Archief voor maart 2009 | Maandelijkse archief pagina

Voorjaarsschoonmaak

Hoe belangrijk is een blogroll (Berts keuze, in dit geval)? Wat is de toegevoegde waarde aan de blog zelf? Ik gebruik mijn keuze op deze plek om anderen te attenderen op blogs, en aanverwante digitale publicaties, die ik zelf belangrijk genoeg vind om regelmatig te volgen. Dat moet dus vooral een beperkte selectie zijn, en niet een naar uitputtendheid strevend overzicht, want onze tijd om informatie tot ons te nemen is zoals bekend beperkt. Hebben anderen daar iets aan? Ik zie regelmatig ‘achter de schermen’ dat er op een of meerdere uit de lijst wordt doorgeklikt, dus er wordt wel iets mee gedaan.

Maar selectief zijn dus, en daarom is het nu tijd voor de voorjaarsschoonmaak: Berts keuze moet opgepoetst worden. Toevoegen is daarbij altijd makkelijker dan schrappen, maar ook dat laatste moet niet uit de weg gegaan worden. En dus zijn kind van de rekening:

  • het weblog van de Letteren Bibliotheek van de Universiteit Utrecht (makkelijke keuze, want men is gestopt)
  • Libraryspring van UB-collega Driek Heesakkers (Driek heeft het gewoon te druk met z’n RFID-project; bloggen komt daarna misschien weer).

Maar er zijn uiteraard ook enkele nieuwelingen:

En ik heb een nieuwe categorie toegevoegd: UBA-blogs. Een aantal van mijn medewerkers is begonnen een blog in te zetten als communicatiemiddel richting hun eigen gebruikersgroep. Het is vaak nog zoeken naar de juiste vorm, maar de eerste resultaten en reacties zijn veelbelovend. Dus als steuntje in de rug krijgen ze een plaatsje in Berts keuze. Ik ben benieuwd of er nog meer zullen volgen.

Per saldo is Berts keuze daarmee met zes uitgebreid. Niet selectief genoeg? Ik houd me aanbevolen voor verbeteringen.

Knuppel in het hoenderhok

Mark Bauerlein is hoogleraar Engelse letterkunde aan Emory University en auteur van het vorig jaar verschenen The Dumbest Generation (ondertitel: Don’t Trust Anybody Under 30!) In Professors on the Production Line, Students on Their Own houdt hij een sympathiek betoog tegen de persistente Publish-or-Perish-cultuur aan Amerikaanse universiteiten. Enerzijds onderbouwt hij zijn betoog met opvallende cijfers over het gebrek aan contacturen tussen docenten en bachelor-studenten en anderzijds maakt hij zich vrolijk en tegelijkertijd ongerust over de almaar stijgende hoeveelheid publicaties over een en hetzelfde onderwerp, juist ook in veel geesteswetenschappelijke disciplines zoals de Engelse letterkunde waarin hij zelf werkzaam is. Is daarmee onze kennis nu zoveel groter mee geworden? Wie zijn nu eigenlijk de winnaars van deze publish-or-perish zonder einde? Wie de slachtoffers zijn is volgens Bauerlein in ieder geval overduidelijk: dat zijn al die bachelor-studenten die veel te weinig betekenisvolle contacturen hebben met die op onderzoek gefocuste jonge docenten op zoek naar een vaste aanstelling.

Bauerleins betoog eindigt met een pleidooi voor een rem op die drang naar steeds maar meer publicaties, en vooral ook voor andere criteria bij de aanstelling van nieuw universitair personeel. Niet het aantal publicaties moet daarin doorslaggevend zijn, maar de mate waarin iemand aantoonbaar breed inzetbaar is in het onderwijs. In een begeleidend interview zegt hij het nog wat botter:

“I’ll tell you, I think we should have maybe 20 to 25 research institutions in language and literature in this country. I do not think that we should have professors at 500 universities who conceive of themselves primarily as researchers,” said Bauerlein. “We should really say that for the vast, vast majority of language and literature professors, your job is primarily an educational one, a teaching one, and that your main job is to reach the entire undergraduate population and acquaint them with the literary and language inheritance.”

Niet langer Publish-or-Perish, maar Teach-or-Tremble! Of: Teach-or-Tumble. Of: …

Google: de nieuwe Elsevier!

Vorige week vrijdag vond aan Columbia University een eendaagse conferentie plaats over de Google Book Search settlement. Was het informatieaanbod over die deal voor 13 maart al enorm, ná deze conferentie is het alleen nog maar meer geworden. In blogpostings en artikelen buitelen voor- en tegenstanders over elkaar heen en om nu te zeggen dat daar een enigszins eensluidend beeld uit ontstaat, nee. Het lot van de ‘orphan works’ (verweesde werken waarvan onduidelijk is of er nog rechthebbenden van bestaan) was een van de belangrijkste issues (zie o.m. de posts van Paul Courant en Peter Brantley) op een bijeenkomst waar volgens een vertegenwoordiger van Google vooral “a bunch of very nice folks from extremely privileged universities.” het woord voerden. Een van hen, Harvards Robert Darnton, kon dat natuurlijk niet over z´n kant laten gaan en sloeg terug met ”I’m worried that Google will be the Elsevier of the future, but magnified by a hundred times.”

