Archief voor de ‘Elsevier’ Tag
TWIT #10
Digitization=making a digital representation, e.g. scanning; digitalization=converting a technology (e.g. phone system) from analog->digital—
Dan Cohen (@dancohen) April 06, 2013
The @IthakaSR US Faculty Survey 2012, on research, teaching, discovery, library, societies, publishing- is out today j.mp/14477fF—
Roger C. Schonfeld (@rschon) April 08, 2013
Jill Emery: #openaccess requires money. It requires management. It requires an enterprise endeavor. #uksglive—
Todd Carpenter (@TAC_NISO) April 08, 2013
Harding: publishers have barely scratched surface of etextbooks – they need to have a better USP and should be learning analytics #uksglive—
Caren Milloy (@carenmilloy) April 09, 2013
Maybe Elsevier should have bought Dropbox instead
#uksglive—
Graham Stone (@Graham_Stone) April 09, 2013
new RLI pre-pub, Open Educational Resources as Learning Materials, by colleagues at @UMassLibraries bit.ly/Z69UQU #OER—
ARL News (@ARLnews) April 09, 2013
Does anyone really believe that venture capitalists are in publishing to advance science? Get real.—
Phil Davis (@ScholarlyChickn) April 10, 2013
The hard thing about making data-driven decisions about the future is that we have no data from the future. – Daniel Rasmus #cildc—
Jeremy G Snell (@jeremygsnell) April 10, 2013
#Elsevier welcomes #Mendeley: Read about the acquistion of an innovative research management and social tool ow.ly/jS9my—
Elsevier (@ElsevierConnect) April 08, 2013
Reward system for research data required that incorporates data metrics: Knowledge Exchange presents landscape… bit.ly/12SfRAI—
Knowledge Exchange (@knowexchange) April 12, 2013
Research Trends onder de loep
Als je onaardig zou willen doen, zou je zeggen dat het ‘slechts’ een PR-blaadje van een op winst beluste uitgeverij is, het intellectuele broertje van Library Connect dat zich op een algemener publiek van bibliothecarissen richt. Maar is dat terecht? Research Trends heeft tenslotte een goed aangeschreven hoofdredacteur, Henk Moed, en stelt zich ten doel “objective, up-to-the-minute insights into scientific trends based on bibliometric research” te bieden. Dat maakt nieuwsgierig, zeker als het nieuwste nummer van Research Trends zich richt op de geesteswetenschappen.
Aan tabellen, staafdiagrammen en fraaie visualisaties in ieder geval geen gebrek. De mooiste daarvan is wellicht deze van de (citatie-) verbanden tussen geesteswetenschappelijke tijdschriften:
Alleen, die kenden we al, bijvoorbeeld uit de publicaties van Loet Leydesdorff. Niet echt verrassend dus, en dat geldt bijvoorbeeld ook voor de bijdrage over de ontwikkeling van de subsidies voor geesteswetenschappelijk onderzoek. Dat daar in 2009 een neerwaartse omslag in heeft plaatsgevonden zal niemand verbazen. De cijfers in Elseviers eigen databank, SciVal Funding, bevestigen het in ieder geval.
Veel van de bijdragen in Research Trends zijn gebaseerd op data uit die andere Elsevier database Scopus. Dat is enerzijds begrijpelijk, maar beperkt anderzijds de zeggingskracht en reikwijdte van die bijdragen. Als in een van die bijdragen onderzocht wordt wat de ‘leeftijd’ is van de artikelen en boeken die in bepaalde tijdschriften geciteerd worden, gebeurt dat per geesteswetenschappelijke discipline op basis van een selectie van vier tijdschriften. Het klinkt dan wel heel obligaat als in de conclusie wordt gesteld dat onderzoek op basis van een groter steekproef nodig is om de bevindingen nader te toetsen. In een andere bijdrage wordt onderzocht wat de taal van publicatie in geesteswetenschappelijke tijdschriften is. Dat gebeurt op basis van de tijdschriften die in Scopus worden geïndexeerd. Zijdelings wordt vermeld dat in Scopus alleen niet-Engelstalige tijdschriften worden meegenomen als zij in het Engels vertaalde titels en Engelstalige samenvattingen beschikbaar stellen. Zo krijgen je data bij voorbaat al een flinke kleuring mee, maar daar wordt later in het artikel niet meer op teruggekomen.
