Archief voor november 2008 | Maandelijkse archief pagina

Waar voor je geld

De cijfertjes tollen al een tijdje door mijn hoofd. Met het oog op onze eigen begroting voor 2009 had ik ook al eens wat berekeningen gemaakt, maar de bijdrage van de Groningse bibliothecaris Alex Klugkist aan de laatste Pictogram zette me nog een keer aan het denken. Want wat schrijft Klugkist dan? Hij noemt als een van de redenen voor de grootscheepse reorganisatie van de Groningse bibliotheekvoorzieningen die tot één universiteitsbrede bibliotheekorganisatie moet leiden “De verhouding tussen uitgaven voor collectievorming en die voor personeel en huisvesting – een 30/70 verhouding – is uit balans: gestreefd moet worden naar een verhouding waarbij een groter aandeel van het bedrag van € 15 miljoen aan collectievorming wordt besteed en waarbij de personeelslasten in ieder geval minder dan 50% van de totale lasten bedragen.”

Lijkt inderdaad niets mis mee. De roep om meer, met name meer digitale, informatie door studenten en medewerkers is groot, dus waarom er niet naar streven een zo groot mogelijk deel van het bibliotheekbudget aan te wenden voor juist die aanschaf van informatie. Maar hoe zit dat nu bij ons, bij de UvA? Hoe ligt die verhouding tussen collectievormingsgelden en (gemakshalve maar even) overige bestedingen precies? Eenvoudige antwoorden daarop bestaan niet, zo is de afgelopen jaren wel gebleken bij de pogingen van UKB om tot een gezamenlijke benchmarking voor de universiteitsbibliotheken te komen. Het verzamelen van de juiste gegevens en dan ook nog eens van gegevens die tussen instellingen vergeleken kunnen worden omdat ze hetzelfde betekenen is geen sinecure gebleken.

Maar goed, met die kanttekening nu wat Amsterdamse cijfers. Van de begroting 2009 van de UB wordt ruim 40% besteed aan huisvesting en infrastructuur; iets minder dan 40% gaat naar personeel en slechts 9% naar collectievorming. Klopt dat? Ja, dat klopt. In die 40% huisvesting zit bijvoorbeeld ons hulpdepot in Amsterdam-Zuidoost (het IWO, drie voetbalvelden groot) en de gecombineerde huisvesting van de Bijzondere Collecties en het Allard Pierson Museum aan de Oude Turfmarkt in hartje Amsterdam. De ‘last’ daarvan slaat een behoorlijk gat in onze begroting. Bij de faculteitsbibliotheek Geesteswetenschappen zie je een beetje hetzelfde. Ruim 40% van de GW-begroting gaat naar huisvesting, iets minder dan 40% naar personeel en 20% naar collectievorming. Gespreide huisvesting over (nu nog) vier locaties vertaalt zich in hoge huisvestingslasten én hogere personeelslasten dan de onderbrenging in één gebouw zou vereisen. Laten we de huisvestingslasten buiten beschouwing dan komt de verhouding collectievormingsgelden – personeelslasten op 35 – 65 te liggen. Bij de faculteitsbibliotheken Maatschappij- en Gedragswetenschappen en Economie en Bedrijfskunde kruipen die percentages wel meer naar elkaar toe, maar er is nog lang geen sprake van een 50-50 verhouding.

Nu is het natuurlijk veel te kort door de bocht om te zeggen: die verhouding is helemaal verkeerd, die moet zo snel als mogelijk ten gunste van het collectievormingsbudget aangepast worden. De bibliothecaire dienstverlening bestaat tenslotte uit meer dan licenties op bestanden (die moeten ook beoordeeld en uitonderhandeld worden) en de juiste boeken op de plank (die ook ‘gewoon’ gekocht, gecatalogiseerd, geplaatst en uitgeleend moeten worden). Daarvoor is personeel nodig en zonder fysieke bibliotheek kunnen we de eerstvolgende decennia ook nog niet. Integendeel, de behoefte aan goed geoutilleerde studieplaatsen en studieruimtes lijkt alleen maar toe te nemen. Het bibliotheekbudget zal dus nooit (?) voor 100% alleen aangewend kunnen worden voor collectievorming. Maar het percentage waarnaar we zouden moeten streven? Ik vrees dat deze cijfertjes nog wel een tijdje in m’n hoofd zullen blijven tollen… En in ga nog eens een duik nemen in de UKB-benchmarkgegevens.

