Archief voor de ‘copyright’ Tag

Charleston dag #4: de macht van het woord en de letter van de wet

Het woord was al vaak gevallen in de afgelopen dagen, maar vanmorgen stond het echt centraal: copyright. Wat mogen bibliotheken wel en niet doen met de informatie die ze aanschaffen, ‘huren’, zelf digitaliseren, etc? Veel van de zaken die langs kwamen hebben niet direct belang voor Nederland (waarmee ik zeker niet wil zeggen dat ze niet belangrijk zouden zijn), behalve uiteraard de zaken rond Google Books en de HathiTrust. In beide gevallen is de Authors Trust, de belangenorganisatie van Amerikaanse auteurs (vooral fictie-auteurs), in de ogen van de bibliotheken de gebeten hond. De panelleden konden wat dit betreft ook weinig vooruitgang en positiefs melden. De dag voor de Charleston Conference begon was de Authors Guild in beroep gegaan tegen de eerdere uitspraak van de rechter dat de activiteiten die de HathiTrust met (de mede dankzij Google) gedigitaliseerde werken in haar archief onderneemt onder fair use vallen. Expert William Hannay durfde zijn vingers nog niet te branden aan de definitieve uitkomst van de zaak, net zo min als dat hij de rechtmatigheid van de beschikbaarstelling van gedigitaliseerde verweesde werken door de universiteit van Michigan als een gelopen race wilde betitelen. Hannay lardeerde zijn betoog met enkele gezongen bijdragen, die in de zaal niet alleen tot instemmend meezingen leidden maar ook tot wat ongemakkelijk schuifelen op sommige stoelen.

Het slot van de conferentie bestond uit een Oxford Union style debat tussen Rick Anderson (inmiddels interim dean van de Marriott Library van de universiteit van Utah) en Derek Law (emeritus hoogleraar aan de universiteit van Strathclyde). Law, Schot van geboorte, verscheen gekleed in kilt hetgeen Anderson in zijn openingswoord de opmerking ontlokte dat hij lang had getwijfeld of hij wel of niet een stropdas om zou doen (uiteindelijk niet), maar dat hij niet wist dat dit een ‘pants optional-sessie‘ was. Dat leidde uiteraard tot de nodige hilariteit, zoals het hele debat door de vele steken onder water en overdreven voorstellingen van zaken tot enthousiaste reacties in de zaal leidde. Wat dat betreft hadden de organisatoren een goede keuze gedaan met deze twee opponenten.

Ging het ook nog ergens om? Jazeker, de stelling waarover gedebatteerd werd luidde: The traditional research library is dead. Het zal niet verwonderen dat Anderson deze stelling van harte onderschreef, terwijl Law gepassioneerd de stelling naar de mestvaalt van de geschiedenis probeerde te verwijzen. Vooraf werd een peiling onder de aanwezigen gehouden (52% voor de stelling, 48% tegen de stelling) en na afloop weer. Anderson werd tot winnaar uitgeroepen want na afloop van het debat bleek 67% van de aanwezigen de stelling te steunen (en 33% dus niet). Ik denk dat dat vooral kwam omdat hij eloquent wist te beargumenteren dat de traditional research library aan het verdwijnen is, maar dat de bibliotheek zelf springlevend is en zal blijven als ze zich zal blijven richten op het aanbieden van diensten die aansluiten bij waar studenten, docenten en onderzoekers om vragen (en niet wat bibliothecarissen vinden dat ze zouden moeten vragen). Law (“David Braveheart” volgens Anderson) stond in essentie niet al te veel van Anderson af omdat hij betoogde dat de traditional research library altijd bezig is geweest zich aan te passen aan een veranderende omgeving, maar in essentie wel steeds trouw is gebleven, en zal moeten blijven, aan de vijf wetten van Ranganathan. Ik kon me niet geheel aan de indruk onttrekken dat Law door, getrouw de mores van het Oxford Union debat, af en toe de grenzen van het betamelijke op te zoeken (daar was hij duidelijk bedrevener in dan Anderson) en zichzelf als een superieure John Bull te presenteren tegenover Tea Party’s Uncle Sam in de vooral door Amerikanen bevolkte zaal enige sympathie verspeelde voor zijn betoog. Dat moest hij dus ‘betalen’ met een verlies, dat hij echter als een man droeg.