Google vergeet ondertussen z’n public relations niet. Op de website van Library Journal verscheen de dag voor de conferentie een voorproefje van een veel uitgebreider interview met Google’s Dan Clancy dat pas op 1 mei in de gedrukte versie van LJ verschijnt. (kan dat tegenwoordig eigenlijk nog wel? ik vind van niet. Maar ons erover verwonderen hoeven we eigenlijk niet. LJ is tenslotte in handen van Reed Elsevier). Clancy wijst natuurlijk op de vele voordelen van de overeenkomst voor het grote publiek en op de redelijke prijzen die Google straks voor toegang tot de totale database zal gaan vragen. En als de prijs niet bevalt, dan kunnen universiteiten toch besluiten geen licentie af te nemen! (en je hoort hem denken: die keuze hebben ze straks natuurlijk helemaal niet).

Wat dat betreft is het volgende citaat uit Rick Andersons column in de laatste aflevering van Against the Grain (februari 2009, p. 48), In My Humble But Correct Opinion, heel erg to the point:

“The cruel reality is that Google Book Search’s profit motive, less-than-perfect completeness, and lack of organized metadata are of little concern to our patrons. They are mainly of concern to us, as librarians. As librarians, we value completeness and can’t fathom why an end user would get excited about given access to only 20% of a book. From our patrons’ perspective, however, being able to search the entire content of a book often matters more than being able to read the entire book.” (…)  Google Book Search, in other words, is our problem – not our patrons’ problem.”

Verhuisperikelen

De kogel is dan nu eindelijk echt door de kerk: het College van Bestuur heeft gisteren besloten dat de juristen in 2016 ‘hun’ Oudemanhuispoort gaan verlaten om anderhalve kilometer verderop op het Roeterseiland een nieuw onderkomen te krijgen. Dat duurt nog wel even want het nieuwe onderkomen moet wel eerst door de huidige bewoners verlaten zijn en vervolgens grondig gerenoveerd als onderdeel van de algehele herinrichting van het Roeterseiland. Ik was vanmorgen nog even in de poort waar een serene vrijdagochtendrust heerste. Nog geen barricades of samenscholingen van protesterende hoogleraren of studenten. Dat kan natuurlijk allemaal nog komen, maar ondertussen kan collega Mieke Vermeulen zich gaan preparen op de inrichting van een nieuwe Juridische bibliotheek.

In de UB zelf was vandaag de uitleen-afdeling gesloten. Dat gebeurt zelden, maar vandaag was het onvermijdelijk omdat de afdeling in verband met een ingrijpende verbouwing moest verhuizen naar een tijdelijk onderkomen. Die verbouwing is noodzakelijk om een nieuw systeem van zelfbedieningsuitleen met RFID voor uit het magazijn opgevraagde boeken te realiseren. Het RFID-traject is tot nu toe niet zonder hobbels gebleken, maar we gaan er van uit dat met de oplevering van ons nieuwe bibliotheeksysteem Aleph deze zomer direct aansluitend ook de zelfbedieningsuitleen gerealiseerd zal worden. Vorig jaar, bij de herinrichting van ons Informatiecentrum (zie Verbouwblog), is er met het oog op deze verbouwing al flink gebroken en nu is het dan eindelijk tijd om de sindsdien kale, achter plastic verborgen ruimte her in te richten. Klaar voor de bouwvak!

Onze collega’s van de FNWI zijn ondertussen een paar stappen verder. Afgelopen maandag is de nieuwe Bèta-bibliotheek in de Watergraafsmeer opengegaan. De komende maanden zullen daar nog een aantal collecties naar toe gaan verhuizen en volgend jaar zomer zullen de laatste collecties en medewerkers van het Roeterseiland naar het Science Park overgebracht worden. Tijd dus om daar snel een keertje te gaan kijken. En uiteraard: gefeliciteerd collega’s, met jullie nieuwe behuizing!

Partners in crime

Ik mag graag een beetje rondsurfen op de sites van collega-universiteitsbibliotheken. Niet alleen om de kunst af te kijken, maar ook gewoon om zicht te houden op waar zij mij bezig zijn en welke keuzes zij maken. Zo belandde ik nu, zoals altijd via de nodige omzwervingen, bij het nieuwe beleidsplan voor de komende jaren van de UB Utrecht.