Spoetnik een half jaar later

Precies een half jaar geleden eindigde onze onderdompeling in web 2.0, het op Learning 2.0 en Rob Coers’ 23 Dingen gebaseerde en geïnspireerde interne opleidingsprogramma Spoetnik. “Ontdek nieuwe toepassingen en leer ze gebruiken! Doe er je voordeel mee, zowel privé als op je werk. Neem ze mee bij bedenken van nieuwe diensten van de bibliotheek. Dít is het doel van dit programma.”  schreven de organisatoren Pascal Braak, Alice Doek en Olga Marx van onze afdeling Informatiediensten.

En vanmiddag zaten we dan met 35 Spoetnikkers bijelkaar om nog eens terug te kijken op die vier maanden in het voorjaar en te proberen de volgende stap te zetten: welke nieuwe diensten willen we nu met het verkregen inzicht en de verkregen vaardigheden niet alleen bedenken maar ook implementeren. In kleine groepjes is daarover gediscussieerd en vervolgens gerapporteerd in een gezamenlijk document in Google Docs zodat er plenair meteen over alle ideeën verder gebrainstorm kon worden. Dat leidde niet direct tot eenduidige eindconclusies maar leverde wel voldoende aanknopingspunten op die verder uitgewerkt kunnen worden richting nieuwe diensten. Dat gezamenlijke document komt binnenkort beschikbaar op de Spoetnik-site.

Wowter heeft er terecht op gewezen dat het enthousiasme dat met het programma gegenereerd is ook echt een vervolg moet krijgen wil dat enthousiasme niet omslaan in frustratie. En dat vervolg gaat er ook komen, daarvoor zijn voldoende ideeën vanmiddag geopperd. Alleen de realiteit is ook dat een aantal afdelingen momenteel onevenredig in beslag wordt genomen door de implementatie van Aleph waardoor er minder tijd en energie beschikbaar is voor het uitwerken van die ideeën. Het zullen in eerste instantie dus vooral kleine stapjes worden.

En ondertussen is het voor de organisatoren en samenstellers van het programma uiteraard leuk om te merken dat er op allerlei plekken, al dan niet in afgeslankte vorm, op Spoetnik gebaseerde trainingsprogramma’s zijn begonnen (zie bijvoorbeeld momenteel de HvA, een Spoetnik light met 8 onderdelen) of op korte termijn gaan starten (de UB Leiden, Spoetnik ultra light met 7 onderdelen). Goed voorbeeld doet navolgen.

Samenwerken, waarom niet?

Vanmorgen met 15 UB-collega’s op ‘kennismakingsbezoek’ bij de mediatheken van de Hogeschool van Amsterdam. Nu kende ik die al (een beetje), maar aangezien het echt de bedoeling is de samenwerking tussen UvA en HvA verder te intensiveren was deze ochtend helemaal geen overbodige luxe. Er bestaat tussen de UB en de mediatheken al sinds enige jaren nauwe samenwerking achter de schermen. De mediatheken maken gebruik van het Pica LBS (en zitten nu dus ook in het overgangstraject naar Aleph), de acquisitie verloopt grotendeels via de UB, de website maakt gebruikt van het contentmanagementsysteem van de UvA, de Digitale Mediatheek van de HvA is een variant op onze MetaLib-implementatie en voor de HvA-webbronnen wordt gebruik gemaakt van de repository-software die de UB voor UvA-DARE en alle varianten daarop heeft ontwikkeld. Technisch is er dus al een grote mate van verstrengeling.

Uit de presentaties die deze ochtend door een aantal mediatheekmedewerkers werden verzorgd, bleek al snel dat er een veel bredere basis voor samenwerking is dan alleen een bibliotheeksystemen-gebaseerde. Of het nu gaat om de veranderende rol van de informatiespecialist, het klantgericht werken en het sturen op kwaliteit, de inrichting van de digitale bibliotheek/mediatheek of het ontwerpen van een homepage voor de bibliotheek/mediatheek die studenten niet het bos in stuurt maar hen snel op de plaatsen brengt waarnaar ze op zoek zijn. Het is vaak dezelfde problematiek en er zijn voldoende aanknopingspunten om daarvoor gezamenlijk naar oplossingen te zoeken, te profiteren van elkaars inzichten, maar toch ook rekening te blijven houden met de verschillen tussen enerzijds het (bijna exclusief) ondersteunen van onderwijs en anderzijds het ondersteunen van zowel onderwijs als onderzoek. Dat er naast sprake is van cultuurverschillen moeten we ook onder ogen zien, maar ons verder niet door af laten schrikken. Wat dat betreft was het wel aardig dat het interim-hoofd van de mediatheken, de door de UB ‘uitgeleende’ Gerard Köhler, in zijn begroeting aan het begin van de bijeenkomst verwees naar het interview met zijn HvA-baas in het weekblad van de HvA, Havana. Hem wordt de vraag voorgelegd: Kunnen we de mediatheken niet gewoon opheffen? Het antwoord luidt:

