Archief voor juli 2008 | Maandelijkse archief pagina

Summer break!

Morgen is het zo ver: Een beetje adjunct gaat vier weken in de slaapstand. Gedurende die weken zit ik in Frankrijk en alhoewel er waarschijnlijk wel een laptop meegaat, ga ik even afstand nemen van werk en zal ik ook niet over werkgerelateerde zaken bloggen. Maandag 4 augustus hoop ik de draad weer op te kunnen pakken, als een vast overvolle mailbox, een vol bureau en een drukke agenda dat tenminste toelaten. Maar ach, dat is de afgelopen weken ook gelukt dus waarom in augustus niet meer?

        

Scopus vs. WoS (4)

Het vergelijkend onderzoek naar Scopus en Web of Science loopt inmiddels een maand. Een grote groep wetenschappers, die eerder zich al bereid had verklaard deel te nemen, is direct benaderd met de vraag of zij inderdaad aan dit onderzoek mee willen werken en daarnaast is op verschillende plaatsen op de website van de bibliotheek een uitnodiging geplaatst aan geïnteresseerde UvA-docenten en -onderzoekers om hun bijdrage te leveren.

Wat we aan hen vragen komt in essentie neer om in binnen een periode van twee maanden viermaal een zoekactie die ze in Web of Science of Scopus zouden uitvoeren ook in het andere bestand te doen en vervolgens verslag te doen van hun bevindingen in een digitaal logboek en een oordeel uit te spreken. Het onderzoek wordt afgesloten met een afrondende vragenlijst. Aldus hopen we aan het eind van de zomer ook de ervaringen van onze gebruikers mee te nemen om tot een afgewogen beslissing te komen over het continueren van de licenties op Scopus en Web of Science. Het onderzoek wordt op 31 juli afgesloten en daarna volgt een uitgebreide rapportage. De deelnemers die zich tot nu toe hebben aangemeld komen uit bijna alle faculteiten, dus we hopen toch tot een voldoende representatieve onderzoeksgroep te komen.

Bloggen moet! (?)

Moet de bibliotheekdirecteur bloggen? Dat was de kwestie die een aantal weken de Belgische biblioblogosphere bezighield. Aanleiding was de 16e stelling van Laura Cohens A Librarian’s 2.0 Manifesto: “I will encourage my library’s administration to blog.”. Ook in de recente discussie op Bibliotheek 2.0-ning komt dit punt in de eerste discussiebijdrage meteen weer terug: “Wanneer is een bibliotheek 2.0?? (…) Als de directeur een weblog bijhoudt?”

 

Wat mij betreft kan die vraag meteen ontkennend beantwoord worden. Nee, daar gaat het uiteraard niet om. Het kan echter wel bijdragen aan grotere openheid over zaken waar het management zich mee bezighoudt, al dan niet web 2.0-gerelateerd, en daarmee aan een cultuur waarin medewerkers bereid zijn mee te denken, mee te veranderen in plaats van zich in te graven in vaste gewoontes en vertrouwde routines.

En waarom doe ik het dan? Omdat ik het natuurlijk leuk vind, iets te vertellen denk te hebben en omdat ik weet dat er behoefte is aan meer informatie over wat er zich binnen onze organisatie afspeelt en waar we met z’n allen naar toe denken te moeten gaan. ‘Bewijs’ daarvoor? Onderstaande reactie van een collega uit een heel ander organisatie-onderdeel is daar in ieder geval een aardige illustratie van:

“Verder probeer ik jullie (niet al te frequent) verschijnende vergaderverslagen via het intranet bij te houden en lees ik UBA E-informatie e.d., om op de hoogte te blijven van wat er speelt. Jouw blog geeft me extra informatie omdat je over de UB organisatie vanuit je eigen perspectief mededelingen doet.
Het feit dat je bijna dagelijks blogt over van alles en nog wat geeft me een betere kijk op waar iemand hoog in de UB organisatie tegen aan loopt en zich mee bezig houdt. En dat is leuk, want ik zit hier bij (…) natuurlijk toch een beetje op het voeteneind. Daarnaast is het natuurlijk sowieso interessant te horen wat jijzelf belangrijk vindt om te vermelden. Wat je hebt gelezen en welke conclusies je daaraan verbindt.”

Overigens, een andere collega hield me voor dat enige ijdelheid elke blogger niet vreemd is. En daarin had ze natuurlijk ook gelijk.

NWO en GW-onderzoek

Uit de elektronische nieuwsbrief van het Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van NWO gedateerd 27 juni:

Een vraag die NWO-Geesteswetenschappen regelmatig bereikt, is in hoeverre NWO in de beoordeling van onderzoeksvoorstellen gebruik maakt van de European Reference Index for the Humanities (ERIH), het project van de European Science Foundation waarin referentielijsten worden opgesteld van tijdschriften in 15 disciplines in de humaniora. Het standpunt van het Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen is: zolang de referentie-index nog in ontwikkeling is en niet het draagvlak heeft binnen de disciplines waarop de lijsten betrekking hebben, wordt de index door NWO niet in het beoordelingsproces gebruikt en wanneer de lijsten gereed zijn, kunnen ze hoogstens een hulpmiddel zijn bij het bepalen van de kwaliteit, en niet in de plaats komen van beoordeling van onderzoeksaanvragen door vakgenoten.
Het Gebiedsbestuur vindt het van belang dat de lijsten verder ontwikkeld worden en steunt de ESF daarin. Informatie over de stand van zaken rond de index, de achtergronden daarvan, de samenstelling van de panels die de lijsten opstellen, etc. is te vinden op de website van
ERIH.

