Archief voor de ‘e-books’ Tag

TWIT #13

TWIT

TWIT #8

TWIT

TWIT #6

TWIT

En deze omdat ik een glimlach niet kon onderdrukken:

Engels is en blijft moeilijk.

TWIT #5

TWIT

Weekendvitaminen #50

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Volgende week, op 18 januari,  in premiere, op het filmfestival Sundance (in Park City, Utah): Google and the World Brain, van regisseur Ben Lewis. Een documentaire van anderhalf uur over het Google Books project.

De trailer:

De foto’s:

Google film

A film about the dreams, dilemmas and dangers of the Internet.

Hopelijk binnenkort ook in ons theater!

Fact checking (3): E-books

Fact-checking-

Ik zag ‘m die dag wel tig keer voorbij komen: de infographic A Look at Students Using eTextbooks van de leverancier van zowel nieuwe als gebruikte én elektronische tekstboeken eCampus. Volgens de producent van de infographic blijkt er vooral uit dat studenten steeds meer etextbooks gebruiken en dat meer dan de helft dat vooral doet vanwege de gunstige prijs (t.o.v. gedrukte textbooks). Degenen die over deze infographic tweetten of er een blogpost aan wijdden, zoals Raymond Snijders op zijn Vakblog, gingen vaak wat verder in hun commentaar: etextbooks kennen in de VS een “enorme populariteit” en met het juiste aanbod en de juiste prijsstelling staan ons in Nederland “Amerikaanse toestanden” te wachten.

eCampus

Maar wat staat er nu eigenlijk echt in die infographic, en waarop is die informatie gebaseerd? Wat die laatste vraag betreft, onderaan de infographic staan twee bronnen genoemd: een ‘independent survey’ van eCampus zelf en een link naar de volgende website: http://www.coursesmart.com/media#pr12. Die ‘independent survey’ is op de website nergens terug te vinden en ook via andere, bredere zoekacties ben ik er nog niet in geslaagd het onderzoek boven water te krijgen. Volg je de link naar de website van CourseSmart dan kom je bij een promo-bericht over een nieuw ereading-platform uit maart 2012. Al met al niet meteen een overtuigende onderbouwing van de gegevens zoals die in de infographic staan gepresenteerd. Maar goed, dan die gegevens zelf.

De infographic bestaat eigenlijk uit zeven afzonderlijke onderdelen:

  1. 98% van de studenten is in het bezit van een digitaal apparaat (niet meer echt verrassend; het bezit van smartphones, tablets en laptops onder studenten is bijna universeel)
  2. 73% van de studenten zegt niet zonder technologie te kunnen studeren (een kwart kan dat blijkbaar nog steeds wel; en was dit in het tijdperk van de elektrische typemachine – bijvoorkeur een IBM met ‘bolletje’ – al niet anders?)
  3. 48% van de studenten gaven de voorkeur aan een etextbook in plaats van een gedrukt exemplaar vanwege de lagere prijs; 25% kozen voor e vanwege de onmiddellijke toegang, 19% vanwege de ‘portability’ en 6% vanwege hun voorkeur voor digitaal lezen
  4. 52% van de studenten vindt de doorzoekbaarheid het belangrijkste feature van etextbooks (en 20% de mogelijkheid tot accentueren, 14% de copy/paste mogelijkheden en 12% de interactieve toevoegingen zoals quizes).
  5. aantallen uren bespaard gedurende het semester door het gebruik van etextbooks: 29% nul uur; 17% één uur; 23% twee uren; 11% drie uren; en 17% meer dan drie uren
  6. 64% van de studenten gebruikte een laptop om hun etextbooks te lezen en te raadplegen; 18% een tablet, 15% een desktop en 2% hun mobiele telefoon
  7. zouden de studenten het volgende semester opnieuw etextbooks aanschaffen? 38% zei zonder meer ‘ja’ en 7% zondermeer ‘nee’; de grootste groep , 54%, zei ‘misschien’, afhankelijk van de gekozen onderwijsmodule.

eCampus2

Verrassende resultaten? Nou, nee. Een glanzende ‘overwinning’ voor het etextbook? Nee, ook niet echt. Een meerderheid weet nog niet wat ze een volgende module zullen doen en niet de extra’s die een etextbook kunnen bieden (zoals de interactieve toevoegingen) zijn doorslaggevend voor de keuze maar – hoe Hollands – de prijs!