Een mooie afsluiting van vier dagen conferentie. Nu nog eens alles bij elkaar proberen te vegen. Ik heb nog wat uurtjes stuk te slaan op het vliegveld van Atlanta…

Weekendvitaminen #21

Op het nachtkastje

Beeld van de week

Soms moet het kunnen, even je eigen instelling promoten:

en aanstaande maandag Primo bij de UBA in volle glorie.

Weekendvitaminen #9

Op het nachtkastje

  • Rare jongens, die Amerikanen. Kalenderjaar 2011 net afgesloten, nieuw jaarverslag gepresenteerd (mooi denk je) maar dat dan niet over geheel 2011 maar over fiscal year 2010-2011 (tot en met 30 juni 2011) blijkt te gaan. Het gaat hier om het jaarverslag van OCLC, waar dus nog niets terug is te vinden over World Share. Dat moet nog even wachten tot januari 2013… 
  • Rijke oogst deze week aan preprints: drie artikelen waar we anders ook tot in 2013 op hadden moeten wachten:
  • via-via kwam ik deze week bij het Journal of Web Librarianship terecht. Ha, dacht ik, een tijdschrift van Taylor & Francis, dus daar hebben we op basis van onze licentie wel toegang toe. Mis poes. Dit tijdschrift is tijdens de looptijd van de licentie bij T&F online beschikbaar gekomen en valt dus (?) niet automatisch onder de licentie. Alleen bibliotheken die een abonnement hadden op de gedrukte versie, hebben wel toegang gekregen tot de online versie gekregen. Deze onzin zou toch eens heel snel tot het verleden moeten behoren. Nu is het weer zaak andere wegen te bewandelen…

Beeld van de week

Volume Distribution by Date

Onlangs passeerde de HathiTrust de mijlpaal van 10 miljoen gearchiveerde gedigitaliseerde publicaties. Het overgrote deel daarvan betreft publicaties uit de 20e eeuw, waarvan het overgrote deel nog onder bescherming van het auteursrecht valt of tot de categorie verweesde werken behoort (voor publicaties uit de VS hanteert de HathiTrust 1923 als breekpunt; voor publicaties uit overige landen 1870).

Copyright Distribution by Date

Het gaat dus goed met de HathiTrust, want het bestand groeit nog steeds als kool. Aan de andere kant, ‘slechts’ 27% van het gearchiveerde materiaal is vrij toegankelijk. We hebben dus nog een lange weg te gaan.

In de januari-aflevering van Library Issues wordt overigens nog eens een goede samenvatting gegeven van doel en mogelijkheden van deze olifant in de bibliotheek.

Een olifant ontleed

Wat is de totale omvang van de boekenproductie wereldwijd door de eeuwen? Welk percentage van die boeken valt inmiddels in het publieke domein, welk percentage is zeker nog auteursrechtelijk beschermd en wat is de omvang van de verzameling boeken waarvan we veronderstellen dat ze nog auteursrechtelijk beschermd zijn maar weten we niet wie de rechthebbenden nog zijn (de zgn. verweesde werken)? Het zijn vragen die in de afgelopen jaren door de vlucht die de digitalisering van het gedrukte boek heeft genomen, niet alleen in het Google Books programma, in het brandpunt van de belangstelling van auteurs, uitgeverijen en bibliotheken zijn komen te staan. En het zijn vragen waarop nog steeds geen steekhoudend antwoord gegeven kan worden.

Dat is ook de conclusie van John Wilkin, directeur van de HathiTrust, in zijn bjidrage aan de zoektocht naar een antwoord op de eerder geformuleerde vragen. En zijn verklaring daarvoor is eenvoudig: het ontbreken van een betrouwbare alomvattende bibliografie. WorldCat, bij eerdere pogingen om tot een antwoord te komen gebruikt als bron van relevante bibliografische data, wordt door hem gediskwalificeerd: er is niet alleen sprake van te veel ‘noise‘ in WorldCat, de database zelf is gewoon ‘chaos‘.