En zo is er op nog wel wat andere slakken zout te leggen. Een tabel over het aantal jaarlijkse gepubliceerde geesteswetenschappelijke artikelen in de jaren 2007-2011 geeft een verdrievoudiging voor deze periode, voor Nederland bijna een verviervoudiging. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het in die tabel om geesteswetenschappelijke artikelen opgenomen in Scopus gaat, en dat is toch wat anders. In een andere figuur over het gemiddelde aantal referenties per artikel ontbreekt een van de 14 onderscheiden disciplines en in de afsluitende bijdrage (Did you know?) wordt de invloed van Jane Austens Pride and Prejudice op (wetenschappelijk) onderzoek gelijk gesteld aan de 188 artikelen in Scopus waarin een referentie naar het boek is terug te vinden
Gelukkig heb ik toch ook nog een nieuwtje in deze aflevering van Research Trends gelezen: ook Scopus is zich, net als Web of Science, op de boekenmarkt aan het oriënteren. Naast Thomson Reuters Book Citation Index is Elsevier druk bezig met het Books Enhancement Program voor Scopus. Dat richt zich in eerste instantie op zo’n 75.000 boektitels die in 2015 aan de database moeten zijn toegevoegd. Maar ook dat had ik eigenlijk al moeten weten. Elsevier maakt er zelf op de Scopus-website namelijk prominent melding van.
Charleston dag #3: Elsevier, ‘t kan verkeren
Wie herinnert het zich eigenlijk nog? De opwinding begin dit jaar over het The Cost of Knowledge initiatief? Het aantal ondertekenaars is inmiddels opgelopen naar bijna 13.000, maar wie heeft het eigenlijk nog over Elsevier, de hoofdschuldige in het drama? Vandaag stond Elsevier in ieder geval geheel niet in een kwaad daglicht. In de openingspresentatie van de dag ging het over de licentieverplichtingen die in het afgelopen decennium afgesloten zijn tussen uitgevers en bibliotheken over de toegang tot digitale informatie. Op basis van een corpus van 224 licenties die in de periode 2000-2009 zijn afgesloten en beoordeeld zijn op de clausules betreffende post-cancellation access, interbibliothecair leenverkeer-regelingen en delen van artikelen met collega’s. En raadt eens? Van alle betrokken uitgeverijen (alle grote commerciële maar ook een aantal belangrijke niet-commerciële als Cambridge University Press en de American Chemical Society) blijkt Elsevier de ‘beste’ voorwaarden in zijn licenties opgenomen te hebben, ‘beste’ gedefinieerd als de voorwaarden die het meest tegemoet komen aan de modellicenties van de bibliotheken of hun consortia zelf! Dat zal in de directiekamers van Elsevier tot enige vrolijkheid aanleiding gegeven hebben. Alle details overigens over dit onderzoek zijn terug te vinden in deze voorpublicatie in College & Research Libraries. De auteurs benadrukten met enige hardnekkigheid de gedateerdheid van hun data (licenties uit de periode 2000-2009). In de tussenliggende jaren is er het nodige, volgens hen, nog verder ten goede gekeerd. Maar dat vereist (zoals al te raden viel) aanvullend onderzoek.
En alsof de dag al niet mooi genoeg begonnen was, speelde Elsevier ook een constructieve rol in een van de middagsessies over … altmetrics. Meestentijds instemmend begeleid door de oprichter van PeerJ bepleitte de vertegenwoordiger van Elsevier het belang van deze nieuwe methoden om het belang van onderzoek en publicaties te bepalen. Het was noodzakelijk “to break out of the Impact Factor trap” (dag Thomson Reuters) en het was te gevaarlijk om het kwaliteitsoordeel over te laten aan bedrijven waarvan we niet wisten hoe ze hun data bewerken en ordenen (dag Google). Er was dit keer niemand die in de zaal opstond om de praktijken van Elsevier zelf nog eens aan de kaak te stellen. ‘t Kan verkeren.
Die laatste sessie was overigens exemplarisch voor de bredere scope die de Charleston Conference inmiddels gekregen heeft. Men afficheert zich nog steeds met Issues in Book and Serial Acquisition, maar het palet aan onderwerpen is veel breder geworden. En dus stond er ook een sessie op het programma over research data management, nog zo’n topic dat de bibliotheekwereld momenteel in haar greep heeft. Collega’s uit de bibliotheken van North Carolina State University en de University of North Carolina at Chapel Hill presenteerden hun ervaringen tot nu toe met data storage en data management plans. In de VS zijn de voorwaarden die de National Science Foundation in 2010 aan onderzoekssubsidies heeft verbonden de belangrijkste drijfveer geweest achter deze activiteiten. Men is iets verder in de VS, maar nog niet veel verder dan in Nederland. De uitdagingen waar men tegenaan loopt zijn in essentie niet anders dan de onze:
- reliance on campus-IT
- coordination on campus among different constituents is crucial
- institutional incentives are minimal
- funding?