Je begint je af te vragen waar al die aandacht voor nodig is geweest. Dat ga je je nog meer afvragen als je constateert dat deze infographic al in maart (!) op het web geplaatst werd. De ‘boosdoener’ lijkt de site Edudemic te zijn waar op 11 december deze infographic als ‘new’ werd gepresenteerd. Goed voor inmiddels 388 tweets en een ontelbaar aantal retweets. Van oud nieuws dus.

Weekendvitaminen #47

Op het nachtkastje (Kerst-editie)

Beeld van de week

Aan het eind van dit jaar toch nog maar een keer iets ‘uit eigen doos’. Zo maar gevonden in een kast waarvan de sleutel zoek was, unieke 17e eeuwse koperplaten met Amsterdamse plattegronden. Niet een kast bij ons, maar bij de voormalige Amsterdamse Stadsdrukkerij. Maar de komende weken wel bij ‘ons’ te zien, aan de Oude Turfmarkt:

BC koperplaat

Weekendvitaminen #45

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Vanaf vanmiddag is hij echt live: de nieuwe website Academische collecties, de digitale toegangspoort tot het academisch erfgoed van (op dit moment) negen Nederlandse universiteiten. Ter gelegenheid van de lancering werd deze animatie gemaakt:

Charleston dag #2: Tja, e-books…

Het aantal sessies over PDA is dit jaar niet meer op twee handen te tellen. PDA is nog steeds hot, maar iedereen (bibliotheken, uitgeverijen én intermediairs) is nog steeds druk aan het experimenteren zonder dat daar tot nu toe een ‘one size fits all’-oplossing uit komt. Lokale omstandigheden blijven doorslaggevend.

En de e-books zelf dan? In een van de ochtend-sessies werd in de discussies opgemerkt dat we wat betreft e-books toch nog steeds aan het begin staan van full-scale implementatie. Voor de commerciële uitgeverijen zijn e-books eigenlijk pas vanaf 2008 echt interessant geworden (Amazon, Kindle) en voor de academische wereld lijkt de introductie van tablets voor de grote doorbraak te gaan zorgen (overigens blijkt uit gebruikersonderzoek dat het bezit daarvan zich toch vooral nog beperkt tot faculty; studenten doen het toch hoofdzakelijk nog met laptops, en daarop lezen blijft een mixed blessing). Maar we zijn nog maar aan het begin en veel zal nog veranderen.

‘s Middags werd dat in drie sessies waarbij ik aanwezig was alleen maar bevestigd. Hoe meten we eigenlijk het gebruik van e-books en welk effect heeft de beschikbaarheid van e-books op het gebruik van hun gedrukte equivalant en de noodzaak die al dan niet in druk (en al dan niet in een consortium) te bewaren? Aangezien de zaalindeling niet overeen kwam met de aard van deze sessie werd met vereende krachten een kleine verbouwing gerealiseerd waarna in een informele setting input voor en ideeën over het te ondernemen onderzoek naar deze twee vragen werden uitgewisseld. Je realiseert je dan hoeveel er aan dergelijk ‘bibliotheek-onderzoek’ door de sector zelf wordt gedaan in de VS en de (uitermate) bescheiden bijdrage die wij daaraan in Nederland leveren. Een van mijn takeaways van de workshop was het belang van het onderscheiden van verschillende use cases bij de beoordeling van de vraag of een overstap van p-books naar e-books zinvol is en wat de mogelijke effecten op het gebruik van de p-collecties kunnen zijn.