Niet onbelangrijke informatie van het Gebiedsbestuur. Jammer dat die informatie op de eigen website niet terug te vinden is; er is nl. geen archief van deze elektronische nieuwsbrief.

Caroline, nogmaals over Oulu

Hoewel Bert zijn blog over Oulu al heeft beëindigd volgt hier toch nog een PS van Caroline.
Van de door mij op vrijdag en zaterdag bezochte presentaties was die op vrijdagochtend vroeg meteen een van de interessantste en vooral ook leukste. Ook hier ging het over digitale tekstedities. Hanno Biber van de Österreichische Akademie der Wissenschaften vertoonde de online edities van twee belangrijke Duitse tijdschriften, Die Fackel, destijds vrijwel  in zijn eentje volgeschreven door Karl Kraus, en Der Brenner. Voor beide online uitgaven, met zeer innovatieve zoek- en bladermogelijkheden, moet de gebruiker zich voorlopig nog registeren. Dat had vooral te maken met copyrightkwesties en met de wens van de makers om te zien hoeveel er daadwerkelijk gebruik gemaakt zou worden van de online versies. Biber kon met enige trots melden dat zich binnen enkele weken al ruim 20.000 gebruikers hadden geregistreerd. Later sprak ik hem ook nog bij de koffie en vroeg hem of het daarmee voor bibliotheken onmogelijk werd om de online versie op te nemen in hun catalogus. Dezelfde vraag hadden enige Amerikaanse bibliotheken ook al gesteld, vertelde Biber, en de Oostenrijkse Academie had er inmiddels een oplossing voor gevonden. Binnenkort zullen beide digitale tijdschriften dus ook bij ons opgenomen zijn.

Jamie Norrish van het New Zealand Electronic Text Centre demonstreerde vervolgens op een ongelooflijk grappige en inspirerende manier de nieuwste mogelijkheden m.b.t. interlinking tussen verschillende teksten. De online beschikbaar gemaakte teksten – in dit geval de cultural heritage van Nieuw-Zeeland – worden met geavanceerde open source software met elkaar verbonden, waardoor onvermoede verbanden en samenhangen zichtbaar worden: van een , een gewone digital library naar een model voor digital humantities.
Daarna lieten Ollivier Dyens en Dominic Forest, ook al twee jonge honden, tijdens een minstens zo geestige en inspirerende demonstratie hun nieuwe information discovery tool zien. Met gebruikmaking van de software van Google Earth was een visuele manier van text mining ontwikkeld. Het onderwerp posthumanisme kon op een fictieve kaart, die ze “the inhuman continent” genoemd hadden en in Google Earth over Antarctica heen geplakt, doorzocht worden: http://www.theinhumancondition.org/. Enkele “kleinigheden” moesten nog wel ontwikkeld worden, o.a. een zgn. dynamic RSS feed clustering system.

Ook bekeek ik vrijdag de Universiteitsbibliotheek van Oulu. Op het eerste gezicht leken de boeken volgens Dewey geplaatst te ziijn, maar daar had men toch een eigen draai aan gegeven. Daar bleken plotseling drie boeken van Emile Zola, weliswaar vertaald in het Duits, broederlijk alfabetisch tussen de Duitse auteurs Eva Zeller en Carl Zuckmayer te staan. En een vertaling van William Faulkner in het Estisch bevond zich netjes tussen native speaker schrijvers in het Estisch. Even wennen natuurlijk, maar gelukkig bleek Zola ook nog op de Franse plank terecht gekomen te zijn en Faulkner op de Engelse. Ander opvallende verschijnsel van deze bibliotheek: er waren nog jaloersmakend veel lege kasten beschikbaar…

Zaterdag ging het onder andere over woordenboeken: het meer als kunst dan serieus bedoelde Dictionary of Words in the Wild, een social network waarin de deelnemer foto’s van woorden kan plaatsen, inclusief tags. Verder het nieuwe Mittelhochdeutsches Wörterbuch, dat ook gratis online beschikbaar wordt gemaakt. En ten slotte een Spaanse thesaurus over kunst, de TTC (Terminological Conceptual Thesaurus), die helaas nog niet openbaar toegankelijk is.

En ten slotte natuurlijk op zondag het al door Bert geroemde uitstapje naar de poolcirkel: zo’n 700 kilometer in de bus doorgebracht en enorm veel geleerd. Niet zozeer over digital humanities, maar wel over Finland, dankzij onze geweldige gids. Deze man, een bioloog, onderhield ons urenlang over uiteenlopende onderwerpen als: hoe te komen aan de noodzakelijke boodschappen, nl. wijn en bier, wanneer je je in een onderzoeksstation bevindt in de uiterste noordpunt van Finland bij de grens met Noorwegen en Rusland. En: wat voor bessen kun je vinden in Noord-Finland (“let’s talk about berries”); er zijn geen ijsberen in Finland (“because of why”: de Golfstroom zorgt voor een te mild klimaat voor een ijsbeer). Er groeien drie soorten bomen in Finland. Maar ook meer serieuze en zeer herkenbare zaken als de ontvolking van het noorden van Finland, het ontbreken van behoorlijk openbaar vervoer in het noorden, het verdwijnen van industrieën en waarom rendieren bij voorkeur op open stukken land te vinden zijn. Kortom een waardig einde van enkele zeer leerzame dagen!