- policies for stewardship, ownership and responsibilities are wanting
- staff capacity is often lacking
- domain-specific data management & metadata expertise is slowly evolving
- library repository expectations are high
- measuring success is still not possible.
Met de typisch Amerikaanse opgewektheid werd geconstateerd dat het eigenlijk nog een ‘huge mess’ was, maar daar gaan we iets aan doen. En ook dat wordt met dezelfde opgewektheid én overtuiging verkondigd.
Opletten blijft gewenst
Natuurlijk hebben e-books ‘value’. Dat hoeft wat mij betreft niet nog een keer ‘bewezen’ te worden. Ik begon dus met enige scepsis aan lezing van Assessing the Value of Ebooks to Academic Libraries and Users, mede gebaseerd op wereldwijd onderzoek van Elsevier hiernaar. Het hoeft ook niet te verwonderen dat volgens de veelgeplaagde uitgever e-books inderdaad ‘value’ hebben.
Biedt het paper dan nog verrassingen? ‘t Is maar hoe je het bekijkt. Van vier grote e-book collecties blijkt ‘slechts’ 37% gebruikt te worden. Een steun in de rug voor PDA dunkt mij, maar de onderzoekster haast zich er vooral aan toe te voegen dat voor p-books dat percentage (gelukkig?) niet anders is.
Maar in haar haast de ‘value’ van e-books te onderbouwen maakt Tina Chrzastowski een nogal grote uitglijder. Zie onderstaande uitsnede:
Waar in het diagram nog 12,6% van de respondenten e-books als “need to have” karakteriseren en 54,8% als “nice to have”, zijn deze percentages in de conclusie, slechts vijf regels verder, omgedraaid! Snelle conclusie-lezers worden zo geheel op het verkeerde been gezet.
Zo blijkt maar weer eens: ook een Professor in Library Administration moet op haar cijfers letten. En voor het aantonen van de ‘value’ van e-books is dit ook helemaal niet nodig.
Weekendvitaminen #16
Op het nachtkastje
- Terwijl de groei van het aantal ondertekenaars van de anti-Elsevier actie The Cost of Knowledge lijkt af te vlakken (al enige dagen zit het aantal ondertekenaars tegen de 8.000 aan te hikken), speculeren beurs-analisten over de lange termijn-consequenties van The Academic Spring (a.k.a. Occupy Elsevier). Claudio Aspesi is nog niet onder de indruk van het aantal ondertekenaars en wijst op de cruciale rol van de editorial boards van de Elsevier-tijdschriften. Behoren zij (en zo ja, in welke mate?) tot de ondertekenaars?
-
Demystifying the Data Interview: Developing a Foundation for Reference Librarians to Talk with Researchers about their Data, door Jake R. Carlson (Purdue University)
Beeld van de week

Het is een prachtig beeld: een wat gedrongen, kleinere man voor een batterij scheepscontainers. Brewster Kahle, grondlegger en drijvende kracht achter het Internet Archive en de Wayback Machine, inspecteert zijn papieren archief ergens buiten San Francisco. Kahle wil niet langer alleen het internet archiveren, maar wil er tevens voor gaan zorgen dat het gedrukte boek tot in de eeuwigheid bewaard en raadpleegbaar blijft. En dus vult hij momenteel zeecontainer na zeecontainer met afgeschreven en afgedankte boeken, elke week 20.000 verse banden. ‘One copy in one institution is not good enough’, volgens Kahle. En dus verwacht hij in de komende jaren een groei van nu 500.000 banden naar 10 miljoen banden (terwijl Google naar het schijnt inmiddels de 20 miljoen gescande boeken is gepasseerd). En is hij inmiddels ook al met de opslag van films begonnen.
Prijs je rijk
Ben je (gelukkig) net weer een beetje uit het nieuws verdwenen met je wetenschappelijke tijdschriften die niet allemaal de toets der kritiek kunnen doorstaan, blijkt een overijverige marketing-medewerker van je bedrijf (het gaat inderdaad om Elsevier) auteurs uit te nodigen om tegen ontvangst van het boek zelf én een $ 25 gift card van Amazon een positieve bespreking voor zowel Amazon als Barnes & Noble te schrijven.
De email aan de auteurs is van een ontnuchterende openhartigheid:
“Congratulations and thank you for your contribution to Clinical Psychology. Now that the book is published, we need your help to get some 5 star reviews posted to both Amazon and Barnes & Noble to help support and promote it. As you know, these online reviews are extremely persuasive when customers are considering a purchase. For your time, we would like to compensate you with a copy of the book under review as well as a $25 Amazon gift card. If you have colleagues or students who would be willing to post positive reviews, please feel free to forward this e-mail to them to participate. We share the common goal of wanting Clinical Psychology to sell and succeed. The tactics defined above have proven to dramatically increase exposure and boost sales. I hope we can work together to make a strong and profitable impact through our online bookselling channels.”
