Summer break!

Morgen is het zo ver: Een beetje adjunct gaat vier weken in de slaapstand. Gedurende die weken zit ik in Frankrijk en alhoewel er waarschijnlijk wel een laptop meegaat, ga ik even afstand nemen van werk en zal ik ook niet over werkgerelateerde zaken bloggen. Maandag 4 augustus hoop ik de draad weer op te kunnen pakken, als een vast overvolle mailbox, een vol bureau en een drukke agenda dat tenminste toelaten. Maar ach, dat is de afgelopen weken ook gelukt dus waarom in augustus niet meer?

        

Scopus vs. WoS (4)

Het vergelijkend onderzoek naar Scopus en Web of Science loopt inmiddels een maand. Een grote groep wetenschappers, die eerder zich al bereid had verklaard deel te nemen, is direct benaderd met de vraag of zij inderdaad aan dit onderzoek mee willen werken en daarnaast is op verschillende plaatsen op de website van de bibliotheek een uitnodiging geplaatst aan geïnteresseerde UvA-docenten en -onderzoekers om hun bijdrage te leveren.

Wat we aan hen vragen komt in essentie neer om in binnen een periode van twee maanden viermaal een zoekactie die ze in Web of Science of Scopus zouden uitvoeren ook in het andere bestand te doen en vervolgens verslag te doen van hun bevindingen in een digitaal logboek en een oordeel uit te spreken. Het onderzoek wordt afgesloten met een afrondende vragenlijst. Aldus hopen we aan het eind van de zomer ook de ervaringen van onze gebruikers mee te nemen om tot een afgewogen beslissing te komen over het continueren van de licenties op Scopus en Web of Science. Het onderzoek wordt op 31 juli afgesloten en daarna volgt een uitgebreide rapportage. De deelnemers die zich tot nu toe hebben aangemeld komen uit bijna alle faculteiten, dus we hopen toch tot een voldoende representatieve onderzoeksgroep te komen.

Bloggen moet! (?)

Moet de bibliotheekdirecteur bloggen? Dat was de kwestie die een aantal weken de Belgische biblioblogosphere bezighield. Aanleiding was de 16e stelling van Laura Cohens A Librarian’s 2.0 Manifesto: “I will encourage my library’s administration to blog.”. Ook in de recente discussie op Bibliotheek 2.0-ning komt dit punt in de eerste discussiebijdrage meteen weer terug: “Wanneer is een bibliotheek 2.0?? (…) Als de directeur een weblog bijhoudt?”

 

Wat mij betreft kan die vraag meteen ontkennend beantwoord worden. Nee, daar gaat het uiteraard niet om. Het kan echter wel bijdragen aan grotere openheid over zaken waar het management zich mee bezighoudt, al dan niet web 2.0-gerelateerd, en daarmee aan een cultuur waarin medewerkers bereid zijn mee te denken, mee te veranderen in plaats van zich in te graven in vaste gewoontes en vertrouwde routines.

En waarom doe ik het dan? Omdat ik het natuurlijk leuk vind, iets te vertellen denk te hebben en omdat ik weet dat er behoefte is aan meer informatie over wat er zich binnen onze organisatie afspeelt en waar we met z’n allen naar toe denken te moeten gaan. ‘Bewijs’ daarvoor? Onderstaande reactie van een collega uit een heel ander organisatie-onderdeel is daar in ieder geval een aardige illustratie van:

“Verder probeer ik jullie (niet al te frequent) verschijnende vergaderverslagen via het intranet bij te houden en lees ik UBA E-informatie e.d., om op de hoogte te blijven van wat er speelt. Jouw blog geeft me extra informatie omdat je over de UB organisatie vanuit je eigen perspectief mededelingen doet.
Het feit dat je bijna dagelijks blogt over van alles en nog wat geeft me een betere kijk op waar iemand hoog in de UB organisatie tegen aan loopt en zich mee bezig houdt. En dat is leuk, want ik zit hier bij (…) natuurlijk toch een beetje op het voeteneind. Daarnaast is het natuurlijk sowieso interessant te horen wat jijzelf belangrijk vindt om te vermelden. Wat je hebt gelezen en welke conclusies je daaraan verbindt.”