Laat Wilkin het daarbij? Nee hoor. Op basis van de collectie van 5 miljoen boeken die inmiddels in de digitale archieven van de HathiTrust zijn opgeslagen, en die representatief lijkt te zijn voor het totale bezit van de Amerikaanse wetenschappelijke en onderzoeksbibliotheken, tracht hij stap-voor-stap te beredeneren hoe de wereldwijde boekenproductie is samengesteld. Een paar belangrijke cijfers: 1) van de totale boekenproductie is tussen de 27 en 30% van Amerikaanse bodem (en de andere 70+% is dus non-US); 2) 20% van de boekenproductie is van voor 1923 en dus, althans volgens Amerikaanse wetgeving, volledig rechtenvrij; 3) van materiaal van na 1923 is maximaal nog eens 10% rechtenvrij; 4) waarschijnlijk 50% van de totale boekenproductie valt in de categorie verweesde werken. Wilkin presenteert tenslotte de volgende visualisatie van zijn berekeningen:

Wilkin sluit af met de constatering dat van de huidige HathiTrust-collectie de helft dus in de categorie verweesde werken valt en dat die niet zo maar online beschikbaar gesteld mag worden. Maar:

In nearly all cases, there is no economic harm to any person or organization in opening access to these in-copyright works, and there is a great loss in not providing access to them. Without an effective legal or policy framework that allows us to do so, a significant portion of our cultural heritage will be underused and undervalued.

Aan dat laatste moet dus hard gewerkt worden. En natuurlijk ook nog een betrouwbare methode om de omvang van de totale boekenproductie vast te stellen. We hebben nu de procentuele verdeling, maar ik wil ook graag het getal waar die procenten op moeten worden losgelaten.

Spanning loopt op

A.s. donderdag vindt voor een New Yorkse rechtbank dan eindelijk de fairness hearing plaats over de overeenkomst tussen Google enerzijds en de Authors Guild en de Association of American Publishers anderzijds. GBS 2.0 is die overeenkomst al gedoopt, vanwege de amenderingen die afgelopen november plaatsvonden nadat m.n. het Amerikaanse ministerie van Justitie fundamentele bezwaren tegen de overeenkomst naar voren had gebracht.

De drie betrokken partijen kunnen er nog lang niet gerust op zijn dat de geamendeerde overeenkomst straks de goedkeuring van judge Danny Chin zal kunnen wegdragen, want opnieuw zijn door het ministerie van Justitie belangrijke bezwaren geformuleerd. Mogelijk dat dat ertoe leidt dat in de komende dagen, net als in november, er opnieuw op uitstel zal worden aangedrongen. Naar de mening van de AG en de AAP is in ieder geval een monopolie voor Google te prefereren boven het uitblijven van een overeenkomst.

Ondertussen is er rond de overeenkomst een enorm corpus van beschouwingen, analyses en commentaren aan het ontstaan, deels via traditionele kanalen maar ook in toenemende mate via blogs. Een keuze daaruit voor diegenen die door de bomen het bos willen blijven zien:

In de wereld van de wetenschappelijke bibliotheken houdt ondertussen iedereen z’n hart vast. Ik meldde al eerder dat het erop leek dat de branche-organisaties zich neer zouden gaan leggen bij een goedkeuring van de overeenkomst. Stanford University wacht dat niet verder af en heeft, in navolging van de collega’s van Michigan en Wisconsin, de samenwerkingsovereenkomst met Google begin deze maand verder geïntensiveerd.

Lessig over Google

Kersverse ere-doctor Lawrence Lessig publiceerde deze week een bijdrage in The New Republic naar aanleiding van de Google Book Search settlement. Hij gaat daarin niet in op de ins en outs van de overeenkomst en de daartegenin gebrachte bezwaren, afkomstig van “a wide range of companies, and a band of good souls.” Hij stelt zich zelfs op achter Google wat betreft de claim van het bedrijf dat het scannen van boeken met het oog op het construeren van een doorzoekbare index onder Amerikaanse copyright law onder fair use valt. Maar daar gaat het Lessig niet om.