Het commentaar van Elsevier: hier is “an overzealous employee” aan het werk geweest, maar dergelijke praktijken stroken niet met Elseviers beleid terzake. Uitnodigen tot het schrijven van een bespreking mag, potentiële auteurs daarvoor belonen mag ook, maar vooraf vragen om een positieve bespreking, dat is ook voor Elsevier een brug te ver. Althans, als reactie op deze casus…
Van de pot en de ketel
‘t Is al weer een paar weken geleden dat de hele academische wereld (nou ja, vooral dat bibliotheek-hoekje daarvan) zich druk én vrolijk over de onthulling dat Elsevier enkele jaren geleden een aantal tijdschriften heeft gepubliceerd waar de zo veel geprezen peer review niet alleen ontbrak maar die in feite promotiemateriaal waren voor het farmaceutische bedrijf Merck. Dat bedrijf zou Elsevier zelfs betaald hebben om tijdschriften als de Australian Journal of Bone and Joint Medicine uit te geven. Het nieuws was natuurlijk koren op de molen van Open Access-propagandisten. Was hiermee niet definitief bewezen dat we die vermaledijde uitgeefgiganten helemaal niet nodig hebben? Zij die altijd roepen dat ze onmisbaar zijn omdat zij als enigen kunnen zorgen voor het waarborgen van de wetenschappelijke kwaliteit via peer review blijken daar zelf om commerciële redenen een loopje mee te nemen. Of, in de woorden van Peter Suber: “Remember this anecdote the next time someone raises the common myth that OA journals are lower quality or that OA is about bypassing quality control. Closed access does not guarantee high quality, even from the most prominent publishers.”
Maar ja, is die peer review dan wel in goede handen bij Open Access-tijdschriften? Elsevier & co roepen natuurlijk al jaren dat dat niet zo is en ook zij kunnen zich nu weer verheugen in een aansprekend praktijkvoorbeeld: op de Scholarly Kitchen-blog doet Phil Davis verslag van zijn ervaringen met het OA-tijdschrift The Open Information Science Journal dat uitgegeven wordt door Bentham Science op basis van het author-pays model. Davis stuurde een nep-artikel van de auteurs David Phillips en Andrew Kent, beiden verbonden aan het Center for Research in Applied Phrenology (CRAP), in dat na enkele maanden en, volgens Bentham Science, na peer review voor publicatie werd geaccepteerd. Of hij maar even de fee wilde overmaken. Zie je wel, hoor je ze bij Elsevier denken: Open Access staat gelijk aan onbetrouwbaar.
Elsevier was er als de kippen bij om de Merck-onthulling als een incident af te doen, iets wat al weer enkele jaren geleden zich had afgespeeld en in de tussentijd waren de touwtjes uiteraard strakker aangetrokken zodat dit niet nog een keer zou kunnen gebeuren. Hetzelfde zie je gebeuren bij de Bentham-hoax: Peter Suber put zich op zijn blog uit in het beargumenteren dat ook dit een uitzondering is en dat hiermee uiteraard niet de hele Open Access-beweging in diskrediet is gebracht.
Er staat ook veel op het spel. Dat blijkt nog eens uit de nieuwe SURF-studie Costs and Benefits of Research Communication: The Dutch Situation: als alle wetenschappelijke artikelen openbaar beschikbaar zouden zijn, zou dat de Nederlandse samenleving een voordeel op kunnen leveren van 133 miljoen euro per jaar (mijn cursivering). Ik heb de studie nog niet helemaal goed gelezen, maar volgens mij is dat maar de helft van het verhaal: Open Access zou de Nederlandse universiteiten ook zo’n 60 miljoen extra gaan kosten om al hun wetenschappelijke artikelen op basis van het author-pays model gepubliceerd te krijgen. Maar goed, het gaat om grote bedragen en het gaat om een groot goed: de toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie. Voor deze zomer staan voor de Nederlandse universiteitsbibliotheken de onderhandelingen over een nieuwe licentie voor Elseviers ScienceDirect op het programma. Ook daarbij gaat het om een bedrag van vele miljoenen op jaarbasis, waarover dus echt wel even onderhandeld moet worden. Vraag is alleen hoeveel onderhandelingsvrijheid de universiteitsbibliotheken hebben: hun wetenschappers smullen van de onbeperkte toegang tot Elseviers tijdschriften en maken daar meer dan intensief gebruik van. Hoe acceptabel is beperktere toegang indien er in financieel opzicht straks niet met Elsevier uit te komen valt?
Geef een reactie