Bob Kieft onderscheidde de volgende vijf use cases:

  • pile it up use (de boekenverzamelaar)
  • immersive reading use (het ‘ware’ studeren)
  • indexical use (word ik in het boek genoemd?)
  • evaluative use (kan ik dit boek gebruiken?)
  • negative use (is dit boek inderdaad niet van belang?)

Voor de ene use case is een e-versie van een boek een meer dan adequate vervanger voor een p-versie, terwijl m.n. voor immersive reading de full Monty op papier toch nog steeds de preferente vorm is.

Kunnen we überhaupt in de academische wereld al van p- naar e-books overstappen? Vier jaar geleden werd die vraag met een ‘nou, nee’ beantwoord. Uit een vergelijking van de daadwerkelijke aanschaf van monografieën door vijf bibliotheken in een bepaald jaar met wat er op dat moment bij de vier grote aggregatoren beschikbaar was aan e-books, bleek dat van de 80.000 aangeschafte gedrukte boeken gemiddeld een kleine 30% als e-book geleverd had kunnen worden. Is dat in de afgelopen vier jaar fundamenteel veranderd? Dat is maar hoe je het bekijkt. Van de 34.000 aangeschafte boeken met imprint 2006 en 2011 bleek nu bij de vier grote aggregatoren 37% als e-book leverbaar te zijn. Dat is een aanzienlijke stijging, maar nog lang niet de helft van wat er aangeschaft wordt. Het gedrukte boek is dus nog wel een tijdje onder ons. het aanbod aan wetenschappelijke e-books is in die vier jaar overigens wel verdubbeld, de collecties van de aggregatoren zijn meer op elkaar gaan lijken, máár de helft van het aanbod is maar via een van de vier aggregatoren leverbaar. De new kids on the block, het aanbod van de universitaire uitgeverijen via bijvoorbeeld Project Muse, is ook minder uniek dan soms gedacht wordt of voorgesteld: 80% van het materiaal is ook via een aggregator beschikbaar.

Wordt het onderwijs en onderzoek beter van al die beschikbaarheid van elektronische bronnen? De bekende vraag naar de return on investment, krijgen we voldoende waarde voor ons geld? Onderzoekers en bibliothecarissen van de universiteiten van Tennessee en North Carolina presenteerden de resultaten van hun onderzoek naar de ervaringen van hun studenten. Die bleken bijna zonder uitzondering positief te zijn. Opvallend was het ‘gemak’ waarmee observaties van de ondervraagde studenten werden gepresenteerd als ‘waar’, terwijl het gehalte politiek-correct en/of sociaal-gewenst daarin toch aanzienlijk was (althans in mijn beleving).  Maar goed, het betrof een onderzoek in het kader van het LIBvalue-project, dus het zal allemaal wel verantwoord zijn. Meer kritische geesten zouden zich denk ik echter goed kunnen vinden in de volgende observatie (overigens niet hier gedaan, maar eerder deze week elders):

Een mooie gedachte om de dag mee te eindigen. ;-)

Weekendvitaminen #42

Op het nachtkastje

Beeld van de week

De adoptie van e-books in Nederland blijkt sneller te gaan dan in de Verenigde Staten. Althans, dat is de stelling van Timo Boezeman in een blogpost deze week.

We zijn een paar jaar later begonnen, maar groeien nu harder.

Ik moest daar aan denken toen we tijdens een landelijk overleg deze week moesten constateren dat bij een strikte controle van de verplichte tentamenliteratuur die de diverse Nederlandse universiteiten aan hun studenten voorschrijven in de dagelijkse praktijk vaak slechts een bescheiden percentage van tussen de 10 en 15% daadwerkelijk digitaal beschikbaar blijkt te zijn. Het blijft dus noodzakelijk goed onderscheid te maken naar de verschillende e-books marktsegmenten. En het ‘alles-is-toch-digitaal-beschikbaar’-ideaal blijft vooralsnog een verleidelijke stip aan de horizon.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 43 other followers