“Dat heb ik een domeinvoorzitter (zeg maar de decaan van een HvA-afdeling/faculteit, BZ) ook wel eens horen roepen. Ik ben daar niet voor, maar ik het sluit het niet uit. We moeten ons werk doelmatig organiseren, niet koste wat kost onze activiteiten in stand houden.”

Dat zijn toch geluiden die je niet zo snel binnen de muren van de UvA zult horen.

Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet

De UvA Medewerkersmonitor blijft nog even de gemoederen bezighouden. Naast het publiciteitsoffensief via spandoeken, paginagrote advertenties in Folia (Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet) en een persoonlijk mailtje van rector Dymph van den Boom, wordt er in de wandelgangen en ver daarbuiten wat afgemopperd op deze meningspeiling. Ik vrees dat zelfs het ‘Ook de Centrale Ondernemingsraad ondersteunt dit initiatief’ uiteindelijk niet echt de laatste twijfelaars over de brug zal weten te trekken. Maar goed, ze hebben nog tot en met 24 november 2008 tot 24.00 uur de tijd.

Collega Renze Brandsma van ons Digitaal Productiecentrum uit in Folia van deze week in een ingezonden brief nog zijn ongenoegen over het feit dat hij zijn frustraties over de centrale automatiseringsafdeling van de UvA, het Informatiseringscentrum, en over de financiële administratie niet kwijt kan in zijn antwoorden. Blijkbaar heeft hij dus een zet vragen over andere centrale diensten voorgelegd gekregen, misschien zelfs over zijn eigen UB. Gelukkig maar, want als iedere medewerker alle vragen voorgelegd zou hebben gekregen, had het beantwoorden van de enquête waarschijnlijk niet dertig minuten maar zeker een uur gekost. En daar hebben al die drukke UvA-medewerkers natuurlijk de tijd niet voor, ook al omdat de Medewerkersmonitor niet de enige peiling is die deze weken aan hen voorgelegd wordt. Zo heb ik afgelopen week ook nog moeten reageren op mijn ervaringen met de tijdens de zomer ingevoerde UvAwerkplek. Typisch gevalletje van slechte coördinatie. Nobody’s Perfect, zelfs de UvA niet.

Collections on the move

           gent-2008
Op maandag 15 december a.s. organiseren de Universiteitsbibliotheek Gent en de Faculteitsbibliotheek Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit van Gent een studiedag over het verhuizen van erfgoed en bibliotheekcollecties onder de titel Collections on the Move: bibliotheken en erfgoedzorg. Door Saskia Scheltjens, de nieuwe faculteitsbibliothecaris Geesteswetenschappen in Gent, ben ik gevraagd daar een bijdrage over de Amsterdamse ervaringen van de afgelopen jaren aan te leveren. Nee zeggen was eigenlijk geen optie, al heb ik de komende weken mijn handen ook nog vol aan het Aleph-implementatieproject, de coördinatie van de faculteitsbibliotheken en ondertussen ook nog twintig medewerkers in het rechte spoor houden. Gelukkig heb ik inmiddels alle jaargesprekken voor 2008 op één na gehouden, maar andere werkzaamheden (zoals bloggen, jullie zijn gewaarschuwd) zouden er de komende weken wel eens bij in kunnen schieten.

 

Waarom dan toch niet ‘nee’ gezegd? Uiteraard omdat het veel te leuk (en soms ook confronterend) is om eens terug te kijken op alles wat we op het gebied van samenvoegen en verhuizen van collecties geesteswetenschappen in Amsterdam hebben bereikt, hoe we dat gedaan hebben, en wat we in de komende jaren eigenlijk allemaal nog willen realiseren. Ook in Gent staat de vorming van “een volwaardige faculteitsbibliotheek” voor Letteren en Wijsbegeerte nu blijkbaar hoog op de agenda. De uitgangssituatie in Gent is nog veel meer versplinterd dan die in Amsterdam was, dus dat wordt geen eenvoudige operatie. Tijdens de studiedag zullen we ervaringen en good practices uit gaan wisselen. Dat dat in het Engels zal moeten beschouw ik vooralsnog maar als een minor problem.