Overigens, een andere collega hield me voor dat enige ijdelheid elke blogger niet vreemd is. En daarin had ze natuurlijk ook gelijk.

NWO en GW-onderzoek

Uit de elektronische nieuwsbrief van het Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen van NWO gedateerd 27 juni:

Een vraag die NWO-Geesteswetenschappen regelmatig bereikt, is in hoeverre NWO in de beoordeling van onderzoeksvoorstellen gebruik maakt van de European Reference Index for the Humanities (ERIH), het project van de European Science Foundation waarin referentielijsten worden opgesteld van tijdschriften in 15 disciplines in de humaniora. Het standpunt van het Gebiedsbestuur Geesteswetenschappen is: zolang de referentie-index nog in ontwikkeling is en niet het draagvlak heeft binnen de disciplines waarop de lijsten betrekking hebben, wordt de index door NWO niet in het beoordelingsproces gebruikt en wanneer de lijsten gereed zijn, kunnen ze hoogstens een hulpmiddel zijn bij het bepalen van de kwaliteit, en niet in de plaats komen van beoordeling van onderzoeksaanvragen door vakgenoten.
Het Gebiedsbestuur vindt het van belang dat de lijsten verder ontwikkeld worden en steunt de ESF daarin. Informatie over de stand van zaken rond de index, de achtergronden daarvan, de samenstelling van de panels die de lijsten opstellen, etc. is te vinden op de website van
ERIH.

Niet onbelangrijke informatie van het Gebiedsbestuur. Jammer dat die informatie op de eigen website niet terug te vinden is; er is nl. geen archief van deze elektronische nieuwsbrief.

Caroline, nogmaals over Oulu

Hoewel Bert zijn blog over Oulu al heeft beëindigd volgt hier toch nog een PS van Caroline.
Van de door mij op vrijdag en zaterdag bezochte presentaties was die op vrijdagochtend vroeg meteen een van de interessantste en vooral ook leukste. Ook hier ging het over digitale tekstedities. Hanno Biber van de Österreichische Akademie der Wissenschaften vertoonde de online edities van twee belangrijke Duitse tijdschriften, Die Fackel, destijds vrijwel  in zijn eentje volgeschreven door Karl Kraus, en Der Brenner. Voor beide online uitgaven, met zeer innovatieve zoek- en bladermogelijkheden, moet de gebruiker zich voorlopig nog registeren. Dat had vooral te maken met copyrightkwesties en met de wens van de makers om te zien hoeveel er daadwerkelijk gebruik gemaakt zou worden van de online versies. Biber kon met enige trots melden dat zich binnen enkele weken al ruim 20.000 gebruikers hadden geregistreerd. Later sprak ik hem ook nog bij de koffie en vroeg hem of het daarmee voor bibliotheken onmogelijk werd om de online versie op te nemen in hun catalogus. Dezelfde vraag hadden enige Amerikaanse bibliotheken ook al gesteld, vertelde Biber, en de Oostenrijkse Academie had er inmiddels een oplossing voor gevonden. Binnenkort zullen beide digitale tijdschriften dus ook bij ons opgenomen zijn.

Jamie Norrish van het New Zealand Electronic Text Centre demonstreerde vervolgens op een ongelooflijk grappige en inspirerende manier de nieuwste mogelijkheden m.b.t. interlinking tussen verschillende teksten. De online beschikbaar gemaakte teksten - in dit geval de cultural heritage van Nieuw-Zeeland - worden met geavanceerde open source software met elkaar verbonden, waardoor onvermoede verbanden en samenhangen zichtbaar worden: van een , een gewone digital library naar een model voor digital humantities.
Daarna lieten Ollivier Dyens en Dominic Forest, ook al twee jonge honden, tijdens een minstens zo geestige en inspirerende demonstratie hun nieuwe information discovery tool zien. Met gebruikmaking van de software van Google Earth was een visuele manier van text mining ontwikkeld. Het onderwerp posthumanisme kon op een fictieve kaart, die ze “the inhuman continent” genoemd hadden en in Google Earth over Antarctica heen geplakt, doorzocht worden: http://www.theinhumancondition.org/. Enkele “kleinigheden” moesten nog wel ontwikkeld worden, o.a. een zgn. dynamic RSS feed clustering system.