De titel, Partner in Science, is weinig verrassend. In bijna alle beleidsplannen van UBs van de afgelopen jaren vormt dat partnerschap de kapstok voor de visie op de eigen toekomst. En die visie is in Utrecht de komende jaren behoorlijk ambitieus en gericht op het uitbouwen van Utrechts positie als “één van de modernste en meest innovatieve bibliotheken van Europa.” In fysieke zin moet dat gebeuren door de realisatie van de UB Binnenstad uiterlijk 2011. In deze, aan de UB Uithof gelijkwaardige bibliotheek, zullen vanaf komende zomer eerst Letteren en vervolgens Rechten, Godgeleerdheid en Wijsbegeerte samengebracht worden. Digitaal wordt de lat nog wat hoger gelegd: “Voor de universitaire wereld voldoet Google niet. Deze zoekmachine is onvoldoende selectief of duurzaam en de informatie is niet gecertificeerd. Het Utrechtse antwoord is het gebruiksvriendelijke Omega.” De functionaliteit van Omega zal de komende jaren verder verbeterd worden. Klantgerichtheid is daarbij het uitgangspunt, want “Er kan geen sprake zijn van one size fits all. Diensten komen tot stand in interactie met de klant en worden op maat geleverd, zowel aan groepen als aan individuen.” Van de persoonlijke bibliotheek voor de individuele student of docent tot de Virtuele KennisCentra voor specifieke groepen gebruikers.

Klantgerichtheid en flexibiliteit zijn niet alleen de kernthema’s bij het verder ontwikkelen van de bibliothecaire diensten, zij zijn ook twee van de vier kerncompetenties die de UBU voor al haar personeel heeft geformuleerd. Samenwerken en optreden zijn de andere twee. Een groep medewerkers wordt er in Partner in Science apart uitgelicht (overigens ook in ons eigen beleidsplan Ex Libris): de vak- en informatiespecialisten.

Vak- en informatiespecialisten dienen van vele markten thuis te zijn om hun rol van intermediair tussen de gebruikers en hun informatiebronnen en -systemen goed te kunnen vervullen. Het doel is immers de kennisontwikkeling van onderzoekers, docenten en studenten en hun samenwerkingspartners te faciliteren. Deze taak omvat alle aspecten van het ontwerp tot en met de invoering van Virtuele KennisCentra. Actuele kennis van en ervaring met onderzoek- en onderwijsmethoden is hierbij een vereiste.

Om de vak- en informatiespecialisten beter te ondersteunen bij hun veranderende functie past de UBU het functieprofiel aan, wordt scholing op maat aangeboden en kijkt de UBU waar medewerkers ingezet kunnen worden bij projecten. Uiteraard is ook een taakvermindering op traditionele werkterreinen noodzakelijk. Het gevolg van deze stappen zal zijn dat de carrièreperspectieven voor deze medewerkers verbeteren.

Mooi plan.

A Day in the Life

Vandaag is het zo ver: het project A Day in the Life of the Digital Humanities is gisteravond (althans bij ons) in Australië begonnen en loopt nog tot ver na middernacht (althans bij ons) door tot in Hawaï. Op deze dag documenteren digital humanists van over de hele wereld wat zij op een willekeurige werkdag doen om aldus een gezamenlijk antwoord te geven op de vraag: “Just what do computing humanists really do?”

Er hebben zich een kleine honderd digital humanists voor deze dag aangemeld die via verschillende feeds de hele dag gevolgd kunnen worden. Op Google Maps valt precies te zien uit welke landen diegenen die zich aangemeld hebben afkomstig zijn. En dan blijkt digital humanities opeens een discipline te zijn die vooral aan de oostkust in de Verenigde Staten, de westkust van Canada en in West-Europa wordt beoefend. Uit andere werelddelen hebben zich in ieder geval (bijna) geen deelnemers gemeld.

Toch een ouwe l..

Dacht ik net mee opgestoomd te zijn in de vaart der 2.0 volkeren, brengt een van mijn Amerikaanse collega’s me in The Chronicle of Higher Education in één klap weer met beide voeten terug op aarde: “In this mobile world, I don’t have time to read blogs anymore,” he said. “I’m going to say it publicly: A blog is old-fashioned.” Aldus Yale University bibliothecaris Joseph Murphy tijdens de net afgelopen ACRL-conferentie in Seattle. Wat is het nu dan wel? Dat valt natuurlijk eenvoudig te raden: Twitter is het nieuwe (?) buzzword en twitteren (letterlijk) in de vingers hebben is een van de nieuwe competenties waarover bibliothecarissen volgens Murphy dienen te beschikken om de band met hun gebruikers te behouden.