Readers Online

Vandaag eindelijk toegekomen aan het schrijven van een evaluatierapportje over Readers Online in het eerste semester, de dienst die we sinds dit academisch jaar (overigens na een intensief proefproject) bij twee faculteiten van de UvA aanbieden. Kern van de dienst is het digitaal beschikbaar stellen van verplichte collegeliteratuur binnen het afschermde UvA-domein, voor het merendeel artikelen en hoofdstukken uit boeken. Dat is tijdens het proefproject geen sinecure gebleken (veel verplichte collegeliteratuur is toch gewoon nog niet digitaal beschikbaar, om over de auteursrechtenproblematiek maar te zwijgen), maar wel een dienst die door de bij de proef betrokken studenten en docenten zeer op prijs werd gesteld. En dus is er nu een reguliere dienst uitgerold die bij twee faculteiten is geïntroduceerd, betrekkelijk low key vooralsnog, maar waarvan het zeker de bedoeling is het werkterrein uit te breiden naar de andere faculteiten. Daarvoor is het echter nodig om ook bij die andere faculteiten de workflow goed in te bedden en je te realiseren dat deze dienst om een tijdsinvestering vraagt. Niet alleen voor het scannen van nog niet digitaal beschikbaar materiaal (we hopen uiteraard allemaal dat die hoeveelheid steeds kleiner wordt), maar ook voor het overleg met docenten, het zoeken naar alternatieven bij auteursrechtelijke problemen en het verzamelen van al het gewenste materiaal. En vertel mij nog niet dat studenten er inmiddels wel aan gewend zouden zijn om ook langere teksten vanaf een beeldscherm te consumeren. De printvolumes zijn hoger dan ooit tevoren.

Goed voorbeeld doet navolgen? Uiteraard. Zoals wij ons oor te luister hebben gelegd bij onze collega’s in Maastricht, zo blijken nu ook Utrecht en de Vrije Universiteit inspiratie te hebben gevonden om deze weg in te slaan. En dat lijstje is vast niet compleet.

Ondertussen bij de HathiTrust (en elders)

Ondertussen werkt men bij de HathiTrust rustig door aan het eigen digitale archief, dat in een paar weken tijd van 80 TeraByte met bijna 10% gegroeid is naar 87 TB. En waar nu ook de beta-versie van een eigen zoekmachine beschikbaar wordt gesteld voor het fulltext doorzoeken van het archief. Voor een testbestand waarin ca. 20% van het aantal nu gearchiveerde werken is opgenomen, biedt één zoekboxje (wie durft tegenwoordig nog anders?) toegang tot de volledig geindexeerde werken. Nog geen clustering van zoekresultaten en andere additionele zoekfaciliteiten, maar die worden ons voor de nabije toekomst nadrukkelijk in het vooruitzicht gesteld.

En nog een nieuwe zoekmachine zit eraan te komen: OCLC stelt ons, in samenwerking met Syracuse University en de University of Washington Reference Extract in het vooruitzicht:
Reference Extract is envisioned as a web search engine, like Google, Yahoo and MSN. However, unlike other search engines, Reference Extracts will be built for maximum credibility by relying on the expertise and credibility judgments of librarians from around the globe. Users will enter a search term and get results weighted towards sites most often referred to by librarians at institutions such as the Library of Congress, the University of Washington, the State of Maryland, and over 1,400 libraries worldwide.
Wie kan daar bezwaar tegen hebben?

Tot slot, een nieuwe handreiking voor de Google Book Search-overeenkomst. De American Library Association en de Association of Research Libraries hebben samen, onder de titel A Guide for the Perplexed, een studie van Jonathan Band over de consequenties voor bibliotheken gepubliceerd. Handig en overzichtelijk.