Ook bekeek ik vrijdag de Universiteitsbibliotheek van Oulu. Op het eerste gezicht leken de boeken volgens Dewey geplaatst te ziijn, maar daar had men toch een eigen draai aan gegeven. Daar bleken plotseling drie boeken van Emile Zola, weliswaar vertaald in het Duits, broederlijk alfabetisch tussen de Duitse auteurs Eva Zeller en Carl Zuckmayer te staan. En een vertaling van William Faulkner in het Estisch bevond zich netjes tussen native speaker schrijvers in het Estisch. Even wennen natuurlijk, maar gelukkig bleek Zola ook nog op de Franse plank terecht gekomen te zijn en Faulkner op de Engelse. Ander opvallende verschijnsel van deze bibliotheek: er waren nog jaloersmakend veel lege kasten beschikbaar…

Zaterdag ging het onder andere over woordenboeken: het meer als kunst dan serieus bedoelde Dictionary of Words in the Wild, een social network waarin de deelnemer foto’s van woorden kan plaatsen, inclusief tags. Verder het nieuwe Mittelhochdeutsches Wörterbuch, dat ook gratis online beschikbaar wordt gemaakt. En ten slotte een Spaanse thesaurus over kunst, de TTC (Terminological Conceptual Thesaurus), die helaas nog niet openbaar toegankelijk is.

En ten slotte natuurlijk op zondag het al door Bert geroemde uitstapje naar de poolcirkel: zo’n 700 kilometer in de bus doorgebracht en enorm veel geleerd. Niet zozeer over digital humanities, maar wel over Finland, dankzij onze geweldige gids. Deze man, een bioloog, onderhield ons urenlang over uiteenlopende onderwerpen als: hoe te komen aan de noodzakelijke boodschappen, nl. wijn en bier, wanneer je je in een onderzoeksstation bevindt in de uiterste noordpunt van Finland bij de grens met Noorwegen en Rusland. En: wat voor bessen kun je vinden in Noord-Finland (”let’s talk about berries”); er zijn geen ijsberen in Finland (”because of why”: de Golfstroom zorgt voor een te mild klimaat voor een ijsbeer). Er groeien drie soorten bomen in Finland. Maar ook meer serieuze en zeer herkenbare zaken als de ontvolking van het noorden van Finland, het ontbreken van behoorlijk openbaar vervoer in het noorden, het verdwijnen van industrieën en waarom rendieren bij voorkeur op open stukken land te vinden zijn. Kortom een waardig einde van enkele zeer leerzame dagen!

DH2008 in Wordle

Een aantal keren tijdens de conferentie gezien: de presentatie samengevat in een tagcloud m.b.v. het nieuwe speeltje Wordle. Dat kan natuurlijk ook met mijn blogposts over de conferentie:

Oulu zit erop. Gisteren tot twee keer toe de poolcirkel gepasseerd tijdens een prachtige excursie door Noord-Finland. De zon rond twaalf uur zien ondergaan in Rovaniemi, maar het is de hele nacht niet donker geweest. Om vier uur vanochtend waren we weer terug in het hotel. Vanmiddag vliegen we naar huis; morgen weer gewoon aan de slag!

Oulu, dag 3

Business-ethics“, “Academic-administration“, …, “Digital-Humanities“?. Met deze oxymorons begon de laatste spreekster van het congres, Sylvia Adamson, vanmiddag haar bijdrage over haar ervaringen met het gebruik van digitale hulpmiddelen in haar onderzoek naar de betekenisverandering van ‘interest‘ en ‘interesting‘ in het taalgebruik in de 18e eeuw aan de hand van de romans van Jane Austen. Zij presenteerde zich nadrukkelijk als tegenhanger van congres-opener Eero Hyvönen met zijn IT-doorspekte presentatie en hi-tech portal. Aan haar presentatie had ze als titel meegegeven Digital Humanities. Have we an interest in common?? Het had, kreeg ik het idee, ook iets kunnen zijn als “and never the twain shall meet.” (en dan zonder vraagtekens).