Waarvoor hij in zijn bijdrage (getiteld For the Love of Culture) wil waarschuwen is het achter de copyright-muren verdwijnen van onze culturele erfenis door een overeenkomst zoals die nu afgesloten is. Lessig maakt daarvoor een uitstapje naar de wereld van films en documentaires waarin zelfs de zo noodzakelijke vervaardiging van digitale preserveringskopieën onmogelijk gemaakt wordt door dwarsliggende copyright-houders van onderdelen van die films of documentaires. Dat dreigt nu ook voor boeken te gaan gebeuren: “The deal constructs a world in which control can be exercised at the level of a page, and maybe even a quote.”

Is dat nog te voorkomen? Ja, volgens Lessig, maar dat vraagt wel om een aantal fundamentele veranderingen in het auteursrecht (met de complicatie daarbij dat dat auteursrecht van land tot land flink kan verschillen). Zo zouden auteursrecht-hebbenden hun recht vijf jaar na publicatie van een werk actief opnieuw moeten registreren; gebeurt dat niet dan komt het betreffende werk automatisch in het publieke domein. Voor preserveringsdoeleinden zou de auteursrechtelijke bescherming na een beperkt aantal jaren (Lessig houdt het op veertien jaar) moeten vervallen. En Lessig pleit vooral voor een herformulering van het auteursrecht zelf, waarin een nieuwe balans gevonden wordt tussen “incentives to support a diverse rage of creativity, with an assurance that the creativity inspired remains for generations to access and understand.” 

Maar dat alles zal zeker niet voor 18 februari, de dag dat de fairness hearing over de overeenkomst gepland staat, gerealiseerd zijn. Tegenstanders van de overeenkomst kregen gisteren, de laatste dag dat bezwaren ingediend konden worden, nog wel de steun in de rug van James Grimmelmann, een van de invloedrijkste commentatoren van de overeenkomst. Hij dringt nu aan op verwerping van de overeenkomst. Belangrijker is echter wat de komende week de definitieve opstelling van het ministerie van Justitie zal zijn.

Erkenning voor Creative Commons

Vanmiddag is in de Aula van de UvA ter gelegenheid van de 378e Dies Natalis van de Amsterdamse universiteit aan professor Lawrence Lessig een eredoctoraat uitgereikt. Na de toekenning van een eredoctoraat van de VU aan Tim Berners-Lee enkele maanden geleden, krijgt hiermee een tweede internet-coryfee een dergelijke onderscheiding in Nederland. Lessig krijgt z’n eredoctoraat vooral voor zijn bijdrage aan het Creative Commons-project, waarvan hij de eerste jaren volgens zijn promotor Bernt Hugenholtz de grote evangelist was.

Zie voor de uitreiking de beelden van UvA-tv van de Dies; Hugenholtz begint zijn toespraak na 1 uur en 34 minuten.

Morgen is er ter gelegenheid van deze toekenning nog een symposium over open content waar Lessig zal spreken. Deelname echter alleen op uitnodiging…

Definitieve deal in 2010?

Naast Jonathan Band scoort ook James Grimmelmann hoog op mijn lijstje favoriete auteurs over de Google Book Search settlement. Begin dit jaar publiceerde hij een fraai overzichtsartikel in het Journal of Internet Law over de stand van zaken op dat moment en nu voegt hij daar met een groep studenten van de New York Law School opnieuw een must read aan toe. In Objections to the Google Books Settlement and Responses in the Amended Settlement: A Report wordt een schematisch overzicht geboden van alle bezwaren die in het afgelopen jaar tegen de overeenkomst zijn ingebracht (Grimmelmann & co identificeren er 76, verdeeld over 11 categorieën) en de mate waarin er in de in november ingediende amendering aan die bezwaren is tegemoet gekomen. Dat blijkt maar in heel bescheiden mate gebeurd te zijn. Aardig is het overzicht van Grimmelmann ook door het inzicht dat het verschaft in de samenstelling van de oppositie tegen de overeenkomst: van Amazon tot Microsoft, van ProQuest tot Yahoo!, van Arlo Guthrie tot Harold Bloom, van Harrassowitz tot Hachette Livre, van de ALA tot de IFLA. Allemaal zijn ze het op onderdelen niet eens met wat er nu nog steeds op tafel ligt.

