijk te raden: ze worden gebruikt, en nog intensief ook. Tien procent van het gebruik speelt zich zelfs tussen twaalf uur ´s nachts en zes uur ´s ochtends af. De piek van het gebruik ligt uiteraard rond het middaguur maar 24/7 bewijst zich wel degelijk. 24/7/52 (24 uur beschikbaar per etmaal, zeven dagen per week, 52 weken per jaar) ook, maar wel met de pieken die eigen zijn aan juist dit soort textbooks: intensief gebruik aan het begin van het studiejaar en aan het begin van het tweede semester, maar daartussenin beduidend lager gebruik (zes tot acht maal intensiever gebruik in de drukke periode).

Het gebruik is daarnaast vooral kort van karakter. Uit de deep log analysis blijkt dat 85% van de gebruikers minder dan één minuut op een pagina verblijft, tegen slechts 5% meer dan vijf minuten per pagina. Er wordt snel gezocht, er wordt kort gelezen, geknipt en geplakt en vervolgens wordt er weer uitgelogd. De onderzoekers typeren dit gedrag als het consumeren van kleine brokken:

Currently the use of e-books mostly satisfies the need for brief information and rapid fact extraction. This may be due to poor usability (…) but suggests that print titles are required and that e-books complement the use of print.

Om e-books vindbaar te maken voor gebruikers zijn, naast hoogwaardige metadata, vooral opname in de lokale catalogus en vermelding op de website van de bibliotheek essentieel. “Federated search is little used by students, and, indeed, appears to be a source of confusion rather than a useful discovery tool as far as e-books are concerned.” Deze bevinding komt overeen met wat in bijna alle onderzoeken over het gebruik van e-books steeds weer terugkeert: de essentiële rol van de catalogus in het gebruik ervan. In het artikel E-Books in the Sciences’ wordt het als volgt geformuleerd:

A majority of the faculty members and graduate students were using the catalogue to find e-books. If an e-book is not catalogued they may have the misperception that there are fewer e-books in their subjects. E-books that are indexed in the catalogue are more likely to be used than e-books which are promoted by e-mail and other avenues and have not been indexed in the catalogue.

Tegenover de voordelen van de permanente (digitale) beschikbaarheid en het gemak van de doorzoekbaarheid van teksten, komen uit het gebruikersonderzoek ook (uiteraard) de nodige ongemakken nog naar voren; ongemakken die ook voor het overgrote deel bekend zijn: beperkingen ten aanzien van het downloaden en printen van, delen van de, e-books; beperkingen wat betreft het gelijktijdig gebruik; en een ‘poor reading experience’ vanwege gebrekkige schermindelingen. Maar dat alles weegt niet op tegen wat een van studenten uit het onderzoek als volgt onder woorden brengt:

However, when I am not able to go to the library, or all copies are out, the electronic version is a true salvation, as I am able to use it wthout competing with other students, and have it at my disposal 24/7.

(wordt vervolgd)

E-books: de Britse praktijk (I)

      

Her en der zijn in de afgelopen maanden al wat voorlopige resultaten gepresenteerd, maar nu is dan het eindrapport beschikbaar van het waarschijnlijk tot nu toe omvangrijkste onderzoek naar het gebruik van e-books in het wetenschappelijk onderwijs: het JISC national e-books observatory project. Oorspronkelijk opgezet in 2007 is in de daaropvolgende twee jaren diepgaand onderzoek gedaan naar het daadwerkelijke gebruik van 36 textbooks (verdeeld over de vakgebieden bedrijfskunde, mediastudies, engineering en geneeskunde) die in deze periode vrij ter beschikking werden gesteld aan alle medewerkers en studenten van Britse universiteiten (in totaal 127 instellingen). E-bookgebruikers werden twee keer geënquêteerd, er vonden foucsgroep-gesprekken plaats, de leveranciers van de e-books stelden hun log files beschikbaar voor deep log analysis (een specialiteit van een van de betrokken onderzoekspartners, CIBER), uitgevers hun verkoopcijfers en de betrokken universiteiten hun uitleengegevens. Kortom, een overvloed aan relevant cijfermateriaal en daarmee een solide basis voor gefundeerde conclusies.

JISC kon voor dit project beschikken over een projectbudget van meer dan 1 miljoen €, waarvan meer dan de helft werd ingezet voor de licenties voor de 36 e-books. Na een tender-procedure werden twee platforms geselecteerd, MyiLibrary en WoltersKluwer/Ovid. De laatste keuze bleek uiteindelijk niet zo’n gelukkige. Het wordt in het eindrapport op een wat onopvallende wijze gepresenteerd, maar op de voorlaatste pagina komt onder het kopje Study limitations de aap uit de mouw: “Unfortunately, due to technical issues at WoltersKluwer / Ovid, CIBER was unable to undertake a deep log analysis of the medical titles.” En dat waren er toch 10 van de 36! Platform-specifieke zaken komen daardoor niet aan de orde, maar CIBER kreeg van MyiLibrary wel toegang tot de logdata van andere (ruim 10.000) titels die via dit platform beschikbaar worden gesteld, zodat de onderzoekers de beschikking kregen over een controle groep.

Uit de overvloed aan gegevens (het eindrapport zelf is daarin sober, maar op de projectsite staan de volledige versies van de onderliggende rapportages):

  • 5 van de geselecteerde 26 e-books genereerden gezamenlijk meer dan 50% van het daadwerkelijke gebruik; de 10 meest gebruikte titels gezamenlijk 80% van het gebruik.
  • de meest populaire titel (Organisational Behaviour and Analysis: An Integrated Approach) was verantwoordelijk voor 11% van het gebruik.
  • in het totale e-books aanbod van MyiLibrary voor de onderzoeksperiode behoren zeven van de tien meest gebruikte e-books tot de door JISC vrij beschikbaar gestelde collectie. Niet ten onrechte beschouwen de onderzoekers dit als “an extraordinary performance”.

(wordt vervolgd)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 48 andere volgers