Dat is misschien wel een van de belangrijkste ervaringen van de afgelopen drie dagen in Oulu: er gebeurt veel, heel veel in digital humanities en er worden prachtige produkten en applicaties opgeleverd. Er kan ook veel met digital humanities, maar de resultaten worden toch vooral in eigen kring gewaardeerd, de ontwikkelde methodes en hulpmiddelen hebben in het algemeen maar een gering terrein waarop ze toepasbaar zijn of ze vragen een zodanige inspanning van de gebruikers dat die zich wel twee keer bedenken voordat ze eraan beginnen. En, last but not least, de produkten en applicaties die ontwikkeld worden sluiten slecht aan bij waaraan werkelijk behoefte is bij geesteswetenschappelijke onderzoekers. Bewust of onbewust kwam dat ook nog eens duidelijk naar voren in de vragensessie na de laatste presentatie van de dag. Een jonge Groningse student, Wybo Wiersma, had net vol vuur en enthousiasme en in een tomeloos tempo het waarom en het belang van de mede door hem ontwikkelde LogiLogi-site betoogd toen uit de zaal de vraag kwam: heb je dit nu gedaan omdat je het zelf een leuk idee vond of omdat er duizend filosofen bij je aan de deur stonden te rammelen? Wybo redde zich er wel uit, maar de vraag was natuurlijk terecht: ligt er aan al dit werk wel een daadwerkelijke vraag uit het veld ten grondslag?

Zo vraaggestuurd werkt de wetenschap natuurlijk nu eenmaal niet, maar als er vanuit de eigen kring (de eigen community, dat woord is volgens mij het meest gevallen de afgelopen dagen) zo’n belang wordt gehecht aan gebruikt én gewaardeerd worden, dan is die kwestie van de vraag uit het veld natuurlijk uitermate belangrijk. Het besef daarvan is bijvoorbeeld wel terug te vinden in het internationale onderzoek waarover ’s ochtends in de sessie The building blocks of the new Electronic Book werd bericht. E-books have still not taken off (ondanks Sony Reader, Kindle en Iliad), was ook de conclusie in dit gezelschap en “If we would like future electronic books to be used, they must be equally fit for the purpose. To produce such a resource we must understand what users do, what they like, and what they might like in future.”  En quote of the day: “Don’t underestimate the bathtub-argument”.

Nog een laatste observatie: vanmorgen tijdens een van de sessies vielen voor het eerst tijdens deze conferentie (althans voor mij) de woorden Google Book Search en Open Content Alliance; niet geheel toevallig kwamen ze uit de mond van Lisa Spiro, afkomstig uit de bibliotheekwereld en initiatiefneemster van DiRT (nu ook met weblog). Het had iets raars: terwijl de bibliotheekwereld sinds december 2004 op z’n kop staat, is de wereld van digital humanities vooral naar binnen gericht met zichzelf bezig. Er liepen overigens genoeg bibliothecarissen tijdens deze conferentie rond, maar dat waren vooral mensen die vanuit de bibliotheek participeerden in digitaliserings- of andere projecten. Van een vruchtbare uitwisseling van belangrijke issues was geen sprake, terwijl er daarvoor voldoende aanknopingspunten zijn. ‘Onze’ gebruikers zijn tenslotte dezelfde die de digital humanists willen helpen en ondersteunen. Misschien een goed thema voor volgend jaar In College Park, Maryland?

P.S. morgenavond Spanje-Duitsland. Ik kan helaas niet kijken, want zit dan in de bus op weg naar de poolcirkel. Mijn voorspelling? 3-1 voor Spanje, maar gelet op mijn eerdere voorspellingen tijdens dit EK zullen de Duitsers wel winnen.

