Archief voor april 2009 | Maandelijkse archief pagina

Tijdelijk gesloten

tijdelijk-gesloten

Zoals bekend kan de boog niet altijd gespannen zijn. Dus is het nu tijd voor even een korte vakantie zonder computer en laptop, en dus ook zonder blog. Na 6 mei weer terug. Tot dan!

King & Tenopir

Donald King en Carol Tenopir hebben individueel, als duo en in veelvuldige samenwerking met anderen hun sporen meer dan verdiend in de wereld van Library and Information Science. Hun laatste bijdrage aan het vakgebied, in het april-nummer van Learned Publishing, levert zoals gebruikelijk weer de nodige highlights op.

Uit een survey onder wetenschappers van vijf Amerikaanse universiteiten blijkt dat zij gemiddeld 240 artikelen per jaar (her)lezen en daar ruim 130 uur aan besteden (gemiddeld nog geen drie uur per week). Persoonlijke abonnementen op tijdschriften vormen bij het browsen in 50% van de gevallen de bron die ze gebruiken, op de voet gevolgd door het (digitale) aanbod van bibliotheken. Dat hoge percentage persoonlijke abonnementen is ook de verklaring voor het nog hoge percentage ‘lezen van papier’. Digitale beschikbaarheid staat zeker niet gelijk aan ‘lezen van het scherm’, hetgeen ook mag blijken uit het feit dat van de digitale artikelen liefst 70% wordt uitgeprint voor verdere raadpleging.

King en Tenopir baseren zich voor hun artikel op een survey uit 2005. Inmiddels is het 2009 en de tijd heeft niet stilgestaan. Zijn hun bevindingen van vier jaar geleden nog steeds even relevant voor nu? Dat van die persoonlijke abonnementen zou ik bijvoorbeeld nog wel eens nader onderzocht willen zien. Zijn wetenschappers inmiddels niet zo verslingerd aan het gemak van digitale beschikbaarheid dat ze die abonnementen eraan hebben gegeven of blijft het bladeren in een papieren tijdschrift voor wetenschappers toch een cruciale bezigheid? En als dat laatste zo is, wat voor consequenties trekken uitgeverijen daar dan uit? Individuele papieren abonnementen toch continueren als een soort printing-on-demand bijproduct van het digitale hoofdproduct? Of de drukpers toch echt definitief stilzetten en de wetenschapper veroordelen tot het maken van zijn eigen printjes? Daarover laten King en Tenopir zich helaas niet verder uit. Ze komen niet verder dan de wat obligate slotzin dat “Articles are an important part of faculty members’ research, teaching, and other work needs, and they must have access to them in a variety of ways.”

Om met Martin Bril te spreken: Tsja…

Bril is dood

Vanmiddag liep ik op het Koningsplein de Selexyz binnen. Komende week is het vakantie en ik kon nog wel wat leesvoer gebruiken. Ik had net Voskuils Binnen de huid in één ruk uitgelezen en dat had me opnieuw nieuwsgierig gemaakt naar Bij nader inzien. Lang geleden gelezen, maar nu dus gekocht om te herlezen. En ik wilde graag ook Martin Brils De kleine keizer kopen.

Maar dat ging dus niet. Weliswaar was er meteen na de ingang, midden in de winkel, als een eerbetoon aan Bril een tafel ingericht met een keuze uit zijn publicaties, maar De Kleine keizer lag er niet tussen. ‘Uitverkocht, mijnheer. Maandag hopen we weer nieuwe exemplaren binnen te krijgen.’ Verrassend was dat natuurlijk niet, na de bekroning begin van deze week met de Bob den Uyl-prijs, bijna onmiddellijk gevolgd door het bericht van zijn overlijden.