Ik twitter niet, heb Second Life nog nooit aan de binnenkant gezien, mijn Hyves lijdt een zieltogend bestaan, ik heb nog steeds geen profiel op LinkedIn of Facebook en me ook nog niet aangemeld voor Bibliotheek 2.0 Ning (sorry, Edwin). Ik biecht het allemaal maar tegelijkertijd op. Ik ben gewoon een ouwe één-punt-nuller.

Eva is tevreden

portrait of a beautiful businesswomanDe Universiteit Twente heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken een zelftest digitale vaardigheden ontwikkeld. In de test wordt het onderscheid gehanteerd tussen operationele vaardigheden (de knoppen bedienen), formele vaardigheden (inzicht in structuren van digitale media), informatievaardigheden (kunnen zoeken, selecteren en evalueren) en strategische vaardigheden (digitale media effectief gebruiken en toepassen).

Op elk van deze onderdelen moet onder begeleiding van Eva (hier links) een aantal opdrachten uitgevoerd worden en krijgt degene die de zelftest doet onmiddellijk per email feedback op zijn of haar resultaten. Uit eerder onderzoek van de Universiteit Twente is gebleken dat de Net generation weliswaar hoog scoort bij de operationele en formele vaardigheden, maar dat zij het er wat betreft de informatie- en strategische vaardigheden niet beter vanaf brengt dan de digital immigrants. Alleen tussen Internetervaring en operationele vaardigheden blijkt een direct verband te bestaan. 

Juist met die operationele vaardigheden ging ik, volgens de test althans, in de fout: 6 van de 9 opdrachten waren onjuist beantwoord. Uit de feedback die ik via de mail ontving, viel echter niet op te maken waar het dan precies fout was gegaan. Gelukkig scoorde ik op de andere drie vaardigheden maximaal, zodat ik gerustgesteld de complimenten van Eva in ontvangst kon nemen.

Geestelijk vader van Eva, Alexander van Deursen, hoopt op dit onderwerp binnenkort te promoveren.

Go, Google Scholar, Go

Collega Anneke Dirkx van de Leidse UB attendeerde me op een recent artikel in het tijdschrift portal: Libraries and the Academy (helaas, elektronisch alleen betaald beschikbaar) over Google Scholar. Alhoewel de titel van haar post, And the winner is: Google Scholar, en de openingszin, “.. blijkt dat Scholar op veel belangrijke punten het beste scoort”, niet helemaal op een juiste wijze de inhoud van het artikel dekken, is de strekking wel duidelijk: Google Scholar is een geduchte concurrent voor duurbetaalde vakspecifieke databestanden. “A searcher who is unwilling to search multiple databases or to adopt a sophisticated search strategy is likely to achieve better than average recall and precision by using Google Scholar.”

De bevindingen uit dit artikel staan niet op zichzelf. Drie andere, recente voorbeelden van onderzoek met een positieve waardering van Google Scholar als eindconclusie:

1) Scholar verslaat een groot aantal betaalde, vakspecifieke databases als het gaat om de ontsluiting en indexering van Open Access tijdschriften op het gebied van de bibliotheek- en informatiewetenschap. Bron: LIS Open Access E-Journal – where are you? in Webology.

2) Scholar vindt meer relevant materiaal en met een hoger ’scholarly’ gehalte dan traditionele, betaalde databases. Bron: How Scholarly is Google Scholar? in College and Research Libraries (preprint).

3) voor een vakgebied als engineering biedt Scholar, zeker voor de literatuur van de laatste 20 jaar, bijna dezelfde dekking als de beste vakspecifieke database, in dit geval Compendex. Bron: Google Scholar’s Coverage of the Engineering Literature: An Empirical Study in The Journal of Academic Librarianship.

Alhoewel in het tweede artikel, terecht denk ik, wordt geconcludeerd dat de ware test voor Google Scholar een vergelijkend onderzoek met de Primo’s, AquaBrowsers en Encore’s van deze wereld zal zijn, kunnen we toch ook op dit moment al niet meer om Scholar heen. Een tweetal bibliotheken in Nederland heeft dat inmiddels onderkend, en biedt Google Scholar naast alle betaalde zoekmogelijkheden al op de homepage van de bibliotheek aan (Amsterdam, Wageningen). Een voorbeeld dat navolging verdient?

WWW 20, niet 2.0

Vanmiddag werd door CERN in Genève feestelijk stilgestaan bij het feit dat twintig jaar geleden, in maart 1989, Tim Berners-Lee aan zijn leidinggevende het voorstel voorlegde dat de basis zou vormen van het World Wide Web. “Vague, but exciting”, concludeerde Mike Sendall, and the rest is history…

 

tim_for_nobel_def

 

Een jaar geleden plaatste ik bovenstaande banner af en toe op mijn Spoetnik-blog. Vandaag lijkt een goede gelegenheid dat nogmaals te doen.

Thank you, sir Tim!

Volgende Pagina »