Oulu: dag 2

Gisteravond toch nog even zitten lezen. Een artikel van Patrick Juola over killer applications die digital humanities eindelijk de status zullen geven die het verdient. Het artikel is een bewerking van een presentatie op DH2006 en is nu, bijna twee jaar later!, in druk verschenen in Literary & Linguistics Computing, met (voorheen) Computers in the Humanities het belangrijkste tijdschrift in het vakgebied. Juola maakt zich sterk voor een applicatie die een goede index van een monografie kan maken, een annotatietool (”annotation is a crucial step in recording a reader’s encounter with a text, in developing an interpretation, and in sharing that interpretation with others.”) en een voor geesteswetenschappers geschikte tool om bronnen te ontdekken. De ontwikkeling van dergelijke killer apps zijn volgens Juola essentieel voor een doorbraak van digital humanities naar mainstream humanities. Hmm.

De Text Encoding Initiative wordt als een van de succesnummers van de digital humanities community bschouwd. De afspraken die zijn gemaakt, en nog steeds gemaakt worden, over de wijze van mark up van teksten hebben hun waarde meer dan bewezen in de afgelopen jaren. Toch blijft het gebruik van TEI beperkt tot een betrekkelijk kleine gemeenschap, die vanmorgen o.m. stil stond bij de verworvenheden van de laatste versie, P5. Daaruit bleek nog maar eens duidelijk dat voor een bredere verspreiding van TEI de initiële inspanning die geleverd zal moeten worden door diegene die TEI wil gaan gebruiken waarschijnlijk nog steeds te groot is. En dat zal die bredere verspreiding en toepassing in de weg blijven staan. Denk aan het lijstje van toepassingen van Johnson van gisteren: gebruik daarvan vereist geen ellenlange handleidingen en geen enkel technisch inzicht, en dus zijn juist zij zo succesvol.

Overigens, TEI is open source, door iedereen vrij te gebruiken. Open source lijkt sowieso in de wereld van digital humanities een belangrijker rol te spelen dan open access. De hierboven genoemde flagship journals zitten achter de betaalmuren van Oxford UP en Springer. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat er sinds een jaar nu een eigen open access tijdschrift is, de Digital Humanities Quarterly, maar wat meer aandacht voor OA zou geen kwaad kunnen.

Quote of the day? Vooruit, twee quotes vandaag:

  • “Arianna is the PC, I am the book”. (Tamara Lopez van King’s College over haar samenwerking met Arianna Ciula bij de realisering van een gelijktijdige papieren en digitale editie van de Henry III Fine Rolls)
  • “Listen to the users!” (Claire Warwick in haar zoveelste pleidooi om via etnografisch onderzoek zicht te krijgen op hoe geesteswetenschappers daadwerkelijk onderzoek doen)

Caroline, ook in Oulu!

Impressies van een reisgenote:

Natuurlijk is het geweldig leuk om in Finland te zijn, waar ik nooit eerder geweest was. Schande voor een Scandinavist natuurlijk! Opvallend trouwens - helaas voor mij, maar ik had het ook wel een beetje verwacht - het weinige Zweeds waar je hier mee terecht kunt. Zelfs hier aan de universiteit, die zich er op laat voorstaan de enige in Finland te zijn die behalve een humaniorafaculteit er ook een voor technologie heeft, is het Zweeds ver te zoeken. Maar daarvoor zijn we natuurlijk ook helemaal niet hier! Hoewel: in dit kader is het toch leuk om te vertellen over mijn kennismaking met drie Fins-Zweedse leden van het voor Scandinavisten belangrijke Finse genootschap voor de Zweedse literatuur, Svenska Litteratursällskapet i Finland. Zij zijn vooral hier i.v.m. een van hun nieuwste projecten, de uitgave van het verzameld werk van de Finse auteur Zacharias Topelius. Bedoeling is dat Topelius’ werk zowel in print als digitaal zal verschijnen. Voor mij interessant nieuws, hoewel het nog een flink aantal jaren - ze hadden het over 2016 - zal duren voor de editie compleet is.