Ook ik was door dat overlijden geraakt. Als fervente Volkskrant-lezer was de afgelopen jaren, na het scannen van de voorpagina, Brils column op de eerste pagina van De Voorkant het eerst dat ik ’s ochtends in de krant las. Zoals het Evelien-feuilleton jarenlang een van de redenen was om mijn abonnement op Vrij Nederland toch nog maar een jaar aan te houden, totdat zelfs dat niet meer voldoende reden was. Met Brils overgang naar de voorpagina, hoe eervol ook, wist ik het nog niet zo goed. Ik sprak er na zijn tweede of derde bijdrage met een collega over, en onze gezamenlijke conclusie was dat Bril in ieder geval z’n draai nog niet gevonden had, dat de lengte wellicht toch voor hem net iets aan de korte kant was, of dat het misschien gewoon echt niet meer zo goed met hem ging.

En nu is hij er dus niet meer. De kleine keizer ga ik zeker nog een keer lezen. En dat abonnement op de Volkskrant? Ik weet niet of die het overlijden van Bril zal weten te overleven.

OBO bij de UBU

Vandaag even een dag zonder Aleph, want ik moest voor de halfjaarlijkse bijeenkomst van UKB-adjunctbibliothecarissen (het OBO) naar de UB Utrecht. Naast het gebruikelijke rondje langs de velden met veel (re-)organisatie-, verhuis-, verbouw- en bezuinigingsperikelen, stonden er drie presentaties op het programma. Pia van Kroonenburgh gaf een toelichting op de renovatieplannen voor de Tilburgse UB, Ger Spikman presenteerde de resultaten van het laatste gebruikersonderzoek over de Forumbibliotheek in Wageningen en Menno Rasch ging in op de verrijking van de Utrechtse bibliotheekcatalogus met gegevens uit LibraryThing.

De man-vrouw verhouding was vandaag duidelijk in het voordeel van de vrouwen. Dit in tegenstelling tot het ‘echte’ UKB-bibliothecarissenoverleg waar weliswaar een vrouwelijke voorzitter is in de persoon van Maria Heijne, maar waar de mannen nog ver in de meerderheid zijn. Maar, werd vandaag geconstateerd, wellicht gaat dat op korte termijn nu toch veranderen. Niet alleen is door het vertrek van Bas Savenije naar de KB de positie van bibliothecaris van de UBU vacant, ook bij een aantal andere UBs zullen binnen nu en een jaar de (manlijke) bibliothecarissen met, al dan niet vervroegd, pensioen gaan.

Aan het eind van de middag met een ‘bijgepraat’-gevoel weer naar huis. Over een half jaar zal Amsterdam gastheer zijn. We zullen zorgen voor een mooi programma.

In Aleph

Zes maanden zitten er inmiddels op van ons implementatieproject voor het nieuwe bibliotheeksysteem Aleph. Zes maanden en we hebben nog vier maanden te gaan tot STP. STP? Ja, STP, oftewel Switch-to-Production: het moment dat daadwerkelijk de knop wordt omgezet en Aleph in productie wordt genomen. Er is in die zes maanden vooral achter de schermen keihard gewerkt door het projectteam (kan ik makkelijk zeggen aangezien ik zelf ook in dat team zit) en zo langzamerhand beginnen de eerste harde resultaten zichtbaar en toonbaar te worden. De eerste reacties op de nieuwe catalogus zijn in ieder geval heel enthousiast en we zijn nu in blijde verwachting van de eerste volledige test-conversie van onze totale database van ruim 3 miljoen items.

Dat neemt niet weg dat ons de komende maanden nog wel een paar krachttoeren te wachten staan. Met configureren zijn we bijna permanent bezig. Aleph blijkt een heel flexibel systeem te zijn, maar ook een systeem met heel veel opties die bij een initiële installatie allemaal langsgelopen moeten worden. Ondersteuning van producent ExLibris is daarbij essentieel en ze komen dan ook met enige regelmaat hier over de vloer. Maar veel van die ondersteuning vindt toch op afstand plaats, en dat heeft zo z’n eigen dynamiek en problematiek.