Google wint (2)

Het rumoer rond de Google Book Search-deal is nog lang niet uitgeraasd. Bloggers en andere commentatoren blijven overelkaar heen buitelen met nieuwe vragen, inzichten en speculaties. Een ding dat overduidelijk wordt, is dat “the devil”  inderdaad ook “in the details” zit. Twee voorbeelden van hoe gecompliceerd de overeenkomst inelkaar steekt en wat de mogelijke consequenties voor (Amerikaanse)  bibliotheken en auteurs zullen zijn:

1) in de overeenkomst is opgenomen dat in iedere Amerikaanse openbare bibliotheek één terminal beschikbaar komt waarop Google Book Search gratis beschikbaar wordt gesteld. Het is alsof we teruggaan naar een situatie van zo’n 20 jaar geleden toen er bij universiteitsbibliotheken vaak slechts één PC beschikbaar was, gekoppeld aan een cd-romtoren, waarop bibliografische bestanden op cd-rom geraadpleegd konden worden. Maar ja, Google wil toch ook nog een keer echt geld gaan verdienen aan z’n investeringen in GBS.

2) rechthebbenden mogen volgens de overeenkomst zelf de prijs bepalen waartegen in een GBS opgenomen boek gekocht kan worden. Peter Brantley vraagt zich in zijn blog af of auteurs dan ook de prijs op nul mogen zetten en bijvoorbeeld een Creative Commons licentie aan hun werk mogen verbinden. Dan Clancy (van GBS zelf) reageert onmiddellijk: “Good question Peter. The simple answer is yes. A rightholder will be able to set the price to 0 or for that matter any other price they might desire. Similarly there should not be any problem with identifying license terms that they may be using such as Creative Commons.” Maar je kunt je voorstellen wat voor bureaucratie dat gaat vereisen.

Op de speciale settlement-site van Google staat inmiddels ook een samenvatting van de consequenties van de overeenkomst voor bibliotheken. Daaruit blijkt dat van de Amerikaanse GBS-bibliotheken Michigan, California, Stanford en Wisconsin al voor de charmes van Google zijn bezweken. Ze zijn hun bestaande contracten met Google aan het heronderhandelen.

Weinig is … veel

Ook bij mijn tweede poll loopt het niet echt storm, althans dat zou je op het eerste gezicht zeggen. Na tien dagen zijn er zestien stemmen uitgebracht, terwijl de post (volgens de WordPress-statistieken althans) toch zeker 45 keer bekeken is. Wel weer positief is het feit dat vier stemmers ook daadwerkelijk een ’stemverklaring’ hebben afgelegd wat zo’n meningspeiling toch weer leuker maakt dan alleen maar dat kale stemmen. Inhoudelijk kom ik binnenkort nog een keer op die reacties terug.

Maar nu die 16; is dat weinig? Het is in ieder geval minder dan het aantal tot nu toe uitgebrachte stemmen op de eerdere poll over de vakreferent in de wetenschappelijke bibliotheek. Daar zijn de cijfers: 35 keer bekeken; 20 stemmen uitgebracht. Procentueel zijn dat toch eigenlijk behoorlijke responspercentages, al hoop je uiteraard altijd op meer.

Ook in verhouding tot andere polls elders in de blogosphere blijkt het allemaal best mee te vallen. Via het al eerder geprezen Against the Grain kwam ik deze week bijvoorbeeld een verwijzing naar een Amerikaanse blog over e-books tegen, No Shelf Required (prachtige naam!). Daar staat een poll archive op, met vier dit jaar gehouden peilingen. Aantal reacties: 28, 117, 23 en 35. Dan vallen mijn cijfers dus wel mee. Zelfs op de poll op de hoofdpagina van de Bibliotheek 2.0-ning (1.500 deelnemers inmiddels, geloof ik) zijn tot nu toe pas 36 stemmen uitgebracht. Uiteindelijk gaat het er dus zoals altijd om, net als bij ‘echte’ verkiezingen: valt er iets te kiezen, spreekt het onderwerp de doelgroep aan. Aan het éne klikje dat gedaan moet worden, kan het nooit liggen.

En dus houd ik het er maar voorlopig op dat een niet zo enorm aantal uitgebrachte stemmen (‘weinig’) helemaal niet zo’n gek resultaat (en dus misschien juist wel ‘veel’) is. Binnenkort volgt dus poll nr. 3. En voor suggesties voor onderwerpen houd ik me van harte aanbevolen.