Wat voor sessies heb ik zoal bezocht? Gisteren, donderdag, een paneldiscussie over sustainability in digitale humaniora. Probleem dat steeds weer werd genoemd was het gebrek aan fondsen. Øivind Eide van de Universiteit van Oslo besprak de technische, organisatorische en wetenschappelijke oplossingen die zijn instelling voor het “definitief” opslaan van museaal, cultureel erfgoed meent te hebben gevonden. Belangrijk bijvoorbeeld is volgens hem het regelmatig updaten van de inhoud, maar ook open en transparante standaarden Een individu kan dit niet alleen, die heeft een grotere organisatie achter zich nodig en hier komt de bibliotheek “om de hoek kijken”. Maar ook bijvoorbeeld: conservatoren en wetenschappers zouden zich er nog meer van bewust moeten worden dat zij samen moeten werken aan het opslaan van onvervangbaar materiaal. Tijdens de discussie werden vervolgens veel andere, soms ook technische, aspecten besproken van het tijdig opslaan van collecties, en de relaties met metadata m.b.t. collecties en items in die collecties. Vaak ging het ook over designing en minder over sustaining. En ook: zorg ervoor dat de opgeslagen informatie waardevol is voor heel veel verschillende groepen, voor verschillende doeleinden en bruikbaar met behulp van verschillende tools. Uiteraard kwam ik bij deze sessie ook mijn drie nieuwe kennissen tegen.

Interessant voor onze collega Lidie is denk ik de presentatie gisteren over een lopend project: Talia: a research and publishing environment for Philosophy scholars. In Talia worden de corpora van grote filosofen opgeslagen, de zgn. sources. Hieraan toegevoegd worden zaken als commentaren, afbeeldingen, enz. Taal van de interface is Latijn of Duits, afhankelijk uiteraard van de filosoof. Taal van de ontologieën is Engels. Wanneer in sommige archieven verschillende versies van dezelfde paragraaf worden bewaard, worden de gebruikers van de database nu in staat gesteld de evolutie van die filosofische mening te volgen. Uiteraard hopen de makers van de database dat wetenschappers bereid zullen zijn hun manuscripten naar de editorial board voor peer reviewing te zenden voor publicatie in Talia.

Een andere opvallende sessie gisteren ging over digitale tekstedities en de mogelijkheden en onmogelijkheden van het web daarbij. Het prachtige, al wat langer bestaande, Heine-portal werd gedemonstreerd. Daarna ging het over nieuwe projecten door enthousiaste “jonge honden”. Deze trokken een werkelijk overvolle zaal: stoelen werden bijgesleept, achterin stonden mensen anderhalf uur tegen een muur. Het aanstekelijke enthousiasme van bijvoorbeeld een van de medewerkers aan Telota maakte kennelijk dat niemand daar enige last van had. Deze Alexander Czmiel vertelde over zijn nieuwe tool, waarbij digitale tekstedities veel makkelijker dan tevoren mogelijk worden. Tenminste: hij hoopt de wetenschappers te overtuigen van de waarde van zijn tool en van de mogelijkheden niet in print maar digitaal teksten te publiceren. Een ander, Samuli Kaislaniemi, demonstreerde het project DECL (Digital Editions for Corpus Linguistics) waarbij digitale edities van historische manuscripten gemaakt worden, die tegelijkertijd corpora voor linguistisch onderzoek zijn. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Morgen verder!

Couleur locale

Afgelopen weekend was het hier midzomernacht. De afgelopen dagen werden de nachten nog steeds korter, maar nu is geloof ik het keerpunt echt bereikt. Wat merk je daar nu van? Nou, vooral dat het echt lang licht blijft. Als je om twaalf uur ’s nachts naar buiten kijkt en het is nog steeds gewoon licht, dan is dat toch wel een rare ervaring. Gedurende de avond heb je geen enkele prikkel (afgezien van vermoeidheid) om naar bed te gaan. Gelukkig hebben de kamers hier in het hotel verduisteringsgordijnen, dus gewoon slapen is geen enkel probleem. Ook het weer draagt daar overigens aan bij: het is de hele tijd bewolkt, het miezert af en toe stevig en we moeten het vooralsnog met een temperatuur van 10 à 12 graden doen. Zomer in Oulu!

En dan natuurlijk dat Fins. Echt geen touw aan vast te knopen. Caroline kan zich soms nog een beetje redden omdat er toch redelijk wat informatie ook in het Zweeds wordt gegeven, maar als dat niet gebeurt zijn we geheel ‘verloren’. Zelfs hier op de universiteit gaat (bijna) alles alleen in het Fins. Enig idee wat hieronder staat?

                       

Volgende Pagina »