Daarnaast beginnen we komende maand met de trainingen voor ons eigen personeel (‘mijn deelproject’). Dat is geen sinecure wat het gaat om ongeveer 300 HvA- en UvA-bibliotheekmedewerkers. Bij de voorbereiding hiervan hebben we gelukkig gebruik kunnen maken van de ervaringen die ze met deze overgang van LBS naar Aleph een aantal jaren geleden bij de UB Leiden hebben opgedaan. Natuurlijk doen we het in Amsterdam weer net allemaal een beetje anders, maar het is toch een prettige steun in de rug om af en toe terug te kunnen vallen op collega’s die hetzelfde traject hebben doorlopen en daar uiteindelijk ook met een positief eindresultaat uit zijn gekomen. STP, we dromen er inmiddels allemaal af en toe al van…

En de rijken worden rijker

Het was weer zo’n kort berichtje in Library Journal: na de bibliotheken van UCLA en Yale heeft ook de bibliotheek van Harvard een donatie van $ 5 miljoen ontvangen van het Britse Arcadia Fund. Bibliothecaris Robert Darnton gaat daarmee de komende vijf jaar zijn gedrukte boekencollectie op peil houden en materiaal uit de 17e en 18e eeuw beter ontsluiten en conserveren.

Vijf miljoen dollar. Bij de huidige wisselkoers is dat een kleine vier miljoen euro. Oftewel vijf keer ons jaarlijkse collectievormingsbudget voor de geesteswetenschappen. Zomaar als extraatje, bovenop de voor onze begrippen al gigantische budgetten waar een bibliotheek als Harvard toch al over kan beschikken.

Zou dat Arcadia Fund ooit gehoord hebben van de Laibrurie of de Joenifursitie of Emsterdem? Trotse bezitter van zo’n vier miljoen banden, een 8e eeuws handschrift van Julius Caesars De Bello Gallico en het manuscript van Multatuli’s Max Havelaar? Ook wij willen best $ 5 miljoen extra om onze collecties op peil te houden. Maar ja…

Al dat praten over Harvard aan de Amstel, Harvard aan de Zuidas en Harvard aan de Noordzee. ‘t Is natuurlijk zinloze luchtfietserij. Maar dit soort berichten maakt je toch ook wel nieuwsgierig naar het werken in een dergelijke omgeving. Ondanks de dramatische bezuinigingsverhalen bij Amerikaanse bibliotheken waar Library Journal en de Chronicle of Higher Education de laatste maanden ook vol mee staan.

Wat te doen in 24 uur?

We zijn collectief nu al een tijdje in de ban van Helen Blowers 23 Things en elke zichzelf respecterende bibliotheekorganisatie heeft z’n personeel in de afgelopen jaren een meer of minder afgeslankte versie voorgeschoteld. Over de effecten na afloop van al die ‘onderdompelingstrajecten’ bestaat nog geen eensluidend oordeel (zie bijvoorbeeld Wowters 23 Dingen. En toen? en de reacties daarop), maar dat remt nieuwe 23-initiatieven nog niet echt af. Er wordt fiks wat (werk-)tijd in geïnvesteerd.

Ondertussen moeten we echter ook John Dupuis’ 16 books en 29 reports (plus aanvullingen) niet vergeten. Het zijn indrukwekkende lijsten publicaties over de toekomst van onszelf, ons vak en de bibliotheken waarin we werken. Ik kan niet zeggen dat ik ze allemaal gelezen heb. :=( Met name die rapporten probeer ik wel een beetje bij te houden en daarover ook af en toe te bloggen. Maar alles bijelkaar leveren de lijsten een meer dan gemiddelde onderwijsmodule op voor het vak Library and Information Science. En wie heeft de tijd om dat nu allemaal te gaan lezen?

Sarah Houghton-Jan, ze blogt onder de naam Librarian in Black en werd onlangs uitgeroepen tot een van de 2009 Movers and Shakers door Library Journal, biedt de oplossing met haar presentatie Methods For Staying Current and Dealing with Information Overload. Maar ja, dan moet je wel weer de moeite én de tijd nemen om 90 slides te bekijken. Slik.