De definitieve uitkomst is nog steeds ongewis, maar de grote Amerikaanse bibliotheekorganisaties (ALA, ARL en ACRL) lijken zich al op te maken voor een goedkeuring van de geamendeerde overeenkomst. Vorige week hebben ze in ieder geval in een brief gericht aan het Amerikaanse ministerie van Justitie al vast aangedrongen op continu toezicht op de overeenkomst, “if approved“, vanwege met name het grote financiële belang van de universiteitsbibliotheken bij betaalbare licenties voor toegang tot Google’s boekendatabase en hun angst voor “profit-maximizing pricing“.

En Google? Het bedrijf gaat rustig door met het digitaliseren van boeken in de Verenigde Staten en Europa. Laatste vis die aan de haak geslagen lijkt, is de Deense Kongelige Bibliotek. Op de website van de bibliotheek zelf is het nieuws nog niet terug te vinden, maar in de pers wordt er al volop over een overeenkomst gespeculeerd.

Curieus

Vandaag werd op de homepage van de BBC prominent aandacht gevraagd voor een item uit het programma Click (The BBC’s flagship technology programme) over de bezwaren in Europa tegen Google Book Search. Als je het item vervolgens bekijkt, na eerst de inmiddels bijna onvermijdelijke reclameboodschap geconsumeerd te hebben, val je in de ruim 5 minuten niet echt van je stoel.

Het meest curieuze moment staat eigenlijk middenin de reportage als na vier minuten opeens het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in beeld komt, terwijl de commentaarstem uitweidt over het feit dat niet alle Europeanen tegen GBS zijn. Een van de deelnemers is tenslotte de openbare bibliotheek van Lyon en vervolgens komt de directeur daarvan in beeld en aan het woord. De suggestie wordt op z’n minst gewekt dat die bibliotheek in het NIBG-gebouw gevestigd is. Heeft hier een redacteur zitten slapen of is er gewoon voor het mooie plaatje gekozen onder het motto ‘doet er niet toe’? In beide gevallen: ik ben beter gewend van de Beeb.

Perplex

Jonathan Band is mijn favoriete commentator van de Google Book Search settlement. Band, opgeleid aan Harvard en Yale en thans verbonden aan Georgetown University, heeft vanaf de eerste schermutselingen over wat toen nog het Google Library project heette over het onderwerp gepubliceerd. Vanaf de overeenkomst tussen Google enerzijds en Authors Guild en Association of American Publishers anderzijds heeft hij met name de Amerikaanse bibliotheekwereld bijgestaan met zijn Guides for the Perplexed. De eerste daarvan verscheen kort na de totstandkoming van de overeenkomst op 13 november 2008, onder auspiciën van de ALA, ARL en ARCL, A Guide for the Perplexed: Libraries and the Google Library Project Settlement.  Zeven maanden later verscheen Part II, nadat Google met een van haar scanpartners, de University of Michigan, een aangepaste overeenkomst had gesloten die ook voor andere bibliotheken consequenties zou gaan hebben.

En nu is dan al weer Part III verschenen, waarin Band de belangrijkste gevolgen van de geamendeerde overeenkomst voor bibliotheken de revue laat passeren.  Bands conclusie n.a.v. de aanpassing van de overeenkomst tot alleen de boeken die onder het Amerikaanse copyright vallen is dat de overeenkomst daarmee waarschijnlijk nog maar op de helft van de tot nu toe gedigitaliseerde boeken van toepassing is. “By removing foreign language books and their rightsholders from the settlement, the parties have removed the source of much of the controversy concerning the settlement. At the same time, the products available under the ASA will be far less comprehensive.” Band laat zich verder niet uit over de kwestie waar rechter Chin zich over zal moet buigen, nl. of de nieuwe overeenkomst “fair, reasonable, and adequate” is.

Bands kostje is ondertussen in ieder geval tot eind februari 2010 gekocht. Tot die tijd zal hij een veel gevraagd spreker blijven op conferenties over Google Book Search. En hoogstwaarschijnlijk ook daarna nog, want wat de uitspraak van Chin straks ook zal zijn, gelet op alle belangen die er in het geding zijn zal dan nog vast niet in juridische zin het laatste woord gezegd zijn.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 47 andere volgers