Onder bibliothecarissen

Vandaag een nieuwe afkorting toe kunnen voegen aan mijn al rijke verzameling bibliotheek-gerelateerde afkortingen voor eigen en UB-gebruik: OBO. OBO? Ja, natuurlijk OBO: het Onderbibliothecarissen Overleg van UKB. Dat had natuurlijk ook het ABO kunnen zijn, juist: van adjunctbibliothecarissenoverleg, maar in de UKB-instellingen wordt er verschillend met de terminologie omgesprongen en blijkbaar is er ooit voor OBO gekozen. Ik ben overigens blij dat we in Amsterdam geen ‘onderbibliothecaris’ hebben. ‘Een beetje onder‘ klinkt toch wat minder dan ‘een beetje adjunct’. ;-)

We waren vandaag in Leiden bijeen. Niet compleet, maar van Groningen tot Maastricht en van Enschede tot Rotterdam kwamen collega’s aangereisd. De meeste aanwezigen kende ik al uit andere (UKB-) overlegorganen, (NVB-) bijeenkomsten of, in het geval van Marianne de Ruwe (UB Maastricht), al van het vakreferentenoverleg geschiedenis van twintig jaar geleden. De OBO-vergaderingen bestaan uit een mengeling van elkaar bijpraten over actuele lokale ontwikkelingen, korte presentaties over nieuwe diensten of projecten en, vaak toch ook, een bezichtiging van recent opgeleverde voorzieningen. Vandaag betrof dat in Leiden de al weer enige tijd geleden vernieuwde studiezaal Bijzondere Collecties, de proefopstelling voor het via lockers uitlenen van magazijnboeken én uiteraard de nog niet helemaal afgeronde verbouwing van de Tielehal.

Het ‘rondje langs de bibliotheken’ liet zien dat er op veel plaatsen aan dezelfde zaken wordt gewerkt. Bij veel universiteitsbibliotheken, met name de grotere klassieke, wordt er hard aan een nieuwe organisatorische inrichting gewerkt. De trend is duidelijk in de richting van één universitaire bibliotheekorganisatie die bijna altijd over meerdere locaties verspreid is. Met name in Groningen en Leiden liggen er nu ook duidelijke opdrachten van de Colleges van Bestuur om die ene organisatie op korte termijn te realiseren. In de verwachting dat dat besparingen op zal leveren of ‘gewoon’ meteen vergezeld van een bezuinigingsopdracht. Naast de eigen organisatie is er overal veel aandacht voor de (her-)inrichting van de bibliotheken. Zelfs op plekken waar nieuwbouw nog niet eens zo heel lang geleden is opgeleverd (Maastricht, Wageningen), worden al weer (meer of minder) kleine verbouwinkjes voorbereid om bijvoorbeeld de studeer- en leerruimtes voor studenten te moderniseren en gevarieerder te maken of om toch nog maar een collectie extra in te huizen. Ideeën opgedaan tijdens de NVB-studiereis van twee jaar geleden naar Engeland spelen daar regelmatig een rol. Ook in Tilburg gaat de destijds zeer bejubelde bibliotheek de komende periode behoorlijk op de schop en het was leuk om te horen dat daar ook specifieke voorzieningen in de bibliotheek voor facultaire medewerkers gerealiseerd zullen worden. Zelf zitten we in Amsterdam natuurlijk ook met een aantal grote projecten (nieuwbouw bèta-faculteit, nieuwbouw Acta, herinrichting Roeterseiland, nieuwbouw UB) en we zullen ons goed moeten blijven oriënteren op wat onze collega’s bedenken en daar uiteraard ons voordeel mee doen.

Andere gemeenschappelijke issues? Iedereen lijkt wel bezig met gebruikersonderzoek, of is het aan het voorbereiden. De invoering van RFID (of juist niet) voor de uitlening wordt ook op verschillende plekken onderzocht of, zoals in Amsterdam nu, daadwerkelijk ingevoerd. Problemen met LBS4, ze zijn ook bij een aantal andere bibliotheken nog (lang) niet opgelost, en dus wordt er bij meer instellingen dan alleen de UB Amsterdam nagedacht over een andere leverancier voor het bibliotheeksysteem. De lijst kan nog makkelijk verder uitgebreid worden. Geen enkele vrees dus dat de voor 2009 geplande OBO-bijeenkomsten (in het voorjaar in Utrecht, in het najaar in Amsterdam) wegens gebrek aan onderwerpen geschrapt zullen worden. Er gebeurt overal veel en er valt ook veel van elkaar te leren.

Volgende Pagina »