Er is er een jarig…

Laika ging me als voormalig-Spoetnikker al twee maanden geleden voor, maar ook Een beetje adjunct heeft nu vandaag de respectabele leeftijd van één jaar bereikt. Ruim 200 postings (gemiddeld één per ambtelijke werkdag) en ruim 10.000 hits (vorige week deze ‘magische’ grens gepasseerd) zijn de koele cijfers voor dat eerste jaar. Maar daarnaast vooral veel plezier in het bloggen zelf, en met grote regelmaat enthousiaste en enthousiasmerende reacties. Op dus naar de 2e verjaardag!

On the CommonCraft show

Een maand geleden vierden we de 20e verjaardag van het World Wide Web. Dat web is zo’n integraal en niet meer weg te denken onderdeel geworden van ons dagelijks leven, dat je je af kunt vragen of daar nu nog zo’n fraaie CommonCraft-video van gemaakt moet worden. We wéten toch wel hoe dat web inelkaar steekt? Maar het is toch gedaan en nu is er dus World Wide Web in Plain English.

Een aanrader opnieuw, al is het alleen maar voor die oer-Hollandse molen die ook nog een nuttige functie blijkt te vervullen. ;-)

 

Zelfstudie

Een groot gedeelte van de middag bezig geweest met de voorbereiding van een presentatie over de bibliotheekvoorziening voor de faculteit der Geesteswetenschappen. Die presentatie is bedoeld voor het Facultair Bestuursberaad, het overleg van de decaan met de afdelingsvoorzitters. Een goed moment om dus eens terug te kijken op wat er in de afgelopen jaren gerealiseerd is en welke ingrijpende veranderingen er zich voltrokken hebben. Van twaalf bibliotheeklocaties voor de geesteswetenschappen naar op dit moment nog vier, bijvoorbeeld (en natuurlijk nog steeds met het perspectief van dat ene gebouw, op het BG-terrein of aan het Rokin).

Al materiaal verzamelend kwamen er toch een aantal leuke cijfers boven tafel. Zo is het bedrag dat we jaarlijks reserveren voor de aankoop van monografieën in de afgelopen jaren nominaal ongeveer op hetzelfde niveau gebleven, maar als percentage van het collectievormingsbudget in tien jaar tijd gedaald van 66% naar 45%. Dat is een grotere daling dan ik verwacht had. De stijging van het budget is in die periode helemaal opgegaan aan het opvangen van prijsstijgingen (m.n. bij de tijdschriften) en aan de bijdrage vanuit geesteswetenschappen aan de big deals voor e-tijdschriften. Die laatste bijdrage bedraagt inmiddels bijna 15% van het collectievormingsbudget. Tegelijkertijd besteden we ook nog steeds ca. € 150.000 aan papieren tijdschriften, voor een kleine 1.450 abonnementen. Voor veel deeldisciplines van de geesteswetenschappen zijn de aanstaande onderhandelingen over de verlenging van de licentie voor Elseviers ScienceDirect dan ook van veel minder belang dan de continuering van die papieren abonnementen op tijdschriften waarvan een e-versie nog (lang?) niet aan de horizon is verschenen.

En nog zo iets: het aantal uitleningen bij Geesteswetenschappen blijft maar stijgen, tegen de algemene trend in van langzaam teruglopende aantallen uitleningen die bijvoorbeeld uit de statistieken van de Association of Research Libraries telkens blijken. Alle vier bibliotheeklocaties vertonen sinds 2002 stijgende uitleencijfers, variërend van een stijging tussen 2002 en 2008 met 18% tot zelfs 87%.  Er is altijd het nodige op dergelijke gegevens af te dingen en het is inderdaad zo dat ons aanbod aan e-books zeker voor de geesteswetenschappen nog beperkt is, maar deze boodschap is toch ook luid en duidelijk: het gedrukte boek neemt nog steeds een essentiële plaats in in het geesteswetenschappelijk onderwijs en onderzoek.

Volgende Pagina »